Tags

,

Toegenomen aantal aardbevingen in Groningen’, verslag van de Handelingen van 20 april ‘17

Aan de orde is het debat over het toegenomen aantal aardbevingen in Groningen.

De voorzitter:

Ik heet de minister van Economische Zaken, de mensen op de publieke tribune, de Kamerleden en de andere aanwezigen van harte welkom. Mevrouw Van Tongeren is de eerste spreker namens GroenLinks en de spreektijden zijn vijf minuten. Ik geef het woord aan mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Meters stukken over het aardgasdossier; veel papier dus, maar intussen geen oplossingen. Intussen zijn de schoolgaande kinderen in het aardbevingsgebied niet veilig in hun scholen, mensen niet veilig in hun huizen en in andere gebouwen en raakt kostbaar cultureel erfgoed voorgoed beschadigd. Maar de scheuren zitten niet alleen in de gebouwen, door de houding van de NCG, de NAM en de rijksoverheid zitten er ook diepe scheuren in en tussen mensen. Dit is een citaat uit het persbericht van de Groninger Bodem Beweging dat iedereen hier aanwezig zal herkennen.

De aanleiding voor dit debat was voor mij het nieuws dat de NAM uit het cluster Loppersum 1 miljard kuub gas had gewonnen. Op 18 november 2015 vonniste de Raad van State dat de gaswinning uit die productielocaties alleen mocht om deze locaties open te houden. Kan de minister mij uitleggen hoe hij vindt dat hij het vonnis van de Raad van State uitgevoerd heeft dan wel betrokken heeft bij zijn besluiten? Zou de minister mij een toezegging willen doen dat er gestopt wordt met winning uit het cluster Loppersum, behalve voor de absolute minimale waakvlamstand?

De Onderzoeksraad Voor Veiligheid kwam met een update van het eerdere rapport uit 2015, waarin de onderzoeksraad zei dat burgers veilig moeten zijn en zich veilig moeten voelen in hun dagelijkse leefomgeving. De minister zei destijds dat hij de aanbevelingen van de onderzoeksraad ging uitvoeren. De onderzoeksraad concludeert dat er heel veel gebeurd en gedaan is, maar dat de vijf aanbevelingen van destijds nog niet volledig uitgevoerd zijn. Is de minister bereid om het volledig uitvoeren van die vijf aanbevelingen alsnog in gang te zetten, zodat de aanbevelingen uit het oorspronkelijke OVV-rapport geheel uitgevoerd worden?

Wij kregen een bericht van de minister dat per 1 oktober 2017 de gaswinning van 24 naar 21,6 miljard kuub kan. In 2016 kregen wij een uitgebreid onderzoek van de Gasunie, die een overzicht gaf over de benodigde gaswinning in de jaren 2017-2020. Daaruit blijkt dat de Gasunie niet in staat is om de gasvraag ook maar enigszins te voorspellen, terwijl de minister wel steeds de leveringszekerheid als argument gebruikt. Mijn vragen zijn: waarom kan de winning niet nu alvast naar beneden, waarom wel per 1 oktober? Als er een warmere winter is dan gemiddeld kan er dan minder gewonnen worden? Hoe komen wij nu aan betrouwbare cijfers? Tenzij de minister mij kan uitleggen dat zowel het besluit van de minister nu als de inschattingen van de Gasunie, GTS, kloppen, ben ik benieuwd hoe het zit. Wij hebben betrouwbare cijfers nodig als wij vertrouwen op leveringszekerheid als argument voor de hoeveelheid te winnen gas.

Dan de schadeafhandeling. Ik heb in 2014 al gezegd — niet dat dit nu helpt — dat het Centrum Veilig Wonen de oplossing niet zou geven. Het Centrum Veilig Wonen, zei ik toen, staat niet los van de NAM en de NAM hangt aan de touwtjes van de Shell. De Groninger Bodem Beweging en anderen hebben in hun recente brieven duidelijk gemaakt waar de problemen zitten. Het leek erop dat de minister de uitslag al gaf voordat de wedstrijd gespeeld was. De minister zegt nu dat hij ruimte geeft voor de discussie in Groningen. Is dus elke andere oplossingsvorm ook acceptabel, en moet het niet per se een onafhankelijke commissie zijn die dit besluit en hoeft niet elke veertien dagen over de schade overleg gevoerd te worden met de NAM? Zijn voorstellen van bijvoorbeeld de Vereniging Eigen Huis of van prof. Reurt Gisolf, die bekijkt hoe je de wet massaschadeclaims kunt gebruiken, ook acceptabel? Is de minister bereid om, welke schadeprotocol het dan ook wordt, te borgen dat zo’n protocol in lijn is met de Nederlandse wetgeving? Komt er dus een juridische toets op zo’n protocol om te kijken of het klopt met de Nederlandse wet, bijvoorbeeld door de afdeling advisering van de Hoge Raad of de president van de rechtbank van Amsterdam? Is de minister ook bereid om het volgende te bekijken? Er wordt heel veel onderzoek gebruikt om schadeclaims in de zogenaamde buitengebieden af te wijzen. Kunnen we ervoor zorgen dat dit onderzoek gepeerreviewd en dus wetenschappelijk gevalideerd is en dat de relevante NEN- en ISO-normen — bijvoorbeeld ISO 4866 — daar duidelijk bij betrokken zijn? Op dit moment is dat niet zo. Is onderzoek een mening of is onderzoek echt wetenschappelijk gevalideerd?

Mijn laatste vraag is hoe het staat met de uitvoering van het in de begroting van EZ terechtgekomen amendement-Van Tongeren, waarmee twee ton is gereserveerd voor juridische bijstand in Groningen. Ik begrijp dat er nu — we zitten bijna in mei — nog geen cent is uitgegeven. Als dat zo is, kan dat geld misschien naar bijvoorbeeld de Stichting Recht voor Groningen? Wil de minister de aandeelhouders van het Centrum Veilig Wonen vragen of zij misschien 1 miljoen van de 2 miljoen winst die zij hebben gemaakt met het Centrum Veilig Wonen, aan Groningers willen uitgeven, bijvoorbeeld aan de Stichting Recht voor Groningen?

(…)

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik heet in het bijzonder de klas van basisschool Het Veldhuis van harte welkom. Ik geef het woord aan de minister. De kinderen weten waar het over gaat.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik heet in het bijzonder de klas van basisschool Het Veldhuis van harte welkom. Ik geef het woord aan de minister. De kinderen weten waar het over gaat.

Minister Kamp:

Voorzitter. Ze weten waar het over gaat. Het gaat over Groningen en dat is een onderwerp waar ook de beide spreeksters die vandaag hun maidenspeech hebben gehouden, zich op gestort hebben. Ik denk dat we hebben kunnen vaststellen dat mevrouw Beckerman met veel gevoel heeft verwoord waar het uiteindelijk allemaal om gaat in dat gebied, namelijk om wat de mensen daar ervaren. Zij heeft verwoord met welke effecten van de aardgaswinning de mensen daar te maken hebben. De aardgaswinning vindt al tientallen jaren, vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, in Groningen plaats. Mevrouw Beckerman heeft verwoord wat daarvan nu de impact is op het gebied en op de mensen. Zij vertaalt dat naar individuele mensen toe en dat doet ze zeer terecht, omdat het uiteindelijk om hen gaat. Ik wil haar, evenals mevrouw Sazias, complimenteren met haar maidenspeech.

Ook mevrouw Sazias heeft dat op haar manier gedaan. Zij heeft het verband gelegd tussen de transitie naar duurzame energie, de overgang van fossiele naar duurzame energie en de gewenste afbouw van de gaswinning in Groningen. Ik denk dat zij dat zeer terecht heeft gedaan, net zo goed als zij terecht heeft gewezen op de impact die alles wat rond de aardbevingen gebeurt heeft op de kinderen in dat gebied. Dat is iets waar we niet genoeg aandacht aan kunnen geven. Ik denk dan ook dat dat zeer terecht door mevrouw Sazias naar voren is gebracht.

Ik wil dus beide woordvoerders niet alleen complimenteren met hun maidenspeech, maar ook gelukwensen met het feit dat ze vanaf nu volwaardig deel uitmaken van het parlement. Het is een voorrecht om dat te mogen doen. Ik ben ervan overtuigd dat zij dit met heel veel inzet zullen doen en ik hoop ook dat zij dat nog heel lang zullen doen.

Voorzitter. Dit is volgens mevrouw Van Veldhoven het 125ste debat over energie in deze kabinetsperiode. De woordvoerders hebben opnieuw aangegeven wat er leeft in het gebied. Ik denk dat we dat het beste kunnen verwoorden als “gestold wantrouwen“. Er is echt sprake van gestold wantrouwen in Groningen. Dat is de mensen in Groningen niet te verwijten, want dat is veroorzaakt door de gaswinning. Degenen die verantwoordelijk zijn voor de gaswinning, zijn daar dus verantwoordelijk voor. De NAM wint gas. De rijksoverheid heeft daar vergunningen voor afgegeven. En ook ik als minister heb in deze kabinetsperiode verantwoordelijkheid gedragen voor wat er met betrekking tot de gaswinning en de aardbevingen in Groningen is gebeurd. Er is dus sprake van gestold wantrouwen en wij moeten het voor elkaar krijgen dat we dat oplossen. Wij moeten ervoor zorgen dat er weer vertrouwen in en betrokkenheid bij het werk komen dat overheden doen om de situatie daar te verbeteren. Ik geloof dat wij dat het allerbeste kunnen doen door te presteren, dus door ervoor te zorgen dat er in dat gebied echt dingen verbeteren. De problemen van mensen zijn veroorzaakt door iets wat echt fout is gegaan. Zij begrijpen heel goed dat die problemen alleen maar opgelost kunnen worden door het goed en beter te gaan doen. Gelukkig gebeurt dat.

Deze antwoorden van de minister in bovenstaande alinea’s geven toch een heel vreemde indruk vanwege de jarenlange klachten die er inmiddels bestaan en die dus op dit moment in het lang voortslepende debat over de gaswinning in Groningen niet meer zo eenvoudig kunnen worden ‘beloofd’ te worden verbeterd via de woorden ‘veroorzaakt door iets wat echt fout is gegaan’, als of dit het eerste debat hierover is. Dit komt neer op misleiding door de minister die zeer bewust sussende woorden hanteert en iedere toehoorder, zowel Kamerleden, als toeschouwers op de publieke tribune en thuis via Politiek24 in verwarring brengt. De Kamerleden zijn dit ‘Lubberiaanse’ en wollige taalgebruik van deze minister gewend, maar omdat ik thuis dit debat heb gevolgd, weet ik waar precies naar bewijzen moet gaan zoeken om aan te tonen dat de minister de Kamer bewust op het vereerde been zet. Want het kernprobleem is het aantal interrupties per keer dat beperkt is tot 3, en als een bewindsman maar kleine en onopvallende wijzigingen in zijn antwoorden aanbrengt, dan staat het (of liever ieder) Kamerlid schaakmat. Laat ik hierbij direct opmerken dat ik achter deze vastgelegde procedure in het Reglement van Orde sta, omdat er anders oeverloos lang in herhaling wordt gevallen door alle sprekers (zowel Kamerleden als bewindslieden) en dat maakt het onmogelijk voor de buitenstaander te volgen. Maar het enige antwoord op deze praktische bezwaren van politiek debatvoeren is dat ‘slaapverwekkende’ antwoorden door een minister gepareerd moeten worden door geen zinloze anders geformuleerde vragen, maar door heel concrete praktijkgevallen, waar de minister niet tegen opgewassen is. Als ieder Kamerlid dergelijke praktijkvoorbeelden kan aandragen, zodat er op het ‘gehoor’ (voor de buitenwacht) een eensgezind optreden wordt geregisseerd dan wordt een effectief front tegenover de minister zichtbaar en daar zal de journalistiek op kunnen inhalen om hun verslagen daarmee te verlevendigen.

In het laatste advies van het Staatstoezicht op de Mijnen kun je op bladzijde 6 zien dat het aantal aardbevingen in het gebied sinds het jaar 2013 is gehalveerd. Je ziet ook dat de sterkte van de aardbevingen veel minder is geworden. Het is bovendien zo dat er vorig jaar voor het eerst sinds 2005 geen aardbeving is geweest sterker dan 2,5 op de schaal van Richter. Dat zijn allemaal concrete verbeteringen die absoluut noodzakelijk waren. Ook zie je dat er een directe relatie ligt met wat we in de afgelopen kabinetsperiode gedaan hebben, namelijk de winning van aardgas meer dan halveren vergeleken met de tijd voor de huidige kabinetsperiode. Die concrete verbetering is gerealiseerd.

Ook weer zinloze goedpratertjes van de minister. Die concrete verbeteringen waren natuurlijk absoluut noodzakelijk, maar zoals de problemen zich vandaag de dag voordoen, is de bevolking met dit soort loze zinnen niet gediend.

Van alle schademeldingen die er gedaan zijn in het gebied — dat waren 80.000 schademeldingen; het is vreselijk om te moeten zeggen — is 85% afgehandeld. Dat is in ieder geval gebeurd. Dat is een bijdrage aan het herstellen van het vertrouwen. Ik denk dat het ook een grote bijdrage is dat nu de situatie is bereikt dat iemand die schade heeft, die niet meer uit hoeft te knokken met de NAM. Iedereen snapt onmiddellijk dat de balans zoek is tussen een schademelder, een burger, en de NAM, een grote organisatie van Shell en ExxonMobil. Daarvoor in de plaats is degene gekomen die er hoort te zijn, namelijk de overheid. De overheid moet ervoor zorgen dat er regie is op wat er gebeurt en dat de zaken daar, inclusief de schadeafhandeling, op een nette manier worden afgewikkeld, zodanig dat de schademelders er ook vertrouwen in kunnen hebben.

Hier is dus helemaal geen sprake van een ‘bijdrage aan het herstellen van het vertrouwen’. Smeerolie uit de mond van deze minister. Allemaal zinloze zinnen.

Wordt vervolgd.

Advertisements