Tags

,

https://fd.nl/economie-politiek/1186774/cpb-zal-bevestigen-politiek-heeft-weer-ruimte-voor-leuke-dingen

# De economische omstandigheden zitten bij de komende Tweede Kamerverkiezingen mee. Maar daarmee weten we nog niet welke inschatting de politieke partijen maken van de beschikbare financiële ruimte en hoe ze die dan eventueel willen benutten.

# Het Centraal Planbureau komt donderdag tot een antwoord met de publicatie Keuzes in Kaart, de traditionele doorrekening van de partijprogramma’s. Het planbureau berekent voor elke partij die dat wil wat de consequenties zijn van het voorgestelde economische en financiële beleid.

Welke programma’s rekent het CPB door?

# Volgens de spelregels van het CPB mag iedere partij meedoen die vertegenwoordigd is in de Tweede Kamer, ook eventuele afsplitsingen.

# Het CPB maakt niet van tevoren bekend welke partijen dat zijn, omdat een partij tussentijds nog zou kunnen afhaken als de resultaten van de doorrekeningen niet bevallen. Op basis van wat de partijen zelf hebben aangegeven is al bekend dat net als vier jaar geleden de Partij voor de Dieren en 50+ niet meedoen. Anders dan in september 2012 laat ook de PVV dit keer niet doorrekenen. De VVD, PvdA, CDA, GroenLinks, SP, D66, ChristenUnie en SGP hebben al laten weten opnieuw mee te doen. Komende donderdag weten we het precies, dan presenteert CBP-directeur Laura van Geest de nieuwe Keuzes in Kaart.

Met deze doorberekeningen weten we nog helemaal niet in hoeverre het gevoerde crisisbeleid geslaagd is of niet en is daar naar mijn weten ook helemaal geen debat over geweest.

# De systematiek van de doorrekening betekent voor de partijen dat ze de ramingen van het CPB voor de economische ontwikkeling op de middellange termijn als uitgangspunt moeten nemen.

Die ‘middellange termijn’ als uitgangspunt zal ook wel het maximale zijn dat van partijen gevraagd kan worden, want de ‘lange termijn’ is voor het electoraat een brug te ver. Maar dat ontslaat de partijen er zelf niet van om wel een visie te ontwikkelen voor die lange termijn, omdat dat hun taak is. Maar dat ontbreekt uiteindelijk in het merendeel van de gevallen aangezien het natte vingerwerk wordt. Waarom geen te publiceren bundels met expertanalyses waarin verschillende scenario’s worden beschreven, zoals het bestaande S&D (PvdA) en De Helling (GL) als de meest diepgravende? Er wordt ook nooit verantwoording afgelegd in het kader van de EMU-normen van 3%, terwijl dat technisch wel zo voor de hand liggend is. Want daarmee zal dan duidelijker worden wat het verschil is tussen puur economisch-fiscale accenten en de meer sociaal-economische aspecten van het beleid. Nu wordt er gegoocheld met zorginjecties (Rutte) en onderwijsinvesteringen (D66), terwijl dan kennelijk de andere semipublieke sectoren (veiligheid) wordt overgelaten aan de rabiaat rechtse partijen als VNL. Het zou logischer zijn als alle semipublieke uitgaven geprioriteerd worden in de eigen visie op het ‘algemeen belang’. Maar dat past natuurlijk weer niet in verband met de gemakkelijk klinkende ‘wanen van de dag’. Niet sexie genoeg.

# Dat hield aan de vooravond van de verkiezingen in september 2012 in dat er gerekend moest worden met een verwachting, bij ongewijzigd beleid, van een begrotingstekort van 2,6% van het bruto binnenlands product in 2017. Alle politieke partijen voelden zich toen genoodzaakt om te gaan bezuinigen op de uitgaven, of de belastingen te verhogen.

Dat was ook niet alleen logisch in het kader van ‘budgettaire noodzakelijkheden’ – om maar niet de verdenking op zich te laden dat men overtuigd rekening hield met genoemde EMU-normen -, maar ook van de visie van partijen op de verdeling van de sectoren en of er geen andere opties mogelijk waren om aan die normen tegemoet te komen.

# Het CPB rekende door dat de beleidsvoornemens van de VVD het tekort het meest omlaag zouden brengen, naar 1,1% van het bbp per 2017, terwijl met een tekort van 1,8% de bijdrage van de SP aan verbetering van de overheidsfinanciën het geringste was.

Wat zich met deze ‘aanpak’ wreekt is dat de VVD met een ‘record’ van bezuinigingen te weinig rekenschap geeft van het ‘asociale’ karakter van die bezuinigingen, want zo gemakkelijk om juist de ‘premiesectoren’ zoals de zorg aan te pakken, wetend dat dat slachtoffers zal oproepen. En waarom wenst de SP zo weinig bij te dragen aan de ‘verbetering van de overheidsfinanciën’? ideologische dogmatiek? Als je het niet eens bent met de EMU-systematiek, dan ben je als parlementaire fractie alleen waarlijk constructief als er meerderheden worden gesmeed om in Brussel appel aan te tekenen, ook ten aanzien van de bikkelharde bezuinigingen in Zuid-Europa door fouten in de EU-techniek uit het verleden.

Gunstiger uitgangspunt

# Inmiddels is duidelijk dat het werkelijke verloop van het begrotingstekort veel gunstiger uitvalt dan op grond van de toenmalige verkiezingsprogramma’s verwacht kon worden. Voor dit jaar komt het begrotingssaldo waarschijnlijk ergens rond de nul uit en voor 2021 gaat het CPB uit van een plus van 0,9%. Vergeleken met de vorige verkiezingen is het uitgangspunt met 3,5 procentpunt verbeterd, van -2,6% tot + 0,9%.

Maar met welke tekorten in ‘beschavingsniveau’, waar nooit anders dan in polariserende termen over gesproken wordt?

# De grote vraag is hoe de partijen met deze ‘weelde’ denken om te springen. Directeur Job Swank van De Nederlandsche Bank houdt een pleidooi de begrotingssaldi verder te laten oplopen en de staatsschuld omlaag te brengen.

Als DNB met deze suggesties komt – zoals ze inmiddels gedaan zijn – dan moet dat in macrokaders zijn uitgewerkt en het liefst met alle academische verschillen die er bestaan onder het gespecialiseerde economenvolk. Want hoewel academische economen natuurlijk te maken hebben met economische scholen’’, moet er in retrospectief ook rekening worden gehouden met de kernverschillen tussen monetaristen en neokeynesiaanse economie, die in het laatste kwart van de vorige eeuw de hoofdrol speelde, maar die nu – beide – duidelijk botsen met de EMU-normen. De vraag is ook of de ministerraadnotulen die Adriaan Schout heeft gelezen, daarover meer duidelijkheid verschaffen. Tegen die achtergrond kan er een evaluatiegesprek plaatsvinden met de besluitvorming van de Lubbersperiode, en is het voorbarig zoals Forum voor Democratie voorstelt om een parlementaire enquête in te zetten. Toen was het inzicht over wat er vandaag de dag bekend is geworden door de economische crisis die de wereld heeft meegemaakt, niet bekend en dat maakt het grote verschil. De jeugdige overmoed van Thierry Baudet doet in dat kader kleinzielig aan.

# Swank wees er onlangs op dat de Nederlandse politiek er doorgaans wel in slaagt tekorten op de begroting weer weg te werken, maar vervolgens nalaat om in periodes waarin de economie stevig doorgroeit buffers op te bouwen. Door het ontbreken van die buffers is er volgens Swank bij economische tegenwind weer sneller een noodzaak om meteen extra te bezuinigen.

Er zijn in het verre verleden vaker oproepen gedaan om anticyclisch beleid grondwettelijk vast te leggen en dat lijkt nu zelfs eens te meer een noodzakelijkheid te zijn geworden.

Hogere groeiprognose

# Zowel de politieke partijen als de media zullen ook gespitst zijn op de vraag wat de doorrekeningen van de partijprogramma’s met de economische groei gaan doen. Het CPB rekent met een gemiddelde van 1,7% tot en met 2021. Vier jaar geleden werd 1,5% voorzien en omdat de partijen zich vanwege het begrotingstekort gedwongen zagen het beleid te versoberen, viel bij haast alle partijen de groei lager uit dan die 1,5%.

Meer nadruk op inkomensverdeling

# De doorrekeningen van het CPB hebben altijd kritiek uitgelokt. De Haagse ambtenaar Wimar Bolhuis stelt in zijn boek De rekenmeesters van de politiek dat de VVD er vaak goed uitrolt, omdat de neoliberale uitgangspunten die het CPB in zijn modellen hanteert goed sporen met de VVD-voorkeuren.

Deze (schijnbaar) neoliberale uitgangspunten van het CPB verdienen nu anno 2017 opnieuw tegen het licht te worden gehouden met de opkomst en consolidatie van populistische partijen in het Westen, aangezien dat neoliberale bewezen heeft eenzijdigheden in het leven te roepen, te weten een afwezigheid van een menselijke maat in de maatschappij. Een eenzijdig economisch-liberaal beleid zonder maar een spoor van sociale consequenties te overzien en risicoanalyses op te maken, is ten dode gedoemd.

# Eerdere kritiek van GroenLinks dat milieu-effecten onvoldoende in de doorrekeningen tot uiting kwamen heeft er toe geleid dat al weer enige tijd het Planbureau voor de Leefomgeving meerekent. In de komende Keuzes in Kaart wordt weer een vernieuwing doorgevoerd waardoor in de ogen van delen van het electoraat ‘links beleid’ gunstiger zou kunnen scoren.

Zelfs Mathijs Bouman kwam vrijdag met complimenten aan het adres van GL![1]

# Het CPB introduceert namelijk een maatstaf voor de inkomensverdeling, de zogenaamde Gini-coëfficiënt. Het bureau gaat nu weergeven of het door een politieke partij voorgestelde beleid na vier jaar tot een verandering van de inkomensverdeling leidt. De introductie van deze maatstaf zou sommige partijen kunnen prikkelen om er in hun beleidsvoorstellen meer op te letten of deze tot beperking van de inkomensverschillen leidt.

Introductie? Dat begrip staat in alle handboeken economie! Maar Klaver omschrijft dat begrip wel anders dan vroeger op school werd geleerd[2], en daaruit mag worden opgemaakt dat zelfs dat soort coëfficiënten in de loop der tijden wordt aangepast!

Gunstige doorrekening wint geen verkiezing

# De grote vraag is uiteraard: kan het voor partijen een beslissend verschil maken hoe ze uit de doorrekeningen rollen? Bolhuis stelt dat de ervaringen van de afgelopen dertig jaar suggereren dat er geen verkiezingen worden gewonnen dankzij de doorrekeningen, maar een partij met een verhaal dat niet consistent is valt door de mand. Zo had de PVV er bij de vorige verkiezingen last van dat er in het verkiezingsprogramma werd gesteld dat de eurozone zou worden verlaten, maar er niet aan het CPB was gevraagd om de kosten van een dergelijke operatie door te rekenen.

Hierop kan zelfs het algemeen geldige inzicht worden vastgesteld dat politiek-wetenschappelijke doorrekeningen zoals die van econometristen van het CPB nooit (volledig) ‘juist’ kunnen zijn omdat de economische data, of zelfs Big Data, altijd verschillen met de realiteiten en besluitvormig van de dag van politieke elites.

PVV en 50Plus doen niet mee

# Voor het eerst in vele jaren zijn er twee partijen die goed in de peilingen staan en die geen doorrekening laten doen, de PVV en 50Plus. De grote vraag is of die keuze in het verloop van de verkiezingscampagne nog een rol gaat spelen. Het ligt voor de hand dat de andere politieke partijen PVV en 50Plus voor de voeten gaan werpen dat ze de toets door het CPB ontgaan en daardoor onvoldoende openheid geven.

De grote vraag is NIET of die keuze in het verloop van de verkiezingscampagne nog een rol gaat spelen, maar of de redenering van met name 50Plus – het spijt me maar in PVV ben ik niet geïnteresseerd vanwege hun populisme, in mijn definitie wel te verstaan: ‘Om besluiten te kunnen nemen dient men over inzichten * en het liefst ook over een visie * te beschikken over alle relevante politieke thema’s die in het tijdsgewricht spelen’ en dat is bij populistische partijen niet aan de orde, of in ieder geval minder dan bij niet-populistische partijen – wetenschappelijk deugdelijk is zoals kort geleden door Henk Krol op de radio werd uitgelegd. Als de redenering van Krol, die logisch en plausibel klonk, niet wordt (h)erkend door het CPB, dan ben ik eerder geneigd Krol op zijn expertise te geloven dan de CPB-economen die een tunnelvisie (kunnen) bezitten vanwege hun politieke opdrachtgevers.

# Deze twee partijen stellen voor om de AOW-leeftijd weer terug te brengen naar 65 jaar. En dan gaat het meteen om groot geld, over een periode van twaalf jaar €12 mrd. De SP stelt in zijn programma ook voor de AOW-leeftijd weer terug naar 65 te brengen. En die partij laat wél doorrekenen. De vraag is of de SP nog compensatie gaat zoeken elders op de begroting of dat deze partij het voorziene begrotingsoverschot gaat opsouperen.

In het kader van korte en bondige programma’s én in verband met het gebrek aan evaluatie van het gevoerde crisisbeleid, ben ik geneigd te oordelen dat terugbrengen van de AOW-leeftijd naar 65 wat gemakkelijk scoren is, aangezien dat besluit in het verleden wel een heel praktische – en pragmatische – bleek te zijn om het begrotingstekort sterk terug te brengen. Maar let wel: hoe sneller uit die begrotingsdiscipline gekomen, betekent dat niet automatisch dat dat beleid na afloop ook goedkeuring verdient. Het draait immers om Beschaving en Rechtvaardigheid en is er ooit een debat in de Kamer gevoerd waarin die twee kernwaarden van de Nederlandse (politieke) samenleving zijn getoetst? Neen dus.

Daaraan mankeert het in de hectiek van alledag op het Binnenhof en dat maakt dat er een chronisch democratisch tekort is binnengeslopen in het vertrouwen van het electoraat ten aanzien van de politiek. Nooit is ‘het kwartje’ van Kok teruggekomen bij de kiezer, de btw-verhoging als crisismaatregel is ook nooit geëvalueerd, laat staan het terugdraaien daarvan en de saneringen in de publieke sfeer. Wanneer komt dat debat, het enige debat dat er werkelijk toe doet? Hoe beschaafd is ons land eigenlijk nog met vaststellingen dat de uitgevoerde saneringen economisch en budgettair logisch en redelijk klinken, maar menselijk gezien hebben gefaald en er te grote beschavingskloven ontstaan zijn binnen onze samenleving? Ook de SP was niet in staat dat verhaal van goede cijfers en een goed opgebouwd betoog te voorzien. En dan ga je de mist in.

Zie ook: https://fd.nl/economie-politiek/1187342/d66-wil-4-5-mrd-extra-in-onderwijs-investeren

[1] https://fd.nl/economie-politiek/1187279/klaver-omarmt-het-economisme-beprijzen-van-milieuschade-wordt-het-nieuwe-verdienmodel-van-de-staat

[2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Gini-co%C3%ABffici%C3%ABnt

Advertisements