Tags

, ,

Partijen zijn de ware zetelrovers (Geerten Waling, Opinie & Debat/de Volkskrant, 16 februari)

Met afsplitsing blijft het parlement gevrijwaard van een absolute dominantie van de politieke partijen.

# Lastig hè, die versplintering in de politiek? Het is inderdaad even wennen aan een stembiljet met 28 partijen, waarvan er minstens 14 een goede kans maken om in de Tweede Kamer te komen. De pessimist ziet hierin chaos en onbestuurbaarheid, maar de optimist ziet een gezonde concurrentiestrijd en een florerende democratie: er valt op 15 maart echt iets te kiezen.

Feit is dat politieke fracties, noch politieke partijen, in de Grondwet voorkomen. Niet vreemd aangezien onze Grondwet stamt uit de moderne startperiode (Thorbecke 1848) waarin er nog geen partijen bestonden. Maar inmiddels zijn de tijden immens veranderd en een hedendaags feit is dat de politieke partijen een vaststaand feit zijn en ons politieke bestel is gebaseerd op dat feit.

Feit anno 2017 is ook dat er 28 partijen op de kieslijsten voor over een maand voorkomen en dat betekent bij uitverkiezing tot de nieuwbakken Kamer zowel een stevige vergroting van partijfracties, alsmede een onvermijdelijke noodzaak tot vorming van veelpartijencoalities. Het wordt dus anders dan voorheen het geval was; inderdaad voer voor optimisten en pessimisten. Persoonlijk behoor ik tot de categorie die in deze verschijnselen een aftakeling van het huidige bestel ziet en dat er vanuit een groeiende chaos, die zich op alle maatschappelijke fronten voordoet, een aanstaande transformatie ziet ontstaan naar een nieuw maatschappelijk – en in onderhavige thema de politiek – bestel.

Het huidige populisme en het groeiende assertieve electoraat laten mijns inziens zien dat dit stelsel alleen nog technisch functioneert, maar geen draagvlak meer heeft. Er komt in mijn visie een model van directe democratie op digitale basis in de nabije toekomst.

Het grote toeval wil dat er geen chaos is ontstaan en ook geen onbestuurbaarheid, maar wel dankzij kunst- en vliegwerk van het huidige kabinet. Maar deze verschijnselen zijn geen tekenen van een gezonde concurrentiestrijd en florerende democratie. Daarvoor is de polarisatie en het sinds 2002 chronische populisme veel te groot. Dit leidt tot onbestuurbaarheid met minder gekunstelde en verbaal begenadigde politieke leiders. ik sta dus frontaal tegenover de auteur Waling.

# De Tweede Kamer zelf heeft afgelopen maanden vooral het vingertje geheven naar de fractieafsplitsingen, waarvan we deze kabinetsperiode acht gevallen hebben gezien, die hebben geleid tot zes nieuwe fracties en vier nieuwe lijsten op het stembiljet (VNL, Denk, de Vrijzinnige Partij en Nieuwe Wegen).

Volstrekt begrijpelijk dat in de bestaande praktijk van gevestigde partijen afvallers als afsplitsers als hinderlijk worden ervaren.

Zetelroof is een misvatting die nodig moet worden rechtgezet, aldus Waling

# De reactie van de Tweede Kamer was rancuneus. Zij wijzigde onlangs de parlementaire [Kamer]reglementen zodat afsplitsende Kamerleden in de toekomst worden afgestraft met een tweederangsstatus: zij krijgen geen fractiebudget meer en alleen nog zeer beperkte spreektijd. Een bedenkelijke stap. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat het moderne partijstelsel werd verankerd in onze democratie, waarmee ook fractieafsplitsing mogelijk werd. En bijna even lang wordt in zo’n geval al geërgerd gesproken van ‘zetelroof’. Dat is een misvatting die nodig moet worden rechtgezet.

Hier wordt geformuleerd dat sprake is van ‘een misvatting die nodig moet worden rechtgezet’, maar bewijsleverende argumenten worden net geleverd. Er is alleen sprake van een stellingname. Het gaat om een strijd tussen enerzijds de formele en anderzijds materiële regelgeving en Kamerreglementen. Walings redenering komt neer op bewijsvoering uit het ongerijmde.

# Waar geroofd wordt, vallen slachtoffers. ‘Zetelroof’ suggereert dat het de politieke partij is die het slachtoffer wordt van een onrechtmatige daad, maar dat is een valse voorstelling van zaken. Het vrije, individuele mandaat van onze volksvertegenwoordigers is vastgelegd in artikelen 50 en 67 lid 3 van onze Grondwet, ongeacht de kieslijsten waarop zij staan en de fracties die zij eventueel willen verlaten.

Hier wordt voortgeborduurd op een verkeerde basisstellingname of uitgangspunt. En dat komt neer op ‘een valse voorstelling van zaken’, om de woorden van de auteur maar te citeren.

Beter zouden we ons gebruik van de term ‘zetelroof’ omdraaien

# Partijen daarentegen worden niet wettelijk erkend, maar toch schreeuwen zij moord en brand als zij een Kamerlid met zijn zetel zien vertrekken. Dit overkwam vrijwel alle 58 ‘zetelrovers’ die de Tweede Kamer in honderd jaar heeft voortgebracht. En hetzelfde geldt voor gemeenteraden en provinciale staten, waar het fenomeen zich ook frequent voordoet.

De Tweede Kamer is dus nooit zo alert geweest om zelf de Grondwettelijke bepalingen aan te passen aan de praktijk van de dag en dat valt het parlement te verwijten. Althans, naar mijn weten is er nooit een debat gevoerd over de aanpassing in deze zin van erkenning van het partijwezen. Mocht dat debat wel hebben plaatsgevonden, dan stel ik vast dat het is afgewezen.

# Beter zouden we ons gebruik van de term ‘zetelroof’ omdraaien. De partij moet niet langer als slachtoffer worden beschouwd, maar als dader. Partijbesturen, partijcongressen, bewindspersonen en fractieleiders hebben de hardnekkige neiging zich de zetels van hun volksvertegenwoordigers toe te eigenen en het individuele mandaat als partijmandaat te beschouwen. In de eerste plaats doen zij dat via afgedwongen fractiediscipline en partijloyaliteit, soms zelfs vastgelegd in contracten met Kamerleden, zoals bij de SP, waarin kandidaten beloven te zullen gehoorzamen aan de partijlijn en hun zetel te zullen afstaan in het geval van een conflict. Dat deze contracten juridisch geen waarde hebben – want het vrije mandaat prevaleert – houdt partijen niet tegen.

De redenering van Waling is mijns inziens bij een verkeerd uitgangspunt ingezet en hik blijft die route natuurlijk tot het einde volgen. Op de radio (gisteren) hoorde ik hem zeggen dat alles deskundigen het met hem eens zijn, ook onder politicologen, maar dan geldt dat zijn generatie. Voor mij geldt dus een ander standpunt.

#  Na afsplitsing kunnen de ‘dissidente’ Kamerleden rekenen op morele chantage, lastercampagnes en isolement door de oude fractie en andere fracties. Hiervan zijn voorbeelden te over: de eerste afsplitser, de katholiek Henri van Groenendael, werd in 1919 een ‘landverrader’ genoemd. In 1958 belasterde de communistenleider Paul de Groot vier afsplitsende CPN’ers met verzonnen verhalen over een fout oorlogsverleden. En meer recent was het VVD-fractieleider Halbe Zijlstra die de afgesplitste Johan Houwers kwalificeerde als ongewenste ‘fraudeur’. PvdA-voorzitter Hans Spekman schilderde de vertrekkende Jacques Monasch af als ‘laf’.

# Dergelijke drukmiddelen en vergeldingsacties zijn al honderd jaar gangbaar. En nu heeft de Tweede Kamer dus ook nog besloten afgesplitste Kamerleden het functioneren vrijwel onmogelijk te maken. Alles moet wijken voor het belang van de politieke partij. Dit wordt steeds problematischer, zeker nu de traditionele partijen hun leden, geld en vertrouwen goeddeels hebben verspeeld.

De auteur vergeet vast te stellen dat ‘dergelijke drukmiddelen en vergeldingsacties al honderd jaar gangbaar’ zijn, want in mijn visie een vaste politieke wetmatigheid van machtsvorming. Dat geldt voor alle gremia waar leiding wordt gegeven en bestuurd wordt. Politiek zal nooit in een ideaal bestel kunnen worden omgezet, zolang het gevecht gaat om het stemmenaantal in de Kamer. De enige mogelijkheid is om een burgerparlement (zonder partijen) in te stellen via een digitale en directe democratie, zoals op deze site al vaker gepropageerd wordt. Zoek bij categorieën  naar ‘directe democratie’ (de auteur heeft al eerder een tweet van mij ontvangen[1]).

# Wat kunnen we eraan doen? Bij elke mogelijke oplossing die we kunnen aandragen voor de dominantie van de partijmacht, doemt telkens hetzelfde probleem op: de kalkoen mag het kerstmenu bepalen. Elke structurele verandering moet door de ware [?] zetelrovers, de politieke partijen, worden doorgevoerd. Alleen zij hebben de macht om wetten en reglementen aan te passen. Om dit proces wat te bespoedigen, is het toe te juichen dat er voortdurend nieuwe partijen en bewegingen opstaan, die met de gevestigde partijen een zware concurrentiestrijd voeren om het mandaat van de kiezer.

In deze passage worden de politieke partijen tot ware zetelrovers gestempeld en dat is redelijk brutaal omdat de praktijk zelf wordt gevormd door die partijfracties. Als er in de periode waarover Waling de parlementaire geschiedenis beschrijft wel een geslaagde poging was geweest om de reglementen (en de Grondwet) was aangepast, dan had zijn hele betoog ongeldig geweest. Maar hoe stevig het fundament van politieke partijen ook was geweest – wij denken in termen van structurele noodzakelijkheid wat voorheen in de 2e helft van de 19e eeuw een emancipatie-instrument was – wij zitten gevangen in de gedachte dat wij ons moeten LATEN vertegenwoordigen en dat geldt voor ons tijdsgewricht niet meer. Wij kunnen digitaal als onafhankelijke burgers zelf onze eigen besluiten nemen, als via dat digitale forum een regering hebben gevormd op basis van persoonlijke visies van regeringsplannen. De beste plannen of de meest opvallende charismatische persoonlijkheden worden digitaal aangewezen tot bewindslieden die door de Digitale Derde Kamer worden gecontroleerd.

# Zo bezien zijn de versnippering en de vernieuwing van het partijlandschap gunstige ontwikkelingen die verkiezingen weer spannend maken en het debat goed zullen doen. Daarnaast kunnen we ons erop verheugen dat fractieafsplitsingen zich onverminderd zullen blijven voordoen, ongeacht de maatregelen die de Tweede Kamer ertegen probeert te nemen.

De huidige inbreng van afgesplitste groepen in de Tweede Kamer kan niet als winst worden beschouwd, zo is mijn oordeel.

# Verheugen ja, want met afsplitsing als uiterste noodgreep blijft het parlement gevrijwaard van een absolute dominantie van partijen en kan het vrije mandaat zijn heilzame, democratische werking behouden.

Mijn voorspelling is dat over 10 jaar geen politieke partijen meer bestaan en daarom ben ik al tijden bezig met de zgn. DDD. Dat is de weg naar de toekomst met een gezond politiek debat, dat nu niet bestaat. Ik ben daarom al bijna 10 jaar principieel partijloos en ik ben dus politiek blogger geworden.

[Van Geerten Waling verschijnt donderdag het boek Zetelroof – Fractiediscipline en afsplitsing in de Tweede Kamer, 1917-2017 bij uitgeverij Vantilt (Nijmegen).]

http://www.volkskrant.nl/opinie/partijen-zijn-de-ware-zetelrovers-niet-de-slachtoffers~a4463007/

[1] https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2016/06/16/voor-de-politieke-partij-heeft-het-laatste-uur-geslagen-volkskrant-partijdemocratie-ariejankorteweg-tweedekamer-geertenwaling/

Advertisements