Tags

, , ,

De staatsman in Rutte staat in Oekraïne-kwestie erg laat op (Commentaar (hoofdredactioneel commentaar), In het nieuws/NRCHANDELSBLAD, 1 november)

# Rijkelijk laat was er afgelopen vrijdag dan eindelijk de stevige taal van de premier toen hij het had over het per referendum wegstemmen van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. De kwestie was veel groter dan Nederland alleen, zei Rutte. Het had alles te maken met de geopolitieke verhoudingen. Vandaar zijn beroep „op alle redelijke krachten” in Nederland de mogelijkheid voor een oplossing te steunen.

# Had de premier zich maar in die bewoordingen uitgelaten toen in april gestemd moest worden. Dan was hem en Europa veel ellende bespaard gebleven. Dan was er niet zeven maanden lang in de vlek gewreven die op 6 april ontstond nadat bij het raadgevend referendum met een krappe opkomst van 32 procent een meerderheid „nee” tegen het verdrag had gezegd.

Terecht wordt hier door de krant afstand genomen door de krasse taal van de oppositiepartijen en met name VNL en SP. Dat referendum stelde helemaal niets voor en kan op die wijze ook niet meer worden ‘toegepast’; ofwel die formule is niet voor herhaling vatbaar. Hoe hard de populisten in dit land ook roepen dat dit ware democratie is. Dat argument is een drogreden.

# Rutte speelde vrijdag de staatsman die er niet aan ontkwam verantwoordelijkheid te nemen voor het grotere belang. Hij had staatsman kunnen zijn ten tijde van het referendum, maar ontpopte zich toen als coalitiebalanceerder met alle bijbehorende omtrekkende bewegingen. En dat bleef hij.

# Met de brief die Rutte en minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) maandag naar de Tweede Kamer stuurden, lijkt desalniettemin een oplossing in zicht. In het binnenland weet het kabinet zich verzekerd van steun om met de Europese partners en Oekraïne te gaan onderhandelen over een speciaal voor Nederland juridisch bindende verklaring, waarin staat hoe het associatieverdrag gelezen dient te worden. Het is de beproefde methode in de Europese Unie die zich kenmerkt door eenheid in verscheidenheid. Europese verdragsteksten staan bol van annexen en voetnoten, louter bedoeld voor binnenlands gebruik door een lidstaat.

# Een tekst waarin staat dat het verdrag niet gezien mag worden als de opmaat naar een EU-lidmaatschap, geen verplichting inhoudt tot militaire samenwerking, geen verplichting is tot financiële steun en geen recht geeft op vrije toegang voor Oekraïense werknemers tot de arbeidsmarkt van de Europese Unie hoeft weinig problemen bij de andere ondertekenaars op te leveren. Het staat immers allemaal niet zo expliciet in de verdragstekst.

# Als de overeenstemming er is, resteert de uitleg in het binnenland. Allereerst aan het parlement dat in een eerder stadium in grote meerderheid instemde met het verdrag. Het gaat vooral om het trotseren van de door een minderheid van het electoraat uitgedragen volkswil in een raadgevend referendum. Een volksraadpleging waarbij vraagtekens kunnen worden gezet bij de werkelijke motieven van de organisatoren. Kortom, toon moed.

Deze terechte opmerkingen kunnen worden aangevuld dat de complete oppositie zich – op verschillende manieren – heeft laten verleiden tot populistische retoriek. Maar vooral het PvdA-Kamerlid Monasch heeft een scheve schaats gereden door direct na afloop van het referendum stellig te beweren dat de uitslag gerespecteerd en uitgevoerd moest worden. Dat is dus even populistisch gedrag als de oppositiepartijen dat verkozen te doen, met die aantekening dat de PvdA’er al had aangekondigd te vertrekken omdat hij niet meer op de verkiezingslijst zou verschijnen. Dat hij zich alsnog verkiesbaar heeft gesteld en zelf als kandidaat-lijsttrekker. Dat beide factoren waarschijnlijk samenhangen, toont zijn manipulerende geest of mentaliteit aan, een Kamerlid onwaardig. Mogelijk speelden er nog meer zaken als dwarsliggers zich af in de PvdA-fractie, die zich niet tot het bittere eind wilde laten leden door fractiediscipline. Maar dat deel van de fractie kon het fatsoen opbrengen om zich aan de coalitieafspraken te houden; Monasch niet en hij heeft zich nu echter voor eeuwig belachelijk gemaakt. En als oud-organisatieadviseur had hij zeker beter moeten weten. Wat een groot en opgeblazen ego is hij toch. Maar hij heeft wel de manier gevonden om Rutte voor het blok te zetten en dat hoort helaas bij de politieke praktijk van alle dag. Hoe zwak de premier ook is opgetreden, hem valt zeker te verwijten, schrijf ik in navolging van deze krant, dat hij geen stelliger standpunt heeft ingenomen van den beginne af aan, direct na de uitslag. De staatsman stond niet alleen heel laat op in de visie van de krant, maar die status is in Rutte nooit opgestaan, althans wel binnen het provinciale en dus beperkte en populistische karakter van het Nederlandse electoraat, maar zeker niet in de vorm van de statuur van een Angela Merkel. Zelfs met haar traagheid van besluiten nemen niet.

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/11/01/de-staatsman-in-rutte-staat-in-oekraine-kwestie-erg-laat-op-5083373-a1529560

Advertisements