Tags

, ,

Kan het ook goed gaan? (Bas den Hond, Buitenland/Trouw, 20 januari)

inauguratie | Hebben de Amerikanen die met angst en weerzin het presidentschap van Donald Trump zien aanbreken, gelijk? Of zou er de komende vier jaar onder zijn bewind ook iets positiefs bereikt kunnen worden?

Bas den Hond  • Uit de krant van vandaag

Voorbereidingen voor de inauguratie van Trump. Boven: de stoel waarop hij zal zitten. Beneden: de plek waar hij staand de eed af zal leggen. ©AP

De Amerikanen zijn er niet gerust op. Opiniepeilers voor tv-netwerk CBS stelden woensdag bij slechts 32 procent van de ondervraagden tevredenheid vast over de man die vandaag hun president wordt, een laagterecord.

Onderzoeksinstituut Pew hoorde van 58 procent van de ondervraagden dat ze Trump te impulsief vinden om belangrijke beslissingen voor het land te kunnen nemen. Ze zullen het ermee moeten doen, de niet-stemmers, de Clinton-stemmers, de Trump-stemmers met spijt.

En Amerika kan het hebben, zei Barack Obama woensdag bemoedigend tijdens zijn laatste persconferentie. “Democratie is een rommelig verlopend proces, dat niet werkt zoals je wilt. Het garandeert nooit een uitkomst.” Maar omdat Amerika een land is met meer goede dan slechte mensen, in de kern door en door fatsoenlijk, komt het vast goed. “Dat is mijn diepste overtuiging.”

Mooie woorden. Maar moeten degenen die met angst of weerzin het presidentschap van Donald Trump zien aanbreken dan maar hopen dat die vier jaar voorbijvliegen – en dat het er geen acht worden? Je zou willen dat er ook voor zijn regeringsperiode zelf iets te hopen viel. Wat kan er goed gaan onder Trump? Misschien zelfs wel, stel je voor, dankzij hem?

Amerika krijgt een opknapbeurt

Neem het aan van iemand die in zijn eigen Boeing 757 de wereld rondvliegt om zaken te doen: vergeleken met de luchthavens in China zijn die in de VS van derdewereldniveau. Niet veel hooggeplaatste Amerikanen durven dat te zeggen in verkiezingstijd.

Integendeel, je kunt het bijna over geen onderwerp hebben of de Amerikaanse versie ervan is ‘het beste van de wereld’. Maar wie er rondreist, zal over de vliegvelden, wegen, bruggen en havens niet snel vol bewondering schieten. De Amerikaanse vereniging van civiele ingenieurs geeft de infrastructuur van het land een 5,5 en schat dat er 3,6 biljoen dollar nodig is om die op peil te brengen.

Eerlijk is eerlijk: ook vicepresident Joe Biden kon flink klagen over de cultuurschok die het is om op te stijgen in Hongkong en te landen op LaGuardia in New York. In Obama’s economische stimuleringsprogramma dat vanwege de kredietcrisis inderhaast in 2009 moest worden aangenomen, zat voor 100 miljard dollar infrastructuur. Maar daar moest het van de Republikeinen in het Congres, die na de eerste schrik over die crisis vooral bezorgd waren over het financieringstekort, bij blijven.

Dat kunnen ze nu minder makkelijk zeggen. Hun eigen president wil het probleem flink aanpakken: ruim een biljoen dollar moet er in wegen en bruggen gestoken worden. Trump wil dat het geld voor een belangrijk deel wordt opgebracht door het bedrijfsleven. Dat wordt daarvoor beloond met belastingvoordeel, en het mag de gebruikers laten betalen, bijvoorbeeld door tolheffing op de nieuw gebouwde bruggen en wegen.

De Republikeinen moeten nog aan het idee wennen, en zeker aan de omvang ervan. Maar de Democraten zijn er blij mee: eindelijk gaat de overheid op dit terrein weer doen waar ze voor is.

Stokpaardjes gaan op stal

Leedvermaak is ook vermaak: de komende vier jaar gaan we meemaken hoe Donald Trump er niet in slaagt een aantal beloften in te lossen die de Republikeinen al jaren doen. En dat is vooruitgang. Want dan kunnen die symbolische stokpaardjes op stal en kan het politieke debat gaan over politieke wensen die wel uitvoerbaar zijn.

Neem het probleem van de elf miljoen buitenlanders zonder papieren in het land. Trump was er tijdens de verkiezingen duidelijk over: ze moeten weg. En een echte muur aan de grens met Mexico moet ervoor zorgen dat niemand meer illegaal binnenkomt.

Die muur is bij voorbaat een mislukking. Als hij er al komt (Mexico gaat de benodigde 25 miljard dollar echt niet betalen) zal hij niet de komst van illegale immigranten voorkomen. Die zullen er heus nog wel overheen of onderdoor komen, of nog gemakkelijker: de VS binnenreizen op een visum en als dat verloopt gewoon blijven.

Het uitzetten van mensen zonder papieren moet dus altijd het sluitstuk zijn van een streng immigratiebeleid, en dan zijn er dus elf miljoen waarmee dat moet gebeuren. In theorie roepen de Republikeinen dat al jaren, maar ook dat is onmogelijk. Het zijn er eenvoudigweg te veel om op te pakken en uit te zetten. En ‘eenvoudig’ is het toch al nooit. Er zijn echtparen waarvan de een wel en de ander niet in de VS mag verblijven. Er zijn illegale immigranten met in Amerika geboren, en dus Amerikaanse, kinderen. Over al die moeilijke kwesties moeten immigratie-rechtbanken oordelen, en die verdrinken nu al in het werk: er staan meer dan een half miljoen zaken open.

Radicaal afrekenen met het probleem gaat naast praktische en humanitaire problemen trouwens ook economische schade opleveren, want in de praktijk heeft Amerika van deze ongewenste inwoners die voor weinig geld willen werken meer gemak dan last.

Als dat eenmaal duidelijk is, moeten de Republikeinen kiezen: terugkeren naar de praktijk van de afgelopen jaren, waarin er niet veel aan het probleem werd gedaan, of zoeken naar een andere oplossing, waarbij veel mensen een legale status krijgen. Wat de keus ook wordt, opnieuw grote groepen kiezers mobiliseren met de onuitvoerbare belofte van een grote schoonmaak is er dan voorlopig niet meer bij.

Een soortgelijke draai staat misschien ook te gebeuren bij Obamacare. Dat het zorgstelsel dat Obama invoerde eraan moet geloven, dat zeggen de Republikeinen al sinds het in 2010 tegen hun zin door het Congres kwam. En in theorie is het snel te doen: gewoon die wet weer intrekken.

Maar dan verliezen wel zo’n 18 miljoen mensen een ziektekostenverzekering die ze alleen dankzij de ruggesteun van Obamacare – met zijn verplichte verzekering en verplichte acceptatie, maar ook overheidssubsidies – konden krijgen. Dat gaat te ver, zo blijkt nu al. In enquêtes groeit opeens de steun voor Obamacare. Trump beloofde altijd al een vervanging waarmee iedereen verzekerd kan blijven, maar dan beter en goedkoper.

Wat het alternatief gaat worden, is nog onduidelijk. Maar hoe beter het de bestaande verzekerden beschermt, en hun dekking op peil houdt, hoe meer het vermoedelijk op Obamacare zal lijken.

En daarmee zou dan ook dat stokpaard op stal gaan, na zes jaar lang om vooral politieke redenen te zijn afgepeigerd.

Israëlisch-Palestijns conflict wordt opgelost

Trump was niet de eerste Republikeinse presidentskandidaat die beloofde om de ambassade van de VS in Israël te verhuizen van Tel Aviv naar Jeruzalem. Maar hij was misschien wel de laatste: als hij die belofte gewoon nakomt. Zijn voorgangers durfden niet.

Het lijkt ook een rampzalig plan. Het zal tot grote woede leiden onder de Palestijnen en in de Arabische wereld. De rol van de VS als enigszins neutrale bemiddelaar is meteen uitgespeeld. Of toch niet, denkt Martin Indyk, die deze bemiddelingsrol zelf vervulde namens Obama en in de tijd van Bill Clinton ambassadeur was in Israël. Volgens hem kan de stap van Trump ook de opmaat zijn tot de beste deal die een onderhandelaar als Trump zich maar kan voorstellen: vrede tussen de Israëliërs en de Palestijnen.

Daarvoor moet Trump wel een tweede stap zetten, schreef Indyk in The New York Times: hij moet aankondigen dat de VS ook een ambassade willen vestigen in Oost-Jeruzalem, als erkenning dat die stad net zo goed de hoofdstad moet zijn van de Palestijnen. De partijen krijgen vervolgens een paar maanden om het eens te worden over gezamenlijk bestuur van Jeruzalem en het beheer van de heilige plaatsen. Als een van de twee niet naar de onderhandelingstafel komt, krijgt die geen ambassade in Jeruzalem en de ander wel: een heel krachtig drukmiddel. Als ze onderhandelen en het oneens blijven, moet de Veiligheidsraad een oplossing opleggen.

Het is ver gezocht, geeft Indyk toe. Maar als het lukt, is meteen de moeilijkste kwestie in het Israëlisch-Palestijnse conflict opgelost, de kwestie ook waar de andere Arabische landen het meest om geven. De rest komt dan wel. En Trumps reputatie als onderhandelaar kan niet meer stuk.

Journalistiek bloeit op

Op het eerste gezicht stevenen de Amerikaanse media op een ramp af. Het ging al niet goed met ze: verlies aan advertentie-inkomsten, afnemend vertrouwen van het publiek in zowel de pers zelf als in de instituties waar de pers het meest over schrijft.

Trump deed aan dat vertrouwen alleen nog maar verder afbreuk. Hij voerde in de eerste plaats campagne tegen ‘die idioten in Washington’, maar op zijn bijeenkomsten liet hij telkens ook de pers uitjouwen. Hij had er bij zijn persconferentie vorige week geen probleem mee nieuwszender CNN, die hem tijdens de voorverkiezingen juist zoveel zendtijd gaf, voor ‘nepnieuws’ uit te schelden.

Voeg daar nog aan toe, schreef Jay Rosen, hoogleraar journalistiek aan New York University, op zijn blog Pressthink, dat allerlei politici en belangengroepen er behoorlijk goed in zijn geworden feiten te ‘ontverifiëren’: iets dat gewoon vast staat net zolang in twijfel trekken tot het publiek het idee heeft dat het nog ter discussie staat. Is Obama echt in Amerika geboren? Warmt de aarde echt op door menselijke invloed?

Maar de opkomst van Trump heeft ook gunstige gevolgen. Toen Vanity Fair een negatief stuk schreef over de Trump Grill (in Trump Tower in New York) twitterde Trump boos dat het erg slecht ging met het blad. Niet alleen was dat onwaar, opeens stroomden de abonnees toe: 42.000 extra in een halve week. The New York Times zag direct na de verkiezing van Trump een fikse groei in het aantal digitale abonnees.

Ook inhoudelijk is de nieuwe president goed nieuws, vindt media-specialist Jack Shafer van website Politico. De journalistiek heeft de afgelopen decennia een wat al te comfortabele relatie gekregen met de overheid: veel nieuws kwam vanzelf, als persbericht of als semi-officieel lek. Dan is het heel gezond om een tijdje gehaat te worden door de baas van het land.

Shafer verheugt zich erop politieke journalisten door Washington te zien lopen alsof het oorlogsgebied is, waar betrouwbare informatie moeilijk te krijgen is. In plaats van naar een persconferentie van Trump te gaan waar voor de sfeer het personeel van zijn bedrijf staat te klappen en joelen als hij iets zegt, moeten ze de ministeries in, op zoek naar gefrustreerde ambtenaren. En de archieven in, op zoek naar de verborgen belangen van Trump en de miljardairs in zijn kabinet.

Trump mag dan een groot publiek mee hebben in zijn minachting voor de pers, schrijft Shafer, een nog groter deel van het publiek moet niets van hem hebben. En bij dat deel wek je pas vertrouwen door een niemand ontziende zoektocht naar de feiten. “Journalisten moeten de inhuldigingsdag vieren als een soort Bevrijdingsdag.”

http://www.topics.nl/president-donald-trump-kan-het-ook-goed-gaan-a3828449trouw/?utm_term=&utm_campaign=DPN_ED_TOPICS_0000_20170120&utm_medium=email&context=playlist/s-amerikaanse-verkiezingen-ca1b42/&utm_source=redactie&utm_content=link

Advertisements