Tags

, ,

Directe democratie is een illusie (Jacob van de Beeten [student rechten te Leiden], Opinie & Debat/de Volkskrant, 8 december)

Het representatieve stelsel is nooit bedoeld als een surrogaat voor een ‘echte’, directe democratie.

Dat de directe democratie van het klassieke Athene ook het schervengericht kende, vergeet men vaak te vermelden

Stelling: de kop van deze blog combineert een beschouwing van de mogelijkheden van een directe democratie in het oude, klassieke Athene, getransponeerd naar onze eigen tijd (zie mijn blog van gisteren) en een protestgeluid tegen het wanstaltige optreden van de DENK-Kamerleden Kuzu en Öztürk, die het dagelijks volgen van de Kamerdebatten noodzakelijk maakt om getuige te zijn van de neerlang van ons parlement. Maar ik begin met de bespreking van ‘de illusie van de directe democratie’ volgens Van de Beeten.

# Het representatieve stelsel is nooit bedoeld als een surrogaat voor een ‘echte’, directe democratie.

Dit is een juiste opmerking, aangezien de politieke conflicten tussen (aanstaand) staatsman Thorbecke en de Koning (Willem II) op weg naar de grondwetswijziging van 1848 duidelijk maakte dat die 19e-eeuw een totaal andere wereld was dan de onze. Om maar het grootste verschilpunt aan te wijzen: de onderwijswet, ingevoerd in 1900 (en dus verplicht onderwijs) bestond in de 1e helft van de 19e-eeuw nog niet en dus was er geen sprake van een ‘geletterde’ bevolking. Er bestond dus ook geen basis voor een parlement met effectieve ‘controleermacht’, maar sinds de Bataafse republiek wel van een parlement dat geheel onder controle stond van en benoemd werd door koning Willem I. Genoemde liberale leider Thorbecke heeft een immens gevecht gevoerd om de bouwstenen te leveren om tot een ‘onafhankelijke’ volksvertegenwoordiging te komen in de vorm van de Tweede Kamer, die met een sterke linkse vleugel (met de progressieve liberalen als voornaamste motor) weerstand bood tegen de absolute macht van de Koning. Belangrijkste sleutel van Thorbecke: de uitvinding van de ‘ministeriele verantwoordelijkheid’, die de politieke macht bij de Koning wegnam. De minister is voor zijn beleid verantwoordelijk en dient die taak in het parlement te verwoorden. Conclusie van deze ‘inleiding’ is dat directe democratie een onbekend en onwerkbaar begrip voor die tijden geweest zou zijn, maar dat ligt vandaag de dag heel anders. Waar Van de Beeten de directe democratie een illusie noemt, geldt dat dus alleen voor de 19e en 20ste-eeuw, maar niet voor de 21ste. Dat als eerste kanttekening.

De tweede is dat directe democratie wel degelijk in een effectieve vorm kan worden voorbereid en uitgevoerd, zoals het in Zwitserland bestaat met de referenda die daar al sinds mensenheugenis worden gehouden. Maar de oorzaak waarom dat daar wel mogelijk is, is de geringe bevolkingsomvang (en tot voor kort ook alleen mannenkiesrecht), ofwel het kleine aantal kiesgerechtigden. Die kun je een paar keer per jaar oproepen voor een aantal nieuwe besluiten. Een kleine natie is overzichtelijk – in ieder geval politiek overzichtelijker dan in grotere naties – en dan is een directe democratie wel toepasbaar. Maar een belangrijker randvoorwaardelijk argument kan vanochtend worden ontleend aan een column van Naema Tahir onder de titel ‘De kwetsbaarheid van democratie’ in Trouw. Zij schrijft daarin het volgende: ‘En een democratie willen betekent nog niet dat ze ook mogelijk is. Dat kan alleen als de bevolking democratie ook begrijpt en weet wat er van het volk gevraagd wordt: enige kennis van zaken, politieke belangstelling, compromisbereidheid, oriëntatie op het algemeen belang, etc. Allemaal voorwaarden waaraan ook in het Westen steeds minder wordt voldaan.’

Zeker onder het huidige politieke gesternte is die ‘kennis van zaken’ afwezig, ontbreekt grosso modo bij de bevolking en is wel aanwezig bij de politieke elite, die het alleen voor eigen partijbelang en winstbejag misbruikt en beschermt. Onder die omstandigheden is het geen wonder dat de bevolking – lees: het electoraat – in opstand komt tegen de beslotenheid van de Haagse kaasstolp. En dus wordt in plaats van het achterhaalde representatieve democratie-model een directe democratie geëist en ik heb gisteren uiteengezet dat dat model verder uitgewerkt en ingevoerd kan worden, want alle noodzakelijke randvoorwaarden zijn aanwezig. En naar mijn stellige overtuiging niet alleen ‘ingevoerd kan worden’, maar ook ‘zal worden’. De kennis van zaken is immers niet zonder meer of op voorhand aanwezig (dat bewijzen Kuzu en Öztürk), en over de kwaliteit van provinciale staten waar ze ervaring hebben opgedaan kunnen dus vraagtekens geplaatst worden (zoals ook op deze plaats in blogs is gedaan). Daarom past in mijn beschreven model ook de ‘registratie’; mensen die willen deelnemen – staat voor iedere kiesgerechtigde vrij dat te doen – dient zich aan te melden en te registreren. Dat garandeert in principe belangstelling tijdsinvestering en de kennis van zaken, waarbij de kanttekening noodzakelijk is dat die kennis van zaken ook het staatsrecht en procedures aangaat en niet de politieke inhoud, want die kan van persoon tot persoon verschillen. Er bestaat geen ‘natuurwetenschappelijke’ kennis van politieke zaken, maar alleen subjectieve ideologieën (opvattingen over de inrichting van de staat en maatschappij) en eigen persoonlijke invulling en inkleuring van bestaande en alternatieve idealen.

Een slotopmerking als derde kanttekening. In deze wereld waarin ‘alles op de schop’ wordt genomen, kan – lees: dient – dus ook de democratische besluitvorming herzien en gereorganiseerd worden. In deze tijd met al zijn technische hulpmiddelen zoals Big Data, internet en social media, is invoering van een directe democratie, in eerste instantie als aanvulling op de representatieve, maar over 1 of 2 decennia als vervangend model voor die representatie democratie noodzakelijk, want achterhaald. Het glorende ideaal: want als iedereen – lees: belangstellenden die geregistreerd zijn – verantwoordelijk wordt gemaakt voor te nemen besluiten (en niet via via), dan is er geen parlement meer nodig want de directe democratie doet het zelf. Wij burgers zijn onze eigen vertegenwoordigers en hebben geen superego’s in de vorm van parlementariërs nodig. We laten ons niet vertegenwoordigen door anderen omdat we zelf mans genoeg zijn. En het is tijd om dat nu te gaan waarmaken, al schrijft Van de Beeten ook: ‘Vanuit dit perspectief is ons staatsbestel zo slecht nog niet. Iedereen heeft immers het recht om te stemmen, om lid te worden van een partij of om zijn politieke mening te uiten. Zo wordt de bevolking in staat gesteld haar regering en bestuurders op effectieve wijze te controleren en komt er een statbiel machtsevenwicht tot stand dat onze rechten en vrijheden garandeert.’

Hier wordt de cruciale denkfout van een te klassiek opgeleide jurist-in-wording, die het van de leerboeken moet hebben. De garantie van een ‘effectieve wijze controleren’ bestaat dus niet meer vanwege de partijbelangen die links en rechts in alle gremia van volksvertegenwoordigen bestaan en het systeem verzieken (‘algemeen belang’ is een illusie geworden). Dat hebben inmiddels Brexit, Trump, en Renzi bewezen. Dat systeem is zo sleets geworden dat het vervangen moet worden. Politieke partijen, wie wil daar nu nog lid van worden??? Punt.

# Dat de directe democratie van het klassieke Athene ook het schervengericht kende, vergeet men vaak te vermelden

Het schervengericht:

# Jaarlijks mochten alle Atheense burgers één naam in een scherf krassen en degene met de meeste stemmen werd voor kortere of langere tijd verbannen uit de stad. Het laat zich raden waarom dit onderdeel van de echte, directe democratie maar liever niet benadrukt wordt!

Met de geschetste randvoorwaarden in deze blog gaat deze waarschuwing niet meer op. Klaar!

Advertisements