Tags

, ,

Column: Zwakke broeders bedreigen de euro  (Martin Visser, DFT, 10 december)

Stel dat de opvolger van premier Matteo Renzi met een redelijk stabiele regering de rit uitzit.

En stel dat bij nieuwe Italiaanse verkiezingen niet de anti-europartij van Beppe Grillo aan de macht komt? Stel dat daarmee alle doemscenario’s niet bewaarheid worden. Loopt het in de eurozone dan met een sisser af na het verloren referendum in Italië?

Helaas, zo florissant ziet het er allemaal niet uit. Ook als het euro-lidmaatschap niet rechtstreeks wordt aangevallen, dan nog zit de eurozone na zondag met een gigantisch probleem. Of beter gezegd: een gigantisch probleem dat er al was, is nog steeds een gigantisch probleem gebleven.

Economische hervormingen

Renzi heeft niet zomaar een vrijblijvend referendum verloren. De jonge, ambitieuze premier was van plan om eindelijk vergaande economische hervormingen door te voeren. Daarbij werden desnoods taboes op de arbeidsmarkt en pensioenen geslecht. De structurele versterkingen van de economie, waar Italië zo aan toe was, zou eindelijk worden opgepakt.

Daarvoor wilde Renzi één hobbel nemen: staatsrechtelijke vernieuwing. Controversiële hervormingen liepen namelijk al decennialang vast in de modder van het Italiaanse politieke systeem. Het weghalen van macht bij de regio’s en de Senaat en het versterken van de positie van het Huis van Afgevaardigden en de regering. Daar is nu een streep doorheen gezet. En daarmee is de kans op een hoognodig economisch hervormingspakket verschrompeld tot nul.

Torenhoge werkloosheid

Daar zitten de eurolanden dan, met een zeer zwakke broeder in hun gelederen. Met een economische groei van nog geen 1%, waarbij het alweer 16 jaar geleden is dat de groei een keer boven de 2% uitkwam. Met een stabiele maar torenhoge werkloosheid net boven de 11%. En een staatsschuld van 133% van het bruto binnenlands product. Let wel: dat is €2315 miljard.

Dat is nog relatief rustig is op de financiële markt is mede te danken aan de Europese Centrale Bank. Die heeft door haar opkoopprogramma al bijna 10% van de Italiaanse staatsschuld in handen. Dankzij deze grote koper in de markt blijft de rente op Italiaanse staatsobligaties nog behoorlijk laag. Maar is dit is verre van een normale en natuurlijke situatie.

Wurggreep

De Italiaanse banken en de Italiaanse economie hebben elkaar in een verstikkende wurggreep. De banken zitten met bovengemiddeld veel slecht inbare leningen. Zij kunnen de economie dus amper een impuls geven met nieuwe mkb-kredieten. En hoe slechter de economie draait, hoe moeilijker de banken het krijgen.

Van de noodzakelijke convergentie van euro-economiën komt op deze manier niets terecht. De rust op de financiële markten is een schijn die bedriegt. De ECB zal eens weer stappen terug moeten zetten. En dan komt onverbloemd aan het licht dat de eurozone nog altijd met gevaarlijk zwakke broeders zit opgescheept. Dat is blijvende bedreiging van de stabiliteit van de euro en daarmee van zijn voortbestaan.

Dat Italië volgens de toelatingsnormen van de eurozone nooit lid had mogen worden, is een bekend feit, maar dat deze probleemlanden nu zoveel nachtmerries veroorzaken, kon destijds niet vermoed worden. Ware dat wel het geval geweest, dan was de Unie van twee of meer verschillende snelheden ontstaan en dan hadden we ‘vandaag’ niet met al die problemen gezeten en ook geen eurosceptici gekend. Het kan verkeren. Nu is het op twee verschillende fronten strijden: de economie weer gezond maken tegen de wil van de groeiende massa van populisten in. Een dubbel verlies van energie dus.

http://www.telegraaf.nl/dft/dftavond/27203473/__Column__Zwakke_broeders_bedreigen_de_euro__.html?utm_source=dft-nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=20161210200528_dftavond&utm_content=dft_avond&utm_term=&EMAIL_SK=SK952730

Advertisements