Tags

, , , ,

Stelling: Al eerder is op deze plaats een aantal blogs geschreven over dat Oekraïne-referendum dat ik als referendumaanhanger (en aanvullend op het bestaande stelsel van de representatieve democratie, dat ik mijn overtuiging achterhaald is) slechts het stadium van laboratoriumexperiment toeken, maar nog verre van volwaardig en volwassen instrument kan toedichten/toekennen. Daarvoor dient in de Kamers eerst nog een evaluatie plaats te vinden, maar ditmaal een serieuze evaluatie en geen schijngevecht(en) zoals bij de afronding van het referendum over de EU-grondwet in 2005. Dat sloeg nergens op.

De argumenten die in onderstaand betoog worden benoemd, stammen uit het Kamerdebat van 11 november j.l. waarbij met name CDA-fractievoorzitter Buma haarscherp de onzuivere argumenten vanuit de overige oppositiepartijen aan de kaak stelde. Het betoog van Buma sluit daarmee nauw aan bij de opiniebijdragen van Tom Eijsbouts, specialist en hoogleraar aan de UvA. Zijn teksten zijn mij uit het hart gegrepen. En terugkerend naar het Kamerdebat van vorige week stel ik vast dat dat debat scherp de ‘zin en onzin’ van het Oekraïne-referendum heeft aangetoond. Daarom begin ik met de tekst van Buma. Om iedere verdenking van partijdigheid direct ongedaan te maken: ik ben ruim tien jaar geleden een principieel partijloos burger geworden na een politiek actief leven in een viertal partijen (waar het CDA nooit deel van uitmaakte). Ik heb nooit een CDA-stem uitgebracht en vind de christendemocratie ook een achterhaalde ideologie, die mij teveel doet en deed denken aan de politieke katholieke macht in de Middeleeuwen. Duidelijker kan ik mij niet uitdrukken, maar het weerhoudt mij er niet van het eens te zijn met zijn betoog tijdens dit debat.

 

Fragmenten uit het Kamerdebat

De heer Van Haersma Buma (CDA):

# Voorzitter. Toen de referendumwet in 2014 werd aangenomen, stond een Kamermeerderheid hier op de banken te juichen. Eindelijk was de democratie vernieuwd en waren de regenten opzijgezet. Iedereen blij, totdat er iets verrassend gebeurde: al bij de eerste mogelijkheid, in het kader van het tot dan toe bij de meeste Nederlanders totaal onbekende Associatieverdrag van de EU met Oekraïne, werden meer dan 400.000 handtekeningen opgehaald en werd er een referendum afgedwongen. Het CDA heeft voor het verdrag met Oekraïne gestemd en tegen de referendumwet. Tegelijkertijd beseft het CDA wel dat, wanneer een referendum eenmaal is gehouden, wanneer de Kamer heeft gezegd dat de Nederlanders aan zet zijn, er niet zomaar kan worden gezegd dat je niets met de uitslag doet. Nederlanders werd echt iets gevraagd. Wat is er gebeurd? Laten we dat niet vergeten. Er zijn 13 miljoen oproepkaarten verzonden. Wat er gebeurde, was geen grapje. Er kwamen 4 miljoen mensen stemmen, 2,5 miljoen mensen stemden tegen, 1,5 miljoen mensen stemden voor. De totale kosten van het referendum: 40 miljoen.

In hoofdlijnen is het duidelijk hoe het CDA staat, maar één opmerking is in mijn ogen een vreemde: ‘Tegelijkertijd beseft het CDA wel dat, wanneer een referendum eenmaal is gehouden, wanneer de Kamer heeft gezegd dat de Nederlanders aan zet zijn, er niet zomaar kan worden gezegd dat je niets met de uitslag doet.’

Waarom een vreemde opmerking? Er wordt niet gesteld dat een raadgevend referendum kan worden afgewezen omdat het raadgevend is. Durfde Buma dat niet te zeggen? En ten tweede is er nog een verschil tussen de Kamer en de regering, vanwege de verschillende verantwoordelijkheden. Als de Kamer is wil, kan de regering dat afwijzen als niet passend in het regeringsbeleid. Omdat de Kamer al in meerderheid voor het associatieverdrag had gestemd, had de regering dus het volste recht om zich daaraan gebonden te voelen. Dat wordt ook niet geproblematiseerd door Buma. En tot slot waarom de uitlag op technische gronden kon worden genegeerd: als 13 miljoen oproepkaarten verzonden zijn en maar 4 miljoen mensen komen opdraven, is dat zelfs minder dan een derde opkomst. Dat is ronduit een zwakke opkomst.  Mogelijk was ook de dubbelzinnige campagne een reden om geen keuze te kunnen maken: het ging GeenPeil en Forum Voor Democratie niet om Oekraïne maar om de EU zelf. Bovendien was er sprake van misleiding: er stond helemaal niet in het verdrag dat dit associatieverdrag aan aanloop was naar een EU-lidmaatschap. Kortom, deze procedure deugde van geen kanten. En er zal eerst deugdelijke procedure moeten worden ontwikkeld (als onderdeel van de evaluatie) om tot een volwaardig referendum te komen. Ik schreef al eerder een blog als advies voor een volgend referendum, wat het thema ook moge zijn: als de anti-EU-stemming aanhoudt, stem ik voortaan ongeldig (groot kruis door het biljet) in plaats van mijn vóórstem van afgelopen keer. Genoemde organisatoren die op valse gronden proberen een verdrag alsnog te torpederen, dienen gesaboteerd te worden. Onbegrijpelijk dat de regering niet heeft ingegrepen door de juiste feiten alsnog in mediapublicaties of op postbus 51 te plaatsen.

# Ik heb meegedaan aan de campagne voor het referendum. Ik heb dat serieus genomen. Ik heb opgeroepen om voor het verdrag te stemmen. Maar ik heb ook gezegd, evenals mijn collega’s: als de opkomst geldig is, dan moet de uitslag worden gerespecteerd. Dat geldt nog steeds. Laten we reëel zijn: in de politieke wereld hebben beslissingen consequenties. Dat geldt ook voor de beslissing van een parlement om niet zelf te besluiten, maar om dat besluit uit handen te geven. Je kunt de bevolking niet om een mening vragen en, wanneer de uitslag tegenvalt, opeens zeggen: foutje, bedankt, we doen het toch anders. Het referendum heet raadgevend, maar wat ermee werd bedoeld, was iets anders: als het ja wordt, voeren wij het uit, maar als het nee wordt, doen we het niet. Zo gaat dat niet.

Wederom dezelfde halve redenering: ‘als de opkomst geldig is, dan moet de uitslag worden gerespecteerd.’ Respecteren is dus in de ogen van Buma zonder meer instemmen en meegaan en ik zie daar de logica niet van in. Zoals eerder opgemerkt heeft de regering het recht om dat juist niet te doen, maar dan wel met alle terzake doende argumenten. Uitleg geven dus waarom de regering de raad dat uit de uitslag volgt, niet volgt. En nu in dit debat via andere fracties is aangegeven dat terugtrekking van dat verdrag om vervolgens een nieuw wetsvoorstel in te dienen, de beste oplossingsoptie is – waarmee Brussel onder druk kan worden gezet – verdient die weg nu een goede uitweg uit een inmiddels gevoelig dossier.

# Ondertussen, zeven maanden later, rollen we al bijna naar het volgende referendum. Vergeet dat niet. Het CDA is tegen referenda en tegen de referendumwet, maar hoe kan het, zeven maanden na het referendum, dat het kabinet nog steeds met die oude wet zit en niet zelf het initiatief heeft genomen om daarmee te stoppen? Dat is een verantwoordelijkheid. Democratie is geen speeltuin. Democratie gaat om het echie. Als de Kamer die keus uit handen legt, dan heeft dat consequenties. Dan kun je niet, als de uitslag tegenvalt, zeggen: dat was niet de bedoeling, volgende keer beter.

Hier stapt Buma over op zijn inmiddels overbekende oppositietruc door de tijdsfactor van zeven maanden in geding te brengen, wat hij als regeringsfractie nooit gedaan zou hebben. Dit is dus kinderachtig oppositie voeren.

# Wat gebeurde er? De stembussen waren nog niet gesloten of er brak paniek uit in Den Haag. Bij een ja zouden de referendumvoorstanders om het hardst hebben geroepen dat het een succesvol middel is, waar wij mee doorgaan. Nu was men totaal de weg kwijt. Het kabinet, in paniek, had een bezweringsformule paraat: we gaan niet ratificeren, of wel, maar niet zonder meer ratificeren. Alsof dat de vraag was die voorlag. Nog in september zei de premier over het niet ratificeren door Nederland: het is natuurlijk niet fijn, maar ze zullen een paar dingen juridisch moeten regelen en dan kan het gewoon doorgaan. Vervolgens sloeg hij een paar weken later een buitengewoon alarmerende toon aan. Nu is het kabinet alsnog bezig om te interpreteren wat de kiezer met de nee-stem bedoelde. Maar let op met het referendum. Er wordt de burgers niet gevraagd een essay te schrijven met argumenten voor of tegen. Was het maar zo. Het is een ja of een nee. Nogmaals, als je die vraag uit handen geeft, heb je dat gedaan.

In aansluiting op mijn voorgaande commentaar: wie was de voorgaande verbolgen premier tijdens het EU-referendum van 2005? Precies, zijn partijgenoot Balkenende. Loze kreten dus.

# Nu komt er in dat verdrag geen lidmaatschap van de EU, geen verplichting tot militaire samenwerking en geen financiële steun aan Oekraïne. Alsof dat in dat verdrag stond. Denken wij werkelijk dat de Nederlanders niet beseffen waar zij voor of tegen stemmen? Zij hoeven niet te motiveren. Wij in de politiek kunnen inleggen wat wij denken dat het was, maar dat is geen antwoord op een referendum.

Los van het feit dat deze laatste zin onduidelijk is wat hiermee bedoeld was, want ‘geen antwoord op een referendum’ is even onzinnig als de hele campagne was geweest, zoals Buma zelf al aangaf. Deze passage is dus direct het antwoord aan de Kamerfracties die bij de toestemmingswet hebben ingestemd, maar sinds de rol van GeenPeil als een blad zijn omgedraaid op de boom.  

# Ik rond af. Zeven maanden na dat referendum is vooral Den Haag in opperste verwarring. Nederland weet het wel, kijkt naar ons en denkt: waar zijn ze nu weer mee bezig? Dat is het resultaat van het referendum. Daarom kan het zo niet. Daarom is er maar één weg, en die is: doorgaan met het niet uitvoeren van het referendum, zoals ik in april volgens mij al zei, en nooit meer dit soort referenda houden, want het werkt niet. Daar spreek ik het kabinet op aan.

Als Buma bedoelt: ‘en nooit meer dit soort (gemanipuleerde) referenda houden’, dan ben ik het ermee eens, maar als hij bedoelt ‘en nooit meer referenda houden’, dan ben ik het daarmee pertinent oneens. Het referendum moet betrouwbaar worden gemaakt door de juiste – en een ondubbelzinnige – vraagstelling te formuleren en correcte informatie te verspreiden, zodat er een weloverwogen keuze door het electoraat mogelijk is. Dat dit referendum – zoals bij iedere volgende het geval zal zijn – is afgedwongen door een burgerinitiatief, geeft de regering niet het recht van niets doen, want de resultaten hebben zich nu duidelijk getoond. Een regering – van welke kleur ook – kan zich geen vormen van passiviteit veroorloven. Rutte 2 heeft niets geleerd van 2005.

# Veel mensen schreven mij overigens over hun zorgen, zowel bij het respecteren van de uitslag van het referendum als bij het niet respecteren daarvan. In het ene geval gaat het erom dat Nederland zijn positie in Europa verliest. In het andere geval gaat het erom dat onze democratie verzwakt. Maar ik zeg u: als wij nu gewoon doorgaan alsof er niets aan de hand is, bewijzen wij als Kamer daarmee dat wij niets van de democratie hebben begrepen. Nogmaals, er zijn twee mogelijkheden. Je hebt de representatieve democratie en dan neem je namens het volk beslissingen en maak je keuzes. Daar staat het CDA voor. Of je geeft het uit handen, maar dan moet je niet muizen als bij de eerste gelegenheid mensen anders stemmen dan je had verwacht.

Dat iemand als Buma die tegen referenda is – begrijpelijk voor iemand die dogmatisch vindt dat referenda strijdig zijn met de representatieve democratie – zich zo opstelt, is dus via zijn archaïsche zienswijze logisch – ‘gevangen in oude patronen’ – maar hij heeft geen gelijk, zoals de toekomst zal bewijzen. Dat de democratie ‘verzwakt wordt’ is een onzinnige stelling. Alleen in deze laboratoriumfase is dit referendum verwarrend geworden vanwege de onjuiste vraagstelling, en daarmee een verzwakkend element, die hopelijk eenmalig blijft. Maar de democratie ‘verzwakkend’ is een ongeldige generalisatie.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik vind dit een consistent betoog. De heer Buma is tegen referenda, maar als er een is gehouden, zegt hij: leef het dan na en voer het uit. Dat heeft de heer Buma in april ook gezegd: aan de slag met die intrekkingswet. Hij heeft ook de moties daartoe gesteund. Hartstikke goed. Mag ik dan aannemen dat al die berichten die ik in de kranten lees, namelijk dat er zekere CDA-parlementariërs zijn die er misschien anders in staan, onjuist zijn en dat dit gewoon het standpunt is van het CDA: intrekken dat verdrag, want het is van tafel?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

# Ja, dat is het standpunt.

Het lijkt erop dat Buma niet in staat is ook maar te denken dat er andere opties bestaan. Eenmaal zijn standpunt te hebben ingenomen, betekent dat een verandering van standpunt dus onmogelijk is. Een starre houding. En dat er senatoren zijn die mijn betoog mogelijk zullen volgen, is in de ogen van Buma onbestaanbaar…

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ja, dat is het standpunt, dus al die berichten over parlementariërs van het CDA die zeggen “wij gaan eens even rustig afwachten waarmee de premier over een aantal weken naar de Tweede Kamer of de Eerste Kamer komt en dan gaan wij dat eens rustig beoordelen” zijn nonsens? Het CDA is tegen dit verdrag en dit verdrag moet van tafel. Is dat juist of niet?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

# Ja, en tegelijkertijd ga ik niet ontkennen wat er in de kranten staat. Dat staat er allemaal in en dat vind ik ook helemaal geen punt. Ik zeg hier nu wat ik vind en dat meen ik. Ik zeg dat ook heel serieus. Ik vind ook dat de anderen dat serieus zouden moeten nemen. Wij zijn nu aan zet. Ik sta hier en u staat daar. Ik zeg tegen het kabinet twee dingen. In april heeft ongeveer de hele Kamer, behalve de coalitie, die motie ingediend waarin stond: trek die wet in. Dat is dus ook niets nieuws. Ik zeg: laten wij niet doen alsof de burger blij is met een interpretatie door ons hier in Den Haag van wat zij gevonden zouden hebben. Stop met dit soort referenda, maar zorg er wel voor dat je in een geval als dit niet zeven maanden later ineens toch doorgaat.

Waarom is het geen punt dat al die punten in de kranten staan?

Tot slot van dit eerste deel volgt hieronder het PvdA-betoog, dat op Buma volgde

Mevrouw Maij (PvdA):

# Voorzitter. De PvdA heeft campagne gevoerd voor het associatieakkoord met Oekraïne. Onze inzet was dat wij voorstander zijn van die samenwerking met Oekraïne en dat die belangrijk is voor de relaties met Oekraïne, voor het bevorderen van de mensenrechten en voor de democratie aldaar. Ook is die samenwerking belangrijk om Oekraïne niet de handen te laten vallen van Poetin. Onze lijn was tegelijkertijd dat de uitslag van het referendum in Nederland moet worden gerespecteerd. Dat is nog steeds onze inzet. Daarom hebben wij ook de motie gesteund om voor 1 november duidelijkheid te krijgen over die opvolging van het referendum.

# De PvdA wil het kabinet de ruimte geven om de belangrijkste bezwaren van de nee-stem een plek te geven. Het kabinet heeft per brief aangegeven dat het de komende periode, voorafgaand aan de Europese Raad van 15 en 16 december, verder wil onderhandelen om te werken aan een juridisch bindende oplossingen. Het duurt lang en dat maakt ook ons ongeduldig. Ook in april, na de uitslag, spraken wij hier al over. De vraag lag en ligt bij het kabinet wat het kabinet met de uitslag moet doen, want de bal ligt daar; zo stelt de wet het nu eenmaal. Ik herhaal wat wij toen ook zeiden: of het kabinet gevolg moet geven aan de raadgevende uitspraak van de kiezers, is niet langer de vraag. Alle partijen hebben in hun eigen bewoordingen gesteld dat dat moet.

# Inmiddels weten we meer. Het kabinet is in gesprek geweest met de andere verdragspartijen en zet zich in Brussel in om met de lidstaten te zoeken naar manieren waarop zij de bezwaren van de nee-stemmers een plek kunnen geven. Daarbij staan een aantal punten voorop: dat het verdrag geen opmaat is voor lidmaatschap van de Europese Unie, dat het verdrag geen verplichtingen tot militaire samenwerking en bijstand geeft, dat het verdrag niet inhoudt dat Oekraïners hier zomaar mogen komen werken, dat bevordering van de rechtsstaat in de Oekraïne een centraal element moet zijn in het verdrag en dat het moet gaan om een juridisch bindende oplossingen. De PvdA steunt de regering op deze weg, ook al is dat een moeizame en taaie weg, waarbij zowel in beide Kamers als bij de lidstaten draagvlak moet worden gevonden.

# Het is belangrijk dat de regering zich in dit proces rekenschap geeft van alle relevante aspecten, ook van de geopolitieke context. De PvdA steunt de premier, die probeert een ultieme poging te doen voor die oplossing. We snappen ook dat het taai en traag is. Dat roept bij ons ook frustratie op. Het duurt lang. Wij willen dat het kabinet zo snel mogelijk de ruimte heeft om die bezwaren van de nee-stem een plek te geven. Dat willen we niet roekeloos doen, want we willen ook niet dat er roekeloos met de belangen van Nederland en Europa wordt omgegaan.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik verwachtte eigenlijk de heer Monasch, maar die komt niet.

De voorzitter:

Die komt nog!

De heer Jasper van Dijk (SP):

O, oké.

# Ook aan mevrouw Maij vraag ik hoe het nu zit. De heer Samsom was zo duidelijk: nee is nee, dus aan de slag met die intrekkingswet! Waarom komt zij nu met zo’n warrig verhaal dat zij afwacht wat de premier allemaal kan regelen in Brussel? De uitslag was toch volstrekt helder? Dit verdrag is toch van tafel?

Op basis van mijn redenering is er dus geen sprake van een volstrekt heldere uitslag van het referendum, maar van mist en verwarring. Vandaar dat ik het referendum onvolwaardig en onvolwassen vind. Wat de SP hier verwoord is dus niets anders dan een uiting van populisme.

Mevrouw Maij (PvdA):

# Volgens mij was ik niet heel warrig. Wij hebben in april ook al aangegeven dat wij het belangrijk vinden dat er gevolg wordt gegeven aan de stem van de nee-stemmer. Wij willen bekijken hoe de bezwaren van de nee-stemmer een plek kunnen krijgen. Wij willen het kabinet daarvoor de ruimte geven. Dat hebben wij in april ook gezegd en dat herhaal ik nu.

De heer Jasper van Dijk (SP):

# Uw partijleider zei: nee is nee. Dat betekent geen verdrag met de Oekraïne. De premier zegt iets heel anders. Hij zegt dat hij het verdrag graag wil ratificeren, want anders zou er hel en verdoemenis komen. Ik hoor net dat u hem daarin steunt. Dat is iets anders dan wat uw partijleider zei ten tijde van het referendum. Waarom draait u daarin mee? Daarmee verliest u uw geloofwaardigheid.

Mevrouw Maij (PvdA):

# Ik heb heel duidelijk aangegeven dat wij vinden dat hier op inhoud een plek moet worden gegeven aan de bezwaren van de nee-stem. Dat hebben we ook in april aangegeven. Die stap was toen duidelijk, en dat hebben we nu ook gezegd. Ik vind het wel opmerkelijk dat eigenlijk alle dingen waarmee de premier aan de slag gaat, bezwaren zijn die door de SP in de campagne genoemd werden, mijnheer Van Dijk. Ik had dus eigenlijk verwacht dat u hier zou staan juichen en dat u zou zeggen: wat ontzettend fijn dat er eindelijk naar ons geluisterd wordt! Uw eigen leider, de heer Roemer, zei: het verdrag is een opstap naar de Europese Unie; laten we de mensen niet bedonderen. Als nu duidelijk wordt dat dat niet zo is, zou ik verwachten dat de SP juichend langs de lijn zou staan. Ik kan zo nog een paar dingen noemen die uw eigen leider gezegd heeft.

Hoer wordt de SP volkomen terechtgewezen door de PvdA.

De voorzitter:

U mag kort reageren, mijnheer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):

# Dit is allemaal een rookgordijn; dit doet allemaal niet ter zake. Het verdrag is verworpen en dus moet het van tafel zijn. Dat zei Diederik Samsom en daar draait u nu van weg, achter de premier aan. Dat vind ik doodzonde, want dat neemt al uw geloofwaardigheid weg.

Mevrouw Maij (PvdA):

# De leider van de SP, uw leider, heeft op 21 maart — u kunt het terugkijken — op de vraag “is het verdrag een opmaat naar het lidmaatschap van de Europese Unie?” gezegd: laten we de mensen niet bedonderen, dit is een stap naar de Europese Unie. Op de vraag “is het verdrag goed voor de Nederlandse economie?” heeft uw leider gezegd: er komen zo heel veel goedkope arbeiders naar de Europese Unie. Op de vraag “is dit een provocatie?” heeft uw leider gezegd: dit verdrag is niet nodig, we kunnen Oekraïne op verschillende manieren helpen; dat doe je niet door miljarden naar corrupte regeringen of naar oligarchen te sturen. Al uw zorgen worden hier geadresseerd. Ik had verwacht dat u wat enthousiaster zou reageren als SP.

Advertisements