Tags

,

Hoofdinhoud[1]

In het debat over meer of minder Europese samenwerking staan drie vragen telkens centraal:

  1. Wat levert Europese samenwerking op?
  2. Op welke terrein willen we Europees samenwerken en wat blijven we nationaal regelen?
  3. Hoe regel je besluitvorming, organiseer je de democratische controle op die besluitvorming?

# Voorstanders van meer Europese integratie vinden dat de Europese landen door gezamenlijk, overkoepelend Europees beleid beter in staat zijn om crises en andere uitdagingen aan te pakken. De lidstaten hebben dan minder zeggenschap over hun eigen beleid.

Bij deze passage passen de volgende kanttekeningen.

  1. De eerste zin klinkt heel logisch, en zeker vanuit het verwachtingspatroon van voorstanders. Maar zoals in het afgelopen decennium (vanaf de eurocrisis) is gebleken, blijkt dit uitgangspunt erg weerbarstig te zijn en is er geen sprake van automatismen. Er is dus vanuit de praktijk geen sprake van ‘beter in staat zijn om crises en andere uitdagingen aan te pakken’. Dit punt bedient dus in de komende tijd speciale aandacht en focus; over de tweede zin zal onder 2 apart worden gesproken. Terug naar het eerste aandachtspunt: nu genoemde idealen niet automatisch van toepassing zijn, luidt de vervolgactie: méér integratie valt te bereiken met een geheel andere aanpak dan tot heden gebezigd, dan wel meer integratie blijkt per definitie onmogelijk te zijn omdat het eindpunt van een spontaan groeiproces bereikt is. Méér is simpelweg niet mogelijk vanwege het laboratoriumexperiment EU, zoals in een vorige blog beschreven, geen natiestaat-opbouwproces kan worden genoemd, zoals de VS wel op natuurlijke wijze, wel via een burgeroorlog weliswaar, is ontstaan en gegroeid naar een federatie staatsbestel. Een confederatie zou voor de EU nog wel mogelijk blijven, want dat past met maximale autonomie van de lidstaten binnen een confederatie.

Het probleem is echter dat er geen precedent bestaat, omdat er geen (politieke) confederaties bestaan en daaruit geen leergeld kan worden gehaald. Mocht een meerderheid van lidstaten (formeel via ieder parlement en informeel via een openbaar debat met burgers) wel kiezen voor ‘meer integratie’, dan is deze confederatie een serieuze optie, die bestuurskundig goed moet worden begeleid vanwege de sterke – lees: sterker wordende – oppositie tegen deelname aan de EU.

Die oppositie is wat mij betreft een logische resultante vanwege het gebrek aan democratie (‘het democratisch tekort’), omdat in de verdragen is afgesproken dat democratie binnen de nationale context wordt (dient te worden) geregeld, en in onze Nederlandse context gesproken is daarvan nooit effectief sprake geweest. In die leemte zou moeten worden voorzien. Er is immers een praktijk gegroeid waarin er minimaal noodzakelijke antwoorden werden gegeven door de minister-president op gestelde Kamervragen. Maar er zijn nooit debatten gevoerd over de grote lijnen. En dat valt te verklaren door het feit dat de Europese samenwerking niet tot de publieke verbeelding sprak. De onderhandelingen en de verschillende Eurotoppen muntten uit in moeizaamheid en het tegengaan van mislukkingen en daarmee werd het duidelijk dat er geen reëel debat kon worden gevoerd, angstig als de politiek altijd is geweest om feitelijke opening van zaken te geven. Pas met het Grondwetreferendum (2005) was pas sprake van een publiek/politiek debat tussen voor- en tegenstanders van de EU.

  1. De opvatting dat ‘lidstaten dan minder zeggenschap hebben over hun eigen beleid’ is vanuit ons eigen staatsrecht bezien een dubieuze of aanvechtbare, waarbij het laatste woord nog niet gesproken is. Verdedigbaar is de opvatting dat er geen sprake is van minder zeggenschap en minder soevereiniteit omdat er geen Grondwetswijziging heeft plaatsgevonden waarbij de onze soevereiniteit is ingeperkt. Sterker, de GW stelt nadrukkelijk dat de internationale wetgeving boven de nationale gaat en dat uitgangspunt is vastgelegd vanwege onze internationale handelsbelangen.

Vanuit dit standpunt of deze positiebepaling is dus geen sprake van enige verandering van formeel staatsrechtelijke bepalingen, maar van meer samenwerking en meer gedeeld en coördinerend internationaal beleid. De formulering ‘Verdedigbaar is de opvatting dat er geen sprake is van minder zeggenschap en minder soevereiniteit’ is zo gekozen omdat de meer populistische (en dus ongenuanceerde) opvatting veld wint dat we onze soevereiniteit zijn kwijtgeraakt en uit handen hebben gegeven. Daarvan is naar mijn overtuiging geen sprake. Maar of staatsrechtgeleerden inmiddels het bevrijdende antwoord of visie hebben afgegeven is mij niet bekend en ik ben het ook niet in kranten tegengekomen. Deze kwestie dient dus in het komende nationale debat over de ‘5 scenario’s’ dus ook te worden opgelost.

(Wordt vervolgd met een vervolgbespreking van onderstaande tekst:

 

Tegenstanders van verdere integratie zien in het overhevelen van bevoegdheden naar Europees niveau juist veel problemen ontstaan. Landen zouden niet meer in staat zijn zelf beleid te maken waarmee ze hun eigen problemen op kunnen lossen.

Commissievoorzitter Juncker schetste in maart 2017 vijf scenario’s over hoe Europa zich in de toekomst zou kunnen ontwikkelen. Hij wil dat de lidstaten zich duidelijk uitspreken over de vraag op welke terreinen de lidstaten moeten (blijven) samenwerken. En dat bij die keuze ook duidelijk moet worden hoeveel bevoegdheden de Europese Unie dan krijgt om effectief te kunnen handelen op die beleidsterreinen.

Delen

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.Geschiedenis: wel economie, geen politiek

2.De eurocrisis: meer of minder samenwerken?

3.Toekomst van de Europese Unie volgens Cameron

4.Vijf toekomstscenario’s voor de EU

5.De huidige praktijk

6.Argumenten in de discussie over de toekomst van Europa

7.Meer informatie

 

U ziet nu de basisversie van de tekst

Lees de uitgebreide versie

1.Geschiedenis: wel economie, geen politiek

Het debat over hoe Europa zich in de toekomst moet ontwikkelen wordt al gevoerd sinds de oprichting van de eerste voorloper van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staali (EGKS) in 1952.

In 1952 werden de beslissingen over de belangrijke basisindustrieën van die tijd, kolen en staal, overgeheveld van de lidstaten naar het Europese niveau. Een paar jaar later gingen de lidstaten ook samenwerken op het terrein van de landbouw en de interne markt. Bij deze onderwerpen behielden de lidstaten de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid.

Integratie op politiek gevoelige terreinen kwam niet van de grond. De oprichting van een Europese Defensie Gemeenschap in 1954 sneuvelde in het Franse parlement. Het maakte duidelijk dat de Europese landen maar beperkt bevoegdheden wilden afstaan.

De EU-lidstaten werkten steeds nauwer samen. De overdracht van bevoegdheden naar het Europese niveau verliep volgens twee lijnen:

  1. De lidstaten droegen op steeds meer terreinen bevoegdheden over aan het Europese niveau. De lidstaten bleven hun bevoegdheden op politiek gevoelige terreinen zelf houden.
  2. De manier waarop de meeste besluiten genomen werd aangepast: waar eerst iedere individuele lidstaat besluiten kon tegenhouden werd dat in de meeste verandert in besluitvorming op basis van gekwalificeerde meerderheid. Ook mocht het direct door de bevolking gekozen Europees Parlement mee beslissen.

2.De eurocrisis: meer of minder samenwerken?

Toen in 2008 de eurocrisis in alle hevigheid uitbrak werden veel plannen gemaakt om die vooral ook op Europees niveau te bestrijden. In 2012 nog stelde de Duitse bondskanselier Angela Merkel dat om de euro te redden alle eurolanden zich aan harde afspraken moesten houden. Ondertussen waren er al nieuwe regels gemaakt die streng Europees toezicht op de nationale begrotingen mogelijk maakte. De lidstaten staan onder veel scherper Europees toezicht dan ooit tevoren.

Kritiek op aanpak van de eurocrisis

De meer gematigde tegenstanders van steeds verdere Europese samenwerking vonden dat meer integratie niet als enige oplossing moest worden gezien. Zij willen alternatieven of tenminste een manier ontwikkelen voor de EU om een stap terug te kunnen doen. Daarnaast zijn veel tegenstanders bezorgd over de strenge bezuinigingen die de EU oplegt aan landen, terwijl voor sommige landen het misschien veel beter zou zijn om tijdelijk meer schulden te maken om de groei te kunnen aanjagen.

Uitgesproken tegenstanders zien de eurocrisis als verder bewijs dat de EU niet deugt; alle extra bevoegdheden die overgedragen worden leiden tot verdere uitholling van de nationale staten en van de democratie.

3.Toekomst van de Europese Unie volgens Cameron

Begin 2013 hield de Britse premier Cameron een toespraak waarin hij pleitte voor een heronderhandeling over het lidmaatschap van zijn land van de Europese Unie. Zijn inzet is het terughalen van bevoegdheden van de Europese Unie naar het nationale niveau.

Meer over de toespraak van Cameron

Met de toespraak van Cameron heeft het debat over wat de EU wel en wat de EU vooral niet moet doen een nieuwe impuls gekregen. Ook in Nederland leidde het tot discussie. De Nederlandse regering publiceerde een lijst met zaken waarvan zij vinden dat de lidstaten het beter zelf kunnen regelen. Eén van de argumenten is dat de EU niet alles moet doen, maar wat ze doet wel goed moet doen.

 

4.Vijf toekomstscenario’s voor de EU

Commissievoorzitter Juncker presenteerde op 1 maart 2017 vijf scenario’s voor Europa in de toekomst. Hiermee wilde Juncker een debat in gang zetten waar het heen moet met de Europese samenwerking. Uiteindelijk zullen de lidstaten duidelijk moeten maken voor welk van die scenario’s zij kiezen.

De scenario’s verschillen van elkaar op twee essentiële onderdelen: wat moet de Europese Unie oppakken (het takenpakket) en hoeveel soevereiniteit zijn de lidstaten bereid af te staan aan de EU om die taken uit te kunnen voeren (de bevoegdheden). Hiermee moet duidelijker worden wat de burger dan van de EU kan verwachten, en welke macht de EU heeft gekregen van de lidstaten. En ook wat de EU niet zal doen en het aan de lidstaten zelf is om bepaalde doelen te bereiken.

De vijf scenario’s in het kort:

 

  1. Doorgaan op de huidige wijze. Per beleidsterrein is bepaald welke taken de EU toebedeeld heeft gekregen en de EU zorgt er, samen met de lidstaten, voor dat beleid en beleidsprogramma’s worden uitgevoerd. Met name tijdens crises komt de vraag telkens weer op of en hoe verdere Europese samenwerking moet worden vormgegeven.
  2. De EU richt zich op de interne markt. De kern is een vrijhandelszone en de samenwerking op heel veel andere terreinen als migratie en veiligheid wordt niet langer in EU-verband vormgegeven. Veel Europese wet- en regelgeving zal worden ingetrokken, met alle daar bij behorende rechten en plichten.
  3. De EU gaat samenwerken op een kleiner aantal door de lidstaten te bepalen beleidsterreinen. Die samenwerking wordt dan wel verder geïntensiveerd – er zullen bevoegdheden overgedragen worden aan de EU op de gekozen beleidsterreinen. Voor wat de Europese Unie blijft doen zijn een sterker instrumentarium en meer middelen nodig.
  4. De bestaande samenwerking op een aantal kernterreinen blijft in stand, maar de EU biedt landen de mogelijkheid om nauwer samen te werken op een reeks beleidsterreinen zoals belastingheffing of defensie. Landen die in eerste instantie niet mee willen doen, kunnen nauwere samenwerking tussen andere landen niet blokkeren. Landen mogen zich later alsnog aansluiten bij een ‘kopgroep’.
  5. De EU gaat verder integreren. Lopende initiatieven en programma’s worden geïntensiveerd, de landen van de eurozone dragen bevoegdheden op sociaal-economisch gebied over aan de EU en er komt een Europese defensie-unie.

Juncker is geen voorstander van een Europese Unie op basis van de interne markt, verder ontdaan van alle andere competenties (optie 2). De Commissie ziet echter ook in dat het vijfde scenario van verregaande integratie geen haalbare kaart lijkt te zijn.

  1. De huidige praktijk

Ongeacht het debat waar het naar toe moet met de Europese Unie vormen de bestaande spelregels een belangrijk uitgangspunt. In het huidige verdrag zijn de onder andere vastgelegd op welke terreinen wordt samengewerkt, en hoe regelgeving op Europees niveau tot stand komt.

Huidige bevoegdheden Europese Unie

Besluitvormingprocedures in de Europese Unie

Toets of regelgeving op het Europese nuttig en nodig is

  1. Argumenten in de discussie over de toekomst van Europa

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over Europa als een politieke unie. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger.

Een politieke unie is nodig voor vrijheid, vrede en welvaart in Europa

De Europese samenwerking na de Tweede Wereldoorlog werd onder andere geïnspireerd door het idee oorlog op het Europese continent te voorkomen. De gedachte was dat als landen sterke economische belangen met elkaar deelden, ze geen oorlog met elkaar zouden voeren. Bovendien zou een Europa dat op economisch en politiek vlak sterk samenwerkt, een beter machtsblok kunnen vormen tegen de VS en opkomende economische grootmachten. Nog steeds wordt het argument van vrede, vrijheid en welvaart aangevoerd voor een Europese monetaire en politieke unie.

Een politieke unie veroorzaakt meer spanning tussen Europese landen

Verdergaande politieke integratie zal de spanningen tussen Europese landen vergroten: harde economische en politieke afspraken zullen landen juist tegen elkaar opzetten. Zo verwachten sommigen dat in een politieke unie het sterke Duitsland de controle zal krijgen over begrotingen, belastingen en uitgaven van de andere lidstaten. Dit zou vervolgens tot conflicten tussen Duitsland en andere EU-landen kunnen leiden.

Een politieke unie is nodig om de euro te laten functioneren

De euro kan alleen werken als de Europese Unie niet alleen economisch wordt geïntegreerd (interne markt, euro e.d.), maar ook politiek (bijvoorbeeld overal dezelfde begrotingsdiscipline). Omdat de eurocrisis o.a. werd veroorzaakt doordat landen hun interne zaken niet op orde hadden, wordt er nu gepleit voor een politieke Europese unie met meer zeggenschap op terreinen die voorheen nationaal werden geregeld.

Een politieke unie vergroot de kloof tussen EU en burger

Een politieke unie vergroot de kloof tussen burgers en de EU alleen maar. Hoe sterker de politieke samenwerking, hoe minder oog er is voor nationale belangen en nationale identiteit. Het tekort aan democratische legitimiteit zal met een politieke unie alleen maar groter worden. Burgers voelen zich niet gehoord en niet vertegenwoordigd.

  1. Meer informatie

Kosten en baten van de Europese samenwerking

Nederland over Europa

Europa en democratie

Bevoegdheden Europese Unie

Institutioneel beleid)

[1] http://www.europa-nu.nl/id/vh7il22b7rnr/de_toekomst_van_europa

Advertisements