Tags

Waarom devaluaties steeds slechter werken (Peter de Waard  2 juni 2017)

Sinds eind 2015, toen de campagne voor de Brexit begon, is de waarde van het Britse pond sterling gedaald van 1,42 naar 1,14 euro. Dat is een devaluatie van bijna 20 procent.

Britten moeten in vergelijking met drie maanden geleden nu 2,9 procent meer betalen voor hetzelfde mandje boodschappen in de supermarkt

De Britten zijn door de Brexit een stuk armer geworden in vergelijking met de landen in de eurozone, inclusief de Grieken en de Portugezen. Dat is merkbaar in de Britse winkels waar buitenlandse producten fors duurder zijn.

Britten moeten in vergelijking met drie maanden geleden nu 2,9 procent meer betalen voor hetzelfde mandje boodschappen in de supermarkt. ‘Dat is 27 pond per gezin. Als dit zo doorzet zijn ze aan het einde van het jaar 119 pond meer kwijt’, rekende het onderzoeksbureau Kantor deze week voor.

Aan de andere kant zouden de Britse bedrijven daarvan moeten profiteren. Nu het pond 20 procent minder waard is geworden zouden ze op de wereldmarkt beter kunnen concurreren. Het handelstekort dat het land al twintig jaar onafgebroken heeft, zou moeten afnemen.

Het pond is al decennialang met grote sprongen aan het devalueren

Maar het tegendeel is waar. In maart van dit jaar steeg het handelstekort van het land van 2,3 miljard een jaar eerder naar 4,9 miljard pond. In het eerste kwartaal van 2017 verdubbelde het tekort ten opzichte van het eerste kwartaal in 2016 (nog voor het referendum) van 5,7 naar 10,5 miljard pond sterling.

‘De val van het pond is de slechtste devaluatie in de geschiedenis‘, kopte The Sunday Times afgelopen weekeinde. Sinds eind 2015, toen het pond nog op 1,42 euro stond, is het handelstekort met 1,8 procentpunt van het bbp opgelopen in plaats van dat het spectaculair is verminderd, zoals mocht worden verwacht. In het eerste kwartaal van dit jaar daalde zelfs de export en steeg de import, terwijl het omgekeerde had moeten gebeuren.

Het pond dat begin jaren zestig in guldens nog meer dan een tientje kostte, is al decennialang met grote sprongen aan het devalueren. Maar bij de vorige grote waardeverminderingen – in 1967, 1976, 1992 en 2007 – leidden dat er steevast toe dat het tekort afnam. Twee keer leidde het zelfs tot een tijdelijk overschot.

Dat gebeurde in 1967 onder premier Wilson (waardedaling 14 procent) en ook in 1992 na de crash op Zwarte Woensdag (waardedaling 25 procent) waarbij het pond het Europees Monetair Stelsel moest verlaten. Het leidde respectievelijk tot de Swinging Sixties en Cool Britain, een periode waarin het leek dat het land was herboren.

Dat devaluaties niet meer werken heeft veel te maken met het veranderde karakter van de economie. Groot-Brittannië kent als geen ander land een diensteneconomie waar industrie en landbouw er nauwelijks toe doen. En de export van diensten is veel minder prijsgevoelig.

Theresa May kan dat het electoraat maar moeilijk uitleggen en moet gezien de kop van gisteren in deze krant zelfs ervoor waken de verkiezingen niet te verliezen. It’s the economy stupid.

De droom van velen die hoopten op een herstel van Britse trots na een brexit blijkt te zullen vervliegen.

http://www.volkskrant.nl/economie/waarom-devaluaties-steeds-slechter-werken~a4498532/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=paid&hash=55e1615afb6c9edda7aea6abec7b7364abc40edf

Advertisements