Tags

, , ,

Deze kop staat in de papierenversie, terwijl de online-versie een minder genuanceerde kop heeft meegekregen: ‘Overheid moet oog hebben voor islamitisch recht’ en deze kop geeft ook direct aan populisten ruimte om er tegenaan te gaan schoppen, zoals ook te horen – ik kan het ook verkeerd begrepen hebben omdat ik niet geprepareerd was op dat gesprek – was vanavond op npo1 tijdens een interview met Elma Drayer (van de Volkskrant). Na mijn lezing van dit artikel kom ik tot de conclusie dat het nuttig is dat deze leerstoel aan de universiteit Maastricht is ingesteld, niet omdat ‘De Nederlandse overheid “laat moslims in de kou staan” door geen rekening te houden met het islamitisch familierecht’, zoals de openingszin luidt, maar omdat er naar mijn weten nog nooit een wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de feitelijke verschillen naast de mogelijke overeenkomsten van onze westers rechtssysteem en de sharia. Dat vastleggen van overeenkomsten en verschillen is in een stevig gepolariseerde samenleving uiterst nuttig, omdat het voordeel dan ontstaat dat populisten kunnen worden ge’fact check’t. Vandaar dat ik dit interview in zijn geheel heb overgenomen.

Susan Rutten, bijzonder hoogleraar islamitisch familierecht

Lang niet alle regels uit het islamitisch familierecht zijn verwerpelijk, stelt Susan Rutten. „De bruidsschat zou in het wetboek mogen.”

Andreas Kouwenhoven

Nrc, 2 april 2017 om 20:18

Foto: jackof

De Nederlandse overheid „laat moslims in de kou staan” door geen rekening te houden met het islamitisch shariarecht. Moslims die bijvoorbeeld bij een echtscheiding zijn gebonden aan regels uit de islam, zijn hiervan de dupe. Dat zegt bijzonder hoogleraar islamitisch familierecht Susan Rutten, die aan de Universiteit Maastricht een nieuwe leerstoel krijgt om te onderzoeken hoe islamitisch familierecht kan doorwerken in Europese seculiere landen. Haar oratie was vrijdag.

„Het islamitisch recht staat de laatste jaren in een negatief daglicht”, constateert Rutten. „Politici roepen: ‘Geen sharia in Nederland.’ In werkelijkheid zijn lang niet alle regels en praktijken uit het islamitisch familierecht verwerpelijk. Voor onderdelen die passen binnen onze rechtsstaat zou de wetgever meer ruimte kunnen bieden als hiermee problemen worden opgelost.”

Waarom is dat nodig?

Susan Rutten: „Er wonen in Nederland mensen uit islamitische landen die bij een scheiding zijn gebonden aan dat buitenlandse rechtssysteem. Neem een Egyptisch echtpaar dat in Nederland woont: als het tot een scheiding komt, kan de vrouw zich hier tot de rechter wenden, terwijl de man de scheiding bij de Egyptische rechter aanhangig maakt. Beide rechters zullen anders oordelen. Als de man bijvoorbeeld alimentatie aan de vrouw moet betalen, zal een rechter in een islamitisch land dat niet zomaar accepteren. Dan zit je dus als scheidend echtpaar met twee verschillende rechterlijke uitspraken.

„De Nederlandse rechter zou een scheiding zo kunnen opstellen, dat de kans groter wordt dat die in een land als Marokko wordt overgenomen. In Marokko is de verzoeningspoging nog verplicht voordat je kunt scheiden. Als de Nederlandse rechter in zijn uitspraak onderbouwt dat die verzoeningspoging er is geweest en is mislukt, is de kans groter dat de Marokkaanse rechter het vonnis overneemt.”

Moeten wij regels uit het islamitisch recht in ons wetboek opnemen?

# „De bruidsgave [bruidsschat, red.] zou in het wetboek mogen. Je ziet rechters worstelen wanneer vrouwen in een scheidingssituatie hun resterende bruidsgave opeisen. Soms gaat het om tienduizenden euro’s of gouden munten die nog betaald moeten worden. Rechters proberen zo’n bruidsgave te beoordelen volgens Nederlandse regels en zien het als een soort alimentatie. Maar dat betekent dat als de vrouw geen recht heeft op alimentatie, ze ook haar bruidsgave niet krijgt, terwijl dat wel vooraf was afgesproken. Daar ontbreekt echt iets in ons rechtsstelsel. De wetgever zou kunnen accepteren dat bij een huwelijk een bruidsgave wordt afgesproken.”

Deze redenering vind ik plausibel, bij wijze van sociale gerechtigheid, aangezien de vrouw bij een scheiding die oorspronkelijk volgens het shariarecht is getrouwd, hier geheel machteloos staat en feitelijk zou moeten terugkeren naar het geboorteland, maar dat wordt vanzelfsprekend geblokkeerd door haar man.

Dan krijg je dus vonnissen waarbij de man wordt veroordeeld voor het betalen van een kameel als bruidsschat?

„Als dat de afspraak was, kan dat in theorie worden gevorderd. Al ligt het in Nederland meer voor de hand de man te verplichten tot betaling van de waarde van de kameel. Het alternatief is dat je het niet erkent, en dan kan die bruidsgave alsnog onofficieel worden geregeld. Dan ben je het zicht kwijt. Dat gebeurt ook bij informele huwelijken die in Nederland worden gesloten. Omdat wij die huwelijken niet erkennen, zien wij die niet. Dan weet je dus ook niet als er sprake is van huwelijksdwang. Daardoor laat je het risico bestaan dat mensenrechten worden geschonden.”

Moeten wij illegale shariahuwelijken ook gaan toestaan?

„De regel in Nederland is dat je eerst een burgerlijk huwelijk sluit en daarna een religieus huwelijk; geestelijken die zich daar niet aan houden zijn strafbaar bezig. In sommige andere landen gaat men daar soepeler mee om. In Engeland kunnen afspraken worden gemaakt met imams en moskeeorganisaties over te sluiten huwelijken. De ceremonie kan dan religieus zijn. Daarna geeft de imam aan de ambtenaar door wie er getrouwd is, en die maakt het huwelijk definitief. De vraag is of daar nu zoveel tegen is. Je doet een handreiking aan een bevolkingsgroep voor wie dit heel belangrijk is. En het zorgt ervoor dat huwelijken uit de informele sfeer verdwijnen, waardoor je je beter kunt richten op echte problemen, zoals huwelijksdwang.”

In deze redenering is geen softe aanpak van de jaren ‘60, ‘70 of ‘80 van de vorige eeuw herkenbaar, omdat we nu eenmaal in een multiculturele wereld leven, die nieuwe eisen aan onze en andere westerse samenlevingen stelt. Ons huidige recht levert echter veel worstelingen op voor onze rechters die (vermoedelijk) niet kunnen omgaan met shariarecht, waardoor er per definitie mensenrechten worden geschonden, maar ook aan onze waarde van rechtvaardigheid niet wordt tegemoetgekomen. Als op deze wijze van ‘uitruil’, strakkere eisen aan nieuwkomers, maar ook aan 2e, 3e en 4e generatiemigranten kunnen worden gesteld, dan is er een redelijk evenwicht ontstaan in onze eigen maatschappij, waar iedereen baat bij heeft. En zo groeien we op een organische wijze naar elkaar toe, zonder dat er iemand last van heeft. Het is dus nadrukkelijk geen uitruil omwille van de uitruil, maar omwille van de rechtvaardigheid en wie kan daarop tegen zijn?

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/02/overheid-moet-oog-hebben-voor-goede-delen-van-shariarecht-7818783-a1552942

Advertisements