Tags

Europese Commissie presenteert drie defensiescenario’s (Marc Peeperkorn, 3 juni 2017)

De EU-landen moeten militair veel meer gaan samenwerken. De traditionele ‘soft power’ (diplomatie, hulp) van de EU voldoet niet langer in een steeds gewelddadiger wereld, stelt de Europese Commissie. In een van de toekomstscenario’s die ze volgende week presenteert, wordt de defensieplanning van de lidstaten ‘gesynchroniseerd‘ en komen er gezamenlijke legereenheden. De oprichting van een Europees leger is geen optie.

Deze balans tussen meer gesynchroniseerde defensieplanning maar uitdrukkelijk zonder gezamenlijke legereenheden is een schoolvoorbeeld van hoe de Europese samenwerking verder uitgewerkt moet gaan worden in de huidige, steeds complexere mondiale samenleving waarin nu ook een rol voor dwazen – sinds de verwerping van de VS van het Klimaatverdrag van Parijs een feit –  in het Witte Huis is weggelegd.

Om de burger te beschermen, is de Navo niet genoeg

‘Er staat erg veel op het spel voor Europa en haar burgers’, schrijft de Commissie. ‘Vrede en veiligheid thuis zijn niet langer verzekerd in een wereld waar grote en regionale machten zich herbewapenen, waar terroristen toeslaan in het hart van Europese steden en cyberaanvallen toenemen.’

Terecht opgemerkt.

Om de burger te beschermen, is de Navo niet genoeg, zeker nu de VS openlijk twijfel zaaien over de omvang van hun bijdrage. ‘Meer dan ooit moeten de Europeanen een grotere verantwoordelijkheid voor hun veiligheid nemen’, schrijft de Commissie in de zestien pagina’s tellende ontwerpnota.

‘Grotere’ verantwoordelijkheid, maar vooral een ‘meer creatieve en innovatieve’ verantwoordelijkheid, aangezien een grote verantwoordelijkheid niet betekent dat er meer bureaucratie en Brusselse regelzicht over de lidstaten moet worden verbreid.

Daarin staan drie toekomstscenario’s voor de Europese defensie, variërend van voortmodderen zoals nu tot een serieus gemeenschappelijk defensiebeleid. Ook in het [meest] vergaand[st]e scenario gaat het alleen om de gezamenlijke inzet van nationale militairen, net als de Navo dat doet. De Europese regeringsleiders willen eind dit jaar een keuze maken.

Het minimale scenario (Samenwerking) is een bescheiden stap voorwaarts vergeleken met de huidige situatie. De samenwerking tussen de lidstaten blijft hierin op vrijwillige basis, de EU is alleen betrokken bij kleinschalige civiele en humanitaire missies om crises elders te bezweren. Binnen Europa is de EU ondersteunend bij cyber- en terreuraanvallen. De defensie-industrie blijft nationaal en verdeeld, wat leidt tot onnodige overlap. Zo telt de EU 178 wapensystemen, tegen dertig in de VS. De EU-landen kunnen volgens de Commissie minimaal 30 miljard euro per jaar besparen als ze meer samenwerken bij de wapenproductie.

Vooral de spanningen binnen de lidstaten van de afgelopen jaren maakt een formulering als ‘De samenwerking tussen de lidstaten blijft hierin op vrijwillige basis’ een logische, maar deze wereld maakt een relatieve vrijblijvendheid niet meer verantwoord en er dienen spijkers met koppen worden geslapen. In dat kader is de ‘onnodige overlap binnen de defensie-industrie’ bestrijden een dringende noodzaak en wel omdat het EU-wijd ook geringere kosten oplevert, en een vervolgstap is dat iedere lidstaat een eigen hoofdprioriteit binnen de nieuwe defensie-structuur krijgt toegewezen op eigen specialisme, opdat de authentieke samenwerking daarmee gestimuleerd wordt.

In de meest ambitieuze optie (Gezamenlijk) kan de EU de zwaarste operaties aan

Dit minimale scenario biedt volgens de Commissie alleen onvoldoende antwoord op de nieuwe dreigingen. In haar tweede optie (Delen) is er dan ook sprake van een ‘veel grotere financiële en operationele solidariteit‘. Samenwerking wordt de norm, niet meer de uitzondering. Nationale defensieplannen worden op elkaar afgestemd.

Zoals dat ook zo hoort te zijn geregeld met de economische infrastructuur binnen de EU en vooral de eurozone.

De EU jaagt de ontwikkeling van drones en communicatiesatellieten aan met EU-geld. Gezamenlijke training en opleiding dragen bij aan een Europese militaire cultuur. Hierdoor kan de EU zowel binnen als buiten Europa bij serieuze crises optreden.

In de meest ambitieuze optie (Gezamenlijk) kan de EU de zwaarste operaties aan, met inzet van de marine in een vijandige omgeving. De militaire planning van de lidstaten is volledig gesynchroniseerd met het oog op integratie van legeronderdelen. De ontwikkeling van aankoop van wapens wordt mede met Europees geld mogelijk gemaakt.

Deze blog schrijvend realiseer ik mij nu hoe bijzonder ‘het’ gezamenlijke defensiebeleid gaat worden aangezien het VK daarin als toekomstige niet-lidstaat geen rol meer gaat spelen, maar alleen in Navo-verband: het wegvallen van de sterkste defensiemacht in vergelijking met Duitsland (altijd een vredesmissie-leger geweest) en Frankrijk met als voornaamste wapen een kernmacht en voor operationele doeleinden een probleemloze inzet van het Vreemdelingenlegioen[1], maakt dat het ‘probleem’ VK omzeild kan worden en dat maakt de toedeling van specialistische taakonderdelen makkelijker dan voorheen.

http://www.volkskrant.nl/4498883?utm_source=VK&utm_medium=email&utm_campaign=20170603|ochtend&utm_content=EU-landen%20moeten%20meer%20samenwerken,%20maar%20geen%20eigen%20Euro-leger&utm_term=38002&utm_userid=c4e15096-5da2-4cc7-ac79-6f9a61c6f2a4

[1] Sinds 1962 ingezet bij interventies in: Tsjaad

1978: Redding van Kolwezi (Libanon)

1991: Golfoorlog

1992: Cambodja, Somalië en Bosnië

1993: Rwanda

1996: Centraal-Afrikaanse Republiek

1997: Congo

2002-2003: Operatie Licorne in Ivoorkust

2007: Centraal-Afrikaanse Republiek

2006-2011: Afghanistan

2013: Mali

2013: Centraal-Afrikaanse Republiek

Advertisements