Tags

,

Is dit het einde van de globalisering?

Boze burgers |”De euro zonder buffer en Schengen zonder grenswacht was vragen om ellende. Politici keken de andere kant op en betalen nu de prijs.

Caroline de Gruyter

3 augustus 2016

In een Parijs’ vergaderzaaltje schetste een van de grondleggers van de euro, de Italiaan Tommaso Padoa Schioppa, eens het probleem van Europa:

„Het is een bootje in het midden van een rivier. Op de ene oever is alles nog nationaal. Op de andere zijn veel dingen Europees geregeld. Halverwege steekt een storm op. Dat is de crisis. Opvarenden raken in paniek. Iedereen wil vaste grond onder de voeten. De ene helft zegt: snel, doorvaren! De andere roept: terug!”

Een mooi beeld omdat het in politiek-psychologisch opzicht precies en dus exact weergeeft wat het probleem in de EU is. Politiek-psychologisch is de Unie sinds de economische crisis van 2008 door stormen gegaan die hun weerga niet kennen, maar de Unie kende daarbij ook nog eens het nadeel van het feitelijke experiment van haar bouwwerk zelf: niemand wist wat precies te doen onder deze stormachtige omstandigheden, omdat het laboratoriumexperiment nog nooit op deze manier was uitgetest.

En er bestonden geen historische precedenten binnen of buiten de soortgelijke unie, behalve dan de Amerikaanse vrijheidsstrijd, maar daar waren de verschillende Amerikaanse staten toch naar een eenheid toegegroeid, waaruit uiteindelijk toch een natiestaat is ontstaan. En dat basisfundament van een natiestaat is in de Europese context onmogelijk omdat het van Noord naar Zuid, van West naar Oost om eeuwenoude – niet overdrijven: pas sinds het Congres van Wenen en dus in de begin 19e-eeuw  – natiestaten gaat met hun gegroeide nationale, culturele en economische tradities.

En de economische wetenschap voorzag ook niet in een oplossingsformule om economische unies die meer omvatten dan handelsverdragen sluitende oplossingen te vinden als het ging om interactionele spanningen tussen de natiestaten onderling. De Europese Gemeenschap was ontstaan vanuit het ideaal van de plechtige belofte om het verscheurde Europa van de wereldoorlogen nooit meer tot een herhaling zou leiden. Maar dat idealisme bleek al snel onhaalbaar en onverwezenlijkbaar vanwege alle politieke conflicten – hoe menselijk! – snel de kop opstaken, vooral vanuit de Franse oorlogsheld en latere president De Gaulle.

Dit mag gerust de onmacht van politieke elites worden genoemd en aangezien diezelfde elites – maar dan verspreid over de vele generaties tot aan het heden – geen oplossingen wisten te vinden, voelden de bevolkingen van al die natiestaten – aanvankelijk de ‘6’, maar nu wegens geopolitieke argumenten uitgebreid naar ‘27’ na de brexit – zich in de kou staan. Psychologisch een onverantwoorde uitbreiding van de EU.

Want deze uitbreiding moest wel uitlopen tot een volledige total loss. Dat kan iedere organisatieadviseur ons uitleggen. Daarbij komt dan nog eens de fundamentele systeemzwakte of weeffout dat het Europees Parlement geen controlerende bevoegdheid kent zoals onze Tweede Kamer en dus ook geen ministers de wacht kan aanzeggen in de vorm van een motie van wantrouwen en dus is valt het hiermee ook te verklaren dat de misverstanden over de EU zo formidabel zijn toegenomen. ‘Wat is de EU eigenlijk en wat doet het Europees Parlement feitelijk?’ zijn de fundamentele vragen waar door de burgers van de lidstaten nauwelijks een antwoord op gegeven kan worden.

De conclusie van deze kanttekeningen is dat de laatste vragen in de slotzin eerst opgelost moeten worden, voordat het fundament van het Europese Huis stabiel genoeg is om inhoudelijk uitgewerkt te worden. Gebeurt dat niet – en dan met name het hoofdthema: hoe werkt de Europese democratie? – dan blijft er een eeuwig durende kloof bestaan tussen de Unie en alle lidstaten en dan houdt het laboratoriumexperiment feitelijk op te bestaan want dan loopt de fietsband langzaam of sneller leeg.

Padoa Schioppa vertelde dit in 2009. Zeven jaar zijn de Europeanen sindsdien van crisis naar crisis gegaan, het bootje dobbert nog altijd rond. Het gevecht over doorvaren of terugvaren wordt steeds venijniger. De laatste tijd lijkt het alsof de terugvaarders het pleit aan het winnen zijn. Is dit een tipping point? Zo’n moment in de geschiedenis waarop alles ineens anders wordt?

Eigenlijk is er geen sprake van een vraag of het gaat om ‘Het gevecht over doorvaren of terugvaren’, omdat er vele nieuwe elementen zijn binnengeslopen, zodat de fundamenten van het genoemde Huis (zelfs) niet eens meer bestaan, want langzaam getransformeerd in nieuwe verschijnselen zoals de crises die vooral in het laatste decennium zijn ontstaan of verrezen.

Lees ook: Als globalisering de burger voorbij holt, gaat het wringen

Vooral deze globalisering heeft zoveel onbekende data ingevoerd in het leven van de Europese bestuurders, dat er van fatsoenlijk management waarbij alle factoren worden ‘overzien’ al helemaal geen sprake is. De enige factoren die het wel kunnen overzien zijn de bestuurlijke elites van de multinationale spelers – want hun dagelijkse werkpraktijk – en daarom voelt iedere lidstaatbevolking dat de Europese bestuurders volledig worden gemanipuleerd door de multinationals’. Vandaar de haat tegen zowel de nationale politieke elites als de internationale bestuurders van die multinationals. En de nieuwe Amerikaanse president Trump was precies – had ook Bernie Sanders kunnen zijn – de man(/vrouw) die die onvrede gestalte kon geven.

Trump heeft dus in zekere zin gelijk dat er nog zoveel geheimzinnigs bestaat in deze multinationale wereld, maar hij heeft ongelijk met zijn extreme populisme, zijn onwetendheid over het functioneren van de politiek, omdat politieke ervaring op z’n minst de basis is tot verstandige besluitvorming. Dat ontbreekt tot heden in alle opzichten en daarom is er al sprake van een mislukt presidentschap.

Waarom? Omdat hij dezelfde fouten maakt als de EU en alle voorgangers zoals de EEG en de EG dat heeft gedaan. Daarom is de mondiale wereld nu aan het vervallen in een ‘eenvormige’ chaos, want het zijn allerlei politieke spelletjes nu worden uitgespeeld om de economische wereldhegemonie, die het geopolitieke uitgangspunt van de EU zelf was (de grootste moderne economische markt ter wereld op het ‘potentiële’ China na, maar dat blok zal nooit uitgroeien tot een ware democratie en de EU wel!). Maar door de gemaakte constructiefouten in het fundament van het Huis is het er voor wat betreft deze ‘hoofdpersoon’ nooit van gekomen, tenzij de Unie zelf uit de gemaakte fouten lering zal gaan trekken of preciezer: dat alsnog zal gaan doen onder de voorwaarde dat het in staat blijkt te zijn om reflectieve zelfkritiek te tonen en uit te voeren.

De Britten kozen voor Brexit. Het economische, rationele argument dat een Europees land in zijn eentje geen hoofdrolspeler kan zijn in de globalisering, legde het af tegen romantische pleidooien over soevereiniteit en het primaat van de natiestaat.

Uit andere lidstaten klonken – als verwacht – luide echo’s. Marine Le Pen, Geert Wilders en andere rechtspopulisten wier partijen volgens peilingen de grootste zijn in hun land, willen óók zo’n referendum. Polen en Hongarije willen de EU omvormen tot ‘los verbond van staten’. Internationale handelsverdragen, waar nooit een haan naar kraaide, zijn ineens zo impopulair dat regeringen – gretige opdrachtgevers van die verdragen – ze niet meer durven verdedigen. Volgens premier Rutte moet Brussel dringend „dingen beter maken”.

En hier maakt Rutte een van die typerende systeemfouten, waar alle regeringsleiders zich schuldig aan maken: ‘Brussel moet dringend dingen beter maken’; Brussel is namelijk in de politieke machtsverdeling de Europese Raad van regeringsleiders, die feitelijk de politieke touwtjes in handen hebben. Rutte spreekt zichzelf dus ook aan, terwijl dat in geciteerde zin niet duidelijk blijkt, noch in de Kamerdebatten voorafgaande aan of in de nabesprekingen na de Europese toppen, waar hij andere taal spreekt dan in Brussel zelf. En verslagen van die toppen bestaan niet, laat staan dat ze openbaar zijn. Wonderlijke constructies… het zijn kortom gewone ouderwetse heimelijke spoedberaden zoals ze ook en de Middeleeuwen bestonden. En dan maar raar opkijken als de burgers niets meer van deze spelletjes willen weten!

„En dan bedoel ik niet de neiging die je ziet bij sommige Europa-believers om elkaar nog steviger vast te pakken.”

Op zo’n moment is het verleidelijk te zeggen: de Europese Unie werkt niet, want het volk vindt dit een ondemocratisch, neoliberaal project. Dus weg met de EU. Maar verderop de rivier dobbert nóg een bootje. Vol Amerikanen. Of Zwitsers. Daar hoor je hetzelfde discours: tegen handelsverdragen, globalisering, buitenlanders, elite. Het toont dat het probleem breder is dan de EU. Dat Europeanen zonder EU dit soort discussies niet zouden voeren, is een illusie.

Ik hoop intussen dat ik met mijn eigen kanttekeningen duidelijk genoeg heb gemaakt waarom de burgers tegen die handelsverdragen zijn ‘opgestaan’, die vroeger geen punt van bespreking waren, maar nu wel met alle bizarre en geheime afspraken met die multinationals over hun belastingplicht, die symbolisch genoemd kunnen worden. De politieke elites hebben deze spanningen dus zelf over zichzelf afgeroepen. Conclusie is dat deze politieke klasse ook geen bestaansrecht meer heeft, want dan zouden ze legitimatie voelen om met deze praktijken tot sint juttemis door te gaan. Zo geredeneerd staan we aan de vooravond van de 21e-eeuwse Franse revolutie. De historie herhaalt zich. Maar dan met andere hoofdrolspelers en andere, maar vergelijkbare randvoorwaarden.

Thatcher en Reagan

Amerikanen en Europeanen begonnen in de jaren 80, onder de Britse premier Thatcher en de Amerikaanse president Reagan, met globaliseren. Steeds meer Amerikanen zien er geen heil meer in. Ze zeggen dat alleen grote bedrijven en de elite profiteren, sociale ongelijkheid groeit. Miljoenen Amerikanen veroordelen, precies als de Europeanen, multilateralisme en leggen hun lot in handen van een charismatische populist die het land great wil maken, en honderd procent soeverein.

Het is de vraag of de eerste zin van deze alinea juist is: ‘Amerikanen en Europeanen begonnen in de jaren 80, onder de Britse premier Thatcher en de Amerikaanse president Reagan, met globaliseren.’ Dit is mijns inziens algemeen geformuleerd. Het waren niet de ‘Amerikanen en de Europeanen’, want zijn waren onwetend wat hun ‘ceo’s’ aan het doen waren, maar het waren de whizzkids van zakenbanken die hun nieuwe technische vondsten aan het uitwerken waren op de financiële markten en ontdekten dat zij gigawinsten konden maken. daardoor werkte de globalisering voor de zakenbankiers anders uit dan voor het gewone handelsverkeer en ontstond de duistere macht van het moderne en digitale kapitaal. Het zijn dus niet ‘de’ Amerikanen en Europeanen die de uitvinders waren van globalisering, maar de economische bestuurders die gebruik maakten van nieuwe technische inzichten om de feitelijke economische én politieke macht naar zich toe te trekken. Er ontstonden nieuwe economische conglomeraten die heimelijk de baas van de wereld werden, vandaar de geheimzinnige nieuwe benamingen als de Nieuwe WereldOrde. Politiek is geen primaat meer van politici, maar is overgenomen door geheimzinnige ‘invisible hands’. Adam Smith, maar dan in 21ste-eeuwse gedaante(n).

Het valt niet uit te sluiten dat Donald Trump president wordt [artikel stamt van vorig jaar]. Oud-minister van Financiën Lawrence Summers, een van de aanjagers van deregulering en liberalisering van mondiale markten, bepleitte in de Financial Times een opmerkelijke U-bocht. Burgers zijn kwaad, stelt hij vast, en ze worden nog kwader als het land de koers niet wijzigt.

„Wat wij nodig hebben, is verantwoord nationalisme.”

Lees hier het pleidooi van Lawrence Summers

Relevante vraag voor Summers en zijn toenmalige Europese collega’s is waarom zij destijds, tussen de val van de Muur en die van Lehman Brothers (1989/2008), niet beter hebben nagedacht over effecten van globalisering op de democratie. Was er dan niemand bij al die vergaderingen die waarschuwde dat je door markten méér macht te geven, burgers macht afpakt? Het antwoord van deze oud-ministers is, interessant genoeg, ‘nee’. Ze stapten op de boot en dachten dat ze onderweg de zeilen nog konden naaien. Aan zoveel storm dacht niemand.

Dit is een uiterst boeiende vraagstelling: ‘niet beter hebben nagedacht over effecten van globalisering op de democratie’, maar de werkelijkheid lijkt nog wranger te zijn dan deze vraag suggereert. Want het gaat niet om de effecten van ‘globalisering op de democratie’, maar om ‘globalisering op het primaat van de politiek’. Het gaat er verdacht veel op lijken dat er een kartel is ontstaan tussen politieke elite (regeringen in hun onderlinge concurrentie) en de globalisering als het symbool van het mondiale grootkapitaal dat de regeringen tegen elkaar kan uitspelen om de meest gunstige randvoorwaarden binnen te slepen. Zoals dat nu gebeurt met vertrekkende bedrijven uit de Londense City door de brexit. Dit zijn universele verschijnselen of wetten die in het economische verkeer spelen: de een zijn dood is de ander zijn brood. Het gaat om economische grootmachten, en alleen op die reaalpolitieke grondslag is de Europese Samenwerkingsunie ontstaan.

Maar dat de politici over het hoofd hebben gezien dat zij de transformatie van economische macht van die globaliserende krachten naar de politieke sfeer ook het eigen politieke primaat uit handen zouden geven, drong niet tot ze door vanwege hun natuurlijke kartel. De regeringen vergaten dat ze namens de bevolking politiek bedreven en niet namens de geheimzinnige multinationals. Alleen daarom konden Thatcher en Reagan vrije ruimte bieden aan de globaliserende handelsactoren, om hun eigen land economisch nog krachtiger te maken, maar zij doorzagen het geraffineerde spel van die globaliserende wereldspelers niet. De democratie was – dachten velen – de verliezer, maar zo luidt de stelling nu: ook de regeringen waren verliezers omdat het primaat van de politiek kwam te vervallen. Nog bouder uitgedrukt: alle Europese Commissieleden waren vanwege hun uitgesproken pro-EU (resp. alle voorgangers) benoemd op hun post in Brussel. Geen enkele criticaster, want dat paste niet in het plaatje. In feite was de politiek zelf al zo gecorrumpeerd (negatief geformuleerd maar gedoeld wordt op de selectieprocedure van aanstaande commissieleden), of beter: zo naïef dat ze economisch-politieke wetten niet in de gaten hadden. Ze hebben zich laten inpakken. Alle populisten van vandaag hebben dat instinctief in de gaten en daarom groeien ze als kool.

Wereldbeelden

Dertig jaar geleden maakte het voor Nederland veel uit of de PvdA of de VVD verkiezingen won. Links en rechts hadden verschillende sociaal-economische programma’s, waarachter verschillende wereldbeelden schuilgingen. Door te stemmen beïnvloedden burgers de koers van het land nog echt. In huiskamers en cafés woedden debatten.

Nog echt? Alsof in huiskamers en cafés deze economische grootkapitalisten besproken konden worden, want in het denken van de gewone burger kwamen die machtsmanipulaties niet voor.

Zulk debat is door de globalisering weggevaagd. Het verschil tussen links en rechts is verdampt. Hun programma’s zijn bijna identiek. Er is één wereldbeeld. De Britse premier Tony Blair privatiseerde niet minder hard dan Thatcher. In Oostenrijk regeren links en rechts al zo lang dat niemand het verschil meer ziet. Jean-Claude Juncker, Europees conservatief, zei eens tegen Jeroen Dijsselbloem:

„Ik ben de echte socialist!”

Hoe dat komt, heeft de Duitse socioloog Wolfgang Streeck mooi uitgelegd in zijn boek Gekaufte Zeit. De Amerikanen globaliseerden uit overtuiging, schrijft hij, maar de Europeanen deden vooral mee omdat het „een manier was om hun verzorgingsstaten overeind te houden”. Die werden te duur, maar politici, die allen de oorlog hadden meegemaakt, durfden niet te hakken in de verzorgingsstaat. Zonder sociale vangnetten en pensioenen zouden conflicten terugkeren. Dat wilde deze „getraumatiseerde generatie” absoluut voorkomen. Goedkope kredieten boden een uitweg uit dit dilemma. Overheden, en later burgers, hielden de verzorgingsstaat in leven met geleend geld. Zo begonnen ze langzaam de zeepbel te blazen die in 2008 spatte.

Lees ook dit interview met Jim Yong Kim, president van de Wereldbank: ‘Globalisering is het water waarin we zwemmen’

Maar ze bliezen nog een bel: terwijl ze nationaal beleid internationaal maakten, vergaten ze hetzelfde te doen met de democratie. Fondsen op Wall Street hebben meer invloed op het nieuwe pensioenstelsel in Polen dan Poolse kiezers zelf: als die fondsen er niets in zien, trekken ze zich terug. Syriza won de Griekse verkiezingen, maar de troika – Europese Commissie, IMF en Europese Centrale Bank – beslist nog steeds over het Griekse financiële beleid. Dit frustreert kiezers mateloos: zij hebben een vote, geen voice. Waar is de democratie nog voor? Burgers hebben het gevoel dat iemand hen de macht heeft afgenomen. Regeringsleiders hadden dit onderweg naar die andere oever moeten regelen.

Deze laatste zin zou juist zijn geweest, als er geen kartel had bestaan. Op grond van de hier opgevoerde redenering (en stelling) dat er altijd een geheim kartel tussen politiek en economische elite en grootaandeelhouders bestaan                 MOET hebben, was er dus geen ‘aanpassing onderweg naar die andere over mogelijk’. Ik geef toe dat dit een nieuwe complottheorie is – of genoemd kan worden – maar in deze overgematerialiseerde consumptiemaatschappij waarin het om de stemmers en stemmen gaat, resteert een politicus geen andere uitweg dan zijn eigen machtspolitiek te bedrijven maar wel onder de randvoorwaarden die het grootkapitaal gelden en waar dus de politicus – onbewust – aan gebonden is.

Ik schrijf hier op deze plaats regelmatig over het nakende einde het huidige politieke bestel, maar geef ook toe dat deze redenering, dankzij het retrospectief van Caroline de Gruyter – uit het archief gelicht – nieuw licht werpt op de huidige ontwikkelingen. In mijn nu geformuleerde visie schuilt er dus een noodzakelijk samenwerkingsverband die heimelijk wordt gehouden vanwege het besloten kartel dat – moet – bestaan en dus op dit moment fictief bestaat – tot er wetenschappelijk onderzoek naar gebeurt -. Na deze constatering wordt de vraag opgeroepen of wij gevangenen zijn in dat kartel en of we ons eruit bevrijden? Als de hier geformuleerde hypothese juist blijkt te zijn, dan is het duidelijk dat het huidige westerse democratiemodel waardeloos is geworden omdat het niets met democratie te maken heeft, want het is een bestuursmodel om alle levensbehoeften in het gewone leven van alle mensen zo efficiënt mogelijk te regelen, zodat iedereen tevreden blijft. Want daarop komt de democratie anno 2017 op neer. Mijn intuïtie geeft mij ook in dat parlementariërs – eenmaal verkozen – gedwongen worden om in het gareel mee te lopen en daarmee heeft die functie en formele taakomschrijving ook niets om het lijf. De representatieve democratie, zoals ze onze, is dus een lege huls geworden – als het ooit iets anders was! – en kan beter afgeschaft worden en vervangen door een directe democratie zoals op deze plaats vaak bepleit. Maar op basis van deze tekst wordt onmiddellijk een ander gevaar duidelijk: hoe zullen de economische elites reageren als er inderdaad een volksopstand uitbreekt, als de burger de macht grijpt? De hele menselijke geschiedenis laat zien wat het standaardantwoord is: neerslaan. Dat staat ons dus ook te wachten, als het niet heel voorzichtig wordt aangepakt. Ik zelf geloof in de kracht van de juiste analyse en daartoe hoop ik met deze blog een aanzet toe gegeven te hebben.

Zo blijft het bootje dobberen. Nationale debatten, waar de economie ‘uitgetild’ is, gaan over integratie, fat foods, homohuwelijk; thema’s die draaien om identiteit, religie en waarden. Ze lenen zich slecht voor compromissen, des te beter voor scheldpartijen. Zo polariseert de politiek. Experts worden plat gescholden op social media. Presidentskandidaten in Oostenrijk worden gecast als ‘communist’ of ‘fascist’. Gematigde kandidaten hangen in de touwen. „Al mijn studenten”, zei een hoogleraar op Princeton laatst op een privé-etentje, „waren voor Bernie Sanders!” Een Franse vakbondsman constateert:

„Mijn hele achterban stemt op Le Pen.”

Vertrappelen

De politiek is, kortom, het noorden kwijt. Vroeger koos je links of rechts. Nu een ‘open’ of ‘gesloten’ maatschappij. De echte vraag is: doorvaren naar de Europese oever of terugvaren naar de nationale? Geen regering wil terug. Sommigen zijn bang dat er weer oorlog komt zonder EU. Anderen vrezen economische en politieke instabiliteit, als jaloerse natiestaten elkaar weer als vanouds hakken gaan zetten. Kleintjes zijn bang dat de groten hen weer vertrappelen.

In deze alinea speelt naar mijn gevoel een stukje klassieke retoriek een rol: ‘Geen regering wil terug. Sommigen zijn bang dat er weer oorlog komt zonder EU.’ Er komt immers geen echte oorlog meer, want die tijd hebben we in het beschaafde deel van de wereld, waaronder Europa, achter de rug. Er komen wel economische en handelsoorlogen, en zeker met Trump als nieuwe president, omdat het eigen belang nu bon ton is geworden (in reactie op alle outsourcing). Maar geen westerse bevolking zal instemmen met welk oorlogsvoornemen van welke regering dan ook, want dat schiet niets op en is volkomen zinloos. Daarom valt op elke zin uit bovenstaand citaat wel wat aan te merken. Ook op de laatste: ‘kleintjes zijn niet meer bang dat de groten hen weer vertrappen’, want dat is zo 20ste-eeuws gedacht. Oude en achterhaalde denkwijzen. Wij zijn er nu zelf bij en wij laten ons dat niet gebeuren. Desnoods valt de EU – als geheel – uit elkaar en gaan alleen de gelijksoortige economieën (Noord, Zuid, en Oost) met elkaar door. Want dat zou ook nu met alle chronische ruzies de enige oplossing zijn uit de huidige patstelling.

Lees ook deze column van Caroline de Gruyter over globalisten en grenzensluiters

Sommigen landen kunnen uiteenspatten. Maar overal beseffen politieke leiders hoe aantrekkelijk dat arcadische beeld van de natiestaat weer is, met zijn grensbomen en soevereine besluiten. En dus durven ook zij niet openlijk te pleiten voor doorvaren. Liefst modderen ze door, en vermijden inhoudelijke discussies. Geen van hen legt uit dat globalisering zonder EU nog erger kan zijn. Of dat euro, banken en Schengen juist zo veel schade opliepen, omdat die projecten niet af waren. Schengen zonder gezamenlijke grenswacht, pan-Europese banken met alleen nationaal toezicht, één munt zonder noodfonds – het was vragen om ellende. Daarom was Europa, mid-stream, zo kwetsbaar.

Doorvaren zou helpen. Maar regeringsleiders willen de volgende verkiezingen winnen. Dus stellen ze voor een pauze te houden: geen nieuwe projecten meer. Het is een beetje wat Summers voorstelde: ‘gematigd nationalisme’. Of zoals Hillary Clinton die in ruil voor Bernie’s steun, pleit voor een keihard ‘no to bad trade deals’ – waarbij ze het uitonderhandelde Trans-Pacific Partnership (TPP), waar ze vroeger vóór was, een dolkstoot gaf.

Kan dat goed gaan? Sommigen zeggen: Europa moet zich concentreren op twee, drie aspectenveiligheid, interne markt – en de rest vergeten. Die onderdelen moeten heel Europees worden georganiseerd: geen veto’s, geen constant gekibbel. Zo kun je de boel min of meer bijeen houden. Anderen zijn zwartgalliger. Ze zeggen: als je wilt dat burgers in Europa geloven moet je ze juist méér politiek perspectief geven, niet minder.

Wat betekent dit laatste: méér politiek perspectief? Toch geen politieke unie, hoop ik.

In Le Monde vergeleek Jacques Attali, oud-adviseur van president Mitterrand, stilstand met achteruitgang. Tweemaal eerder in de geschiedenis, zei hij, omarmde Europa globalisering. Tweemaal mislukte het omdat landen weigerden hun besluitvorming te bundelen – 1780 en 1910. „We zitten weer op zo’n moment. We hebben alles om een democratische, gezonde globalisering te bouwen. Juist nu doet elk land weer zijn eigen, nationale ding.” Europa moet doorvaren en niet naar de populisten luisteren, vindt hij – anders maken Poetin, jihadi’s en woekerfondsen het kapot.

Attali maakt hier een fundamentele denkfout: ‘tweemaal eerder in de geschiedenis’ bestaat niet aangezien die geschiedenisfasen niet te vergelijken zijn vanwege geheel andere omstandigheden. In 1780 en 1910 waren er geen soortgelijke besluitvormingen mogelijk, want hele andere tijden. Iedere vergelijking met onze tijd gaat dus mank. En samenvattend: gezonde globalisering bestaat niet vanwege de politiek-psychologische aspecten die hun rol spelen en vroeger natuurlijk ook, maar de bevolking en wetenschap hadden daarvan geen weet. Dan houdt ook iedere analyse op te bestaan. Laat staan een bestaansrecht van een dergelijke onvolwaardige analyse.

„Als we blijven stilstaan, voorspel ik een Derde Wereldoorlog. Ergens tussen 2025 of 2030.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/08/03/het-einde-van-de-globalisering-3502643-a1514566

Advertisements