Tags

,

Gratis geld voor de armen – het werkt wél volgens (Joost Opstelten, Opinie/NRCHandelsblad-nrc, 17 januari)

Op het World Economic Forum in Davos praten wereldleiders deze week over ongelijkheid. Volgens Joost Opstelten is de beste manier van armoedebestrijding: gratis geld geven.

16 januari 2017 om 20:51

Joost Opstelten is werkzaam als programmamedewerker bij Unicef Nederland.

# Als eerste Europees land is Finland gestart met een maandelijks basisinkomen voor werklozen. Direct barstte in Nederland de discussie los. Het basisinkomen zou mensen lui maken en is bovendien onbetaalbaar. Een vergelijkbare aanpak, waarbij arme mensen in ontwikkelingslanden gratis geld krijgen, roept dezelfde weerstand op. Geeft dit armen de sleutel tot een luilekkerland met bier en sigaretten? Nee. Het is een van de meest effectieve manieren om extreme armoede uit te bannen, blijkt uit onderzoek van Unicef en de Voedsel- en Landbouworganisatie.

Het toeval wil dat vanavond op radio1 Willem Vermeend werd ondervraagd over het basisinkomen en over het ‘gratis geld in ontwikkelingslanden’. Beiden werden afgekraakt door Vermeend, en ik geef hem groot gelijk. Het basisinkomen in de EU kan niet gaan werken; ook in de vorm van gratis geld in ontwikkelingslanden, want, zo werd als beeld genoemd: als je inwoners te eten wilt geven, leer ze dan met een hengel te vissen en geef dus een hengel, in plaats van een vis, want daarmee leren ze niets. Op deze site is vaker over het proefprojecten basisinkomen binnen de EU geschreven en die teksten volgend hierbij in de voetnoot.[1]

Cash transfers heten ze en het werkt hetzelfde als het basisinkomen in Finland. De allerarmste huishoudens in ontwikkelingslanden ontvangen elke maand een onvoorwaardelijk geldbedrag, zonder daar iets voor te hoeven doen. Net als bij het basisinkomen zijn er veel tegenstanders van deze methode. Toch is het een van de belangrijkste manieren om de vicieuze cirkel van extreme armoede te doorbreken.

Lees ook: Ga je werken als je een basisinkomen van 560 euro krijgt?

De maandelijkse cash transfers bestrijden zowel acute als langdurige problemen, blijkt uit recente cijfers uit het rapport From Evidence to Action. Op de korte termijn geeft het gezinnen een extra maaltijd of kunnen ze naar de dokter. Op de lange termijn stimuleert het de lokale economie; de vraag naar goederen van de lokale markt neemt toe. Er stroomt weer geld. Bovendien helpt het armen om hun eigen inkomsten te vergroten, doordat ze bijvoorbeeld een naaimachine kopen. Daarnaast zijn de vruchtbaarheidscijfers lager, doordat vrouwen met een hoger inkomen minder kinderen krijgen. Ook op nationaal niveau zijn de effecten te zien. Zo steeg in Zambia de landbouwproductie met 50 procent, doordat families zaden en kunstmest konden betalen.

De vrees dat dit gratis geld de bevolking hulpafhankelijk zal maken is hardnekkig. De families krijgen het geld immers zonder er iets voor te doen; daar móéten ze wel lui van worden. Evaluaties van cash transfer-programma’s uit 2015 laten het tegenovergestelde zien. Financiële ondersteuning is voor veel mensen de enige kans om hun situatie structureel te verbeteren. Investeringen in onderwijs voor kinderen of een eigen bedrijf zorgen ervoor dat deze families in de toekomst juist geen hulp meer nodig hebben.

[lees: Column Maarten Schinkel: Droom en daden van het basisinkomen]

Sommigen twijfelen of de ontvangers het geld wel besteden aan de juiste dingen. Het is tenslotte bedoeld voor zaken als voeding en onderwijs, niet voor alcohol of sigaretten. Veel onderzoek, waaronder dat van Unicef en de Voedsel- en Landbouworganisatie, toont aan dat het geld wel degelijk goed wordt uitgegeven. Het laat een toename zien in de bestedingen aan onder meer medicijnen, landbouwproducten en schooluniformen; nuttige bestedingen dus.

Toch blijft de vraag bestaan waarom geld geven beter is dan een geit of schoolboeken. De onvoorwaardelijke geldbedragen zijn veel flexibeler en daarmee beter toe te passen op verschillende huishoudens. De arme gezinnen weten zelf het beste wat ze nodig hebben. Met het geld kunnen ze investeren in dingen die zij in hun specifieke geval nodig hebben. Bovendien geeft het geld de families waardigheid. Zij hebben de vrijheid om over hun eigen acties te beslissen, in plaats van dat iemand van buitenaf aan hen oplegt wat zij moeten doen.

Zijn er dan helemaal geen nadelen? Jawel. Het vereist een lange adem. Om extreme armoede in een land echt uit te bannen is het noodzakelijk om zeker vijftien jaar in deze methode investeren. De invoering van cash tranfer-systemen kost tijd. Het moet namelijk worden ingepast in nationale overheidsstructuren en lokale voorzieningen. Ook op individueel niveau kan het vervolgens lang duren voordat investeringen uiteindelijk leiden tot duurzame verandering. Een kind moet een aantal jaar naar school, voordat het een vak heeft geleerd en kan gaan verdienen. Het verbouwen van gewassen levert de eerste jaren maar beperkte winst op.

Bovendien is het duur. Het aantal mensen dat leeft in extreme armoede is groot. Dit betekent dat er jaarlijks miljoenen euro’s vrijgemaakt moeten worden om al die mensen te bereiken. Het grootste deel van de last ligt bij de overheden van ontwikkelingslanden zelf. Zo heeft Mozambique sinds 2008, met steun van Nederland, een cash transfer-systeem dat de Mozambikaanse overheid op dit moment voor 90 procent zelf financiert. Met slechts 0,5 procent van het bruto nationaal product worden daar meer dan 400.000 huishoudens bereikt. Op de totale rijksbegroting is het daarmee een zeer kleine uitgavenpost.

Verder sluiten cash transfers perfect aan op het ontwikkelingshulpbeleid van Nederland. Het bevorderen van vrouwenrechten is daarin een van de speerpunten. Cash transfers dragen daaraan bij doordat het vrouwen economisch onafhankelijker kan maken. Deze emancipatie kan ervoor zorgen dat families minder snel geneigd zijn om hun dochters uit te huwelijken of te laten besnijden.

Cash transfers hebben bewezen effect, zowel voor de individuele huishoudens als voor de ontwikkeling van een land als geheel. Het is tijd dat gratis geld geven wordt erkend als dé methode om extreme armoede te doorbreken.

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/16/gratis-geld-voor-de-armen-het-werkt-wel-6241402-a1541504

[1] Laten we eens ophouden over dat #basisinkomen zoals RonaldMulder terecht aangeeft #structuurverandering #DenHaag #mondiaaldebatgewenst

 

 

06 Monday Jun 2016

 

 

Posted  by aquariuspolitiek in basisinkomen,

 

Na de afwijzing van het Zwitsers referendum over het basisinkomen wordt het tijd voor een serieus debat, waartoe Ronald Mulder een eerste aanzet heeft gegeven. Hieronder zijn uitgangspunten.

 

Het idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen is een van de beste ideeën ooit. Het zou een paar belangrijke economische en sociale problemen oplossen en het zou de sociale zekerheid toekomstbestendig maken. Helaas is het ook een van de slechtste verhalen ooit. Het verhaal lijkt zo frontaal in te gaan tegen een aantal diep verankerde normen en waarden, dat veel mensen hun oordeel al klaar hebben lang voordat ze de werkelijke implicaties van het idee tot zich hebben laten doordringen. Bovendien: zo eenvoudig als het idee is, zo moeilijk is de uitwerking. In plaats van praten over de exacte bestemming kunnen we beter beginnen de goede kant op te bewegen.

 

Het lever-effect

 

Sinds een kleine anderhalf jaar ben ik, met anderen, bezig Nederland rijp te maken voor experimenten met een onvoorwaardelijk basisinkomen. In dat anderhalf jaar heb ik heel vaak te horen gekregen dat ik een hippie, een communist, een uitvreter en een luilak ben, die gedreven wordt door afgunst en naïef idealisme. Overigens heb ik bijna net zo vaak te horen gekregen dat ik een vazal ben van de elite en het grootkapitaal, dat ik de transitie naar een eerlijke en duurzame samenleving wil blokkeren en dat ik de arbeiders wil degraderen tot knechten van de staat. En gelukkig heb ik ook heel veel mensen horen zeggen dat dat een heel goed idee is, dat basisinkomen.

 

Wat ik bijna nooit heb gehoord is: “Basisinkomen? Daar heb ik eigenlijk geen mening over.” Het basisinkomen heeft wat in mijn familie het lever-effect heet. Je houdt ervan of je haat het, een middenpositie is er niet. En wat me ook is opgevallen: zowel onder de de voor- als de tegenstanders bevinden zich mensen met een heel merkwaardig beeld van een basisinkomen. Veel mensen hebben een hele uitgesproken mening over iets waar ze zich eigenlijk niet zo goed in verdiept hebben. Dat gaat nog een stapje verder dan het lever-effect.

 

Bedrieglijk eenvoudig

 

Het onvoorwaardelijk basisinkomen is een eenvoudig en helder idee. Je kunt het in één zin uitleggen. Iedereen krijgt maandelijks een bedrag dat voldoende is om sober van te leven, zonder dat daar een verplichting tegenover staat en ongeacht zijn inkomen, vermogen of de samenstelling van zijn huishouden. Dat moet iedereen toch kunnen begrijpen, zou je zeggen. Maar nee: “We hebben in Nederland al een basisinkomen. Dat heet de bijstand.” Tja. Lees de definitie van basisinkomen, zoek voor de zekerheid ook nog even “bijstand” op op Wikipedia en vergelijk de twee, zou ik zeggen. Maar zo ver komen veel mensen niet. Iets [gratis geld ontvangen!] in het verhaal maakt dat ze zijn opgehouden met luisteren en dat ze hun mening al klaar hebben.

 

Het nadeel van de korte en krachtige formulering is voorts dat mensen van alles er omheen zelf gaan invullen. Of juist weglaten. Zo zijn er mensen die lijken te denken dat alle salarissen worden afgeschaft: “Dus iedereen krijgt hetzelfde? Dat werkte in de Sovjet-Unie ook zo lekker.” Nee, een basisinkomen, het woord zegt het al een beetje, is de basis van je inkomen. Daar bovenop kun je meer verdienen, bijvoorbeeld door te werken.

 

Een vaker voorkomend misverstand is dat het basisinkomen bovenop alle bestaande systemen komt, dus dat er verder niets wijzigt: “Alle Nederlanders tussen de 18 en 65 een basisinkomen geven van € 1000 per maand kost € 120 miljard. Dat is onbetaalbaar.” Nee, een basisinkomen vervangt de bestaande uitkeringen, toeslagen, heffingskortingen en aftrekposten. Je krijgt een heel nieuw systeem van belastingen en sociale zekerheid. Je kunt er voor kiezen om zo’n nieuw systeem budgettair neutraal in te voeren, maar je zou ook kunnen verdedigen dat het iets mag kosten, omdat er sterke aanwijzingen zijn dat een basisinkomen besparingen oplevert op andere begrotingshoofdstukken: zorg, welzijn en justitie. En zo zijn er meer keuzes te maken. Je kunt er voor kiezen om de financiering helemaal uit de inkomstenbelasting te doen, dat levert een vrij hoog tarief op, maar je kunt er ook voor kiezen om een groter deel van de belastingopbrengst uit omzetbelasting en/of vermogensbelasting en/of belastingen op grondstoffen te halen. Hoe dan ook, betaalbaar is het zeker. € 120 miljard is veel geld, maar ons nationaal inkomen ligt in de buurt van de € 600 miljard. We hebben het geld; het is puur een verdelingsvraagstuk. En hoe die verdeling uitpakt hangt helemaal af van hoe je het basisinkomen precies inricht en financiert. Dit alles betekent ook: het idee is dan wel eenvoudig, maar de uitwerking allerminst. De eenvoud is bedrieglijk.

 

Twee valkuilen

 

De bedrieglijke eenvoud van het idee levert, zo heb ik gemerkt, twee valkuilen op die eigenlijk niet te omzeilen zijn in een gesprek over het basisinkomen.

 

De eerste valkuil is de allergische reactie. De eerste paar woorden van de beschrijving van het idee van het basisinkomen, “iedereen krijgt”, zijn voldoende om een groot aantal mensen in de gordijnen te krijgen. “Hoezo krijgen? Werken voor je geld!” roept rechts. En links: “Hoezo iedereen? Waarom zouden we de rijken geld geven?” Daarmee zitten de oren vervolgens dicht en is het denken geblokkeerd. Het nog kortere verhaal, “gratis geld voor iedereen”, is wat dat betreft nog erger. Uitleggen helpt niet, net zoals je atheïsten niet in het hiernamaals kunt laten geloven door het beter te beschrijven. Je zult het moeten laten zien. Dat is ook de reden dat ik me inzet om experimenten van de grond te krijgen.

 

De tweede valkuil is die van de duivelse details. De beste manier om het basisinkomen voor de komende tien jaar van de politieke agenda te houden is tegen de voorstanders te zeggen: “Goed idee! Zodra jullie met een uitgewerkt voorstel komen, voeren we het de volgende dag in.” Het idee is zo groot en zo veelomvattend, en de voorstanders zijn zo divers, dat er geen sprake kan zijn van een breed gedragen blauwdruk. Anders gezegd: elke specifieke uitwerking leidt tot zulke grote herverdeeleffecten (groepen die er tientallen procenten op voor- of achteruit gaan) dat dit in het Nederlandse politieke bestel onhaalbaar is.

 

De valkuilen zijn breed en diep. Dus hoe goed het idee ook is, ik geloof niet dat het ongeschonden de overkant haalt. Ik geloof niet dat er op een dag in Nederland een meerderheid is voor zo’n radicale verandering.

 

Maar het roer moet wel om

 

Tegelijk wordt steeds duidelijker dat het huidige sociale en fiscale stelsel kraakt in al zijn voegen. Het is grotendeels opgehangen aan het uitgangspunt dat een groot deel van de bevolking een stabiele baan heeft die voldoende oplevert om een huishouden mee draaiend te houden en ook nog wat aan de belastingdienst af te dragen. De globalisering, de technologische ontwikkelingen en niet te vergeten de demografische trends hebben dat uitgangspunt behoorlijk aangetast; de basis van ons sociale en fiscale stelsel wordt smaller en smaller. Om het betaalbaar te houden wordt er al decennialang geschaafd en gerepareerd en weer geschaafd en gerepareerd.

 

Het resultaat is een stelsel waarin negentig procent van de huishoudens maandelijks geld krijgt van de overheid in de vorm van een toeslag, uitkering of voorlopige teruggave. Een stelsel waarin twintig procent van de actieve beroepsbevolking, namelijk ongeveer 750.000 zzp’ers en ongeveer evenveel flexwerkers, nauwelijks bediend worden. Een stelsel waar “aan de onderkant” mensen nauwelijks mogelijkheden meer hebben om hun situatie te verbeteren: gaan samenwonen, een krantenwijk nemen, een slaapkamer aan een student verhuren — als je een uitkering hebt is het óf verboden, óf je kunt het verdiende geld direct weer inleveren. Een stelsel, ten slotte, waarin dwang, repressie en wantrouwen een steeds grotere rol spelen en waarin tegelijk geen enkele garantie is dat iedereen krijgt waar hij recht op heeft (en ook niet meer dan dat).

 

Dát is uiteindelijk de reden om na te denken over een onvoorwaardelijk basisinkomen. Niet als armoedebestrijding, niet als inkomensherverdeling en niet als werkgelegenheidsmaatregel. Daar zijn efficiëntere maatregelen voor te verzinnen. Ook niet omdat het zo lekker simpel en efficiënt is en het een heleboel ambtenarij scheelt. Dat is allemaal bijvangst. Het basisinkomen is een aantrekkelijk idee als belangrijke bouwsteen van een toekomstbestendig sociaal en fiscaal stelsel, een stelsel met een focus op arbeid (betaald en onbetaald) in plaats van banen.

 

Een toekomstbestendig stelsel

 

Er zijn wat mij betreft drie eigenschappen die een onvoorwaardelijk basisinkomen, of een negatieve inkomstenbelasting zo u wilt, bijzonder interessant maken als hoeksteen van een toekomstbestendig sociaal en fiscaal stelsel.

 

De eerste eigenschap is dat het mensen keuzevrijheid biedt. Iedereen heeft de mogelijkheid om studieverlof te nemen, of zorgverlof, of een sabbatical, zonder dat hij honger hoeft te lijden. De drempel om voor jezelf te beginnen wordt met een basisinkomen een stuk lager; de (financiële) onzekerheid wordt immers kleiner. Maar ook de onderhandelingspositie van werknemers verbetert hierdoor: met name voor onaangenaam werk zal beter betaald moeten worden. En, heel belangrijk, werk dat nu onbetaald is krijgt met een basisinkomen een impliciete beloning. Kortom, de mogelijkheden om in vrijheid te kiezen om te doen wat je zelf waardevol en belangrijk vindt nemen toe, en dat is vooruitgang.

 

De tweede is dat het mensen in staat stelt om zelf hun situatie te verbeteren. Een basisinkomen is “voldoende om sober van te leven”; geen vetpot dus. Maar het is onvoorwaardelijk; je mag al je creativiteit en al je andere talenten aanwenden om je inkomen aan te vullen. Bijna iedereen heeft wel enige verdiencapaciteit. In het huidige stelsel kun je, als je in de bijstand zit, je situatie alleen verbeteren door een voltijds baan te vinden. Met een basisinkomen loont het ook om kleine baantjes of losse klussen aan te nemen: werken loont altijd. Daarnaast kun je je situatie verbeteren door samen te gaan wonen, een kamer te verhuren of je oude moeder in huis te nemen. Doordat het basisinkomen individueel is, kosten dit soort beslissingen je niet een deel van je uitkering, toeslag of vrijstelling.

 

De derde eigenschap van het basisinkomen: het geeft mensen ruimte om zich om elkaar te bekommeren. Het is nu vaak moeilijk om betaald werk te combineren met zorgtaken en vrijwilligerswerk. Dat komt niet alleen door het sociaal en fiscaal stelsel, het komt door de functiescheiding die we overal in de samenleving hebben aangebracht en die door het sociaal en fiscaal stelsel wordt ondersteund. Weet u nog, die participatiesamenleving, dat idee dat burgers wat meer voor elkaar zorgen en minder weg delegeren naar de overheid? Dat is niet zo’n heel raar idee, en in het licht van de vergrijzing misschien wel onontkoombaar, maar dan moeten er nog heel wat randvoorwaarden worden ingevuld. Een basisinkomen kan daaraan bijdragen.

 

Een mogelijke route

 

Dus, we hebben een goed en belangrijk idee, maar het gaat nooit ingevoerd worden. Het is te radicaal. Hieronder doe ik een poging om het minder radicaal te maken door het uit te smeren over kleine stapjes, gedurende een lange periode. Het is een denkrichting, geen uitgewerkt plan, dat heeft niet zo veel zin voor zo’n lange termijn.

 

Zzp’ers en andere ondernemers die onder de inkomstenbelasting vallen (dus niet vanuit een BV ondernemen), hebben in Nederland recht op een aantal belastingvrijstellingen. De Commissie Van Dijkhuizen, die adviseert over de herziening van het belastingstelsel, heeft berekend dat deze ondernemers over de eerste € 25.000 die ze verdienen geen belasting betalen, en dat dat de schatkist € 1,8 miljard per jaar kost. Het lijkt mij wat ruim, die € 25.000. Laten we voor de zekerheid zeggen dat die belastingvrije voet voor ondernemers € 18.000 is. Het zou € 18 miljard kosten om ook de andere Nederlanders van 18 tot en met 66 jaar oud zo’n belastingvrije voet van € 18.000 per jaar te geven. Waarom zou je dat doen? Omdat € 18.000 per jaar, of € 1.500 per maand, in Nederland een minimum-inkomen is. Het is precies het (bruto) wettelijk minimumloon, en ietsjes meer dan de bijstand voor een kostwinner. Het is onzin om op dit minimumniveau belasting te heffen; wat je binnenhaalt moet je in 99 van de 100 gevallen weer teruggeven als huur- of zorgtoeslag. Die € 18 miljard zou je kunnen financieren door de hypotheekrenteaftrek af te schaffen (circa € 10 miljard), alsmede de huur- en de zorgtoeslag (samen € 7,5 miljard).

 

Hierbij de kanttekening dat in deze alinea niet over het basisinkomen wordt besproken, maar over een negatieve inkomstenbelasting, en …. dat levert geen zuiver debat op aangezien een basisinkomen veronderstelt dat alle belastingheffing zoals dat nu in de Rijksbegroting is vastgelegd, wordt opgeheven, want 80% van die begroting verdwijnt. Niet alleen de hele sociale zekerheid wordt opgedoekt – met alle dito ambtenaren en ambtenarij -, maar nog veel meer vanwege de onderlinge verwevenheid binnen die rijksbegroting. Er dient ‘in beginsel’ (want anders echt onbetaalbaar) alleen nog een oplossing te worden gevonden voor de klassieke kerntaken van de overheid: defensie, veiligheid en politie. Want vergeet niet dat de 19e eeuwse zorg voor het grootste uit charitatieve instellingen bestonden die niet waren gebaseerd op verplichte zorgpremies, die toen nog helemaal niet bestonden.

 

Maar misschien geldt dat minimale kerntaakbegrip van de overheid ook helemaal niet, want hiermee wordt alleen aangegeven dat natuurlijk ook ambtenaren een basisinkomen gaan krijgen, aangevuld met de toelage die in alle beroepen gaan gelden, een inkomen zonder alle sociale zekerheidspremies. En wat deze ontwikkelingen zullen betekenen weten nog niet, want zelfs de computer kan dat wegens andersoortige data niet betekenen (lang leve de slimme computer!) Dit dilemma kan dus nog niet worden opgelost, omdat wij nog geen enkel precedent of ervaring kennen van een dergelijke constructie.

 

Maar het beginsel van een basisinkomen betekent alleen dat iedereen dat minimumbedrag ontvangt van de overheid, maar ondertussen het economische bestel ingrijpend kan gaan wijzigen, omdat loon- in inkomensstructuur totaal wordt veranderd – alleen al vanwege die loonkosteneffecten. En die kunnen of krijgen een weerslag op de internationale concurrentieverhoudingen. Hoe wordt dát opgelost? Vandaar dat de invoering, zo luidt mijn stelling, van een basisinkomen deze aspecten ook dient uit te diepen, want zonder over deze implicaties te hebben nagedacht, komt er nooit en te nimmer een basisinkomen, tenzij… tenzij de hele wereldeconomie door externe omstandigheden zoals een mondiale implosie, instort en ons dwingt tot een geheel nieuw stelsel en door die compleet nieuwe omstandigheden kan een basisinkomen wel worden ingevoerd. Want dat onderdeel van een nieuw en structureel ander economisch – en regionaal – stelsel.

 

De crux is: dit hoef je niet in één keer te doen. Desnoods doe je er 18 jaar over. Elk jaar de belastingvrije voet met € 1.000 verhogen en de kosten daarvan afknabbelen van de toeslagen en aftrekposten, zodat mensen de tijd hebben om hun situatie aan te passen.

 

Met mijn voorgaande kanttekeningen moet er dus een andere koers worden gevaren, die nog radicaler is dan Mulder aangeeft. De door mij aangevoerde aspecten hebben namelijk ook in de jaren tachtig gespeeld met het toenmalige basisinkomen debat. Maar daarvan kan ik alle fiscale en andere berekeningen niet meer terugvinden, vandaar dat ik alleen deze hoofdlijnen hier schets. Het zijn niet mijn bedenksels.

 

Daarmee hebben we dan een flink deel van de rondpompmachine en van de hoge marginale tarieven op en vlak boven het minimumloon aangepakt, maar nog niets gedaan aan de armoedeval en de positie van uitkeringsgerechtigden. Sterker nog, we hebben ze stiekem hun huur- en zorgtoeslag afgepakt. Daarom zou je de belastingvrije voet refundable moeten maken, met andere woorden: een negatieve inkomstenbelasting invoeren. Verdien je minder dan de belastingvrije voet, dan krijg je het verschil maal een bepaald negatief belastingpercentage, zeg 50%, terug van de belastingdienst. Deze tax credit is helemaal onvoorwaardelijk en individueel. Als in de loop der jaren de uitkering via de fiscus toeneemt, kun je de uitkering via de sociale dienst (die wel aan allerlei voorwaarden gebonden blijft) gaan afbouwen. Na verloop van tijd zullen steeds meer uitkeringsgerechtigden die nog enige verdiencapaciteit hebben er dan voor kiezen de sociale dienst vaarwel te zeggen. Misschien blijft de sociale dienst nodig voor een soort van bijzondere bijstand voor wie helemaal geen verdiencapaciteit heeft, misschien ook niet. Dat zien we tegen die tijd wel.

 

Ook deze laatste constructie van een aanwezigheid van de sociale dienst past niet in het beeld van het ideale basisinkomen en daarmee sluipen er steeds ongemerkt weer valse schijnargumenten binnen.

 

Het onvoorwaardelijk basisinkomen is een goed en belangrijk idee, maar dat is ook precies wat het is: een idee. Een utopie, zo u wilt. Je kunt niet serieus verwachten dat het van de ene dag op de andere ingevoerd gaat worden. Het staat te ver af van de status quo, het is te radicaal, het is een te grote sprong. Dat verandert niet door erover te discussiëren. Integendeel. Tegenstanders overtuig je er niet mee: zij geloven er gewoon niet in. En voorstanders blijken het op belangrijke details helemaal niet met elkaar eens te zijn. Je moet het laten zien. Met experimenten, met pilots, en door een route in te slaan die ongeveer de goede kant opgaat en die zowel de overheid als de burger voldoende tijd geeft om zich aan te passen aan wat er gebeurt.

 

[Ronald Mulder is, behalve ondernemer en econoom, ook mede-initiatiefnemer van MIES en Ons Basisinkomen.]

 

[bron: https://medium.com/ronaldmulder/laten-we-eens-ophouden-over-dat-basisinkomen-9a0223eb2772#.nwwif2td6 ]

 

Mijn slotzin(nen) is dat deze beschouwing de beste is die ik in de huidige discussie ben tegengekomen – hoewel ik zeker niet pretendeer alles gelezen te hebben – en dat de economische toonzetting van Mulder mij erg goed heeft gedaan, want dat is de enige basis om erover door te blijven filosoferen en slordige denkfouten te negeren. Want daaraan mankeert het altijd.

 

 

#Basisinkomen meer zekerheid en vrijheid #trouw #politiekdebat #denhaag

 

04 Saturday Jun 2016

 

 

Posted  by aquariuspolitiek in basisinkomen, TweedeKamer

 

Basisinkomen meer zekerheid en vrijheid (Alexander de Roo en Johan Luijendijk, opinie/Trouw, 4 juni)

 

Arbeidsmarkt | Nederland is rijp voor een nieuw sociaal systeem, betogen Alexander de Roo en Johan Luijendijk. Er moet serieus worden gedacht aan invoering van een basisinkomen

.

 

 

Goed dat de Finnen in het diepe springen met het #basisinkomen, hoe complex het ook is #volkskrant #economie #moderngeloof

 

11 Friday Dec 2015

 

 

Posted  by aquariuspolitiek in basisinkomen, Uncategorized

 

Springen de Finnen in het diepe? (Peter de Waard, De kwestie, Economie/de Volkskrant, 11 december)

 

# Finland is een natie van skispringers. Die durven een sprong in het diepe te wagen. Deze week kondigde Finland als eerste land in Europa aan de invoering van een basisinkomen te onderzoeken. Geen theoretisch debat meer, geen lokale experimenten of pilots zoals in Nederland.

 

Dit moet inderdaad uitgeprobeerd worden omdat niemand weet dat de effecten zijn van een eventuele invoering. ‘Eventueel’, omdat invoering op veel meer problemen zou kunnen stuiten dan vooraf vermoed en de conclusie ook kan zijn dat invoering een totale chaos zal veroorzaken en dus (economisch) feitelijk onuitvoerbaar is.

 

# Iedere Fin zal 800 euro per maand belastingvrij moeten krijgen, ongeacht of hij of zij werkloos is, werk heeft, met pensioen is of nog in de luiers ligt. Met 5,3 miljoen Finnen kost dat al gauw 50 miljard euro. Maar daar staat tegenover dan allerlei andere overheidsregelingen zoals AOW, WW en bijstand vervallen. En Finland heeft nogal wat uitkeringstrekkers. Niet alleen is het een snel vergrijzend land, ook is de werkloosheid gestegen tot 10 procent sinds Nokia het tegen Apple en andere smartphoneconcurrenten heeft moeten afleggen. Daarnaast kampt het land met de teloorgang van de papierindustrie en het wegvallen van de Russische markt door de boycot.

 

# Onduidelijk is hoe Finland het gaat financieren. Nu betaalt Finland een kleine 15 miljard aan sociale uitkeringen. De kosten van een basisinkomen zijn al gauw drieënhalf keer zo hoog. Uit een onderzoek van het Finse instituut voor sociale zekerheid (Kela) blijkt dat 69 procent van de bevolking het plan steunt. Premier Juha Sipilä denkt dat de invoering van een basisinkomen leidt tot een enorme versimpeling van de socialezekerheidsstelsel. Hij vreest niet dat de Finnen zullen toegeven aan de natuurlijke luiheid van mensen. Met een gemiddeld inkomen van 3.300 euro netto in Finland blijft werken lucratief.

 

In deze situatie zegt de steun van 69 procent van de bevolking voor invoering helemaal niets, want niemand weet in dit geval wat het betekent en of het uitvoerbaar is. Het valt macro-economisch namelijk te vergelijken met de afschaffing van de Gouden standaard.

 

Onduidelijk is hoe Finland het gaat financieren

 

# De regering ziet het basisinkomen als een antwoord op de toenemende robotisering en digitalisering die het uitzicht op werk voor vele beroepsgroepen kan verminderen. Uiteraard gaat zij niet over een nacht ijs. Pas volgend najaar zou er een besluit moeten worden genomen. Daarna zou het fasegewijs vanaf 2017 worden ingevoerd. Eerst zou een basisinkomen van 550 euro worden ingevoerd, aangevuld met andere regelingen voor lage inkomens zoals huursubsidie. Daarna zou iedere Fin hetzelfde basisinkomen krijgen zonder andere toeslagen.

 

Zelfs deze fasegewijze invoering van het basisinkomen – dus na het positieve besluit over de uitvoerbaarheid – binnen enkele jaren geeft al aan dat het conceptvoorstel van dit moment geen idee heeft hoe complex deze operatie wordt. Het zal blijken dat het niet gaat om een fase van aanvulling ‘met andere regelingen voor lage inkomens zoals huursubsidie’ en vervolgens helemaal zonder andere toeslagen. Het huidige sociale zekerheidsstelsel is een bouwwerk dat in tientallen jaren is opgebouwd – namelijk vrijwel direct na WO2, met de voorlopers van vóór de oorlog, met als eerste startpunt het Kinderwetje van Van Houten – en dat van land tot land verschilt vanwege de nationale stempels die op de huidige sociale zekerheidsstelsels zijn ingebouwd. Geen EU-lidstaat heeft dezelfde structuur hiervan want er is nog helemaal niet aan harmonisatie gewerkt. Om maar een simpel voorbeeld te nemen van een wezenlijk onderdeel van die verzorgingsstaat: hoe is de kinderbijslag van land tot land geregeld? Al die verschillen maken dat de invoering van een basisinkomen – zonder kinderbijslag – een gevoelige operatie wordt.

 

# Het basisinkomen kent gelovigen en ongelovigen. De laatsten denken dat het niet werkt omdat het onbetaalbaar is. Daarnaast moeten bedrijven hun lonen fors verhogen om nog personeel te krijgen. Hierdoor wordt een land minder concurrerend. De voorstanders beweren bij hoog en laag dat het kostenneutraal kan en dat door de lagere werkgeverslasten het land juist concurrerender wordt.

 

Een tweede voorbeeld hoe de verrassingen plotseling op de constructietafel kunnen verschijnen wordt hier al genoemd: ‘bedrijven hun lonen fors verhogen om nog personeel te krijgen’. Neen, de lonen gaan fors omlaag omdat een deel van het inkomen dan uit dat basisinkomen bestaat. Het basisinkomen is in principe zo laag – want anders inderdaad onbetaalbaar want belastingcenten – dat iedereen voor een fatsoenlijk inkomen een baan moet hebben – lees: gestimuleerd wordt door de noodzaak daartoe – naast dat basisinkomen. Wat er waarschijnlijk feitelijk gaat gebeuren is dat het verschil tussen bruto en netto-inkomen gaat verdwijnen omdat de hele fiscale structuur van sociale zekerheidspremies komt te vervallen, want dat is de noodzakelijke voorwaarde voor de invoering van het basisinkomen. Alle ‘sociale’ ambtenaren van zowel Rijsoverheid als gemeentelijke sociale diensten – provincies? – houden op te bestaan in de Nederlandse situatie. Maar is het zo ook in Finland en in alle andere EU-lidstaten georganiseerd? Alleen de basisfuncties van de Rijksoverheid, zoals defensie, politie & brandweer en waterschappen (veiligheid) blijven bestaan en worden uit de rijksbegroting betaald, want het enige alternatief is de vercommercialisering van genoemde diensten. Zo worden ook de semi-publieke diensten als gezondheidszorg en onderwijs gedeeltelijk gecommercialiseerd, want de huidige inkomens van specialisten vallen niet meer onder de zorgpremies (sociale zekerheid + zorgstelsel). Kortom, al deze factoren horen bij het nieuwe sociale zekerheidssysteem vanuit de basisinkomensgedachte.

 

Een tweede opmerking is dat de lagere werkgeverslasten wel kloppen, maar dat dan de concurrentiekracht of –last anders wordt dan tot nu toe gebruikelijk. Vanwege de onmiskenbaar andere optuiging van sociale zekerheid via het basisinkomen, zal dit stelsel niet alleen EU-toestemming noodzakelijk maken, maar waarschijnlijk mondiaal ingevoerd moeten worden, om daarmee een level playing field mogelijk te maken.

 

Als een ander de kastanjes uit het vuur haalt, kan de rest rustig toekijken

 

# Dat Finland nu als proeftuin wil fungeren is alleen maar mooi. Als een ander de kastanjes uit het vuur haalt, kan de rest rustig toekijken. Het voordeel is dat de Finnen niet alleen skispringers zijn, maar ook goede marathonlopers. Als ze ergens aan beginnen, houden ze het lang vol.

 

Of de Finnen het lang zullen volhouden is maar de vraag want binnen de kortste keren kan ook ontdekt worden dat dit stelsel onuitvoerbaar is, onder meer door de hierboven genoemde argumenten. In de jaren tachtig is het basisinkomen intern in alle toenmalige politieke partijen in ons land besproken (van links tot rechts) en het was toen duidelijk dat er geen politieke meerderheid bestond – of haalbaar was – voor een volkomen onoverzienbaar experiment. Alleen de WRR heeft hierna een studie gedaan in 1981: ‘Vernieuwingen in het arbeidsbestel’[1]. Niemand kon immers bij gebrek aan enig precedent voorzien of alle complicaties wel zouden kunnen worden ingecalculeerd en opgelost; en de conservatieven in het land voelden helemaal niet voor dit experiment. Heden zouden VVD en CDA ook mordicus tegen zijn, maar lopen er ook genoeg sociaaldemocratische economen (Rick van der Ploeg en Willem Vermeend) rond die dit ook economisch onhaalbaar vinden. Kortom, het is een opwelling vanuit de bevolking die geen idee heeft wat de consequenties van een invoering zijn, en alleen maar angst voelen dat robotisering en digitalisering de hele arbeidsmarkt zal ondermijnen. De rijksoverheid heeft hierin nu zeker een taak om algehele voorlichting te geven over het ‘verschijnsel’ arbeidsmarkt en basisinkomen.

 

Maar, zoals gezegd, dat is nog nergens gebeurd – zelfs in Azië niet dat veel verder geïnnoveerd en gedigitaliseerd is dan de EU – zodat slecht vastgesteld kan worden dat er werkgroepen – zowel binnen de overheid als burgerinitiatieven – om alle ins en outs op een rijtje te krijgen en om zo op een brede maatschappelijke discussie uit te komen.

 

# Als Finland goed landt, hoeft Nederland niets te vrezen.

 

Inmiddels is mijn vermoeden dat het project in Finland niet goed kan landen, want daartoe zijn alle noodzakelijke en voldoende) voorwaarden afwezig.

 

[1] http://www.wrr.nl/publicaties/publicaties

#Finland wil een #basisinkomen invoeren #nrc #benieuwdnaarbeleidsplannen #eu #gaateuakkoord?

 

07 Monday Dec 2015

 

Posted  by aquariuspolitiek in basisinkomen, Finland

 

Finland wil gratis geld geven aan burgers (NRC, Buitenland/NRC Handelsblad, 7 december)

 

# De Finse regering bereidt plannen voor om een basisinkomen in te voeren voor alle Finnen. Iedere volwassen Fin zou dan 800 euro per maand ontvangen van de overheid – andere sociale voorzieningen als een uitkering en alimentatie komen dan te vervallen. Juha Sipilä, de premier van het centrum-rechtse Finse Finse regering, is een voorstander van een basisinkomen. Volgens hem is het een versimpeling van de huidige organisatie van sociale vangnetten. De plannen voor een basisinkomen worden gesteund door alle grote partijen. Volgend jaar november zullen de plannen worden gepresenteerd. (NRC)

 

Dit wordt een gedurfde, gewaagde en riskante operatie van de Finse regering aangezien dit een noviteit betekent en de afgang des te groter zal zijn als de plannen worden afgewezen door het Finse parlement en het waarschijnlijk ook de grote vraag is of de EU hiermee akkoord kan gaan.

 

Voorlopig dienen we af te wachten hoe de voorstellen eruit gaan zien omdat het onduidelijk is in hoeverre het sociale vangnetstelsel van Finland wezenlijk verschillend is van bijvoorbeeld het onze. Iedere nationaal verschil in dat sociale verzekeringsstelsel ofwel de nationale verzorgingsstaat betekent ook ingrijpende verschillen in het basisinkomen. Aangezien in ons land een invoering van een basisinkomen betekent dat het een overheidsuitgave betekent, betekent dat de hele sociale vangnet op de schop gaat – lees: afschaffen -, want alleen door de hele ambtenarij af te schaffen kan het basisinkomen betaald worden. en laten we ook niet vergeten dat invoering van een basisinkomen in ons land ook betekent dat ons begrotingstekort niet mag uitkomen boven de 3%-norm (Verdrag van Maastricht).

 

Interessanter wordt de aanpassingsoperatie als Finland een gelijksoortig bruto-netto-inkomensstelsel kent, want de brutoinkomensfactor kan afgeschaft worden vanwege het wegvallen van het sociale stelsel. Dit betekent dus een radicale breuk met de huidige inkomenssystematiek alsmede belastingen, want die er blijft maar een klein deel van de overheid bestaan. Alles minus de sociale zekerheid. En aangezien er geen enkele ervaring bestaat met een basisinkomen in een hoogindustriële natiestaat, kan het niet anders dan dat in de plannen die nu in Finland geboren worden, denkfouten bevat.

 

Kortom, een erg boeiend experiment dat de hele economenwereld met veel spanning zal moeten afwachten. De Finse economen liggen dus het komend jaar onder het vergrootglas van de wereldwijde schare van vakeconomen en politici. Slaagt het in Finland, dan is de noviteit geboren: als het eerste schaap over de dam gaat, volgen er meer. Het grootste gevaar is dat de economie dit stelsel niet weet te incorporeren. Dit basisinkomen kan namelijk niet worden gelijkgesteld met de afschaffing van de verzorgingsstaat, want daarvoor is dat stelsel – althans in ons land – veel te complex. We zijn dus benieuwd naar de creativiteit van de Finse economen en denktanks.

 

Maakt technologie Utopia mogelijk of slaat de verveling toe? #vk #economie #industrielecapaciteit #basisinkomen #postindustrielesamenleving

 

21 Friday Aug 2015

 

Posted  by aquariuspolitiek in nieuwemensheid, PaulMason, Postkapitalisme, toekomstmaatschappij

 

Tags

 

nieuwemensheid, PaulMason, postkapitalisme, toekomstmaatschappij

 

Maakt technologie Utopia mogelijk? (Peter de Waard, De kwestie, Economie/de Volkskrant, 21 augustus)

 

Pleidooi voor postkapitalisme vol gratis producten en vrije tijd

 

# Het einde van het kapitalistisch systeem is in zicht. Het zal niet gebeuren door een volksopstand zoals het communisme overkwam; het systeem wordt steen voor steen afgebroken door de informatietechnologie.

 

# In Groot-Brittannië en de VS is het boek Postcapitalism, a guide to the future (Postkapitalisme, een gids naar de toekomst), waarin het nieuwe systeem wordt gepresenteerd, een hype. Het is geschreven door economisch journalist Paul Mason van Channel 4 en in voorpublicaties verschenen in The Guardian. Inmiddels heeft ook The Financial Times het boek geprezen: ‘Zelfs als je het huidige kapitalistische systeem liefhebt, zou het een fout zijn dit boek te veronachtzamen.’

 

# Er zijn drie redenen waarom het kapitalistische systeem in Masons ogen ten dode is opgeschreven. In de eerste plaats vermindert de behoefte aan arbeid. Digitalisering en robotisering zullen de komende jaren in steeds sneller tempo banen vernietigen. Vast werk wordt vervangen door flexibel werk waarbij de grens tussen werk en vrije tijd en die tussen werk en salaris vervaagt.

 

Volkomen juist gezien.

 

# Ten tweede zal het prijsmechanisme niet meer werken. Prijsmechanisme is gebaseerd op schaarste, maar steeds meer goederen en diensten zullen gratis en in overvloed beschikbaar zijn. Nu is informatie daarvan al een voorbeeld. ‘Er is geen beperking aan de keren dat we artikelen uit Wikipedia kunnen kopiëren en verder verspreiden.’ Maar door 3D-printen zal dat ook voor veel goederen gelden.

 

Hier doet zich de complicatie voor dat internet steeds commerciëler wordt en dat er dus meer betaald moet gaan worden voor bepaalde (journalistieke) producten. De vraag is alleen of dat over de hele linie gaat gelden of niet.

 

# En ten derde doet de markt zelf haar werk niet meer. De deeleconomie, coöperaties, crowdfunding, kredietunies en andere losse verbanden nemen de plek in van hiërarchisch geleide bedrijven met hun beursnoteringen. Het kapitalistisch systeem bloeide dankzij het aanpassingsvermogen, maar daarvan is de grens bereikt, zoals blijkt uit de opeenstapeling van onoplosbare problemen: groeiende ongelijkheid, klimaatverandering, oplopende schulden, demografische zorgen en een steeds cynischer wordend electoraat.

 

Zou best kunnen kloppen.

 

# Wat er na het kapitalisme komt is voer voor goeroes. Mason doet een duit in het zakje. Hij voorspelt een postkapitalistisch systeem van netwerken, vrije tijd en gratis producten en diensten. ‘Dat zal eerst haast ongezien het oude systeem binnendringen, maar zal uiteindelijk doorbreken en de economie opnieuw vormgeven.’

 

Dat ‘ongezien binnendringen’ van dat postkapitalistisch systeem is natuurlijk onmogelijk, want zodra het grootste deel van de bevolking werkloos is vanwege het gebrek aan betaalde banen, komt er eerst een groot maatschappelijk conflict tussen de baanlozen en de baanbezitters. Wat dat oplevert valt nog niet te voorzien. En er zal geen sprake zijn van gratis producten vanuit de eigen vrije tijd, maar van een uitwisseling van vergelijkbare vaardigheden, gebaseerd op ieders specialismen. Wat bedoel ik daarmee? Dat de jeugd van die postkapitalistische maatschappij ook opgeleid moet worden; als er geen scholen meer bestaan met bevoegde onderwijzers (waarom zou het onderwijs helemaal wegvallen?) dan zullen gepensioneerde vrijwilligers uit de maatschappij die functie gaan vervullen, maar wel in ruil voor producten waar zij behoefte aan hebben. Er ontstaat dus een wederzijdse uitwisseling van specialismen of vaardigheden die elkaar aanvullen. ‘Voor wat hoort wat’, zoals een volkswijsheid luidt.

 

# In dat systeem zijn bedrijven volledig geautomatiseerd en werkt nog maar een beperkt aantal mensen op vrijwillige basis voor geld. De rest krijgt een gegarandeerd basisinkomen en kan doen wat hij of zij leuk vindt, bijvoorbeeld romans schrijven op internet. Centrale banken waken over de geldhoeveelheid. Het is een nieuwe wereld van zekerheid en gelijkheid, alsof Thomas More’s Utopia in de 21ste eeuw alsnog een werkelijkheid wordt, na zo veel in duigen gevallen dromen. Het is gelukkig een optimistische visie. Maar de afloop kan ook heel anders zijn.’

 

Het lijkt mij onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk, dat er een volledig geautomatiseerd productiestelsel komt mét nog een halve of nog geringer aantal geldverdieners, want dat vraagt om problemen. Twee mogelijkheden: Of er is nog algemeen geld dat verdiend wordt, of er bestaat in dat postkapitalistische stelsel een universeel basisinkomen zonder belastingheffing, maar waar iedereen onder valt. Want dat betekent een maatschappelijke orde waarin alle soorten producten – zelfs oorlogsmateriaal – op vrijwillige basis en naar behoefte worden geproduceerd. Want de geldverdieners zijn natuurlijk de zeer rijken aan de ene kant en de basisinkomens, die op een minimaal niveau door het leven moeten gaan en die ongelijkheid breekt de samenleving op.

 

#Basisinkomen is volgens FD een heel slecht plan maar dat kan hooguit gelden vanuit huidige invalshoek in de vorm van een veredeld bijstandsinkomen, dat dan geen bijstandsuitkering meer heet, maar regelluwebijstand #fd #economie #denhaag

 

06 Thursday Aug 2015

Posted  by aquariuspolitiek in basisinkomen, Den Haag

 

 

Basisinkomen is een heel slecht plan (Commentaar, In het nieuws/fd, 6 augustus)

 

Het zou uitgesproken onrechtvaardig zijn als bijstandstrekkers meer krijgen dan laagbetaalde werknemers

 

# Een aantal gemeenten, zoals Utrecht en Tilburg, wil op korte termijn experimenteren met de bijstand.

 

# Reden waarom Tilburg en Groningen, met de universiteiten in die steden, willen onderzoeken of bijstandsgerechtigden beter te activeren zijn met een regelluwe bijstand. Onder meer willen zij een groep mensen een ‘basisinkomen‘ geven, een vast bedrag per maand zonder dat daar plichten tegenover staan. Wie een baan vindt, hoeft — anders dan nu — niets op dat basisinkomen in te leveren. Een andere groep krijgt een bonus bij het vinden van werk.

 

# Het is de vraag of deze gemeentelijke experimenten zullen werken. Het lijkt niet moeilijk te voorspellen dat bijstandsgerechtigden eerder werk accepteren als zij voortaan niet meer hun bijverdiensten hoeven af te dragen of een bonus krijgen. Het zou zelfs uitgesproken onrechtvaardig zijn als bijstandtrekkers op die manier meer geld binnenkrijgen dan werknemers die al jarenlang voltijd laagbetaald werk doen.

 

# Daarbij komt nog dat veel voorstanders de experimenten zien als een eerste opstap naar een algeheel basisinkomen voor iedereen. Zo ver moet het nooit komen: dat is onbetaalbaar, vernietigt de arbeidsmoraal en is slecht voor de economie.’

 

Als er een zinvol debat over een universeel basisinkomen gaat worden gevoerd, dan moet dat klaarblijkelijk afgaande op dit hoofdredactioneel commentaar, niet zomaar in het luchtledige gevoerd worden, om op die wijze de Participatiewet te toetsen op haar praktische uitwerking, maar op een gedegener basis, zoals die is in de vorige eeuw gelegd in de jaren ’70 en ‘80. Die toenmalige uitgangspunten probeer ik nu op te sporen via Google, maar ik vrees dat in die tijd weinig documenten gedigitaliseerd waren.

 

In de kern kwam dat plan dat toen politiek volkomen onhaalbaar was, neer op een rigoureuze en zelfs radicale omzetting van de hele sociale zekerheidsstructuur van ons land. Hoezo? De toenmalige gedachten waren gebaseerd op de hypothese dat iedere door het sociale zekerheidsstelsel toegekende uitkering een enorme bureaucratie tot stand heeft gebracht, dat als totale overheidsinvestering veel duurder uitpakt dan het basisinkomen sec. Als in plaats van al die uitkeringen wordt dan een algemeen (en universeel) basisinkomen verstrekt, en dat levert de algehele sanering van de overheidsbureaucratie vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op, aangezien die wordt afgeschaft; en natuurlijk ook alle instanties die daarbij betrokken zijn vanwege het uitvoerings- en controle werk zoals alle gemeentelijke sociale diensten. Ik was er in die tijd zelf als politiek bewust partijlid bij betrokken en daarom weet ik ook dat die voorstellen vanuit diverse politieke partijen – en in feite alle, van het hele bestaande bestel dacht erover na.

 

Ik herinner mij ook dat het geheim van die formule was dat bij een eventuele invoering ervan het betekende dat niet alleen de sociale bureaucratie kon worden afgeschaft, maar ook de inkomensstructuur met bruto- en netto-inkomens grondig zou worden gewijzigd, omdat bruto-bedragen dan niet meer zouden bestaan, zodat ook de factor arbeid goedkoper zou worden. Sociale zekerheidspremies hoeven namelijk niet meer te worden afgedragen aan de overheid(sintellingen). Omdat iedereen een algemeen basisinkomen ontvangt van een minimaal inkomen – toen in de orde van f600 per maand – zodat in de primaire levensbehoeften wordt voorzien, voelt iedereen zich ook genoodzaakt om een werk te zoeken en te vinden omdat je anders op dat minimale bedrag blijft ‘hangen’. En ieder mens heeft ook behoefte aan een minimale luxe en het liefst ‘veel meer’.

 

Het gaat dus in principe en primair om een basisinkomen die iedere andere uitkeringsvorm overbodig maakt, alsmede de factor arbeid goedkoper maakt, maar tegelijkertijd ook minder hectiek veroorzaakt om ‘zo snel’ mogelijk aan een nieuwe baan te komen. Een geruststelling aan het adres van grote voorstanders van dit radicale basisinkomen: als over enige decennia de arbeidsmarkt alleen nog maar uit machinale en gerobotiseerde banen bestaat, zodat er geen mensenhand aan te pas komt, dan moet het ‘universele’ basisinkomen wereldwijd worden ingevoerd, omdat de mens in die toekomst alleen nog maar ‘vrije tijd’ ter beschikking heeft omdat beroepsarbeid dan niet meer bestaat, dan alleen hersenwerk, om arbeidsprocessen te loodsen en te dirigeren. We hebben dan een volautomatische samenleving.

 

Omdat ik zelf in die jaren studeerde vermoed ik dat er over het thema basisinkomen ook scripties zijn geschreven die in de archieven van universiteiten opgeslagen liggen. Het zou boeiend zijn als daarnaar wordt gezocht. En aangezien binnen politieke partijen ook hierover nagedacht werd, maar niet tot concrete voorstellen en notities heeft geleid, zou ook daar materiaal kunnen vinden (als het meezit).

 

Ik heb gelezen dat de gemeente Utrecht de econometrist Loek Groot als wetenschapper aan de UU heeft aangetrokken met de opdracht om een experiment uit te voeren. Groot is gepromoveerd op het basisinkomen en beschikt dus over ruim voldoende kennis om een goed onderzoek te doen, toegespitst op Nederlandse gemeenten. Dit najaar begint hij.[1]

 

Conclusie van mijn herinneringen uit de tweede helft van de vorige eeuw is dat het FD-commentaar niet op die toenmalige voorstellen over het basisinkomens van toepassing waren. Want dan blijkt het laatste aangehaalde citaat hierboven niet van toepassing: ‘onbetaalbaar’ is het alleen als het ‘algemene basisinkomen’ een nieuwe, extra uitgavepost van de overheid wordt, maar niet in de radicale structuur uit de vorige eeuw. Het ‘vernietigt’ dan ook geen arbeidsmoraal; in tegendeel, het zet aan tot gericht zoeken van aanvullend werk, dat een veel breder variëteit mogelijk maakt; namelijk datgene wat echt bij je past. En om deze redenen is het ook niet ‘slecht voor de economie’.

 

Het levert wel een totaal andere maatschappij op vanwege het radicaal nieuwe effect ervan. Daarom bestaat er geen precedent en geen ervaring ermee, laat staan een standaard handboek. De vraag is ook of dit nieuwe stelsel zomaar kan worden ingevoerd zonder dat het in Brussel bottlenecks ofwel bezwaren zal opleveren. En die factor was in de toenmalige EEG afwezig! Kortom, wetenschappers mogen dit plan verder gaan uitwerken en mogelijk in samenwerking met de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

 

[1] http://destadutrecht.nl/economie/loek-groot-gaat-invoering-basisinkomen-onderzoeken/

Advertisements