Tags

Caroline de Gruyter, nrc, 10 juni 2017

De opvolger van de globalisering dient zich al aan: de lokalisering. Lokalisering is, grofweg, het verschijnsel waarbij een bedrijf zijn producten niet in een ver lagelonenland produceert, maar vlak bij huis. Of vlak bij de plek waar het die producten verkoopt.

Een voorbeeld? In de jaren zestig maakte Adidas voetbalschoenen in Oostenrijk. Daar waren ze zo goed in dat ze er midden jaren tachtig meerdere fabrieken hadden, die twee miljoen paar schoenen per jaar produceerden. In die hoogtijdagen had het bedrijf 1.100 man in dienst. De schoenen waren grotendeels voor de export: ze werden tot in de Sovjet-Unie en Scandinavië verkocht. Toen viel de muur. Goedkope voetbalschoenen uit Azië overspoelden de markt. In Oostenrijk konden de fabrieken de concurrentie al gauw niet meer aan. De laatste fabriek daar sloot in 1990. Arbeiders vonden werk bij andere fabrieken of in de zorg. Adidas transporteerde alle machines naar Slovenië, Georgië en Rusland. Daar stegen de lonen ook en de fabrieken verhuisden naar het Verre Oosten: India, China, Vietnam – steeds verder. Maar het verhaal stopt hier niet. Komend najaar keert Adidas na deze lange wereldreis terug naar Oostenrijk. Met een speed factory, waar robots voetbalschoenen maken. Er zit er al een in Duitsland. Ook in de VS werd laatst een geopend. In Azië werkten er duizend of meer arbeiders in een fabriek; in een speed factory werken er 160.

Hoe lang speed factories zullen bestaan, is de vraag. Binnenkort kun je voetbalschoenen met een 3D-printer in de winkel laten maken. Op maat. Sommige merken experimenteren er al mee en Adidas zal wel volgen. Binnenkort heb je dus helemaal geen fabriek meer nodig.

Het punt is niet of dit goed of slecht is. Dingen gaan zoals ze gaan. Maar ze gaan wel hard. Gillian Tett, een antropoloog die voor de Financial Times werkt, schreef laatst dat bedrijfsleiders in Amerika het over niets anders hebben dan lokalisering. Chinese lonen worden hen te hoog; door de digitalisering en lage olieprijzen dalen de productiekosten in Amerika zelf. Uit onderzoek blijkt dat Amerikaanse bedrijven, ook al vóór Trump president werd, steeds meer in eigen land investeren. Veel CEO’s steunen Trumps repatriëringsplannen voor de industrie en hebben het net als hij over meer ‘fair trade’ – schandalen in het Witte Huis of niet. „Puur achter de laagste arbeidskosten aanlopen is het model van gisteren”, citeert Tett de topman van General Electric.

Productielijnen waren een poos superlang. Nu worden ze superkort. Wie gaan er profiteren van deze gedigitaliseerde economie? Voornamelijk beter opgeleiden. Die ontwerpen of bedienen de machines, richten de speed factories in of zorgen ervoor dat de zelfrijdende auto’s producten transporteren op de steeds kortere weg naar de klant. Velen werken niet in vaste dienst: het zijn flexwerkers. Volgens een rapport van de Lisbon Council, The Future of Work, moeten samenlevingen die succesvol willen zijn keihard investeren in onderwijs, moderne belastingsystemen die zijn afgestemd met andere EU-landen (we hebben immers één markt) en in sociale stelsels die werkgevers flexibiliteit bieden en werknemers protectie.

Wij verwijten onze politici dat ze destijds, toen de globalisering werd vormgegeven, te roekeloos hebben gedereguleerd en geprivatiseerd. Als ze bedachtzamer waren geweest en meer oog hadden gehad voor politieke en sociaal-economische consequenties op termijn, had Europa de globalisering beter haar kant op kunnen buigen. Dan had de crisis van 2008 ons minder hard getroffen en was de politieke tegenreactie minder fel geweest. Misschien was zelfs het gejojo over Brexit dan binnen de perken gebleven. Wat verwijten wij de politici over twintig jaar? Dat ze niet adequaat op de lokalisering hebben gereageerd? Hopelijk niet.

Deze tekst is voor mij aanleiding om mijn eigen persoonlijke conclusie en grief kenbaar te maken: politici – op alle niveaus – zijn zo druk bezig met hun agenda’s af te lopen – lees: af te jakkeren – en overleggen te voeren, dan ze helemaal geen tijd meer hebben om normale kranten te lezen – dan alleen naar de journaalbeelden te volgen om van de meest noodzakelijke ontwikkelingen op de hoogte te zijn – zodat ze geen idee hebben welk waardevol materiaal er in kwaliteitskranten geschreven staat. Dit artikel van Caroline zal ook niet door meer dan 10% van de politieke en bestuurlijke klasse worden gelezen – omdat er ambtelijke nota’s bestudeerd moeten worden – en zo ontgaat hen erg – te – veel in deze wereld. De conclusie is gewettigd dat de bestuurders letterlijk de regenten zijn gebleven van de 19e eeuw die geen zicht hebben wat het gewone leven voor de gewone burger betekent. Een nieuw Kinderwetje van Van Houten is weer nodig om alle ongerijmdheden van deze maatschappij weer recht te trekken. Wanneer komt nou eens eindelijk een evaluatie van het gevoerde crisisbeleid sinds 2008 en wanneer worden alle crisismaatregelen weer ingetrokken? Wanneer wordt op geheel nieuwe basis vastgesteld hoe deze maatschappij ingericht wordt en waar echt noodzakelijke nog belastinggelden nodig zijn? Deze debatten worden nooit gehouden omdat het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer alleen over krantenkoppen gaat en het liefst in de chocoladeletters van populistische kranten als de Telegraaf. Daar voeden de politici zich mee. Te bizar voor woorden. En ze heten volksvertegenwoordigers die het volk volgen… en hebben bijgevolg ook alleen een chaotische visie die de gewone burger heeft omdat die geen tijd heeft om studie van alles te maken.

[Caroline de Gruyter schrijft over politiek en Europa.]

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/06/10/het-gaat-opeens-hard-met-de-lokalisering-10984975-a1562442

Advertisements