Tags

,

1945: Einde van een tijdperk? (Michael Eliot Howard, verkorte tekst van de Leidse Huizingalezing 1985, Opinie/NRC Handelsblad, 14 december 1985)

De Europese erfenis van onderlinge verscheidenheid en conflicten zal de wereld blijven beroeren

# De Tweede Wereldoorlog eindigde in 1945 en dit jaar hebben wij het einde van een nachtmerrie gevierd. (…) Het was het einde van een halve eeuw van Duitse oorlogen en van het Duitsland dat deze oorlogen ontketend heeft.

# Dit kunnen wij nu wel met een redelijk gerust hart stellen. Hoe onze conclusie over de mate waarin Duitsland verantwoordelijk was voor het uitbreken van de oorlog van 1914 ook zal luiden, de aspiraties die werden aangewakkerd door gezaghebbende figuren binnen de heersende klassen van het vooroorlogse Duitsland, evenals de oogmerken van deze oorlog zoals zij die kort na het uitbreken ervan bekendmaakten, hadden expliciet de onderwerping van Europa ten doel, waarmee de definitieve basis zou zijn gelegd voor de status cab wereldmacht, of zoals wij tegenwoordig zouden zeggen, “supermacht”. (…)

# Oorlogen van prinsen werden oorlogen van naties, die moeilijker beheersbaar zijn en veel moeilijker te stoppen. Ik wil hiermee het belang van het nationalisme in eerdere oorlogen geenszins bagatelliseren. Maar het nationalisme van de negentiende eeuw was een ander geval. Het was niet alleen historisch van aard, maar ook ideologisch en teleologisch. Het was niet alleen zelfbewust, maar impliceerde een zekere missiedrang, de behoefte om een waardenstelsel uit te dragen dat, hoewel geworteld in de eigen natie, van universeel belang werd geacht en daarom zo wijd mogelijk verbreid diende te worden. Dat de Franse revolutionaire legers zo voortvarend over Europa heen walsten, was niet alleen te danken aan hun toewijding aan het historisch beeld van Frankrijk, aan een idee dat nota bene belichaamd werd door de monarchie die zojuist te gronde was gericht.

De goede verstaander leest hier dat het huidige nationalisme verschilt van eerdere versies in voorgaande tijden, doordat het huidige gekenmerkt wordt door cultuur en nationale identiteit, en het oude nationalisme door wat genoemd werd missiedrang vanuit universeel belang, maar dat komt op niets anders neer dan imperialisme, dat de gehele Europese geschiedenis heeft gekenmerkt, zelfs in de Middeleeuwen, maar doen ging het om stedelijk imperialisme.

Universeel ideaal

# Ik doel hier op het idee dat voor Frankrijk een taak was weggelegd bij de verwezenlijking van een universeel ideaal: van vrijheid, gelijkheid en broederschap dat stamt uit de filosofie van de Verlichting en dat de Amerikaanse revolutionairen en de Engelse radicalen evenzeer had geïnspireerd als de Fransen. En het symbool van dit ideaal, le tricolor, werd zeker in het begin als een bevrijder gezien, waar hij ook werd geplant. De leiders van revolutionair Frankrijk zagen zichzelf als degenen die door de geschiedenis waren uitverkoren om de ketenen te verbreken van een corrupte oude orde die heel Europa in haar macht had. Nadat ze zichzelf hadden bevrijd, zagen ze het als hun plicht anderen te bevrijden. Zij gaven de aanzet tot een reeks “nationale bevrijdingsoorlogen” die in de loop van de negentiende eeuw op Italië en de Balkan zou overslaan en in de twintigste eeuw op de rest van de bewoonde wereld.

Zo kan het twintigste eeuwse Europese kolonialisme ook gekarakteriseerd worden alsmede de Amerikaanse interventieoorlogen in de strijd tegen het communisme.

# Maar hoewel de Franse legers geloofden dat zij de vrijheid meevoerden op de punt van hun bajonet, bleven het Franse legers, en een bajonet blijft een bajonet, ongeacht het doel waarvoor hij wordt gebruikt. “Bevrijding” is soms onlosmakelijk verbonden met “onderwerping”, althans daar leek het veel op in de meeste landen die door de Franse revolutionaire legers waren bevrijd; ook de kortstondige Bataafse Republiek in Nederland kon daarvan meepraten, vooral nadat er een Bonaparte op de troon was gezet.

# De traditionele en autochtone waarden die de “oude orde” ondanks al haar fouten altijd ongemoeid had gelaten, werd door de bevrijders uit den vreemde geweld aangedaan. De door Frankrijk bezette volkeren begonnen uit zelfverdediging de oorsprong van hun eigen nationaliteit te onderzoeken.

# Met name de Duitsers gingen zichzelf als een “natie” zien die haar identiteit aan een heel andere oorsprong ontleende dan de Franse. In de ogen van Duitse filosofen had Frankrijk de liberale theorie in diskrediet gebracht, zoals in de tegenwoordige tijd de Sovjet-Unie de eens zo aantrekkelijke ideologie van het communisme in diskrediet heeft gebracht. Voor de Duitse liberaal hadden de woorden “vrijheid” en “gelijkheid” een niet-vertrouwde klank, in tegenstelling tot Enigkeit und Recht und Freiheit, eenheid, recht en vrijheid. En op deze zo typisch Duitse kenmerken, eerbied voor het gezag van de staat, eerbied voor de wet en eerbied voor de macht van het zwaard, diende Duitsland te worden gegrondvest en deze kenmerken werden niet als voortvloeisel van enig moreel gebod beschouwd, maar als inherent aan de aard van das Volk.

# Zo was tegen het eind van de negentiende eeuw de onderlinge nationale rivaliteit het niveau van een traditionele machtsstrijd tussen staten ontstegen. Er was haast sprake van godsdienstoorlogen, van conflicten tussen strijdige levenswijzen.[…][1]

En hier zien we de voorspellende blik van de Britse historicus, die natuurlijk niet letterlijk, maar al de kiemen van het opkomende islamisme heeft voorzien en die nu in dit betoog tegen een welbekende Europese achtergrond kunnen worden beschouwd. Dat is het verdienste van deze Huizingalezing, die het verdient om opnieuw gelezen te worden.

# Voor allen die meevochten in de Eerste Wereldoorlog, leken de aspiraties of het voortbestaan van hun natie op het spel te staan. de meesten vonden het dan ook vanzelfsprekend, onvermijdelijk en haast begerenswaardig om de wapenen aan te gorden. De denkbeelden van Charles Darwin waren uit de losse pols in politieke termen vertaald. In brede kring werd aangenomen dat vooruitgang, zowel in internationaal als in biologisch opzicht, een kwestie was van natuurlijke selectie en dat oorlog een natuurlijke manier was om de naties te elimineren, die niet in staat mochten worden geacht de fakkel van de beschaving aan toekomstige generaties over te dragen.[…]

# De bereidheid om oorlog te voeren was voor 1914 weliswaar haast in heel Europa aanwezig, maar on Duitsland was ze heel erg groot. […] Ten westen van de Rijn waren de in de Eerste Wereldoorlog opgedane ervaringen verschrikkelijk genoeg om een herleving van het militarisme in de kiem te smoren en men kan zich er zelfs over verwonderen dat het in Duitsland weer de kop opstak. Maar dat gebeurde wel, gesterkt door de verbittering over een nederlaag die des te ondraaglijker was na de praktisch ononderbroken reeks Duitse overwinningen aan alle fronten en na een gedicteerde vrede die, bij het bepalen van Duitslands oostgrens, het land beroofde van wat door velen als het hart van de natie werd beschouwd.

# Toegegeven, de oude klasse die de basis vormde voor het Pruisische militarisme en die zo de nadruk legde op de monarchie, het hof en een geprivilegieerd officierenkorps, was uit de weg geruimd; maar zij werd opgevolgd door het nationaal-socialisme, een populistische beweging die overal waar ze bestond een rijke voedingsbodem schiep voor eerzucht en vooroordelen. In het credo van het nazisme leek het oude Volksempfinden, dat bij spaarzaam gebruik een heilzaam tonicum kon blijken, zich te hebben ingedikt tot een wel zeer dodelijk gif.

# De vroegere, alleszins gerechtvaardigde fierheid op de Duitse cultuur was verworden tot een biologische schijndoctrine die het ene ras boven het andere stelde. De vroegere bereidheid om voor het vaderland te vechten, een bereidheid waarop elk land in laatste instantie moet kunnen terugvallen om zijn onafhankelijkheid te verkrijgen of te verdedigen, was verworden tot een verering van oorlog als een manier van leven, tot een soldatenethiek volgens welke oorlog niet alleen een onontbeerlijk beleidsinstrument van de natie was, maar een doel op zichzelf. Het nazisme was zowel het hoogtepunt als het failliet van het Europese nationalisme, en om er een eind aan te maken moest het tanende nationaliteitsgevoel van andere Europese staten worden aangewakkerd.

# De Duitse overmoed werd genadeloos afgestraft; niet alleen het Duitse nationalisme werd vernietigd, maar ook de Duitse staat die daardoor geschapen was. Daarom was het niet alleen Duitslands gooi naar de wereldmacht waaraan in 1945 een einde kwam, maar een heel tijdperk van nationalistische conflicten binnen Europa, dat begonnen was met de revolutionaire oorlogen van de Fransen aan het einde van de achttiende eeuw.[…]

# Maar 1945 was getuige van het einde van een heel ander en nog veel belangrijker tijdperk in de wereldgeschiedenis, dat van de centrale plaats, en uiteindelijk de suprematie, van Europa binnen de wereld. (…) De Fransman Alexis de Tocqueville, die bijna een eeuw geleden leefde, had als eerste de vooruitziende blik om een wereld te beschrijven die zou worden overheerst door twee continentale grootmachten, de Verenigde Staten en Rusland. (…) Tegen het einde van de negentiende eeuw werden zijn denkbeelden door een veel grotere kring van Europese geleerden gedeeld.

# Dit vooruitzicht verklaart in belangrijke mate waarom de Engelsen zo naarstig probeerden hun over de aardbol verspreide gebiedsdelen samen te voegen tot een “Groter-Brittannië” en waarom de mogendheden op het vaste land nog moeite deden om overzeese gebiedsdelen in de wacht te slepen, namelijk om hun status te behouden in een machtsstelsel dat niet langer uitsluitend Europa zou behelzen, maar de hele wereld.

Deze hoop ligt nu besloten in het besluit de EU te verlaten.

# De nederlaag van Duitsland in twee wereldoorlogen zou meer betekenen dan de uitschakeling van een van de Europese dingers naar de wereldmacht. Het toebrengen van d nederlaag vergde zoveel van de krachten van de Europese concurrenten, dat deze laatsten niet in staat waren het deel van de wereld dat ze al in hun macht hadden vast te houden. (…) Slechts één ding had het voortbestaan van de Europese grootmachten kunnen verzekeren: de blijvende goedkeuring en steun van de Verenigde Staten. Het achterwege blijven van de steun, niet in de laatste plaats in het geval van Nederland in Indonesië, luidde het einde in van de oude Europese mogendheden. De bevolking van de Verenigde Staten had zich niet in de Tweede Wereldoorlog gestort om zich voor het karretje te laten spannen van een imperialistisch systeem waartegen zijzelf als eerste in opstand was gekomen. Het verbijstert de Amerikanen dan ook oprecht dat uitgerekend zij nu in zo brede kring voor de erfgenamen van dat systeem worden uitgemaakt.

(…)

# Hun [VS] nationalisme is, net als dat van het revolutionaire Frankrijk aan het eind van de achttiende eeuw, veeleer gebaseerd op de overtuiging dat hun politieke systeem een aantal absolute waarden behelst die universeel toepasbaar zijn; dit geldt evenzeer voor het begrip mensenrechten, dat is uitgewerkt door de grondleggers van de Verenigde Staten maar zijn wortels heeft in de Franse, Britse en niet te vergeten de Nederlandse politieke ideeën van de zeventiende en achttiende eeuw, als voor de evolutie van een rechtvaardige maatschappij door middel van de klassenstrijd, die weliswaar tot het gedachtengoed van de Sovjet-leiders behoort en wellicht onder Lenin haar definitieve formulering heeft gekregen, maar die aanvankelijk in het negentiende-eeuwse Engeland werd geformuleerd door Duitse filosofen in ballingschap en, lang voordat zij politiek opgeld deed in Rusland, al tal van invloedrijke politieke partijen in heel Europa inspireerde. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zijn elk op hun eigen manier de erfgenamen van de universalistische ideeën van de Verlichting, waarop het Europese en met name Duitse nationalisme in belangrijke mate een reactie is geweest. (…)

(…)

# Het Europese tijdperk mag dan ten einde zijn, de Europese erfenis van onderlinge verscheidenheid en conflicten zal de wereld blijven beroeren.

Dit zijn precies de twee fundamentele karaktereigenschappen (onderlinge verscheidenheid & conflicten) die nu bijna op een hoogtepunt zijn aanbeland en waarvoor dus oplossingen gevonden moeten worden. Dat moet mogelijk zijn omdat Europa potentieel de grote optimistische cultuur onder de vlag van de Verlichting vertegenwoordigt en dat dus is en blijft, en die andere culturen missen.

Deze blog sluit aan op de vorige, waar de volgende passage te lezen is:

‘Daarom en alleen daarom zal de EU zich gaan ontwikkelen tot het voorbeeldmodel voor de (gehele) wereld waarin alle continenten economisch zo met elkaar vervlochten of bonden zijn in (of via) handelsverdragen (waarin multinationals en lobbyisten niet meer dominerend zullen zijn), dat oorlogsvoering te enen male onmogelijk is geworden. En dat heeft als consequentie dat er alleen nog symbolische krijgsmachten in Europa overblijven; voor de EU geldt dat dit grondgebied door gezamenlijke kracht van de Navo Rusland voldoende tegenwicht zal bieden, zodat datzelfde Rusland het niet in zijn hoofd haalt om de EU aan te vallen. Er zullen dus plannen moeten worden ontwikkeld hoe een gezamenlijke strijdmacht van EU-lidstaten een tegenwicht tegen brutaliteit vanuit het Kremlin kunnen bieden. En daarmee vangt de EU 2 vliegen in 1 klap: sterke economische samenwerking en als bijproduct ook een afdoende beschermingsleger, dat de klappen kan opvangen. En daar die sterke economische unie wordt Rusland al afgetroefd op economisch vlak. Kansloosheid die in Moskou gevoeld zal worden.’

[bron: https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2017/04/17/het-bewijs-van-franse-onkunde-over-eu-wordt-door-fr-zelf-geleverd-nrc-eu-frankrijk-duitsland/ ]

 

[1] In de kranteditie.

Advertisements