Tags

,

Welke premier sturen we eropuit? (Column Luuk van Middelaar, Opinie/nrc, 3 maart)

# Met nummer vier, ‘minder maar beter’, erkent de Commissie voor het eerst dat stopzetten of terugschroeven van EU-beleid op terreinen waar het meer belooft dan het ooit kan waarmaken (zoals werkloosheidsbestrijding) denkbaar is. Wel ziet de instelling dan graag meer macht op andere terreinen, zoals handel of innovatie. Haar adagium: of lidstaten doen het zelf, of laat het ons doen – maar dan wel goed.

Het is belangrijk dat de Commissie voor het eerst erkent dat stopzetten of terugschroeven van EU-beleid op terreinen waar het meer belooft dan het ooit kan waarmaken (zoals werkloosheidsbestrijding) denkbaar is. Dat mag beslist vooruitgang worden genoemd en dat betekent ook dat deze 5 toekomstscenario’s voor de EU heel serieus kunnen worden genomen en sterker: dat hier een belofte vanuit gaat dat als er redelijke reacties vanuit de lidstaten terugkomen naar Brussel, dat de Commissie daaraan ook gebonden is. Hiermee sluit ik aan op de eerdere blog van vandaag naar aanleiding van de tekst van @AdriaanSchout.

Maar het mag natuurlijk nooit zo zijn dat de Commissie in deze scenario’s een wisselwerking ziet: ‘dan graag meer macht op andere terreinen, zoals handel of innovatie.’ Het hangt natuurlijk altijd van het thema of dossier af wat daarvoor nodig is. Wat betreft de genoemde thema’s handel of innovatie, kan bij handel alleen sprake zijn van een coördinerende functie van de Commissie, die zich verder niet met nationale handelstradities bezighoudt, maar met (internationale) handelsverdragen. De lidstaten bepalen zelf hoe hun handelsverkeer Europees en internationaal verloopt en daarover heeft de Commissie geen zeggenschap. Wat wel typisch voor de hand ligt als taak voor de Commissie, is een harmonisatie van economische beleidsterreinen, zodat het ‘internationale product’ van de EU wereldwijd wat beter op elkaar afgestemd wordt en overlapping of zelfs verkwisting door overproductie wordt tegengewerkt.

Het geciteerde adagium is natuurlijk voortreffelijk en dient richtinggevend te zijn.

# Van een realistische inschatting van de krachtsverhoudingen getuigt ook de keuze voor scenario’s. In het Europees Parlement kreeg Juncker kritiek dat hij geen voorkeur uitsprak, geen leiderschap toonde. Zijn repliek: „Ik ben geen dictator.” Hij bedoelde: „Ik ben de Europese regering niet.” Niet de Commissie neemt de fundamentele besluiten over de koers van de Unie; dat doen de regeringsleiders in de Europese Raad. De Commissie geeft wel een impuls, op een goed moment. Eind deze maand vieren de 27 regeringsleiders op een top in Rome – de vertrekkende Theresa May blijft thuis – de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome, waarmee alles begon. Voor knopen doorhakken is het dan te vroeg: dat kan pas als behalve Nederland ook Frankrijk en Duitsland naar de stembus zijn geweest. Maar het nadenken moet beginnen, en onderdeel van verkiezingen zijn.

Met deze laatste twee zinnen kan iedere burger in ons land het geheel eens zijn, al sluit ik niet uit dat iedere populist in ons land, al dan niet gebonden aan een bestaande partij of beweging, slechts het lineaire standpunt wenst in te nemen dat ons land uit de EU moet vertrekken. De vraag is of zij bereid zijn op hun schreden terug te keren, als zal blijken dat de Brexit op een grootschalige mislukking voor de Britten blijkt uit te lopen, waar het nu wel op gaat lijken, zoals Rutte dat in een van zijn campagneteksten heeft laten blijken. Hij is natuurlijk van alle Europese statistische cijfers op de hoogte. Hij krijgt ook nationaal de wind van voren – tijdens het volgende kabinet – als zou blijken dat het onwaar ofwel blufpoker geweest zou zijn.

En in aansluiting op mijn eerste blog van vandaag: ‘Maar het nadenken moet beginnen, en onderdeel van verkiezingen zijn’; niet ‘het’ nadenken, maar vooral en juist het nadenken van iedere lidstaatbevolking is nu de opdracht, want die gelegenheid heeft zich nooit eerder voorgedaan als we de halfslachtige poging van de EU-Grondwet van 2005 niet meerekenen. Iedere bevolking krijgt nu de gelegenheid mee te denken en opvattingen of meningen publiek te maken en die mogelijkheid moet worden benut, zoals ik in die eerste blog al schreef. Dat zal overigens een proces van minstens een jaar betekenen, én omdat het niet referendabel kan worden, maar wél een publiek debat én op een bepaald moment ter afsluiting een parlementair debat op nationaal niveau moet worden, en finaal afgesloten in een principieel debat in het Europees Parlement.

Daar dient ook de finale besluitvorming plaats te vinden. En de Europese Raad en de Commissie dienen zich daarnaar te voegen, op straffe van een aanpassing van de huidige wet- en regelgeving dat de Commissie tot aftreden kan worden gedwongen via een motie van wantrouwen. Dat is nu niet het geval, en dat is een universeel-staatsrechtelijk merkwaardig hiaat. ‘Universeel-staatsrechtelijk’ is een wat vreemde verwoording, maar ik bedoel ermee dat principiële staatsrechtelijke waarden in iedere moderne grondwet zijn opgenomen, waar ook ter wereld. Ik bedoel dus niet dat ieder nationaal staatsrechtelijk document dezelfde inhoud heeft want dat is geenszins het geval.