Tags

, ,

Mark Rutte: ‘Het draait niet om mij’ (Romana Abels, en Lex Oomkes, Katern de Verdieping/Trouw, 31 december)

Verbinding Het was het plan om bruggen te slaan, dat lukte wel in de politiek, maar onder de bevolking zwol kritiek op de Haagse kliek juist aan. Mark Rutte ziet dat een deel van het volk het vertrouwen kwijt is. ‘Men vraagt zich af: is die politiek er wel voor mij?’ Ik wil er voor iedereen zijn.’

Stelling: Uit de woorden van Rutte blijkt dat zijn intentie met zijn kabinet, dat wel de ‘verbinding’ zocht, maar dat hijzelf politiek zo sterk staat vanwege zijn verbale begaafdheid in vergelijking tot de concurrenten binnen het parlement (vooral de Tweede Kamer), dat er doorlopend een woordenstrijd ontstond, waardoor de intentie om bruggen te slaan met de samenleving geheel mislukt is – vandaar de minimale consolidatie maar eerder de groei van de polarisatie in de samenleving (maar toch ook in de politiek); de bruggen binnen de politiek wel geslagen zijn vanwege de ‘constructieve 3’ die de ‘verbinding’ praktisch mogelijk maakte, maar wel geheel buiten de samenleving om, waardoor dat aspect ook volledig is mislukt. Kortom: Rutte kon en kan in dit verstandelijke en technocratische klimaat geen bruggen met de samenleving slaan omdat de politieke cultuur hem daarin blokkeerde. Er is er maar één binnen het hele politieke ‘bedrijf’ die het gevoel en empathisch- of  inlevingsvermogen wél bezat, maar die moest vertrekken vanwege zijn nederlaag in de strijd om het lijsttrekkerschap, en dat was Diederik Samsom. Daarom waren Samsom en Rutte het ideale politieke duo om deze coalitie overeind te houden, juist door Samsoms gevoelige snaar voor het gevoelscontact met de bevolking. ‘Die’ ideale randvoorwaarde is niet zomaar te herhalen in het volgende kabinet omdat Samsom geen rol speelt in de formatie. Dan kan het dus ook flink mislopen tijdens de komende formatie. En wat zullen we dan terugverlangen naar Diederik…

Passages uit het interview:

# Meer dan ooit wil Rutte de samenleving binden. Niet alleen meer met wetten en beleid, ook met moraal. “Ik voelde altijd schroom om te praten over de normen en waarden die ik belangrijk vind. Ik ben opgevoed met bescheidenheid als deugd. Als ik als jongen thuiskwam met grote verhalen over school, dan zei mijn vader: ‘schrijf maar op een briefje en leg maar in het raamkozijn, dan kan het wegwaaien’. Mijn ouders gaven mij de boodschap: het draait niet om jou. Ik hoor dat nog altijd in mijn achterhoofd. Je kunt zeggen dat ik een beetje de angst had om zelf de dikke ik te worden. “Dat realiseerde ik me gaandeweg: mijn opvoeding gaf me mijn waarden, maar heeft me in zekere opzicht ook geremd. Sindsdien praat ik meer over moraal. Ik ben tot de conclusie gekomen dat een premier dat moet doen. Die heeft nu eenmaal een groter platform, een luidere megafoon dan iemand anders. Ik weet nu dat ik geen dikke ik ben als ik een speech hou over de dikke ik.”

Waar was u bang voor?

“Ik had een zekere terughoudendheid om te zeggen wat ik vond omdat je als premier, zeker van journalisten, onmiddellijk de vraag krijgt: ‘en welke  wet wilt u daarvoor maken?’

“Wat ik meer ben gaan doen, is zeggen: ik ga helemaal geen wetsvoorstel schrijven. Ik vind dit gewoon, het is mijn bijdrage aan het debat. Ik heb een paar dingen van huis uit, van het geloof en mijn opvoeding, meegekregen en die drijven me: verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, omzien naar elkaar. Vanuit die waarden benoem ik nu maatschappelijke ontwikkelingen die ik afwijs of juist goed vind.”

De vraag hier is natuurlijk waarom de interviewers niet hebben doorgevraagd op de factor ‘omzien naar elkaar’, aangezien dit vanuit christelijk perspectief heel vanzelfsprekend klinkt, maar in de praktijk heel onzichtbaar is. Zeker als de premier alle aanvallen op het sociale beleid van zijn kabinet (te)gemakkelijk van zich afslaat. Die momenten blonken uit in een rationeel verdedigen van zijn kabinet, maar bleef de ‘verbinding met het omzien naar elkaar’ volledig buiten beeld. Daar werkte Ruttes verstand hem geheel tegen. Hij mocht zijn gevoel nooit tonen en dat is de makke van de meeste politici, zelfs als het om de SP gaat want dan slaan gevoel en emoties standaard door naar het andere uiterste. Emotie zonder enige rationaliteit. Het evenwicht van gevoel en verstand is een onbekende in de politieke wereld.

Heeft het effect, als u dat doet?

“Ik heb niet de illusie dat ik met één speech een maatschappelijke verandering op gang breng. Maar ik heb meer bereikt dan een ander. Neem de dikke ik, waarover ik een jaar geleden begon. Als ik iets goed neerzet, dan resoneert dat lang in de samenleving.

Dan is het de vraag of het goed IS neergezet, omdat het ‘lang resoneren’ vanwege de maatschappelijke onvrede niet erg gelukt is.

“Ik vind het juist de taal van een politicus om te normeren. Alle dingen die je doet, doe je vanuit een ideaal, vanuit een maatschappelijke opvatting.”

En juist die neoliberale maatschappijopvatting wordt door een groeiende bevolkingsdeel gehekeld.

Komt het inderdaad wel over? U wordt door een deel van de politiek weggezet als onderdeel van een elite, die niet langer luistert. De samenleving versplintert en u zou doof en blind zijn.

“Voor mij is dan de vraag: ga ik in dat etiket wonen of niet? Dan kan ik alleen maar terug naar mezelf, teruggaan naar binnen en me afvragen: “Waarom doe ik dit?’ Ik zit hier niet voor mezelf, echt niet. Ik zit er niet van: kijk mij eens even. In mijn achtergrond zit echt 0,0 procent elite. Ik herken me er niet in. Ik kan mijn tijd maar één keer uitgeven. Als het me om me, myself and I ging, dan kon ik ook wel andere dingen verzinnen om te doen, waarbij je niet iedere dag de grond in wordt geschreven. Dan kan ik wel plekken verzinnen waar je de hele dag applaus krijgt. Dat krijg ik hier bepaald niet.”

Hier maakt Rutte natuurlijk een échte politieke denkfout – waar de hele politieke wereld zich schuldig aan maakt – door aan te geven dat hij zich niet herkent in de beeldvorming dat hij onderdeel uitmaakt van de (politieke) elite, want het draait niet om zijn familieachtergrond. Maar omdat hij hier weer ‘te snel’ en bijna te geprogrammeerd reageert op de vraag van de interviewers, schiet hij automatisch weer in zijn standaardreflex: ik herken me (rationeel) niet in die kritiek. Als hij de tijd zou nemen om de vraag vanuit zijn gevoel eerst in te voelen wat de journalisten bedoelen, dan had hij mogelijkerwijs kunnen inschatten hoe die ‘Trouw’-opmerking bedoeld was. Hier praat Rutte zichzelf weer voorbij. Jammer is dat. Een blinde vlek voor zijn eigen gevoelswereld. Daarmee gaat de politiek als bedrijf ook kapot. En dat heeft de bevolking ook door. Daarom blijft het steeds éénrichtingsverkeer en daarom herkent de bevolking – het electraat dat niet meer komt opdraven naar het stemlokaal – zich niet meer in de politiek.

Opmerking: Het interview is hierbij niet in z’n geheel besproken, maar verdere bespreking is niet meer zinvol omdat de kern van mijn kanttekeningen voldoende is verwoord.

Advertisements