Tags

Was ‘getreuzel’ na referendum onwettig? (Bart Dirks, Ten eerste/de Volkskrant, 14 januari)

Het kabinet had veel eerder met een besluit moeten komen na het Oekraïne-referendum, vindt Thierry Baudet van het Forum voor Democratie. Hij wil daarover een gerechtelijke uitspraak.

‘’Het animo voor volgende referenda is er niet groter op geworden. Men voelt zich terecht gepakt’

# De lijsttrekker van Forum voor Democratie zit vrijdag in de Haagse rechtbank als aanklager van de Staat der Nederlanden. Volgens hem heeft Rutte de uitslag van het Oekraïne-referendum op 6 april 2016 compleet genegeerd. ‘We hebben ons hard gemaakt voor het creëren van momentum onder de bevolking. Dat momentum is gebroken. Er heerste grote verslagenheid onder de bevolking, grenzend aan cynisme. Het animo voor volgende referenda is er niet groter op geworden. Men voelt zich terecht gepakt.’

Een heel wonderlijke redenering is dit. 1. ‘Bouw momentum op’ betekent bouw je doelen. En dat betekent dat er een kansrijke ‘situatie ontstaat die maar kort duurt’, maar dat geldt voort zakelijke transacties. Kortom, Baudet probeert een politieke situatie, waarin zelfs al is vastgesteld dat de referendumwet (WRR) aangepast dient te worden omdat de voorwaarden niet deugdelijk zijn – het blijkt via de digitale inschrijving te gemakkelijk te zijn om een referendum te kunnen houden en de minimale opkomstgetallen zijn te laag – terwijl er nota bene sprake is van een raadgevend en geen correctief referendum – te transponeren naar de zakelijke praktijk en dat is een onlogische redeneerwijze omdat het parlement gaat over politieke besluitvorming vanwege het primaat van de politiek. Baudet weet dus te weinig van staatsrecht om zich te realiseren dat de rechter deze kwestie niet ontvankelijk dient te verklaren. Daarom is er ook geen sprake van ‘dat momentum dat gebroken is’, want een gelegenheidsargument. En dat er grote verslagenheid onder de bevolking is ontstaan, dat mag Baudet eerst met harde onderzoekscijfers aantonen, want die bewering wordt door niemand geloofd. Het zijn de organisatoren als Baudet zelf en Jan Roos die meenden dat zij populistisch gezien een briljante move konden uitvoeren en dus schijnbaar gelijk hadden toen de uitslag bekend werd, maar als de bevolking zich veerslagen voelde, kon dat alleen met 100% procent jastemmers en dat was niet aan de orde. Het was ‘maar’ 62 procent van de opkomers die ja stemden en daarop zijn dus de grote woorden van Baudet niet van toepassing. Politiek gesproken is Baudet dus een even gewone amateur als ieder andere burger in ons land, want binnen het electoraat bestaan alleen maar amateurs, en dan ligt onder parlementariërs niet veel anders omdat niemand beschikt over een originele en authentieke visie. Alleen maar officiële partijstandpunten na-apers. Geen politieke professionals, maar amateurs die de amateuristische partijen als ‘opdrachtgever’ hebben. Tussen aanhalingstekens omdat er van ‘ruggespraak’ geen sprake meer is nadat die bepaling uit de grondwet (1983) is geschrapt. De conclusie dat ‘Het animo voor volgende referenda is er niet groter op geworden’, kan als voorbarig worden bestempeld, want referenda komen er onvermijdelijk wel aan, want het toekomstige bestel bestaat, zoals in Zwitserland, alleen maar uit besluitvorming via referenda. Waarom is dat bestel dan nooit in ons land ingevoerd? Omdat het enige land Zwitserland wat bevolking betreft zo klein was, met bovendien voorheen alleen mannenkiesrecht, dat referenda daar kunnen worden gehouden. Ons land is wat bevolkingsgetal vele malen groter en dan wordt het een stuk moeilijker, want het vereist een andere organisatiestructuur. Maar dat tijd is nu wel rijp geworden (ontwikkelde bevolking, digitale mogelijkheden en data-infrastructuur) al zal deze nieuwe vorm van directe digitale democratie op veel, of zelfs onoverkomelijke, weerstand stuiten van de parlementaire elite in ons land.

  1. Bovendien beseft Baudet ook dat dit wetgevingsfoutje of slippertje van de controlerende instanties als de Eerste Kamer en de Raad van State nooit deze WRR hadden kunnen goedkeuren als er sprake was van een correctief referendum, want dan staat er veel meer op het spel. Een wetsvoorstel correctief referendum zal ook niet snel door het parlement worden aangenomen omdat het strijdig kan worden geacht met het representatieve bestel dat we kennen. Maar er komt een tijd waarin bewezen zal worden dat de parlementaire democratie niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd, dat er overgestapt wordt op een directe democratie via internet en dus digitale techniek. Maar dat vereist ook nog steeds een tweedelige parlementaire behandeling en dus tussentijdse Kamerverkiezingen. Zolang de volksvertegenwoordigers gekozen worden op de traditionele lijsten van politieke partijen, krijg je zo’n grondwetswijziging er nooit doorheen en dat is dus een onbegaanbare weg. Dat is dus een echte politieke elite, die momenteel zo onder druk staat, omdat die Kamerleden die hervorming van het kiesstelsel en het bestaan van de Staten-Generaal nooit ter discussie zullen stellen. De enige oplossing is dat het gehele electoraat gaat stemmen op de Partij voor de Niet-Stemmer (hierna: PvdN-S) van oprichter en Amsterdamse advocaat Peter Plasman. Als deze nieuwe partij bij de komende of volgende verkiezingen de grootste partij in ons land wordt, dan betekent dat een aanzienlijk aantal stemmers in de Tweede Kamer, omdat die volksvertegenwoordigers (van de PvdN-S) aan geen enkele stemming zullen deelnemen, zodat er een revolutionaire  wijziging in stemverhoudingen ontstaat. Die situatie betekent het einde van stemprocedures in de Tweede Kamer, maar ook als de PvdN-S niet de grootste wordt, maar wel met een aanzienlijk aantal zetels in de Kamer verschijnt.
  2. Dat Forum voor Democratie en hun advocaat Van der Grinten (zoon of familie van de beroemde advocatenfamilie?) het formeel over een andere boeg gooien: ‘wat betekent zo spoedig mogelijk’, zoals in de WRR-wet staat aangegeven, doet verder niet ter zake want de enige ingang om ene rechtszaak aan te spannen. Maar de landadvocaat stelt in ditzelfde artikel al dat deze rechtszaak weinig kans maakt, want deze stelt dat deze discussie in de rechtbank niets te zoeken heeft. En dat mag de zelfverklaarde grootste intellectueel van ons land zich wel aantrekken.

4 Laatste inhoudelijke slotopmerking als Baudet spreekt van het referendum: ‘bedoeld als tegenmacht tegen de bestaande politiek’. ‘Als het kabinet zijn eigen gang gaat, dan wordt de hele gedachte achter het referendum weggeslagen.’ Hoe komt hij hierbij? Niet het referendum is bedoeld als tegenmacht tegen de bestaande politiek, maar het parlement (Staten-Generaal met de Eerste en de Tweede Kamer) zijn als de controleurs en tegenmacht bedoeld van de regering, die als dagelijks bestuur en dus als feitelijke machthebbers kunnen worden beschouwd. Een heel andere kwestie wordt het dus – en dat wordt geheel omzeild door Baudet – als de Tweede Kamer als politiek primaat niet meer functioneert. Maar dat snijdt hij niet aan. er moet dus hoognodig worden gesproken in de Kamer over het tweekamerstelsel van ons land: de Tweede Kamer die niet goed functioneert en de Eerste Kamer die geheel overbodig is. Mijn conclusie is dus dat beide Kamers niet met de tijd zijn meegegaan en overbodig zijn geworden door de ICT- en digitale infrastructuur in ons land die het mogelijk maken om een digitale Kamer tot controleurs van de digitaal gekozen regering te installeren, waarbij iedere politiek bewuste burger zich kan inschrijven voor die Digitale Kamer. Dat is een kwestie van (goed) organiseren. Hierover is op deze plaats al veel meer geschreven en dat is dus voor de (nieuwe) lezer een kwestie van terugzoeken op de zoeklink.

Advertisements