Tags

, ,

Waarom Wilders wint (Column Derk Jan Eppink, Opinie & Debat/de Volkskrant, 7 december)

Na racisme-veroordeling werd het Vlaams Blok de grootste partij van Vlaanderen

# Deze ‘zweeppartij’ bepaalde de politieke agenda en veel van het 20-puntenplam werd uitgevoerd.

Eppink heeft vanochtend weer een leerzame column afgeleverd, waarmee veel denkwerk gedaan kan worden.

  1. ‘Na racisme-veroordeling werd het Vlaams Blok de grootste partij van Vlaanderen’, maar is inmiddels gedecimeerd tot een tandeloos verschijnsel, want ongeacht de naamsverwisseling in Vlaams Belang wordt er weinig meer van vernomen. Dat is dus ook het toekomstperspectief van Wilders’ PVV. Het zijn inderdaad letterlijke ‘zweeppartijen’ (‘boos blank’: PVV/VNL, ‘boos links’: SP, ‘boze babyboomers’: 50+, ‘boze allochtonen’: DENK, zoals Eppink ze prachtig omschrijft) die het vermolmde partijenbestel en het stelsel van representatieve democratie ten grave dragen. Daarvoor in de plaats komt natuurlijk het stelsel van directe – digitale – democratie, zoals GeenPeil nu gaat proberen, ook zo’n zweeppartijtje. Maar deze ‘directe democratie’-formule heeft geen schijn van kans, aangezien de theoretische toekomstige Kamerleden van GeenPeil, die als ‘levende stemkastjes’ moeten gaan functioneren, zoals in de eerste ingezonden brief staat omschreven[1] in reactie op een redactioneel stuk van gisteren, 6 december Ten eerste, maar menselijke stemkastjes niet bestaan, laat staan volksvertegenwoordigers die zich laten vernederen als robotachtige ‘stemkastjes’. Daarvoor zijn (potentiële) politici teveel egotrippers en dat betekent dus een innerlijke paradox in deze gedachtegang van Geen Peil. Maar het zijn wel allemaal signalen om serieus te nemen omdat er noodzakelijkerwijs iets nieuws moet komen voor het bestel dat, zoals al aangegeven, ten grave wordt gedragen.
  2. Omdat het Vlaams Belang en FN van Marine Le Pen (en ook Geert Wilders) hun maximale potentie als zweeppartijen hebben bereikt, is er geen reden voor paniek, en sterven die partijtjes automatisch uit. Maar het electoraat en dus de burger, moet zelf wel met realistische nieuwe alternatieven komen en dat is de directe democratie, maar anders dan GeenPeil zich dat voorstelt. Op deze site heb ik er al vaker over gefilosofeerd en voor mij dus geen nieuw en onbekend verschijnsel. Daarom de volgende samenvatting. De politieke partijen maken ruimer gebruik van internet en de digitale kanalen die erop mogelijk zijn. Iedere politiek bewuste burger schrijft zich in op een digitaal of virtueel forum of platform, om daarop per thema of strijdpunt zijn standpunt vast te leggen. Ik schrijf ‘politiek bewuste’ burger, omdat niet verwacht mag worden dat iedere stemgerechtigde belangstelling heeft voor politieke zaken. Daarom wordt er een ‘registratie’-drempel ingevoerd, om een scheiding mogelijk te maken tussen politiek bewuste en onbewuste burgers. De opkomstplicht werd in ons land immers ook afgeschaft omdat je burgers niet kon verplichten of dwingen om ter stembus te gaan (wat in België overigens nog steeds wel het geval is). Als nu op dit nationale internetforum (op MijnOverheid.nl bijvoorbeeld) alle politieke standpunten kenbaar worden gemaakt door de geregistreerde ingeschrevenen, kan van ieder deelnemer verwacht worden dat ze hun bewuste en weloverwogen standpunten bekend maken en op die basis ontstaat een gedegen meningsvorming en standpuntbepaling. Er ontstaat in feite een digitale Tweede Kamer, maar omdat de werkelijke Tweede (en Eerste) Kamer niet zomaar kan worden afgeschaft (want Grondwetswijziging noodzakelijk), ontstaat er op deze wijze een Digitale Derde Kamer, die alle besluiten van Tweede en Eerste Kamer kan controleren. Hoe kunnen we ons dat voorstellen? Er ontstaat een vorm van collectief besluitvormingsorgaan, waar deelnemende namen er niet toe doen bij de gewone besluitvorming dagelijkse besluitvorming die in de Tweede Kamer bij wetsvoorstellen of –wijzigingen aan de orde zijn, maar dezelfde stemmingen aldaar vinden óók plaats op de Digitale Derde Kamer. Daar krijgt iedere deelnemer de kans en de ruimte om voor een deadlinemoment een stem uit te brengen (‘voor of tegen’, in combinatie met een stemverklaring en dat is de bijbehorende motovatie ‘waarom voor of tegen’). Het kiescollege dat nu ook bestaat, bepaalt of er op deze Derde Kamer standpunten zijn aangedragen die in het fysieke debat in de Tweede Kamer niet benoemd werden of over het hoofd zijn gezien, en die argumenten worden dan bij een afwijkend besluit van de TK door- of liever terugverwezen naar diezelfde TK om alsnog hun eigen besluit te herzien. Mocht de TK door fractiediscipline of andere oorzaken niet van standpunt veranderen, dan wordt het besluit van de TK nietig verklaard en dient het debat en de stemming opnieuw te worden gehouden, met de aantekening dat vervolgens in tweede ronde de Derde Kamer de doorslag geeft. In dit model verdwijnt dan ook de Eerste Kamer – immers niet genoemd –, maar dat zou de Digitale Eerste Kamer kunnen worden, omdat er een juridische/staatsrechtelijke toetsing met blijven bestaan omdat alle wetsvoorstellen immers moeten voldoen aan de eisen van rechtsstatelijkheid, haalbaarheid, en toepasbaarheid, zoals dat nu ook het geval is, gecontroleerd door de Raad van State. Maar dat zijn in beginsel ambtenaren die het voorwerk doen voor de Raadsleden, die benoemd zijn en dus niet – direct – verkozen. Maar in mijn beeldvorming wordt de huidige Eerste Kamer overbodig want een replica van de Tweede Kamer. Maar toetsing aan de Grondwet moet blijven plaatsvinden en dat moet dus nog nader onderzocht worden welke formule daarvoor het beste is. Het meest logische is een nieuwe taakinvulling van de Eerste Kamer, die dan ook gecontroleerd wordt door de Derde Kamer. En dan is de cirkel rond, met in de verre toekomst (over 10 jaar bijvoorbeeld) het afschaffen van Tweede én Eerste Kamer als de Digitale Democratie goed blijkt te functioneren. Nog een slotopmerking over de vorming van de regering. Alle kandidaat-bewindslieden schrijven zich in voor een verkiezingscampagne die virtueel én fysiek plaatsvonden. Maar de verkiezingen zelf vinden virtueel plaats, waar met de huidige aantal ministeries een achttal ministers en dito staatssecretarissen worden verkozen (al of niet in partijverband; partijloze burgers kunnen zich dus ook als kandidaat aanmelden). In deze coalitievorming tellen dus geen partijen een rol, maar louter individuele burgers en dus individuele namen. Daarmee worden de burgers die gehecht zijn aan een partijlidmaatschap, gerespecteerd in hun wens en krijgen een evenwaardige plaats in het nieuwe politieke bestel waarin individuele burgers de norm worden. Het huidige partijenbestel is immers een 19e-eeuws emancipatie-instrument en kan geen dwingend gremium meer zijn; daarmee wordt dat huidige knelpunt (inclusief fractiediscipline) ook opgeheven en opgelost.
  3. Met dit betoog kan ik tot slot ook afstand nemen tot het opinieartikel van Geerten Waling van gisteren in de Volkskrant (O&D). De auteur is gepromoveerd historicus, maar mijn indruk van zijn theoretische beschouwing is dat hij de politieke praktijk vanuit partijen niet kent. Daarmee heeft zijn betoog naar mijn oordeel geen realistische basis om een functie te hebben in een verdere uitwerking van de huidige knelpunten.

[1] Levende stemkastjes (ingezonden brief Lennart Freud te Amsterdam, op dezelfde opiniepagina als Eppink).

Advertisements