Tags

,

’Grote drie’ voor Europa van verschillende snelheden (Christoph Schmidt, Buitenland/Trouw, 7 maart)

Toekomst EU | Minitop in Versailles sorteert voor op de discussie over een gezamenlijke post-Brexit-koers

‘Landen aan de oostkant van de EU vrezen voor een tweederangs status’

# De grootste drie economieën van het Europese continent sturen aan op een ‘Europa van verschillende snelheden’, waarbij sommige EU-landen kopgroepen vormen en sneller integreren dan andere. De regeringsleiders van Duitsland, Frankrijk en Italië lieten zich in die zin uit na een minitop in Versailles, waarbij ook de Spaanse premier Rajoy aanwezig was. Die toonde als enige van het kwartet voorstander van een diepere integratie van de EU as geheel.

Het is nuttig om als startopmerking vast te stellen dat dit artikel onduidelijkheid laat bestaan over het nieuwe ‘5 scenario’s-plan van de Europese Commissie. De deelnemers aan de minitop in Versailles Duitsland, Frankrijk en Italië met aanwezigheid van Spanje suggereert dat deze landen ook de ‘kopgroep’ gaan vormen, terwijl er in het krantenbericht sprake is van meervoud ‘kopgroepen’. Hoe stelt men zich dat voor, is de eerste vraag en de tweede vraag is of inderdaad genoemde landen als kopgroep gaan opereren. Indien dat het geval is, wordt een fout uit het verleden herhaald, namelijk vanwege het losjes omgaan met de EMU-normen, waaraan Frankrijk en Italië, om over de aanwezigheid van Rajoy namens Spanje maar te zwijgen, zich schuldig maken.

Frankrijk en Italië kunnen vanwege hun problematische budgettaire en staatsschulden nooit tot de economische kopgroep vormen, als het de bedoeling is dat één van de kopgroepen een economische of monetair-financiële is. Deze BBP-kopgroep zou in een organisatorische opzet van meerdere snelheid, dus op groeisnelheid, gemiddelde snelheid en trage groei ofwel stationair (en dat geldt alleen voor lidstaten met basisindustrieën zoals agrarische- [olijven en wijn/port] en toeristensector, zoals de Middellandse zee landen als Griekenland en Portugal. Dit betekent dat alle ‘kopgroepen’ of snelheden als afgeleiden worden beschouwd van de BBP als norm. De combinatie van BBP en EMU-normen zouden dan bepalend moeten zijn, want de randvoorwaarden voor de budgettaire grondslag van de economische groei.

Dat dient zo te zijn omdat tot in het heden het altijd ging om geografische omvang van de lidstaten, waarvan werd aangenomen dat de grootste lidstaten op het continent zoals de boven genoemde automatisch de sterkste BBP-landen zouden zijn. Feitelijk kan dat niet zo zijn, want BBP zijn data afgestemd op bevolkingsomvang en daarmee gemiddelden.[1]

Maar deze aanname blijkt onjuist te zijn. Dit wordt nog nader toegelicht omdat de eerste blog op verkeerde statistieken was gebaseerd.

 

[1] https://www.europa-nu.nl/id/vh6tqk1kv3pv/europese_unie_in_cijfers

[2] http://ec.europa.eu/eurostat/tgm/refreshTableAction.do?tab=table&plugin=1&pcode=tec00001&language=en

Advertisements