Tags

,

Eigen gelijk is grootste bedreiging voor EU (Sebastiaan Princen, Opinie & Debat/de Volkskrant, 28 maart)

Moralistische blik op eurocrisis is misleidend en improductief (idem de Volkskrant Online, 28 maart)

Complexe oorzaken van de eurocrisis worden gereduceerd tot de instabiliteit van Zuid-Europese landen.

http://www.volkskrant.nl/opinie/moralistische-blik-op-eurocrisis-is-misleidend-en-improductief~a4479638/

Stelling: Sebastiaan Princen valt in zijn betoog Adriaan Schout aan, die waarschuwde voor de risico’s van een nieuwe eurocrisis. Maar helaas laat deze econoom het na om duidelijk te maken dat het hier om een economisch-theoretisch verschil van opvatting gaat, want daar komt zijn artikel op neer en niet om een moralistische kijk op de economische situatie binnen de zuidelijke EU, die hun problemen volgens de noordelingen aan zichzelf te danken hebben.

In de Volkskrant van afgelopen vrijdag waarschuwt Adriaan Schout voor de risico’s van een nieuwe eurocrisis. De schuld daarvoor legt hij bij de economische en politieke instabiliteit in de Zuid-Europese lidstaten Griekenland, Italië en Portugal.

# Dit past bij de moralistische kijk op de economische crisis die in Nederland vast onderdeel is geworden van het publieke debat. Kort gezegd komt deze redenering erop neer dat de Zuid-Europese landen hun economische problemen aan zichzelf te wijten hebben door structureel op te grote voet te leven. Dijsselbloems vergelijking met iemand die zijn geld aan drank en vrouwen heeft besteed en vervolgens om bijstand komt vragen, drukt dit treffend uit.

# De oplossing voor de problemen past hierbij. Immers, wie gezondigd heeft, moet boeten. Onder dit mom zijn Griekenland, Portugal en Spanje onderworpen aan draconische bezuinigingen, die worden gepresenteerd als de noodzakelijke zuivering die zal leiden tot economisch herstel. Niet prettig misschien, maar wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.

Waarom wordt door Princen geen aandacht besteed aan de EMU-normen? Zelf heb ik per blog op de tekst van Schout gereageerd[1], maar in deze kritiek van Princes herken ik mij helemaal niet. Sterker, het is algemeen bekend dat betrokken zuidelijke lidstaten die EMU-normen nauwelijks serieus nemen of zodanig overschreden hebben, dat herstel nauwelijks meer mogelijk is. Er bestaat in die zeurolanden helemaal geen financieel-budgettaire discipline en dat heeft niets met moralisme te maken. Daarom hebben de neurolanden wel degelijk gelijk in hun kritiek op de onvoldoende voortvarendheid die de zeurolanden aan de dag leggen en mijn stelling is dat het economisch herstel daarom te traag is verlopen. Zelfs de ‘factcheck’ door nrc van gisteren kwam met de uitkomst op het onderzoek op de stelling dat ‘Frankrijk minder bezuinigde, meer groeide’ maar een halve waarheid is.[2] Dat zegt voldoende en daarmee wordt het artikel bevestigd op juistheid.

# Deze manier van kijken is om verschillende redenen misleidend en improductief. Zij reduceert een complex geheel van economische mechanismen dat geleid heeft tot de eurocrisis, tot een simpel goed-fout-schema. Daarbij worden de grote economische, politieke en historische verschillen tussen landen als Griekenland, Italië en Portugal over het hoofd gezien, terwijl deze essentieel zijn om hun economische problemen goed te begrijpen.

Omdat schending van de EMU-normen terecht als ‘politiek-economisch’ als fout kan worden bestempeld, want tegen de regels ingaand, valt dit stelsel als gevolg in het goed-fout-schema. Ik heb eerder aangegeven dat de enige juiste weg die de critici op de bestaande EU-regelgeving te gaan hebben is een wijzigingsverzoek in het Europees Parlement neer te leggen dat in overleg met de Europese Commissie tot een voorstel moet komen. In mijn visie zijn die EMU-normen ook onjuist vanwege de ‘onuitvoerbaarheid’ van de 3%-tekortnorm en die zou moeten worden vervangen door een 4%-norm. De conclusie luidt dat gezien de positieve uitkomsten van de Duitse en Nederlandse economie door toedoen van de uitgevoerde saneringsmaatregelen, dit beleid als geslaagd mag worden beschouwd, al dient er nog steeds een evaluatie van dat gevoerde crisisbeleid te worden gevoerd om te kunnen concluderen wat de juiste oorzaken ons ons noordelijke herstel zijn geweest en daar andere maatschappelijke misstanden zijn ontstaan, die alsnog gecorrigeerd dienen te worden.

Eendimensionaal

# Dit laat geen ruimte voor een genuanceerde en opbouwende aanpak, die voor elk land kijkt wat de economie het meest versterkt. In plaats daarvan komt een eendimensionaal recept van bezuinigingen, waarvan het resultaat twijfelachtig is.

Dat het pakket aan gevoerde crisismaatregelen geen ruimte hebben gelaten voor een ‘genuanceerde en opbouwde aanpak’ kan niet anders dan logisch worden geacht, aangezien de crisis dwong tot een supersnelle aanpak die geen uitstel duldde. Gaandeweg is ‘met vallen en opstaan’ het beleid ontwikkeld en dat vanwege de noviteit van deze crisis. Er was dus geen tijd om de situatie eerst in het laboratorium te onderzoeken, want van die situatie hadden de marktspeculanten gegarandeerd misbruik gemaakt. En alleen de naam van miljardair Soros mag worden genoemd om dergelijke vorm van misbruik tot de praktijk van de dag te verklaren. Kortom, Princen bedrijft hier studeerkamerwetenschap, die hier objectiveerbaar mank gaat de werkelijkheid van de praktijk.

# Bovendien leidt deze manier van denken af van de rol die de Noord-Europese lidstaten spelen in de eurocrisis. Vanuit economisch gezichtspunt zijn de grote handelsoverschotten van Duitsland minstens zo funest voor de stabiliteit van de eurozone als de begrotingstekorten in Zuid-Europa. Duitsland zou hieraan wat kunnen doen door de lonen of overheidsbestedingen in eigen land te verhogen.

Dit thema zou onderdeel kunnen of dienen uit te maken van de evaluatie van het gevoerde crisisbeleid.

# Suggesties van economen en de Europese Commissie in deze richting worden echter stelselmatig als absurd van de hand gewezen. In het moralistische denkschema zijn handelsoverschotten immers een teken van economische deugdzaamheid.

Na mijn bovenstaande kanttekeningen wordt het duidelijk dat ik niet begrijp waarom de auteur het begrip ‘moralistisch denkschema’ hanteert, terwijl er even goed en volgens mij zeker sprake is van botsende economische theorieën. Het wordt tijd dat ‘dat’ gevecht aangegaan wordt opdat er veel meer duidelijkheid ontstaat over het politieke besluitvormingsproces in de EU.

# Dit speelt ook in de discussie over schuldenverlichting voor Griekenland. Hoewel het IMF, toch bepaald geen zachte heelmeester bij economische kwalen, al meerdere malen heeft gesteld dat dit onvermijdelijk is om de Griekse economie er weer bovenop te helpen, blijven de Duitse en Nederlandse regering stelstelmatig weigeren hierover te praten. Dit zou niet passen in het verhaal waarmee de Griekse staatssteun aan de eigen kiezers is verkocht. Dat de Griekse economie daardoor langer dan nodig in het slop blijft en de Europese economie als geheel kwetsbaarder wordt voor een volgende crisis, wordt op de koop toe genomen.

Het enige wat mij betreft echt relevant is, is het feit dat het IMF haar koers heeft gewijzigd, aanleiding is om binnen de EU-gremia tot een ‘bezinningsdebat’ te komen, waarbij ook een openbaar en publiek debat via de media wordt geëntameerd.

# De bedreiging voor de Europese Unie zit dan ook niet alleen in de politieke en/of economische zwakte van bepaalde lidstaten. Het zit met name in de groeiende onwil om zich te verplaatsen in de positie van andere landen in Europa.

Genoemde thema’s vormen een ‘eeuwenoud’ dilemma binnen de EU en voorgangers. De EU blijft onderdeel van een algemeen erkende ‘harde’ politieke werkelijkheid.

# De verdragen, formele besluiten en instellingen van de EU zijn noodzakelijke ingrediënten van de Europese samenwerking. Ze kunnen echter alleen werken als de lidstaten zich actief willen inzetten voor een goede samenwerking. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is het besef dat het eigen gelijk niet altijd het gelijk van de ander is, dat je (daarom) niet te snel met het vingertje moet wijzen en dat je elkaar iets moet gunnen om verder te komen.

Hier spreekt een welwillende idealist, die toch op de hoogte moet zijn van een moeizame geschiedenis van de (huidige) EU, die bijna nimmer een ‘goede samenwerking’, laat staan een harmonieuze heeft  laten zien. Er is eerder sprake geweest van een doorlopende strijd om de verschillende machtsprincipes van de huidige en vroegere beleidsmakers en om nationale – niet op voorhand van nationalistische – belangenstrijd binnen alle EU-gremia.

# Het verminderde besef daarvan, zowel in Nederland als in veel andere EU-lidstaten, is de grootste bedreiging voor de toekomst van de Europese Unie.

[Sebastiaan Princen is hoogleraar bestuur en beleid in de EU aan de Universiteit Utrecht.]

[1] https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2017/03/24/feest-van-60-jaar-rome-is-dansen-op-de-vulkaan-mooie-uitdrukking-volkskrant-adriaanschout-eu/

[2] https://www.nrc.nl/nieuws/2017/03/26/frankrijk-bezuinigde-minder-groeide-meer-7579467-a1552011

Advertisements