Tags

,

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg (DFT, 9 april)

Een van de belangrijkste punten op de formatietafel is werkgelegenheid. Daarbij gaat het om discussiepunten over het scheppen van extra banen, vaste arbeidscontracten en flexwerk. Maar ook over het ontslagstelsel, de positie van zzp’ers en de toekomst van onze arbeidsmarkt.

Oude doos

# De onderhandelaars worden nu al bestookt met adviezen. Daarbij vallen vooral voorstellen op uit de oude doos, zoals gesubsidieerde banen, het herverdelen van werk en het basisinkomen dat wij in een eerdere column hebben ontmaskerd als een onbetaalbaar luchtkasteel.

Het is zeer terecht dat deze drie specifieke thema’s door de auteurs worden bekritiseerd. Het zijn vormen van oud denken, waar we vanaf moeten. Als de informatie dit tot serieuze punten heeft ‘gepromoveerd’, dan is dit gezelschap verkeerd bezig. Waarom? Gesubsidieerde banen worden door de EMU-normen onmogelijk gemaakt want overheidssubsidies, ook al hebben we een begrotingsoverschot, maar dat overschot moet infrastructureel benut worden. De oude Melkertbanen zonder doorstroming naar commerciële marktfuncties, hebben geen zin. Ook herverdeling van arbeid klinkt hopeloos 20e eeuw. En wat basisinkomen betreft: lees op deze site onder de categorie ‘basisinkomen’. Ik spoor geheel met de opvattingen en dus kritiek van deze auteurs.

# Uitkeringsinstantie UWV haalde deze week de media met het voorstel om langdurig werklozen weer aan werk te helpen via subsidiebanen die uit de schatkist worden betaald. In de periode 1994-2004 hebben we die ook al uitgeprobeerd. In 2004 besloot het kabinet-Balkenende II tot afschaffing. Ze waren te duur, te ingewikkeld, boden de deelnemers geen perspectief en leidden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Daarom zal dit UWV-voorstel in de prullenbak verdwijnen. Dit gebeurt ook met andere voorstellen uit het verleden zoals het herverdelen van werk en een robotbelasting.

In het vervolg op mijn voorgaande opmerkingen dat geheel in lijn ligt met beide auteurs, is het een schandaal dat de huidige onderhandelaars met deze voorstellen zijn gekomen, resp. dat deze voorstellen op tafel terecht zijn gekomen. Waarom een schandaal? Omdat dan het bewijs wordt geleverd dat de politieke partijen geen enkele progressie hebben bereikt ten aanzien van de huidige ontwikkelingen van de arbeidsmarkt en waar het in de toekomst op uit zal komen. Wederom een bewijs dat de politieke partijen (in ieder geval de grote winnaars van afgelopen verkiezingen) geen vooruitgang hebben geboekt met aan adequate maatschappijanalyse. De vervolgvraag wordt vervolgens ook of politieke partijen bij het schrijven van hun verkiezingsprogramma’s zich laten adviseren door wetenschappers en specialisten, dan wel dat die onderzoekers geheel worden genegeerd, want toch onleesbaar… en die wetenschappers hebben toch niets democratisch met hun welgemeende adviezen? Groot misverstand: het nieuwe denken vraagt om versmelting of samengaan van burgers en wetenschappelijk inzicht. De massa van burgers heeft geenszins op voorhand het gelijk aan hun zijde. Dat negeren fnuikt dus de democratie en democratische zuiverheid. Zo heb ik in mijn eigen verleden ook verkiezingscongressen meegemaakt; verspilde tijd dus voor iedere aanwezige, maar alleen waren zij zich er niet van bewust. Zijn wre dus op weg naar een meritocratische democratie? Neen, want het gaat altijd om de juiste balans, de juiste evenwichten tussen kennis én gevoel dat zich uit in sociaal bewustzijn.

# Als klein land kunnen we onze welvaart alleen behouden als we volop inzetten op de nieuwste technologieën en koploper zijn bij innovaties. Daarbij moet vooraf wel een programma worden ontwikkeld dat oplossingen biedt voor de sociale aspecten van deze inzet.

Volledig terechte opmerkingen.

Toekomst

# Maatregelen uit politiek Den Haag kunnen alleen een bijdrage leveren aan extra werk en een arbeidsmarkt die beter en socialer werkt als wordt uitgegaan van de toekomst. Het komende decennium zal de huidige arbeidsmarkt spectaculair veranderen. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: automatisering, vergrijzing van de bevolking, globalisering, nadruk op duurzaamheid en de creatie van banen die vooral zal plaatsvinden bij kleinere bedrijven, waaronder starters. Dit zijn de kernpunten van de nieuwe arbeidsmarkt waarop een nieuw kabinet met het werkgelegenheidsbeleid moet inspelen. Vooral het klimaatbeleid dat nu ten onrechte als een kostenpost wordt beschouwd, biedt talloze mogelijkheden voor nieuwe werkgelegenheid.

Zo is het en niet anders.

# De opmars van digitalisering, nieuwe technologieën als kunstmatige intelligentie, robots en de klimaatmaatregelen zullen leiden tot een revolutie op de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren zijn er veel studies verschenen over de effecten van technologische innovaties op de werkgelegenheid. De uitkomsten verschillen sterk, maar op één punt zijn ze het eens: de komende tien jaar wordt een groot aantal banen weggeautomatiseerd. De ramingen voor de meeste landen variëren tussen 10%-40% van het huidige aantal banen. Daartegenover staat een groei van banen in de zogenoemde smart industry, maar het is onzeker of die voldoende compensatie biedt.

Wederom wijze woorden.

# Voor Nederland wordt veelal uit gegaan van de veronderstelling dat circa 10% van alle banen door automatisering verdwijnt en dat voor 25% er grote veranderingen optreden in de taken. Nu al zien we dat administratieve functies in het middenkader worden overgenomen door slimme softwareprogramma’s. Deze ‘automatisering’ zien we ook bij onderdelen van werkzaamheden die in hogere functies worden verricht, zoals in de financiële sector, maar ook op het medische terrein, waar steeds meer met ‘zelfdenkende’ computers (kunstmatige intelligentie[1]) wordt gewerkt. Ook neemt in verschillende bedrijfssectoren het aantal robots toe. Politiek Den Haag heeft nog geen adequaat antwoord op deze onstuitbare ontwikkeling en houdt zich vooral bezig met discussies over vast en flex en de positie van zzp’ers. Dat is een achterhoedegevecht. We zetten wat feiten op een rijtje. Ze spreken voor zich.

Met deze alinea wordt zoals gezegd bevestigd dat de democratische partijen geheel achterlopen in hun maatschappelijke analytische vermogen en dat het democratisch bestel op deze wijze ook geheel vastloopt. Democratische besluitvorming op basis van verkeerde data – laat staan Big Data – loopt volledig vast. Maar de partijen zijn blijven steken in hun gezelligheidskarakter, verenigingen die op vrijblijvende basis bezig zijn met maatschappelijke ontwikkelingen. Politieke partijen dienen dus gevoed te worden door nieuwe wetenschappelijke inzichten, waarbij ook kritische kanttekeningen passen, zoals in de voetnoot aangebracht.

Flexibiliteit

# Voor veel bedrijven is flexibiliteit een noodzaak om te kunnen overleven. Economische ontwikkelingen zijn grillig en steeds minder voorspelbaar. Op internationale markten is er steeds meer sprake van pieken en dalen. Ondernemers moeten daarop flexibel en snel kunnen reageren met verschillende vormen van flexibele arbeid, zoals 0-urencontracten, oproepkrachten, tijdelijke contracten, uitzendkrachten en zzp’ers. In Nederland lag deze zogenoemde flexibele schil in 2007 rond de 20%. Op dit moment is dat circa 25% en naar verwachting in 2020 ongeveer 30%. Zonder deze schil kunnen veel ondernemers de harde concurrentieslag niet aan.

Jammer dat deze alinea blijft steken in ‘flexibele arbeid, zoals 0-urencontracten, oproepkrachten, tijdelijke contracten, uitzendkrachten en zzp’ers’, aangezien de factor vaste arbeidscontracten en hoge beloningen in met grote, multinationale bedrijfsleven, hierbij niet wordt genoemd. Tegenover bijvoorbeeld 0-urencontracten zullen ook hogere belastingen moeten staan om het gehele inkomenspolitieke plaatje van de arbeidsmarkt in de totaliteit in evenwicht blijft. Waarom hebben de auteurs dit probleem niet benoemd? Omdat het een taboe is binnen deze neoliberale samenleving? Dat is dus zwak en getuigt van lafheid. Dit negeren hoort kortom bij conservatieve partijen als @VVD en @CDA en daarom kan daaraan worden voorbijgegaan, want vertegenwoordigers van oud denken, maar @groenlinks, @pvda en @d66 (of is deze laatste toch te neoliberaal?) horen beter te weten.

Kleine bedrijven en starters

# Politieke partijen die via het overheidsbeleid een bijdrage willen leveren aan het scheppen van banen, moeten zich eerst afvragen waar en hoe die tot stand komen. Buiten de overheidssfeer hebben we het bedrijfsleven nodig en vooral innovatieve ondernemers.[2] Nieuwe werkgelegenheid komt in Nederland in hoofdzaak tot stand bij kleinere bedrijven (tot 50 werknemers) en start-ups. Politiek Den Haag kan aan deze banencreatie een bijdrage leveren door de belangrijkste knelpunten weg te nemen, ook wel aangeduid als ’job killers’. De belangrijkste zijn:

  1. Hoge werkgeverslasten die kunnen oplopen tot circa 30% van het brutoloon.
  2. Twee jaar doorbetaling bij ziekten (internationaal als extreem beschouwd).
  3. Starre vaste (cao) arbeidscontracten die duur zijn en onvoldoende ruimte bieden voor maatwerk tussen werkgever en werknemer.

Dit zijn inderdaad allemaal sociaal-economische constructies van het oude tijdperk, de resultante van het oude denken. Het nieuwe denken moet uitgangspunten ontwikkelen hoe dit oude denken wordt getransformeerd naar nieuw denken. Alle hierboven opgesomde vormen van nieuwe banen en nieuwe arbeidsmarkt komen overeen met het concept van de ‘postindustriële’ maatschappij en vooral arbeidsmarkt, waarin een nieuwe constructie moet worden bedacht voor de semipublieke diensten als gezondheidszorg en onderwijs – om maar de grootste uitgevers van publieke middelen te noemen – worden omgezet in non-publieke middelen. Daarmee bedoel ik geen privatisering, want dat zijn schijnconstructies: zorguitgaven verhogen de rijksbegroting immers en blijven dat ook doen vanwege de medische innovaties. Via mijn inzichten verworven tijdens het college sociale en economische geschiedenis kom ik op de formule dat de dienstverlening een zelfstandige scheppende functie – en dus zelf-geldscheppend is in plaats van ‘premie’ gedreven – heeft die in de ogen van de klassieke monetaristen gebaseerd waren op de primaire (agrarische en veeteeltindustrie) en secondaire (fabrieksmatige productie) productiesectoren, marktpartijen kortom, omdat hier tastbare producten worden afgeleverd op markten, en die markten bestaan in de zorg en onderwijs niet: belastinggelden. De quartaire (overheid en sectoren die op publieke middelen draaien) sector zal een zelfstandige geldscheppende sector moeten worden, en dat kan alleen door middel van een maatschappelijk contract worden bepaald en dus via de politiek (parlement). Maar daarvoor zal in Europees (EU) en mondiaal verband afspraken moeten worden gemaakt vanwege de mogelijke concurrentievervalsing. En à propos: daarom is de invoering van een basisinkomen ook onmogelijk: daarover moeten mondiaal afspraken worden gemaakt, maar dat lukt nooit vanwege de belangen van het grootkapitaal, dat zijn megavermogens weg ziet vloeien.

# Het nieuwe kabinet zal in de eerste plaats deze boosdoeners moeten aanpakken. Het mooie is dat je daarmee tegelijk vaste arbeidscontracten stimuleert en flexwerk afremt en geen mislukte Wet Werk en Zekerheid nodig hebt. Door een forse verlaging van de werkgeverslasten en het beperken van de doorbetaling bij ziekte tot bijvoorbeeld maximaal drie maanden zal het aantal vaste banen sterk stijgen. Deze toename kan extra gestimuleerd worden door in vaste arbeidscontacten flexibiliteit en maatwerk mogelijk te maken. Daar komt nog bij dat in de Innovatieve smart industry die veel vacatures telt, werkgevers een voorkeur hebben voor vast personeel. Die heb je nodig voor kennis en ervaring en om je innovaties te beschermen.

Deze alinea sluit niet aan bij mijn voorgaande opmerkingen, want dat was ook onmogelijk geweest. Mijn opvattingen over de postindustriële samenleving zijn geen gemeengoed en daarom zullen we het voorlopig moeten doen op basis van haalbare compromissen. Mijn kernpunt is dat de economische- en budgettheorie gebaseerd is op de 19e eeuwse productiesectoren: primair + secundair = tertiair (bancaire en commerciële dienstenverlening) + quartair (semi-overheid). Kortom een optelsom die in de 19e eeuw van toepassing was: 1 + 2 = 3 + 4. Maar in de huidige postindustriële maatschappij met 80 tot 90% van de beroepsbevolking werkzaam in de 3 en 4 sector gaat die optelsom niet meer op: 1 + 2 ongelijk aan 3 + 4 en dus is de boekhouding van de staathuishoudkunde in de war geraakt. Omgekeerd geredeneerd: als de economische wetenschap en ‘financiële overheidskunde’ in de 2e helft van de 20e eeuw waren ‘ontstaan’, dan had niemand gedacht aan de mogelijkheid van 1 + 2 = 3 + 4! (de basis van de diensten 3 en 4 worden gelegd door de productie van 1 en 2) Zo goed als de EMU-normen zijn gebaseerd op de willekeurig gekozen normen van 3% (begrotingsdiscipline) en 60% (staatsschulden) van het bbp, zo dienen we nu de feitelijke realiteit van de postindustriële economie (Daniel Bell) te gaan onderzoeken en uitdiepen. Dan zijn we van de problemen af.

Daarnaast moet politiek Den Haag ook voorkomen dat er nieuwe job killers worden geïntroduceerd, zoals maatregelen die de groei van zzp’ers beperken, terwijl we ze juist hard nodig hebben. De mismatch op onze arbeidsmarkt moet worden bestreden met permanente programma’s voor om- en bijscholing en moderne onderwijsinstellingen die nu al rekening houden met toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Ze leiden nu vaak op voor banen van gisteren. Ook leerlingen en studenten moeten zich veel beter oriënteren op de baankansen van hun studie. Wie ‘verkeerd’ is opgeleid, loopt op de nieuwe arbeidsmarkt het risico genoegen te moeten nemen met laagbetaalde arbeid.

Formatie moet toekomstgericht

Het is te hopen dat de formatie niet alleen op het terrein van de arbeidsmarkt, maar ook op andere gebieden toekomstgericht zal zijn.

Met deze alternatieve redenering wordt duidelijk dat er nog heel wat werk aan de winkel is in de lopende ‘informatie’ en binnen politieke partijen + de sociale wetenschappen!

Mijn dank gaat uit naar beide auteurs die mij in de gelegenheid hebben gesteld dit alternatief onder woorden te brengen. Overigens niet voor de eerste keer (zie categorie ‘postindustriëlesamenleving’ op deze site), zoals een hier ingeschreven econoom bekend is, maar ik blijf overtuigd van de geldigheid van bovenstaande redenering.

http://www.telegraaf.nl/zondag/Telegraaf_Zondag_2017_9_april/27965174/__Revolutie_op_de_arbeidsmarkt__.html?utm_source=telegraaf-nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=20170409091509_zondag&utm_content=telegraaf_zondag&utm_term=&EMAIL_SK=SK952730

[1] Die de menselijke creativiteit overigens nooit op permanente basis zullen vervangen omdat creativiteit een menselijke eigenschap is dat nooit geëvenaard zal kunnen worden door machines als computers. Computers en robots worden geprogrammeerd en alleen hun denksnelheid zal hoger worden dan de menselijke denksnelheid, maar de computer ontbeert een autonome creatieve inspiratie, want die wordt geleverd door de mens als creatief wezen.

[2] Bedrijfsleven vanwege hun zelfstandige productievermogen (dus ook ‘geldcreatie’ maar geen bijdrage leveren aan extra overheidstekorten, die in de quartaire sectoren, zoals ambtenarij, onderwijs, zorg, sociale zekerheid, veiligheid & krijgsmacht, wel aan de orde zijn).

Advertisements