Tags

De heer Wilders (PVV):

Misschien een punt van orde. Ik vraag me echt af waar ik naar aan het luisteren ben. We hebben de informateur uitgenodigd voor een debat over hoe het is gegaan in de afgelopen weken, maar het lijkt wel alsof ik college krijg. Daar zit ik niet bepaald op te wachten. We hebben een informateur nodig die de opdracht van de Kamer uitvoert. Ik hoor de informateur zeggen wat de grote uitdagingen zijn van deze tijd, waarbij hij het heeft over sociale scheidslijnen en klimaatbeleid. Dat is ontzettend subjectief. U spreekt in ieder geval niet voor een groot deel van de Kamer en dus ook niet voor heel veel mensen in Nederland. Wat dacht u van islamisering en van islamitische terreur? De informateur is onze gast en dan behoor je beleefd te zijn, maar …

Het is Wilders zelf die op eigen gezag beweert dat pré-verkenner Tjeenk Willink niet voor een ‘groot deel van de Kamer en dus ook niet voor heel veel mensen in Nederland’ spreekt, maar dat dit vanzelfsprekend onzin is. Willinks betoog was niet aan Wilders besteed, maar dat is ook geen wonder omdat de populisten zich niets gelegen laten liggen aan rechtsfilosofie en de systematiek van staatkunde. Daarmee wijst Willink ook indirect de politieke partijen als schuldigen aan voor wat betreft de huidige politieke impasse, waarbij geen partij meer medeverantwoordelijk wenst te dragen omdat de electorale afstraffing dan onvermijdelijk lijkt. Maar daarin vergissen die fracties in de Kamer zich deerlijk.

 Het waren in de vorige regeerperiode de PvdA’ers zelf als coalitiepartner, die zichzelf publiekelijk uitschakelde vanwege de ethiek van ‘eenheid van regeringsbeleid’, zodat met één stem gesproken diende te worden, zo dacht men. Maar de Bolkesteindoctrine (‘zelf de politieke agenda bepalen via opiniebijdragen in de publieke media’) kwam niet in de fractieleden op, omdat het kennis vereist van de parlementaire geschiedenis, en dat schort eraan bij de generaties Kamerleden van de laatste decennia. Of dat werd mogelijkerwijs geblokkeerd door Samsom als fractieleider, angstig voor ….?  

De voorzitter:

Precies.

De heer Wilders (PVV):

Maar ik zou zeggen: een beetje minder mag wel. Niet iedereen is het met u eens en we hebben al helemaal geen behoefte aan college.

Dat is dus Wilders die namens zichzelf spreekt en niet het recht heeft in de ‘we’-vorm (pluralis majestatis) te spreken.

De heer Tjeenk Willink:

Nee, ik snap het …

De voorzitter:

Het is niet de bedoeling om in debat te gaan met de informateur, maar wel om een vraag te stellen.

De heer Tjeenk Willink:

Mevrouw de voorzitter, ik snap het. Het is in zekere zin ook een riskante move, maar waar ik naartoe wilde, is dat in de kabinetsformaties volgens mij zou moeten worden nagedacht over de wijze waarop we de discussie over dit soort zaken voeren. Ik noemde alleen maar de drie dingen die in de formatie steeds aan de orde zijn geweest en fantaseer er niets bij. Daarvoor had ik deze aanloop nodig, namelijk om de vraag te stellen: hoe werk je tegelijkertijd in en aan een bestaand stelsel? Zou het mogelijk zijn om op zijn minst na te denken over de vraag of we eerst duidelijkheid zouden kunnen scheppen, ook in de kabinetsformatie, over de context waarbinnen de discussie moet worden gevoerd en over de feiten die deze context bepalen? Zou het daarna mogelijk zijn om de bereidheid te tonen om de discussie toe te spitsen op het gemeenschappelijke doel dat moet worden bereikt en op het traject op korte en lange termijn dat daartoe kan leiden? Kan er vervolgens een overzicht gemaakt worden van de verschillende ideeën voor de tijdige oplossing van het gemeenschappelijke probleem? Kan ten slotte duidelijk aangegeven worden welke instrumenten mogelijk kunnen worden ingezet, met de criteria die bij de inzet van die instrumenten worden gehanteerd?

De noodzakelijke omslag in denken en doen die ik schets, is hondsmoeilijk in een systeem dat met een duur woord enige trekken van een “zelfreferentieel” systeem heeft gekregen, maar het is niet onmogelijk. De omslag is nodig omdat anders juist bij deze grote vraagstukken de politiek aan geloofwaardigheid inboet. Ook dat motiveert mij, al kan mijn bijdrage aan die omslag en het denken daarover in deze tijdelijke functie van informateur alleen maar uiterst bescheiden zijn. Nooit wil ik echter het verwijt krijgen, noch dat mezelf kunnen maken: je stond erbij, je keek ernaar maar je deed niets; had het dan gezegd. Bij dezen.

(Geroffel op de bankjes)

Uit dit geroffel blijkt dus het tegenovergestelde dat Wilders beweerde. Instemmend geroffel met als inhoud dat het lang geleden was dat zulke wijze woorden in de Kamer gesproken werden. Geen wonder dus dat het publiek afhaakt bij zo’n malloot in de Kamer. En zijn aanhang dan? Ja, degenen die de politiek niet meer kunnen volgen en dat ligt aan de politiek zelf. Kijk naar Macron in Frankrijk, en daarbij hebben Geert Wilders en Marine Le Pen het nakijken.

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail?vj=2016-2017&nr=86&version=2

Advertisements