Tags

,

Wet gesloten coffeeshopketen

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

– het Voorstel van wet van het lid Bergkamp tot wijziging van de Opiumwet teneinde de teelt en verkoop van hennep en hasjiesj via een gesloten coffeeshopketen te gedogen (Wet gesloten coffeeshopketen) (34165).

(Zie vergadering van 1 februari 2017.)

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail?vj=2016-2017&nr=52&version=2

De voorzitter:

Ik heet de initiatiefneemster en haar ondersteuning van harte welkom. Tevens heet ik uiteraard de minister van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van harte welkom. Zij zullen in de behandeling van dit initiatiefwetsvoorstel optreden als adviseur van de Kamer. De eerste termijn van de zijde van de Kamer vond plaats op 1 februari jongstleden. Vandaag zijn aan de orde het antwoord in eerste termijn en de gehele tweede termijn.

Ik heet ook mevrouw Berndsen van harte welkom. Zij is hier op speciale uitnodiging aanwezig als gast van de Voorzitter, vanwege haar nauwe betrokkenheid bij dit initiatiefwetsvoorstel. Bovendien is zij een oud-collega van ons, dus daarom vinden wij het helemaal leuk dat zij in ons midden is.

Voordat ik het woord geef aan mevrouw Bergkamp, geef ik eerst het woord aan mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Het spijt me een ordevoorstel te moeten doen alvorens wij aan de verdere behandeling van dit wetsvoorstel toekomen. Wij hebben al heel vaak gevraagd om een advies van het Openbaar Ministerie, met name, en van de politie. Pas vanmiddag hebben wij die gekregen en deze adviezen zijn zeer negatief. Het zijn zeer kritische adviezen over het voorliggende initiatiefwetsvoorstel op allerlei punten waarover wij geen debat hebben kunnen voeren, niet in de eerste termijn en ook niet in de schriftelijke ronde. Helaas wil ik dus verzoeken om de behandeling te schorsen en terug te verwijzen om een nieuwe schriftelijke ronde te houden op basis van het vrij ingrijpende advies van het Openbaar Ministerie. Het spijt me dit te moeten vragen.

De voorzitter:

Dit is een punt van orde. Zoals te doen gebruikelijk, vraag ik de leden of zij dit punt van orde steunen of niet.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik verbaas me erover dat het advies lang bij het ministerie lag en dat we het nu pas krijgen. Het is inderdaad zeer kritisch en roept veel vragen op, dus steun voor het voorstel van collega Van Toorenburg.

Vanwege een storing op Politiek24 was het debat niet tot het eind te volgen en kon het langdurige uitblijven van de bevindingen en adviezen van het Openbaar Ministerie niet beluisterd worden. Maar inmiddels was tegen het einde van het hoorbare gedeelte zo’n venijnig debat ontstaan dat er sprake was van een schandelijke vertoning van met name genoemde christelijke partijen. Het volledige debat zal op deze plaats nog uitgebreid worden geanalyseerd om de rechtsstatelijke argumenten van CDA en CU kritisch te onderzoeken. Vandaar dat alleen de openingsmomenten van dit debat hier weergegeven worden.

De heer Van Nispen (SP):

Het feit dat het advies bij het ministerie lag, kunnen we de initiatiefnemer moeilijk verwijten. Dat ten eerste. Het is genuanceerd kritisch. Het is inderdaad niet onverdeeld positief, maar alle punten erin hebben wel degelijk een rol gespeeld in de schriftelijke voorbereiding, die uitgebreid te noemen is, en al die punten zijn ook in de eerste termijn aan de orde gekomen. Er staan geen compleet nieuwe feiten in die stukken waar we niet toch vragen over hebben gesteld. Sterker nog, we hebben op al die punten juist wel vragen gesteld. Ik denk dat al die punten uitstekend aan de orde kunnen komen in onze vragen aan de indiener. De vraag waarom het nu aan de Kamer is gestuurd, kan misschien ter sprake komen bij het advies dat we vanavond van de regering mogen ontvangen. Dus volgens mij moeten we gewoon aan het debat gaan beginnen.

De voorzitter:

Geen steun voor het voorstel.

Mevrouw Volp (PvdA):

Geen steun voor het voorstel. Ik ondersteun de motivatie daarvan van de heer Van Nispen. Overigens staat het een bewindspersoon vrij om zelf adviezen op te vragen. Die hoeven niet naar de Kamer gestuurd te worden en hebben met name betrekking op de oordeelsvorming door bewindspersoon zelf.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik vind de vertragingsspelletjes die hier door de notoire tegenstanders van dit voorstel gespeeld worden gewoon niet kies. Dit is een initiatiefwetsvoorstel. We hebben in de procedurevergadering hemel en aarde moeten bewegen voor de behandeling ervan. Nu krijgen we te elfder ure. Vertrouw gewoon in de democratie. Laten we het voorstel vandaag behandelen. Ik steun het voorstel dus niet. Ik wil gewoon door met de behandeling.

De voorzitter:

Helder.

De heer Koolmees (D66):

Ik steun het voorstel ook niet. Zoals de heer Van Nispen zegt, zijn alle onderwerpen die in het advies staan behandeld in de schriftelijke ronde en aan de orde geweest in het debat. Daarop kan vandaag prima gereageerd worden door de indienster, dus geen steun voor het voorstel.

De heer Van Oosten (VVD):

Puur voor een ordentelijke wetsbehandeling stel ik er wel prijs op om een korte schriftelijke ronde te hebben over deze twee documenten die van de zijde van het Openbaar Ministerie en de politie zijn gekomen. Dat vind ik van belang, omdat we dat gewoon zijn te doen. Volgens mij hebben we daar niet zo ontzettend veel tijd voor nodig en zou de initiatiefneemster de vragen snel kunnen beantwoorden. Dat heeft zij in het verleden ook gedaan.

De voorzitter:

U steunt het voorstel dus?

De heer Van Oosten (VVD):

Ja, ik zou graag een schriftelijke ronde willen hebben. Daar heb ik eerder ook om gevraagd.

Uit het debat zal blijken dat ook Van Oosten een conservatief Kamerlid is die dezelfde wereldvreemde attitude aanneemt als het CDA.

De voorzitter:

Het verzoek was schorsing teneinde een schriftelijke ronde te kunnen houden. Ik moet dat even helder krijgen.

Mevrouw Helder (PVV):

Zelf heb ik geen behoefte aan uitstel, want het standpunt van mijn fractie zal er niet door veranderen. Maar als een collega graag wat tijd wil om de nieuwe punten te verwerken in haar inbreng, dan vind ik dat goed. Ik erken meteen dat ik bij de eerste termijn niet aanwezig ben geweest. Het is ook niet aan de initiatiefneemster te wijten dat we het advies laat hebben gekregen. Maar ik wil ook niet voor het voorstel gaan liggen. Daarom steun ik het voorstel van mevrouw Van Toorenburg dus wél.

De voorzitter:

Mevrouw Helder steunt het voorstel van mevrouw Van Toorenburg. Daarmee is er nog steeds een meerderheid die wil doorgaan met het debat.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Nee, voorzitter. Er is een meerderheid om te schorsen. Er zijn namelijk vertegenwoordigers van 70 leden aanwezig die willen schorsen. Vertegenwoordigers van 66 leden zijn tegen schorsen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Wij moesten hier ook even in duiken om te achterhalen hoe de procedure is. Voor het honoreren van een verzoek om uitstel is een normale meerderheid nodig, dus de helft plus één. Zo’n meerderheid om te schorsen is er op dit moment niet. Dat betekent dat uw ordevoorstel is verworpen, mevrouw Van Toorenburg. Wij gaan met de behandeling beginnen. Ik zal daarom het woord geven aan de initiatiefneemster, mevrouw Bergkamp. Maar eerst wil mevrouw Van Toorenburg nog iets zeggen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter, hoewel ik denk dat het anders ligt, respecteer ik dit en moet het maar zo gaan.

De voorzitter:

Dank u wel.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter. Ik wil beginnen met mevrouw Magda Berndsen te bedanken. De voorzitter heeft dat ook al gedaan, maar ik vind het belangrijk om dat zelf ook nog even te doen. Magda stond vier jaar geleden aan de wieg van dit voorstel. Ik dank haar voor het feit dat zij deze weg is ingeslagen. Ik vind het zeer eervol om haar werk te kunnen afmaken. Ik hoop dat dat kan hier in de Tweede Kamer, om het vervolgens in de Eerste Kamer te behandelen. Ik vind het ook heel fijn dat ze vanavond hier in deze zaal aanwezig is. Dank je wel, Magda.

In de tweede plaats wil ik mijn team bedanken. Voor een deel zit dat nu achter mij. Ik noem Sidney Smeets, Tim Vis, Rob Hofland, Taco van der Zwaag, Sophie Meijer, Huub Linthorst, Henk-Jan Oosterhuis en, spin in het web, Floor van der Zee. Zij hebben allemaal meegewerkt aan de totstandkoming van dit voorstel.

Verder vind ik het belangrijk om mijn dank uit te spreken aan Bureau Wetgeving. De mensen van Bureau Wetgeving werken vaak achter de coulissen, maar verrichten ontzettend veel werk voor Kamerleden. In het bijzonder wil ik bedanken Laura van Breugel en Esther van de Laar, voor het meedenken en het vele werk dat ze hebben verricht voor deze initiatiefwet.

Verder wil ik alle aanwezigen op de publieke tribune bedanken. Het was even spannend of het debat nog zou doorgaan. Ik kan me voorstellen dat zij dat ook spannend vonden. Ik zie een aantal bekende gezichten op de publieke tribune, van mensen die de totstandkoming van deze initiatiefwet al een heel lange tijd volgen. Ik vind het ook fijn dat ze vanavond aanwezig zijn. Ook waardeer en dank ik alle Kamerleden voor hun kritische, opbouwende inbreng twee weken geleden. Ook dank ik hen dat zij hun Valentijnsavond met mij willen spenderen in de Kamer. Dat is toch best bijzonder. Tot slot wil ik mijn ouders bedanken. Ik weet dat zij nu ook aan het kijken zijn. Zelfs mijn moeder heeft het er nu elke keer over dat die achterdeur maar een keer aangepakt moet worden en dan heeft ze het niet over de keukendeur. Dus ook mijn ouders leven mee.

Als ik terugblik op het vorige debat, dan zie ik dat de Kamer het over één ding eens is, namelijk dat het huidige stelsel niet werkt. Wij hebben een probleem en dat probleem heet het huidige gedoogbeleid, maar zo gaat het in de politiek: wij denken anders over de oplossing. Ik vond dat de heer Segers het heel mooi zei: uw hoop is de mijne, als het gaat over een en ander beter kunnen controleren, iets kunnen doen aan de gezondheid en jongeren kunnen behoeden voor drugs. Wij delen dezelfde hoop maar vooralsnog niet dezelfde oplossing, maar ik ga in mijn beantwoording flink mijn best doen om de heer Segers en hopelijk ook andere Kamerleden te overtuigen van de door mij ingeslagen weg.

Ik wil eerst even een korte algemene beschouwing geven, een introductie. Dan wil ik heel graag de vragen van mijn collega’s zo goed mogelijk beantwoorden in elf blokjes. Ik heb ze voor het gemak even op papier gezet. Ik wil aan de bode vragen om dit ook even aan de Kamerleden te geven. De elf blokken zijn: 1. preventie en ontmoediging; 2. verslaving; 3. medicinale cannabis en thuisteelt; 4. de werking van de gesloten coffeeshopketen; 5. illegale teelt en georganiseerde criminaliteit; 6. de internationale context, waarbij ik gelijk het advies van de Raad van State meeneem; 7. het ingezetenencriterium; 8. de financiële gevolgen; 9. de consultaties, waarbij ik mij ook even tot het CDA en de VVD richt met mijn reactie op de reactie van het Openbaar Ministerie en de politie; 10. het overgangsregime; 11. de evaluatiebepaling. Dat zijn in het kort alle blokjes die vanavond de revue gaan passeren. Voordat ik toekom aan de beantwoording van de vragen houd ik eerst even een algemene inleiding.

Zoals gezegd kondigde Magda Berndsen in 2013 het initiatief aan om de wietteelt in Nederland te reguleren. Alweer 40 jaar geleden is het gedoogbeleid ingezet en ook al 40 jaar discussiëren wij over het gedoogbeleid. Nu wij hier vandaag staan, hoop ik met heel veel passie in mij dat wij echt een stap vooruit kunnen zetten. Waarom vindt D66 het reguleren van de wietteelt nu zo belangrijk? Vorige keer merkte ik overigens ook veel steun van andere politieke partijen. De meeste mensen in Nederland hebben helemaal niets met drugs en moeten er ook niets van hebben, maar wat mensen vaak vergeten is dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking maandelijks cannabis gebruikt: meer dan 500.000 mensen. Zonder het gebruik aan te moedigen erkent D66 dit, net zoals wij met elkaar erkennen dat mensen andere schadelijke producten gebruiken, zoals alcohol en tabak. Ze gebruiken het voor hun genot en voor hun plezier. De heer Van Klaveren zei terecht dat het ook gaat om de individuele keuzevrijheid, het zelfstandig kunnen beslissen om een genotsmiddel te gebruiken. Ik ben het daarmee eens. Daarbij heeft de overheid volgens mij wel een belangrijke taak, net als bij tabak en alcohol. Zij moet zo goed mogelijk regelen dat mensen dit soort middelen, waarbij er zeker risico’s zijn voor de volksgezondheid, op een veilige en verantwoorde manier kunnen gebruiken. Misschien discussiëren wij daar straks verder over. Wat dat laatste betreft zijn wij bij alcohol en tabak al een heel eind. Bij cannabis hebben wij last van het huidige gedoogbeleid. Daar wil ik met dit wetsvoorstel een einde aan maken.

Wij hebben vier argumenten waarom wij dit willen. Met het regelen van de teelt dienen wij allereerst de volksgezondheid. Er is op dit moment geen enkel zicht op de totstandkoming van hennep en hasjiesj. Het mag worden verkocht en gebruikt, maar hoe het in de coffeeshop terechtkomt is een soort tovertruc, zoals mevrouw Volp zo mooi zei. Bestrijdingsmiddelen, pesticiden en zelfs haarlak worden gebruikt in de productie. Er is geen enkel zicht op hoe het tot stand komt of hoe het gemaakt wordt. Ik vind dat aan de totstandkoming van dit veelgebruikte product kwaliteitseisen moeten worden gesteld, net zoals we doen bij andere producten die worden verkocht.

Ten tweede faciliteert het huidige beleid criminaliteit. Je mag het niet verkopen, maar je mag het wel telen. Dat heeft ertoe geleid dat heel veel criminele organisaties zich zijn gaan nestelen in de teelt. Door het ontbreken van toezicht wordt de productie gedomineerd door criminele organisaties die daarmee, zoals de heer Van Nispen zei, gigantisch veel geld verdienen. De productie van coffeeshops wordt met dit wetsvoorstel zo veel mogelijk uit handen genomen. Dat heeft ook positieve gevolgen voor de coffeeshophouder. Hij hoeft zich niet meer in te laten met criminele organisaties en kan een sluitende boekhouding gaan vormen, zoals iedere andere ondernemer.

Ten derde dient dit voorstel de rechtszekerheid. Door het beleid op te nemen in de wet is het voor iedereen duidelijk wat al dan niet mag. Onwerkbare situaties, zoals een maximale handelsvoorraad, worden voorkomen.

Ten slotte kan met een gereguleerde coffeeshopketen een beter ontmoedigingsbeleid worden gevoerd. Ik neem echt met klem afstand van het verwijt dat in deze Kamer werd gemaakt, namelijk dat mijn partij met dit voorstel drugsgebruik onder jongeren normaliseert. Ik zal daar straks nog uitgebreid bij stilstaan in reactie op de vragen. Zoals de heer Van Oosten al zei: softdrugs zijn niet meer weg te denken uit de samenleving.

Wat in het hele debat niet aan de orde kwam is het verschijnsel dat de eigen verantwoordelijkheid van de burger geen enkele plek wordt toegedicht. Jongeren willen alles verkennen, onderzoeken en zelf kunnen bepalen wat ze doen en niet doen. Volwassenen zijn een fase in hun ontwikkeling verder en worden geacht om beter kunnen beoordelen wat voor hen goed is en niet goed. Dat geldt ook voor drugs zoals de praktijk bewezen heeft zoals Simon Vinkenoog die zijn hele leven hallucinante middelen heeft gebruikt, maar toch heel oud is geworden.[1]

Kortom, de christelijke neiging om al het kwaad de wereld uit te bannen gaat geheel in tegen bepaalde menselijke neigingen om zelf via onderzoek en gemaakte fouten in het leven dat aardse leven te verkennen en door middel van die opgedane levenservaring tot een grotere persoonlijke wijsheid te komen.

Inmiddels is er ook een praktisch voorbeeld te noemen waarom het huidige gedoogbeleid op geheel andere basis moet worden gestoeld: de rijksmiddelen die via OM, politie en justitie die op ‘war on drugs’ worden ingezet, zijn weggegooid en verspild geld waarvoor een gehele, goed ingerichte krijgsmacht op de been gehouden kan worden. In onze tijd van de reorganisatie van de Navo met Trump in het Witte Huis dient die verdragsorganisatie voorrang te verkrijgen op het gedoogbeleid binnen de volksgezondheid, die in handen van de bevolking en met name gebruikers van genotsmiddelen ligt en niet in handen van de overheid die nog steeds wordt gedomineerd door oud denken van de conservatieve en vooral conservatieve krachten in deze maatschappij.

(wordt vervolgd.)

[1] Wikipedia: ‘Vinkenoog deed veel ervaring op met hallucinogene middelen, nadat hij in 1959 onder medisch toezicht voor onderzoek enige malen lsd had ingenomen. Oprichter Ted Klautz van het esoterische tijdschrift Bres vroeg hem in 1968 om een artikel over lsd. Tot 2004 volgde een lange reeks bijdragen in de rubriek Wereld in beweging.’ Hij werd geboren op 18 juli 1928 en overleed op 12 juli 2009.

Advertisements