Tags

,

Hoogleraar: Turken tarten westerse waarden met dit bezoek (Harriët Salm, Vandaag/Trouw, 6 maart)

Mag een Turkse minister in Nederland campagne voeren voor een referendum? Ongeschreven diplomatieke regels zeggen van niet, zegt Jan Melissen (56). Vijf vragen aan deze hoogleraar diplomatie aan de universiteit van Antwerpen, die ook verbonden is aan Instituut Clingendael.

Een Turkse minister die een campagnebijeenkomst bezoekt in Rotterdam om uitleg te geven over een referendum, wat is daar eigenlijk mis mee?

# Deze man wil op Nederlands grondgebied opereren zoals hij in Turkije doet. Dit is een gevolg van migratie, waar we nu mee geconfronteerd worden. Deze minister voert daarmee nationale partijpolitiek in een internationale omgeving. En dat hoort niet bepaald bij bet takenpakket van een minister van buitenlandse zaken.”

Hier is geen woord Spaans bij!

Hij mag in Nederland geen politieke campagne voeren onder Turkse stemgerechtigden?

# “De Nederlandse regering vindt dat onwenselijk en dat lijkt mij terecht. Een minister van buitenlandse zaken hoort zijn landgenoten in een ander land te helpen, bijvoorbeeld als ze in nood zijn. Maar deze minister wil nu de mensen in de diaspora politiek beïnvloeden, hij noemt ze zelfs zijn landgenoten [staatsburgers was op de radio te horen]. Dat gaat ver. Die trend zie je trouwens elders in de wereld ook: de omgang met burgers in het buitenland wordt door vooral autoritaire regimes als Rusland, Turkije, China, maar ook een stel kleinere Afrikaanse landen, sterk opgerekt. (…) De oppositie in het buitenland [Gülenbeweging!, jw] voelt zich daardoor niet meer veilig, want wordt ook in het buitenland tegengewerkt. Dat speelt in deze kwestie ook, de Turkse oppositie voelt zich geïntimideerd door dit bezoek.”

Joost Lagendijk werd als oud-Europarlementariër voor GL op de radio geïnterviewd en hij vond het verbazingwekkend dat ministers niet in het buitenlans campagne zouden mogen voeren. Zou hij toch al teveel invloed hebben ondergaan door zijn Turkse huwelijk?

Zijn er geen voorbeelden van Nederlandse politici die vlak voor nationale verkiezingen in het buitenland campagne voeren onder landgenoten?

# “Gebruikelijk is het niet. Maar Nederlandse diplomaten treden tegenwoordig in het buitenland wel veel meer naar buiten. Nederlandse ambassadeurs, ook in Turkije, doen mee aan debatten, zijn actief in de samenleving. Twintig jaar geleden was dat anders. In een verder verleden hadden zij voornamelijk contacten met de regering. Maar waar ligt nu de grens van dat optreden? Dat is de vraag die in deze kwestie speelt. Wat doe je wel in het buitenland en wat niet? Welke ruimte van opereren heb je precies? Er was vooralsnog een soort ongeschreven regel dat je campagne voert binnen de grenzen van je eigen land. Dus als er een grote Britse kolonie is in Spanje, gaat een Britse politicus toch niet in Spanje zieltjes winnen. Maar zulke normen zijn nergens opgeschreven en die veranderen ook. Deze norm wordt nu uitgedaagd en getest.”

Is dit een diplomatieke rel?

“Zeker. Ik vind het vooraf vooral opmerkelijk met hoeveel zelfvertrouwen de autoritaire staat Turkije de westerse democratische waarden en conventies durft te tarten. Vergeet niet: het gaat om een referendum waarin wordt voorgesteld de Turkse president meer macht te geven. Daarvoor komt deze minister hier onder Nederlandse Turken campagne voeren. Dat deze minister de Nederlanders het verwijt maakt dat ze ondemocratisch bezig zijn omdat ze hem niet willen toelaten, is hypocriet. De Turken zeggen: jullie respecteren het democratische recht op vergadering niet. Terwijl dat recht in Turkije zelf met voeten getreden wordt, oppositieleden in de gevangenis worden gezet, journalisten eveneens.”

Ons – Duitsland en ons land – verwijten dat we ondemocratisch bezig zijn, terwijl mensenrechten in Turkije met voeten getreden worden, is niet alleen hypocriet en inconsequent, maar duidt ook op een geheel nieuw fenomeen: westerse waarden alleen wat idee of begrip betreft overnemen, omdat ze momenteel toch als universeel gelden, maar er handig misbruik van maken door ze een geheel eigen inhoud te geven, zodat de schijn wordt opgehouden dat deze nieuwe (moderne) staten democratisch in de westerse zin van het woord zijn geworden en ze als gelijkwaardige gesprekspartners kunnen meedraaien in internationale gremia.

Zo kan in aanvulling op mijn blog van gisteren over het verwijt van Erdogan aan Duitsland dat er gebruik wordt van nazipraktijken, niet alleen als stupide worden beschouwd, maar erger nog dan dat: het is ronduit beledigend aan Duitsland en aan de EU dat uitgerekend dit verwijt wordt gemaakt een aan mede EU-lidstaat. Deze belediging kan en moet duidelijk maken dat Turkije op generlei wijze onderdeel kan uitmaken van de EU en dat we dus andere oplossingen moeten zien te vinden om de Turkije-deal van het vluchtelingenverdrag ongeldig is verklaren en de EU zelf een oplossing buiten Turkije om gaat bedenken. Met een dergelijk land zijn geen verdragen van welke orde dan ook mogelijk.

Is dit bezoek nog tegen te houden?

# “Ik ken geen direct sluitend juridisch argument om deze minister tegen te houden. Je ziet nu dat er op verschillende niveaus geprobeerd wordt om een antwoord te vinden op dit probleem. (…) Minister Koenders van buitenlandse zaken kan in Europa politiek protest aantekenen tegen deze wijze van omgang tussen staten. Zodat de Europese Unie als geheel dit gedrag van de Turken onwenselijk noemt en samen een blok vormt. Maar het is afwachten wat de Turken gaan doen. (…).

Het lijkt niet alleen wenselijk dat de EU als geheel dit gedrag onwenselijk noemt, maar ook dat wordt meegedeeld dat de gebruikte formulering van nazipraktijken aan het adres van Duitsland beledigend is en dat Turkije daarmee de grondrechten van de EU schendt en dat er een gele kaart wordt uitgedeeld. En met de vervolg sanctie alvast aangekondigd: als een volgende gele kaart noodzakelijk wordt geoordeeld, dit in voetbaltermen de ‘rode’ betekent en dus verwijdering van het speelveld. De toelatingsprocedure van Turkije tot de EU wordt dan herzien; lees: tenietgedaan.

Advertisements