Tags

,

De schoorvoetende formatie met GroenLinks moet wel ‘hartstikke fout’ gaan – zegt het computermodel (Ulko Jonker, Den Haag, Nieuwsweek/fd papier, 22 april)

Als de politiek strikt rationeel zou zijn, kan de ChristenUnie snel aanschuiven aan de formatietafel

Stelling: deze subtitel zegt precies ‘alles’, en wel dat het veronderstelt dat de computer die strikt rationeel IS, maar die computers zitten er met hun modellen volkomen naast omdat ‘de’ mens en daarmee de wereld NIET rationeel is en computers kunnen daarmee – vooralsnog – niet uit de voeten; emoties, drogredenen en tactisch gedrag zijn als variabelen de computer vreemd. Er zijn dus onvoldoende parameters in computermodellen ingebracht om ‘feilloos’ te kunnen voorspellen wat er zal gebeuren en zolang dat naar alle waarschijnlijkheid de eerst komende tijden (50 jaar) zo zal blijven, kan de computer geen enkele verwachting van de mens, noch in persoonlijk opzicht, noch politiek of economisch, waarmaken.

Dit onderstaande betoog getuigt er mijns inziens van. Waar het nu in de informatiefase wél om gaat is de vraag of Jesse Klaver met zijn ideologische perspectieven van het economisme voldoende realiteitsgehalte kan tonen met ‘geven & nemen’ om daadwerkelijk een formatie tot een succes te maken. Het maakt dan formeel gesproken niet uit of het GroenLinks of ChristenUnie is dat aan die coalitie deelneemt, maar deelname van GL maakt in dat geval radicale politiek wel salonfähig. GL kan praktisch bewijzen dat ze kan slagen waar de PvdA gefaald heeft.

Waarom de schoorvoetende formatie met GroenLinks wel ‘hartstikke fout’ moet gaan (online versie)

# De formatie van Rutte III komt uit de beleefdheidsfase waarin de vorm overheerste. Deze eerste ronde kwam voort uit de inspanningsverplichting om ‘recht te doen aan de winnaars’ en aan de ‘kiezer die partijen tot elkaar veroordeeld’ heeft. Het plichtmatige karakter komt tot uitdrukking in adviezen om dan maar ‘eerst’ deze coalitie te onderzoeken of de schoorvoetende ‘bereidheid om met deze partijen verder te praten‘.

De derde zin lijkt de standaardzin bij iedere en dus ook de oude kabinetsformaties, maar dat is schijn. Het grote verschil met vroeger, dus voor Rutte 1 & 2 is dat er nu alleen nog maar middelgrote partijen in de Tweede Kamer bestaan (tussen 15 en 25 zetels) die een meerderheid van 75 in de Kamer aanzienlijk moeilijker maken en daarom een nieuwe onderhandelingsvaardigheid moeten ontwikkelen, die vroeger niet bestond omdat alles was dichtgetimmerd door een regeerakkoord.

Nu is het omgekeerde beeld ontstaan: per heet hangijzer moeten tussenallianties en deelakkoorden worden gesmeed. En daarmee verandert de politiek wezenlijk van karakter. Het gaat dus – terug naar het citaat – niet om ‘schoorvoetende’ bereidheid om met ‘deze partijen verder te praten’, maar om ‘stevige’ bereidheid omdat er geen keuzen meer bestaan. val je als onderhandelaar af, dan is dat definitief kiezen voor de oppositie. En de vraag of een oppositieperiode wel een lonkend perspectief zal bieden omdat die oude wetmatigheid (‘ijzerenwet in het Nederlandse bestel’) niet meer opgaat. PVV en SP verkiezen met de regelmaat van de klok. Even goed als er geen premierbonus meer bestaat. Rutte schoot boven de PVV uit nadat de Turken hun blunders hadden gemaakt met hun campagne-inbreng van ministers in ons land.

# Nadat tijdens de campagne de tegenstellingen met oorverdovend mediageschut zijn uitvergroot is het subtiele tactische spel begonnen waarin de nieuwe verhoudingen moeten worden getest op hun kleefkracht. In de formatie zit premier Mark Rutte aan tafel met rivaal Sybrand Buma, die hem de afgelopen vier jaar meed als de pest, en met ‘new kid on the block’ Jesse Klaver, die hem diskwalificeerde voor het premierschap omdat hij ‘de grenzen van het democratisch fatsoen’ zou hebben overschreden.

In een wereld waarin het in toenemende mate gaat om ‘showbizz’ is het publiek wel gewend geraakt aan alle wisselingen van de rollen. Daar draait het dus niet om. Rivalen blijven het in deze dualistische politieke bestel en dat zullen ze blijven, want de politiek denkt niet zonder te kunnen. Maar verkiezingen elders bewijzen steeds meer dat authentieke geluiden als de winnaars worden aangewezen en niet de megafoons van de partijapparaten. En dus horen diskwalificaties ook bij dat oude toneel.

Scherpe kantjes eraf vijlen

# Ook om die scherpe kantjes eraf te vijlen is de beleefdheidsfase nodig. Het scheelt dat Rutte zelf de kunst van het verdonkeremanen van verschillen beheerst als geen ander. Ook Alexander Pechtold werpt zich gretig op als bruggenbouwer voor een coalitie waarvoor hij als enige openlijk enthousiasme toont. De vraag of dit genoeg is, houdt informateur Edith Schippers wakker. ‘Ik heb het idee dat het zeker wat kan worden, maar ik heb ook het idee dat het hartstikke fout kan gaan’, zei ze donderdag nadat de partijen uiteen waren gegaan voor een week vakantie.

Het is maar de vraag of Rutte de ‘kunst van het verdonkeremanen van verschillen beheerst als geen ander’ zoals hier gesteld wordt. Rutte heeft zich niet altijd als een staatsman boven de partijen opgesteld en de verklaring is ook duidelijk te vinden: hij praat te gemakkelijk maar bijna machinaal en hij heeft moeite om verbale uitglijders te vermijden; hij is altijd de partijman gebleven. Maar zijn opponenten in de Kamer zijn van een minimaal debattechnisch niveau zodat Rutte toch gemakkelijk overeind bleef. En de oppositie heeft ook nooit een oppositionele macht gevormd, die Rutte daadwerkelijk klem kon zetten. Dat was het manco tijdens Rutte2.

# Begin mei start de tweede ronde: de onderhandelingsfase. Die kan kort zijn als de verschillen onoverbrugbaar blijken. Er is dan geen noodzaak meer om de schijn op te houden. Er is voldaan aan de plicht om de overwinningsroes van GroenLinks af te fakkelen in een ogenschijnlijk serieuze formatiepoging. Maar er is dan ook zoveel tijd genomen dat er ongeduld zichtbaar wordt.

Waar een ‘wil bestaat’ is ook altijd een weg naar succes. ‘Onoverbrugbaar’ is dus inmiddels een gepasseerd station, tenzij een Klaver plotseling te maken krijgt met paniek uit onzekerheid vanuit zijn partij, maar dan heeft de partij ook de ingezette campagnestijl onderschat en mag daar de oorzaak van de mislukking van de informatie gezocht worden. Het perspectief is dan eeuwig in de oppositie blijven, want realiteitsgehalte mag van iedere politieke partij gevraagd worden.

Computermodel weet de uitkomst al

# Schippers kan zichzelf, GroenLinks en de rest van Nederland een hoop tijd en frustratie besparen als ze haar oor te luister legt bij de Groningse hoogleraar Frans Stokman, die zich heeft toegelegd op modellen voor complexe collectieve en politieke besluitvorming. Hij heeft voor deze formatie de variabelen in zijn computermodel ingevoerd en kent de optimale uitkomst: een kabinet van ‘motorblok’ VVD-CDA-D66, aangevuld met de ChristenUnie.

Zoals hierboven al aangegeven: onzin. De computermodellen moeten zich nodig eerst bewijzen, te beginnen bij het CPB.

# Een simulatie van onderhandelingen over coalitiemogelijkheden, op basis van het relatieve gewicht van de deelnemende partijen en het belang dat ze hechten aan elf programmapunten zoals AOW-leeftijd en pensioenen, Europa, immigratie, marktwerking in de zorg, milieu-uitgaven en belasting, (de)nivellering en defensie-uitgaven, bevestigt dat niemand gelukkig wordt van een coalitie met GroenLinks. De partij zelf nog het minst.

Ook wordt niemand gelukkig met computermodellen die nog in hun kinderschoenen staan. De vraag echter ook of de computer met zijn mogelijkheden niet structureel overschat wordt.

GroenLinks legt het zwaar af

# Denivellering staat op 95% inzet bij de VVD, nivellering op 80% bij GroenLinks. Ook rond het vreemdelingenbeleid knettert het: GroenLinks staat diametraal tegenover CDA en VVD, met aan beide zijden een hoge vasthoudendheid. Ook bij het terugdringen van marktwerking in de zorg en het invoeren van milieubelastingen delft GroenLinks het onderspit.

Deze passage maakt duidelijk dat het de vraag is of de politieke partijen wel voldoende interne trainingsfaciliteiten bieden om het eigen ‘idealisme’ te ‘kruisen’ of te ‘confronteren’ met de politieke praktijk van alle dag in verband met concessies en compromissen. Kortom, waar de computer alleen rekening houdt met – want gewoon handmatig ‘ingevoerd’ in de computer – ‘vaststaande’ variabelen, blijkt de computer direct waardeloos als er onderhandeld wordt over veranderingen in die variabelen.

95% als inzet van de VVD op het thema ‘denivellering’ wordt dan teruggebracht tot 60 of 65%, als daar 80% van GL ook in dezelfde mate wordt aangepast. Maar aanpassen moet want ‘geven & nemen’ is onvermijdelijk. Hoe pakt de computersimulatie dat aan in bedrijfsmatige modellen en in politieke modellen?

# Doorrekening van alle variabelen en simulatie van de onderhandelingen in tien rondes maakt expliciet wat iedereen wel aanvoelt: dat de partij die numeriek slechts 16% van de zetels voor deze coalitie zou leveren, het inhoudelijk zwaar moet afleggen tegen VVD en CDA. Anderzijds gooit Jesse Klaver nog zoveel roet in het eten dat samenwerking met hem voor de anderen extra onaantrekkelijk is ten opzichte van het alternatief.

Hoezo gooit ‘Klaver nog zoveel roet in het eten’? Als dat al gebeurd was, had hij zich al teruggetrokken.

# Het CDA scoort in een coalitie met ChristenUnie op liefst acht van de elf beslispunten. Maar als GroenLinks meedoet, blijven daar nog maar drie van over. Ook D66 komt aanzienlijk beter uit de verf zonder GroenLinks: op zeven terreinen hoeft de partij maar weinig in te leveren, een ‘nutsverlies’ van 10% of minder. Met GroenLinks erbij is het nutsverlies van D66 21%, zelfs al haalt ze dan onderwijs als speerpunt volledig binnen – maar dat lukt met ChristenUnie net zo goed.

Deze computeruitkomsten bewijzen alleen maar hoe zinloos die voorspellingen zijn want een kind kan dezelfde redeneringen opvoeren. Een computersimulatie heeft dus het verstandelijke vermogen van het kind nog niet overstegen!

Startmotor van Rutte III

# Als de politiek zo rationeel zou zijn als het model veronderstelt, kan de formatie na volgende week snel worden beslecht. Het model voorspelde de inhoud van drie eerdere regeerakkoorden voor 80% correct en de uitkomsten van de klimaatconferenties van Kopenhagen en Parijs bijna feilloos. Maar het houdt geen rekening met onzichtbare motieven, zoals de gretigheid van Jesse Klaver om te laten zien dat zijn partij bij de grote jongens hoort en kan incasseren. Ook persoonlijke verhoudingen of een tussentijdse wissel in het formatieproces kunnen een heel eigen dynamiek creëren.

Die hoge percentages die bereikt werden zou ik graag wat bewijsvoering onder ogen krijgen. Ik neem aan dat dit het werk is van econometristen?

# En wat wordt de positie van ChristenUnie als GroenLinks eenmaal is uitgeteld? Ze zou in een coalitie met het ‘motorblok’ de onderliggende partij zijn, al zou zij volgens het model beter uit de verf komen dan GroenLinks. Ethische kwesties zoals die spelen tussen D66 en CU, wegen in het model niet mee. En CU-leider Gert-Jan Segers weet ook dat zijn positie veel sterker is dan zijn numerieke inbreng alleen rechtvaardigt als hij wordt binnengeroepen als startmotor van Rutte III.

En de vraag ‘wat wordt de positie van ChristenUnie als GroenLinks eenmaal is uitgeteld?’ is makkelijk te beantwoorden: precies hetzelfde als ‘voorganger’ GL! In die onderhandelingsposities zit immers geen verschil.

https://fd.nl/economie-politiek/1198776/waarom-de-schoorvoetende-formatie-met-groenlinks-wel-hartstikke-fout-moet-gaan

Advertisements