Tags

, ,

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

# Op 15 juli is er iets vreselijks gebeurd in Ankara, in Istanbul, in Turkije. Door de toon van dit debat zou je bijna vergeten dat er een aanslag is gepleegd op de democratie, dat gevechtsvliegtuigen laag boven een stad hebben gevlogen en dat er een bom op het parlement is gegooid. Het is een illusie om te denken dat dat geen effect heeft op mensen die hier in Nederland wonen. Dat is punt één. Ik zou het kabinet ertoe willen oproepen om in de spanningen die op dit moment ontstaan, de-escalerend op te treden. Ik voel en proef nu in de Kamer een vorm van escalatie die niet goed is voor Nederland. Mijn vraag aan de minister is of zij bereid is om de-escalerend op te treden. Daarbij wil ik over die spanningen nogmaals heel duidelijk zeggen dat intimidatie, geweldpleging en bedreigingen niet acceptabel zijn, maar ik wil de minister ook vragen of zij signalen heeft of dat haar bekend is dat mensen die betrokken zijn bij de militaire couppoging in Turkije, zich op dit moment op Nederlands grondgebied bevinden.

De heer Kuzu spreekt hier heel wollige taal, want we niet gewend zijn vanwege zijn vaak directe taalgebruik. 1. Er is een aanslag gepleegd op de democratie, zoals hij dat memoreert vanwege de militaire coup van juli. Maar hij spreekt niet van de tegencoup van Erdogan, die duizenden Turken in de gevangenis hebben gebracht als vermeende aanhangers van Gülen. 2. Kuzu vraagt van de regering de-escalerend op te treden, maar dat heeft het kabinet nadrukkelijk gedaan door geen partij te kiezen tussen Erdogan en Gülen. In feite vraagt Kuzu de gering dus om partij te kiezen voor Erdogan, maar het tegenstrijdige van hem is dat hij wel spreekt over ‘nogmaals heel duidelijk zeggen dat intimidatie, geweldpleging en bedreigingen niet acceptabel zijn’. Bedoelt hij hier dat Gülenaanhangers geïntimideerd, slachtoffer van geweld en bedreigingen zijn geworden? Want dat is uit de context niet duidelijk geworden. Of meent Kuzu dat die verschijnselen over en weer hebben plaatsgevonden; een derde mogelijkheid is dat dit de Erdoganaanhangers is overkomen. Kortom, raadsels te over.

Minister Ploumen:

Het kabinet is naar aanleiding van de gebeurtenissen in Turkije en hun weerslag hier, met name in de Nederlands-Turkse gemeenschap, natuurlijk in gesprek gegaan met mensen. Tegelijkertijd is duidelijk dat het mensen hier in Nederland binnen de kaders van de rechtsstaat vrijstaat om aangifte te doen. We willen dus graag dat de Turks-Nederlandse gemeenschap met respect over de verschillen, die er blijkbaar zijn, spreken. En verder ga ik er zomaar van uit dat we ook in de komende weken en maanden in overleg zullen blijven.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Die de-escalerende houding is niet alleen nodig met het oog op de spanningen in de Turks-Nederlandse gemeenschap. Zij is ook nodig in de betrekkingen op dit moment tussen ons land, Nederland, en Turkije. Ik vraag de minister om ook op dat punt te blijven volharden in een de-escalerende houding. Mijn tweede vraag was: hebt u signalen dat er op dit moment op Nederlands grondgebied zich mensen bevinden die betrokken zijn geweest bij de couppoging in Turkije of die daaraan medeplichtig zijn? Ja of nee?

Deze laatste vraag is een uiterst vreemde omdat het natuurlijk volstrekt onmogelijk is en was voor de Nederlandse regering om die signalen te hebben ontvangen. De Turkse regering heeft die signalen ongetwijfeld ontvangen want anders waren er niet op kortste termijn arrestaties verricht. Die zouden anders onmogelijk zijn geweest. Nu u weer, volksvertegenwoordiger Kuzu. En nooit meer deze domme vraag stellen. Die direct met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord moest worden. Brutaal in gewoon Nederlands en het parlement onwaardig. Wederom toont de heer Kuzu zich een Turk in ons parlement. En daar mag het Reglement van Orde iets aan gaan doen.

Minister Ploumen:

Gezien de gebeurtenissen in Turkije is het gesprek met de Turkse autoriteiten, met de Turkse collega’s natuurlijk in eerste instantie gegaan over de veroordeling van de coup, maar — ik zei het net al — we hebben tegelijk ook een kritisch, open en constructief gesprek met de Turken daarover. Welke kwalificatie je daaraan wilt geven, laat ik aan eenieder. Wij voeren kritische gesprekken. Het is belangrijk dat daarin aan de orde komt wat naar het inzicht van de Nederlandse regering besproken moet worden.

Korte samenvatting: dit is mogelijk de meest vreemde ‘deelvraag’ binnen de parlementaire geschiedenis van het Vragenuur in ons land geweest. Op naam van de groep-Denk, maar ze kunnen niet denken.

Advertisements