Tags

,

NU.nl

‘Ik liet mijn kind alleen thuis en het ging mis’

© Aangeboden door Sanoma Digital The Netherlands BV

De Turkse minister van Familiezaken Fatma Betül Sayan Kaya, die vier weken geleden met veel ophef Nederland werd uitgezet, heeft een juridische procedure aangespannen tegen de Nederlandse overheid.

Dat heeft haar advocaat Ejder Köse bevestigd aan het AD. “Ik heb me afgelopen vrijdag in opdracht van minister Kaya tot de rechter gewend”, zegt de Turks-Nederlandse advocaat.

“Het is juridisch nog steeds niet duidelijk op welke grond de minister onder dwang en onder politie-escorte naar Duitsland werd uitgezet“, meent de advocaat.

“Volgens mijn cliënte is ze in de vroege ochtend van zondag 12 maart onrechtmatig tot ongewenste vreemdeling verklaard. Burgemeester Aboutaleb gaf opdracht haar het land uit te zetten, maar heeft daar, tegen de regels in, geen schriftelijke verklaring met uitleg voor gegeven.”

Het getuigt niet alleen van lef, maar lef gedreven door brutaliteit om dit proces aanhangig te maken, alsof een Turkse minister zich op Turkse bodem bevindt. Er bestaat in Turkije geen benul hoe het internationale diplomatieke verkeer functioneert.

Internationaal recht

Het kabinet vindt dat het bij het blokkeren van de toegang van Kaya handelde volgens het internationaal recht. “Het kabinet is ervan overtuigd dat het heeft gehandeld in overeenstemming met het internationaal recht”, schreven minister-president Mark Rutte, vicepremier Lodewijk Asscher en minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders maandag aan de Tweede Kamer.

Het uitzetten van minister Kaya en de beelden van het politiegeweld tegen demonstranten die in opstand kwamen vanwege het uitzetten van de minister zetten veel kwaad bloed bij Turkije en president Erdogan.

Diplomatieke rel

De Turkse president noemde Nederlanders “fascisten”, sprak over “nazi-overblijfselen” en rakelde het verleden van Nederland in Srebrenica op. Het zorgde voor een grote diplomatieke crisis in de relatie tussen Nederland en Turkije.

Overigens heeft oud-Europarlementariër Joost Lagendijk ooit in een radio-interview over bedoelde rellen aangegeven dat ons land niet zo gevoelig moest reageren op de in onze ogen scheldwoorden ‘fascisten’ en ‘nazi-overblijfselen’, aangezien dat in Turkije niet beledigend bedoeld is maar onderdeel van het gewone taalgebruik is. mijn conclusie is dat omgekeerd redeneren ook geen kwaad kan: De Turken moeten leren beseffen dat hun taal geen universele taal is niet door iedereen – laat staan buitenlanders – zomaar op voorhand begrepen wordt. Een regering hoort in internationaal verkeer te weten dat bepaalde formuleringen die voor het thuisfront bedoeld zijn, internationaal onbegrepen blijven en vermeden dienen te worden. Om die redenen mogen de uitspraken flagrant in strijd met het internationaal recht genoemd worden en slaat de Turkse verontwaardiging nergens op.

http://www.msn.com/nl-nl/nieuws/buitenland/uitgezette-turkse-minister-daagt-nederlandse-overheid/ar-BBzJOfF?li=AAazPsO&ocid=spartanntp

Advertisements