Tags

, ,

Verbod op zetelroof gaat te ver (Commentaar Raoul du Pre, Opinie & Debat/de Volkskrant, 14 november)

De tekst in de papierversie luidt: Afgesplitst

Commentaar: De ‘zetelrovers’ in de Kamer oogsten chagrijn, maar een verbod op afsplitsing brengt grotere problemen.

Als tegencommentaar kan hierbij genoteerd worden dat ‘grotere problemen’ hieronder in de tekst van de auteur niet bewezen wordt; sterker, het is ook onzin.

# De parlementaire afsplitsing als springplank naar een nieuwe partij: het begint een politieke rage te worden. We hadden er al de nieuwkomers DENK en VNL aan te danken. Ex-PvdA’er Jacques Monasch lijkt zich nu bij hen te voegen.

# Niemand betwist hem het recht om een partij op te richten. De aanname dat er behoefte is aan een ander links geluid is ook niet gewaagd, gezien de toestand van de PvdA. Maar intussen leidt het wél tot wrevel dat Monasch zijn avontuur bouwt op de zetel die de PvdA in 2012 voor hem verwierf. Met zijn 2193 voorkeurstemmen had hij in 2012 nog geen 4 procent van de kiesdeler. Vandaar dat opnieuw de roep om een verbod op deze ‘zetelroof’ klinkt.

Hier worden naar mijn smaak de eerste denkfouten gemaakt:

  1. ‘De aanname dat er behoefte is aan een ander links geluid is ook niet gewaagd, gezien de toestand van de PvdA’. Een ander links geluid bestaat allang, in het bestaan van andere linkse partijen en fracties in de Kamer. Maar Monasch blijft, getuige zijn uitlatingen, ook volledig steken in het ouderwetse links-rechts denken, waar de nieuwe volksvertegenwoordigers zich dringend moeten oriënteren op een multipolair politiek denken: waar geen partij ooit nog meer zetels dan 30 zullen weten binnen te halen, worden 4, 5 of 6-partijenkabinetten de gewoonste zaak van de wereld in de komende 10 jaar. In een dergelijke constructie is het geen kwestie van links versus rechts meer, want een onwerkbare tegenstelling geworden, maar van nuances en bereidheid flexibel met eigen standpunt om te gaan. Het zwart-wit ideologische denken past niet meer in deze tijd, waar nieuwe maatstaven inmiddels zijn aangelegd: populisme & factfree politiek tegenover politiek coherent denken. Dat vraagt om een nieuwe politieke handelswijze en denkpatronen. Monasch voldeed dus in het geheel niet aan dit nieuwe criterium, want dit nog onbekende fenomeen is binnen de bestaande politiek nog niet (h)erkend, met uitzondering van de scheppers van Rutte 2: Rutte & Samsom. Zij hebben de Nederlandse politiek veranderd en getransformeerd in een pragmatische aanpak, waarbij over oude scheidslijnen werd heengestapt; de enige manier om dit zwaar gefragmenteerde politieke bestel aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Het pacificatiemodel van Arend Lijphart wordt nu getransformeerd naar de nieuwe kenmerken van het politieke toneel: populisme en multipolariteit, een wezenlijk verschil met het driestromenland van de oude politiek-ideologische tegenstellingen. Deze laatste bestaat alleen nog in de herinnering en traditie, maar het dogmatisme is inmiddels zo sterk geworden dat de ‘bewaarders’ van deze oude ideologieën vastgeklonken zitten aan dat denken. De uitverkiezing van Trump als outsider bewijst dat oude ideologieën geen draagvlak meer bezitten en dus geen waarde meer hebben voor onze eigentijdse maatschappij dat overwoekerd wordt door globalisme en mondialisme.
  2. Op basis van bovenstaande redenering kan ook worden vastgesteld dat er wel degelijk sprake is van zetelroof door Monasch en zijn voorgangers Kuzu & Öztürk (Denk) en VNL (Van Klaveren en Bontes als ex-PVV’ers, die terugvielen op het klassieke liberalisme in een nieuw jasje), omdat zij op de slippen van hun lijststrekkers (Samsom en Wilders) zijn binnengekomen. Ook typische representanten van de oude ideologieën dus, met inbegrip van de huidige VNL’ers.
  3. De laatste zin ‘Vandaar dat opnieuw de roep om een verbod op deze ‘zetelroof’ opklinkt, en op deze wijze van redeneren beschouwd volkomen terecht. Alle genoemde nieuwe splinter‘groepen’ in de Kamer kunnen als zetelrovers worden beschouwd.

Eén keer afwijken van de lijn en je wordt bedankt voor je diensten

# En toch is dat een stap te ver. Alle zetels tot eigendom verklaren van de fractie, maakt van Kamerleden makke schapen. Hun zetel is de enige echte stok achter de deur die ze hebben om de partijtop te corrigeren als die in hun ogen op een dwaalspoor is beland. Als gewoon Kamerlid had Monasch al niets te vertellen over het regeerakkoord dat partijleider Samsom sloot. Daarna waren wijzigingen ook nauwelijks meer mogelijk. En sprak Geert Wilders niet namens heel wat VVD-kiezers toen hij in 2004 besloot dat hij de lijn van de VVD-top niet meer kon volgen?

Wat in deze alinea staat geschreven is onzinnige non sense, omdat de parlementaire geschiedenis meerdere voorbeelden kent van solisten in de fracties die een serieuze hindermacht worden voor de eigen fractie, zoals de ‘loyalisten’ door de AR-kern in de fusiepartij CDA werden genoemd.

# Een afsplitsingsverbod geeft een partijtop te veel macht om afwijkende meningen te negeren en discussies te smoren. Kijk naar het lot van het VVD-Kamerlid Taverne: één keer afwijken van de lijn en je wordt bedankt voor je diensten. Het maakt de positie van Kamerleden te zwak en de status van het parlement zeker niet hoger.

Onbewijsbare stelling. Zo is het maar de vraag of als je ‘één keer afwijkt van de lijn en je direct wordt bedankt voor je diensten’. Taverne (en Elias) in de VVD en Monasch (PvdA) lagen intern al jaren onder vuur en gelet op de complexe omstandigheden waaronder een kabinet moet proberen overeind te blijven (en dus geen bananenrepubliek te worden met ieder jaar nieuwer verkiezingen), is het maar de vraag waarom dwarsliggers zo nodig de Kamer in moeten; mogelijk een even aanvechtbaar besluit als een nieuwe partij oprichten. De publicitaire weg levert mogelijk meer aandacht en belangstelling dan een solist in de Kamer. Voor mij staat vast dat het partijenstelsel het eindstadium heeft bereikt, nu een outsider als Trump in de VS verkozen is tot nieuwe president. In je eentje kun je dus hetzelfde bereiken als binnen partijverband en dan bestaan er geen risico’s van ‘politieke clanvorming of -dynastieën’, zoals de Bush(/Rockefeller)-familie of de Clintons, zoals beschreven wordt in de media. De politieke elites zijn evenzeer onder een verdachte geur als de economische elites. Dat was dus allemaal 20e-eeuws, en de 21e-eeuw wordt dus een ander politiek huis, zonder partijkaders.

Wie z’n zetel zelf verdiende, staat sterker in z’n schoenen

# Beter zou het zijn om Kamerleden de kans te geven hun positie juist te verstevigen. Te veel Kamerleden komen nu binnen op het ticket van de leider. Dat maakt hen te afhankelijk van de partijtop. De volgorde van binnenkomst laten afhangen van het aantal voorkeurstemmen zou al veel verbeteren. Het nodigt uit tot persoonlijke campagnes, versterkt de band met de kiezer en verandert de Haagse hiërarchie: wie z’n zetel zelf verdiende, staat sterker in z’n schoenen en zal minder snel gefrustreerd weglopen. Daar kunnen het interne debat in partijen en het dualisme tussen kabinet en Kamer alleen maar beter van worden.

Ook de hier opgevoerde redenering van de auteur is onjuist: op de ticket van de leider in de Kamer binnenkomen, maakt hen terecht afhankelijk van de partijleiding en dat is geheel conform de gang van zaken in het bedrijfs- en zakenleven of dienstensector. Je bent werknemer van de partijtop, al wordt het inkomen (de ‘schadeloosstelling’ van Kamerleden) door de belastingbetaler gefinancierd, en niet op basis van een of ander verdienmodel. Te voorzien valt dat toekomstige partijen netwerken zullen worden die langs digitale weg een nieuwe democratievorm zullen opbouwen, dat de Directe Digitale Democratie genoemd zal gaan worden, waarlangs de weg van openbaar debat & dialoog politiek wordt bedreven en ook digitale verkiezingen regeringen worden georganiseerd en nieuwe bewindslieden aangesteld. Hierdoor, en daarin heeft Du Pre wel gelijk, ‘Het nodigt uit tot persoonlijke campagnes, versterkt de band met de kiezer en verandert de Haagse hiërarchie: wie z’n zetel zelf verdiende, staat sterker in z’n schoenen en zal minder snel gefrustreerd weglopen.[1] Daar kunnen het interne debat in partijen en het dualisme tussen kabinet en Kamer alleen maar beter van worden’. Het interne debat noem ik in iedere partij een bepaald taboe of is omgeven door een lang bestaand taboe: een intern debat is eigenlijk onmogelijk, aangezien ieder thema door een stemming wordt afgerond en als je telkenmale wordt geconfronteerd met nederlagen van je eigen standpunt tijdens een democratische stemming, dan slinkt uiteindelijk je eigen enthousiasme tot het nulpunt, terwijl je ervan overtuigd bent dat je het inhoudelijke gelijk aan je zijde hebt. Het ’spiegelgevecht’ – bij iedere stemming – vormen de onderhandelingsuitkomsten die niet iedere congresganger tevreden zal stemmen; daarom zal dit besluitvormingsproces ook op den duur moeten verdwijnen wegens de inherent aanwezige gebreken van dat systeem. De politiek zal kortom zich ontwikkelen naar een ‘permanente persoonlijke campagne’, waarin het contact met burgers belangrijker is dan de aanwezigheid bij (digitale) parlementaire debatten. De formule Hans van Mierlo als oprichter van D’66 was feitelijk de eerste aanzet tot een dergelijk nieuw systeem, maar dan binnen het oude bestel. Er dient dus eerst een digitale politieke partij of beweging te ontstaan, zoals mogelijk Trump dat aangepakt heeft, om een nieuw politiek bestel te introduceren. En daarmee worden – oh wonder – Van Mierlo en Trump in de pioniersrol geplaatst die onverwacht zichtbaar wordt door beider triomfen, vanuit verleden en heden. Gekker moet het niet worden!

http://www.volkskrant.nl/opinie/verbod-op-zetelroof-gaat-te-ver~a4414530/

[1] Als voetnoot zij opgemerkt dat iedereen die ‘gefrustreerd’ wegloopt, zelf onvoldoende zicht heeft ontwikkeld op het professioneel bedrijven van politiek; de normen en mores (tradities) van de politieke bedrijfsvoering niet kent en daarmee zelf vormgever van eigen frustraties kan worden genoemd. Dat geldt te meer voor Monasch die een langdurige politiek leven achter de rug heeft en daarom beter had moeten weten. Te vrezen is dat zijn politiek ego van zulk een grote omvang is geworden, dat hij volledig gevangen zat in dat systeem.

Advertisements