Tags

, ,

De oogst van het neoliberalisme (Bernard Hulsman, Boeken, Interview, Katern Cultuur/NRC Handelsblad, 27 januari)

Het einde van Neoliberaal Europa

# Na de val van de Muur in 1989 rukte het neoliberalisme ook op het Europese continent op. Maar het bracht niet de voorspoed die economen als Milton Friedman hadden voorspeld. Nu loopt het neoliberale tijdperk ten einde.

Na deze inleiding op onderstaande interview, kan worden opgemerkt dat de tekst geen antwoord geeft op de vraag waarom het neoliberale tijdperk ten einde loopt, want men zou kunnen reageren dat populistische partijen en bewegingen tijdelijke verschijnselen zijn die weer overwaaien. Maar is te simpel gedacht ofwel te kort door de bocht. Het neoliberalisme is een moeilijk te plaatsen begrip. Er bestaat een neoliberalisme als economische school, dat de moderne variant is van de klassieke economische theorie, dat de overheid zo klein mogelijk wil houden om de groei en winststreven van het bedrijfsleven te maximaliseren. Maar er bestaat ook nog ook in theorie nog een modern en Nederlandse liberale politieke theorie, sinds in 1958 door de VVD een brochure onder de titel Enige aspecten van het moderne liberalisme, onder redactie van prof. P.J. Oud is uitgegeven en waarin het moderne liberalisme wordt onderscheiden in een vijftal kernaspecten: modern staatkundig-, modern sociaal-, modern economisch-, modern cultureel- en modern geestelijk liberalisme. Uit die brochure – die op deze site met commentaar staat afgedrukt – valt af te leiden dat modern economisch liberalisme niet kan bestaan zonder samenhang met modern sociaal liberalisme. Op basis van dit inherente verband tussen deze beide aspecten van het moderne liberalisme is ook de verzorgingsstaat in ons land met stilzwijgende steun van de VVD ontstaan.

Nu de brug naar het boek van Philipp Ther die de ondergang van het neoliberalisme heeft afgekondigd. Van hem als historicus kan niet anders worden verwacht dat hij een andere invalshoek kiest dan vanuit mijn wetenschappelijke discipline, die van de politicologie. Mijn redenering – en stelling in het kader van deze blog – luidt dat het neoliberalisme van Thatcher en Reagan niet anders dan zal vastlopen omdat de klassieke economische theorie in deze tijd niet meer van toepassing kan worden verklaard. Het duidelijkste voorbeeld als bewijs van het onvermogen van het huidige neoliberalisme is dat het sociale aspect ontbreekt waardoor overal in de eurozone snoeihard bezuinigd en gesaneerd moet worden omdat de EMU-normen een maximaal begrotingstekort van 3% accepteert, op straffe van nog nimmer uitgedeelde boetes als sanctie. Maar mijn stelling luidt dat die 3% niet past in de postindustriële samenleving waarin de grote branches of bedrijfssectoren als het onderwijs (van primair tot hoger), zorg en sociale zekerheid het grootste deel van de beroepsbevolking herbergen, maar allemaal op de Rijksbegroting voorkomen en met die 3% geen innovatie- of groeipotentieel mogelijk maken. De EMU-3% is daarmee een typisch neoliberale norm die de maatschappelijke vooruitgang blokkeert omdat het de maatschappelijke productie tegenhoudt; in ieder geval geen ruimte biedt want bij de minste en geringste stimulering van de quartaire sector wordt de 3% overschreden. Vandaar de opkomst van alle populistische partijen als protest tegen de sociale ongelijkheid in het algemeen en het asociale beleid van de EMU-normen.

Bernard Hulsman

26 januari 2017

Philipp Ther:  Europe since 1989. A history.

Princeton University Press, 425 blz. € 28,95

  • ●●●●

# Neoliberalen zijn net communisten, merkt de Duitse cultuurhistoricus Philipp Ther op in Europe since 1989. A History. Orthodoxe marxisten geloofden dat op de onvermijdelijke ineenstorting van het kapitalisme eerst een socialistische fase zou volgen, zo legt Ther (1967) uit in de Engelstalige editie van zijn in Duitsland bejubelde studie uit 2014 over Europa na de val van de Muur. In de socialistische overgangstijd zou een sterke staat de klassenloze maatschappij tot stand brengen. Vervolgens zou de overbodig geworden staat afsterven en was met het eeuwigdurende communisme het einde van de geschiedenis een feit.

# Ironisch genoeg geloofden fanatiek anti-communistische westerse economen als de Amerikaan Milton Friedman (1912-2006) op soortgelijke wijze dat er een machtige centrale bank en staat nodig waren om na de val van de Muur kapitalistische ‘hervormingen’ door te voeren in de voormalige socialistische landen van Oost-Europa. Als het kapitalisme na enige tijd vaste voet aan de grond had gekregen, zou de ‘onzichtbare hand’ van de markteconomie het maatschappelijke leven kunnen bestieren en kon de staat tot een absoluut minimum worden beperkt.

Mooi niet dus en deze verwachtingen bleken volkomen ongeldig te zijn.

# De Sovjet-Unie en haar Oost-Europese satellieten zijn blijven steken in de socialistische fase en hebben het communistische paradijs nooit bereikt. Integendeel, in de jaren tachtig raakten de socialistische planeconomieën in het slop, zo laat Ther in het begin van zijn boek lezen. Niet het kapitalisme, maar het socialisme ging omstreeks 1990 ten onder aan ‘interne crises’ en revoluties. Maar ook het neoliberalisme, dat vervolgens onder druk van het Internationaal Monetair Fonds en andere geldschieters met harde hand werd ingevoerd, heeft niet de beloofde welvaart en overvloed gebracht.

Er is maar één argument waardoor de logica van de ‘harde hand’ kon en moest worden doorgevoerd, namelijk om bestand te zijn tegen de concurrentie ten opzichte van de opkomende industriële naties en deze te kunnen weerstaan. Maar waar de economische beleidsmakers (ook IMF) helemaal niet aan hebben gedacht is het verschijnsel dat de opkomende industriële naties of blokken zelf in een achterstandsituatie bevonden voor wat de sociale zekerheid betreft. Daarom waren de Europese producten te duur, maar ook in de opkomende gebieden zou de inhaalslag gaan plaatsvinden. Daarom werden bij ons alle overheidsschulden en begrotingstekorten die al veel langer bestonden dan in het overige deel van de wereld, ons eigen probleem en werden die gesaneerd, terwijl er niet werd nagedacht over steilere progressieve belastingen om de rijksten aan te slaan op een grotere afdracht om daarmee de sociale zekerheid te sparen – lees: minder te snijden. Er is ook geen inkomensdebat gevoerd om deze problemen op te lossen. Dat had het bezuinigings- en saneringsbeleid menselijker gemaakt.

Rampzalige neergang

# Zeker, na een vaak rampzalige economische neergang in veel voormalige socialistische landen, ging het vanaf midden jaren negentig beter, schrijft Ther. Zo groeide het Bruto Nationaal Product (BNP) van Polen toen met zes tot acht procent per jaar, maar of het Poolse wonder kwam door de neoliberale hervormingen, betwijfelt Ther. Bovendien zegt de groei van het BNP niet zo veel over de ontwikkelingen van een land: de verschillen tussen bijvoorbeeld de grote steden en het platteland in Polen zijn alleen maar groter geworden. Warschau is een boomtown  met nieuwe, glanzende wolkenkrabbers van sterachitecten als Daniel Libeskind, maar niet ver buiten de Poolse hoofdstad waan je je in de negentiende eeuw. Polen bestaat nu uit twee landen, merkt Ther op: het Polen van de goed opgeleide jongeren met een kosmopolitisch leven in de grote steden, en het ‘Polska B’ van arme ouderen en plattelandsbewoners die niet mee kunnen komen in het postcommunistische tijdperk.

# Toch is Europe since 1989  niet de zoveelste modieuze tirade tegen het neoliberalisme, waarschuwt Ther in zijn inleiding. Er is weliswaar geen bewijs voor de bewering dat de neoliberale triade – draconische bezuinigingen op de staatsuitgaven, privatisering van staatsbedrijven en deregulering – de oorzaak is van de toegenomen welvaart in Polen, maar landen als Oekraïne en Roemenië die zich niet overgaven aan de economische shocktherapie, zijn nog slechter af. Economisch succes van de vroegere Oostblokstaten is vooral afhankelijk van wat Ther ‘sociaal kapitaal’ noemt. Dit was in Polen met zijn goed opgeleide bevolking en breed gedragen oppositiebewegingen als Solidarnosc in het revolutiejaar 1989 veel groter dan in Roemenië dat een uiterst repressief regime kende dat elk sociaal leven verstikte.

# Europe since 1989, dat oorspronkelijk de betere titel Die neue Ordnung auf dem alten Kontinent heeft, heet Thers boek, maar het gaat vooral over Oost-Europa. Hier vonden dan ook de grootste veranderingen en stormachtigste ontwikkelingen in Europa plaats, die ten slotte ook de rest van Europa, en dan vooral Duitsland, raakten.

Waarom vooral Duitsland in plaats de zuidelijke eurolanden? Duitsland had het na 1989 om een heel andere reden moeilijk, namelijk de hereniging, dat miljarden heeft gekost. Maar dat is dus een ander verhaal.

# Rode draad is de opkomst en verbreiding van het neoliberalisme. Die begon met het aantreden van Margaret Thatcher in 1979 als premier van het Verenigd Koninkrijk. Op het continent vond haar hardhandige hervorming van de verzorgingsstaat, waar volgens Thatcher ‘geen alternatief’ voor was, eerst weinig navolging. Pas toen het Oostblok in 1990 ineenstortte, ontmantelden verschillende Oost-Europese landen op Thatcheriaanse wijze hun planeconomieën om ruimte te maken voor de markteconomie.

Stormachtige ontwikkeling

# Uiteindelijk had de nieuwe, neoliberale orde in verschillende Oost-Europese landen ook gevolgen voor de Duitse ‘sociale-markteconomie’. Toen een kolossale geldstroom naar de nieuwe Oost-Duitse deelstaten van de Bondsrepubliek na tien jaar nog steeds niet had geleid tot een economische opleving, paste Duitsland zich aan het neoliberale Oost-Europa aan en ‘hervormde’ de regering onder leiding van de sociaal-democraat Gerhard Schröder de verzorgingsstaat. Om de forse verlaging van de sociale uitkeringen in het kader van de Harz-wetten te rechtvaardigen, gebruikte Schröder zelfs de woorden van Thatcher over haar beleid: ‘There is no alternative’, een kreet die neoliberalen de afgelopen decennia zo vaak hebben gebezigd dat die is afgekort tot TINA. Later zou Schröders opvolger Angela Merkel TINA herhalen, toen Griekenland tijdens de eurocrisis in grote financiële problemen kwam en door de Europese Unie een zwaar regime van bezuinigingen, privatiseringen en deregulering kreeg opgelegd.

Juist dat waren asociale maatregelen.

# Ther vertelt de geschiedenis van de verbreiding van het neoliberalisme in Europa op een bijna journalistieke wijze. Politieke en sociaal-economische beschouwingen wisselt hij af met beschrijvingen van zijn eigen ervaringen en de lotgevallen van vrienden en familieleden in het post-communistische Oost-Europa. Ook maakte hij een rondtocht langs Midden- en Oost-Europese steden als Warschau, Praag en Berlijn, waarbij hij vaststelt dat de hoofdstad van de verenigde Duitslanden in de versukkeling raakte. In het hoofdstuk over Italië, het enige land buiten Midden- en Oost-Europa dat hij uitgebreid behandelt, stelt hij vast dat de jeugdwerkloosheid er buitengewoon hoog is en dat de jongeren die wél werk hebben, veelal zo slecht worden betaald dat ze er niet van kunnen leven en thuis blijven wonen.

Dit heeft dus niets met modern economisch beleid te maken…

Populistische partijen

# Italië is hard toe aan ‘hervormingen’, stelt Ther vast, maar hij denkt dat de problemen van de Italiaanse verzorgingsstaat zo groot zijn dat ze onoplosbaar zijn. Een van de hinderpalen voor ‘aanpassing’ zijn de populistische partijen die daar al in de jaren tachtig opkwamen en die zich telkens keren tegen neoliberale maatregelen. Inmiddels zijn in bijna elk Europees land, ook Duitsland, populistische partijen of bewegingen ontstaan die op veel steun kunnen rekenen. In Hongarije en Polen regeren nu zelfs populisten onder leiding van Viktór Orban en Jaroslav Kaczynski.

# Ther ziet het populisme als een uiting van de onvrede over de neoliberale orde die onder grote delen van de Europese bevolking leeft. En al acht hij zich als historicus niet in staat om goede voorspellingen te doen, hij voorziet het einde van het neoliberale tijdperk en van TINA: de populisten suggereren dat ze een alternatief hebben voor ongebreidelde marktwerking. Wat er voor de neoliberale orde in de plaats komt, valt niet zeggen. Maar ‘de politieke antwoorden op het neoliberalisme zouden wel eens nog explosiever kunnen zijn dan de economische gevolgen’, schrijft Ther dreigend in het voorwoord dat hij afgelopen zomer voor de Engelse editie van zijn somber stemmende recente geschiedenis van het neoliberale Europa schreef.

Op de vraag van Ther ‘Wat er voor de neoliberale orde in de plaats komt’, valt volgens hem niet te zeggen of te beantwoorden, maar dat antwoord ligt wel voor de hand: een rechtvaardig beleid, want waar rechtvaardigheid bestaat komt iedereen aan zijn/haar trekken. Maar rechtvaardig inkomens- en sociaal beleid zijn sinds de periode van Den Uyl niet meer op de politieke agenda gekomen. En dat valt iedere regering sindsdien te verwijten. Er is nooit een groot beleidskader ontwikkeld en dus bleef de politiek een kwestie van cijferfetisjisme en procentengebazel.

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/26/de-oogst-van-het-neoliberalisme-6395337-a1543253