Tags

,

Begrotingsruimte

Voor de vier deelnemers aan het eerste formatie-overleg lonken miljarden. Het CPB waarschuwt om dat niet meteen uit te geven.

Philip de Witt Wijnen

Nrc, 24 maart 2017 om 16:30

Directeur Laura van Geest van het Centraal Planbureau (CPB) kent haar plaats tijdens de formatie van het nieuwe kabinet. „Het CPB heeft een dienende rol voor politici. Als ze mij bestellen, dan draaf ik op.”

En ze weet ook al wat haar boodschap aan de onderhandelende partijleiders zal zijn: koester de prettige economische cijfers, maar smijt de opbrengsten ervan niet meteen over de balk.

Want prettig zijn ze, de macro-economische cijfers die zowel het CPB als het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag presenteerde – hoewel al lang van tevoren aangekondigd, zijn hun berichten natuurlijk uitstekend getimed nu de eerste formatiegesprekken tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks komende week van start gaan.

De Nederlandse economie blijft groeien – zij het in een wat lager tempo dan voorheen. De werkloosheid blijft dalen en de belastinginkomsten blijven stijgen. Met als logisch gevolg dat de overheidsfinanciën weer kerngezond zijn. Demissionair minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) en het CPB beraamden het al, vrijdag stelde ook het CBS officieel een begrotingsoverschot vast: 0,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in het afgelopen jaar, ofwel 2,9 miljard euro. Dat is voor het eerst sinds de financiële crisis, die in 2008 uitbrak. Een jaar erop kampte de overheid nog met een tekort van 33,5 miljard euro.

In het Centraal Economisch Plan, dat eveneens vrijdag verscheen, schat het CPB een verdere verbetering in van de overheidsfinanciën. Het begrotingsoverschot zal de komende jaren, bij ongewijzigd beleid, toenemen tot 1,3 procent in 2021. Dat is omgerekend 10,7 miljard euro, in normaal gesproken het laatste jaar van de regeerperiode van het nieuw te vormen kabinet.

Het afgeronde getal van 11 miljard zal dan ook met dikke merkstift zijn onderstreept op de kladblokjes van de onderhandelaars in de Stadhouderskamer. Met dat bedrag zijn een hoop wensen van de vier partijen die er als eerste aanschuiven, uit te voeren: investeren in defensie, onderwijs én justitie, bezuinigingen in de zorg terugdraaien, net als enkele lastenververzwaringen van de laatste jaren.

Uit de verkiezingsprogramma’s blijkt dat de vier gesprekspartners VVD, CDA, D66 en GroenLinks geen van allen terugdeinzen om het opgebouwde begrotingsoverschot te gebruiken voor nieuwe uitgaven en lagere belastingen. Gemiddeld willen de vier partijen zo’n 3,4 miljard euro uittrekken voor extra overheidsuitgaven en voor gemiddeld 5,5 miljard aan lastenverlichting te besteden. Dat is samen nog niet de 11 miljard euro waar het CPB nu rekening mee houdt.

Als vanzelfsprekend volgden op de vrolijke prognose van het planbureau de verlanglijstjes vanuit de samenleving. Vakbond FNV roept om „meer echte banen” in de publieke sector, een flexibele AOW voor zware beroepsgroepen en hogere uitkeringen. Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland verlangen „meer investeringen” en „compensatie” van eerder opgelegde „flinke lastenverzwaringen” aan het bedrijfsleven. Als de nieuwe coalitiepartners zelf geen kostbare plannen hebben, krijgen ze die wel aangereikt.

Wat zijn ‘meer echte banen in de publieke sector’? Die bestaan niet, want door de belastingen gefinancierde banen bestaan alleen proportioneel en dus in de juiste verhouding ten opzichte van het bedrijfsleven, en dat is wel de leverancier in goede tijden van echte banen. Overheidsbanen zijn diensten die een noodzakelijke aanvulling zijn op de ‘maakwereld’ en dus de maakbare marktproducten die verkocht moeten worden. De politiek zou dus eens moeten berekenen hoeveel overheidsgerelateerde en –gefinancierde banen er nodig zijn om de primaire, secundaire en tertiaire sectoren goed te laten functioneren. Dat is de taak van de overheid.

CPB-directeur Van Geest vraagt om terughoudendheid, zei ze bij haar toelichting vrijdag. In navolging van de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte, waar zij vorig jaar zelf in zat, roept zij het nieuwe kabinet op om financiële buffers op te bouwen. Die zijn nodig om bij nieuwe tegenslagen niet onmiddellijk weer te hoeven bezuinigen. Ook is er volgens haar in de komende kabinetsperiode geld nodig om „moderniseringen” door te voeren op ingewikkelde dossiers als de arbeidsmarkt en het belastingstelsel.

Van Geest vreest dat politici die straks het regeerakkoord gaan smeden meer op die 11 miljard zullen letten dan op haar suggestie. „Nederland heeft het talent om in goede tijden te veel uit te geven”, sprak ze onderkoeld. „Het zou goed zijn om nu eens niet in die val te trappen.”

Van Geest heeft volkomen gelijk met haar suggesties, alleen is de politiek in dat opzicht een ongeleid projectiel, want als het redelijke verstand spreekt, zoals zij doet, luistert de politiek nooit. En daarom is dit politieke stelsel volkomen failliet en hebben we binnen een decennium een nieuw stelsel met elkaar opgebouwd. Toedeledokie politiek!

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/03/24/extra-geld-brandt-in-de-zak-bij-formatie-7547724-a1551785

Advertisements