Tags

, , , ,

Het Turkse probleem zit hier (Commentaar NRC, In het nieuws/NRCHANDELSBLAD, 1 september)

# Dat de autoriteiten in Turkije mensen van Turkse komaf in het buitenland als hun onderdanen blijven beschouwen, is een bekend fenomeen. Dat andersom een deel van de Turkse Nederlanders – ook van de tweede of derde generatie – president Erdogan als ‘hun’ leider beschouwt en zich betrokken voelt bij de gebeurtenissen in Turkije, blijkt nieuw. Dat wil zeggen: voor het Nederlandse kabinet. Premier Rutte gaf deze week in het tv-progamma De Wereld Draait Door toe deze ontwikkeling niet te hebben gezien.

De premier werd en is dus niet door zijn ambtelijke staf of door specialisten op de ministeries hierover geïnformeerd. Indien deze conclusie juist is, dan dient er iets in die ambtelijke cultuur te veranderen en dus de focus minder op handelsrelaties te liggen. Genoemde ongemerkte ontwikkeling is zonder meer een hiaat, leemte of zelfs een fout in het ambtelijk functioneren van bijvoorbeeld het ministerie van Integratie en dient hersteld te worden. Mocht dit niet binnen de kortste keren worden gerealiseerd, dan dient kennis en informatie bij de Turkse taalfaculteiten (Leiden) te worden gehaald. De regering kan zich deze fouten van het ambtelijk apparaat niet permitteren vanwege de dreigende permanente kloof tussen Erdoganaanhangers in ons land tegenover de vermeende Gülenvolgers.

# Het geeft te denken dat dit inzicht kennelijk pas is ontstaan na de heftige reacties in Turks-Nederlandse kring, als gevolg van de mislukte couppoging in Turkije half juli. De afgelopen jaren is veel gesproken over de ‘lange arm van Ankara’ die zich intensief bemoeit met Turken in Nederland. Dat suggereert een eenzijdige, directieve aansturing vanuit Turkije. Delen van de Turks-Nederlandse gemeenschap zijn hier ontvankelijk voor omdat ze blijkbaar een stevige band hebben met het land van hun (voor)ouders. Was dit werkelijk onbekend? Dat is dan pas echt zorgelijk.

Vandaar de gele kaart. De ambtelijke wereld in Den Haag heeft hier gedisfunctioneerd.

# De Nederlandse overheid betaalt nu de prijs voor jarenlang wegkijken. Men heeft niet willen zien dat ondanks allerlei vormen van integratiebeleid nogal wat Turkse Nederlanders zich ook diep betrokken voelen bij het reilen en zeilen van Turkije. Zolang het gaat om gewoon engagement is hier niets mis mee. Het is zelfs volkomen begrijpelijk en gaat op voor welhaast elke diaspora.

Terecht wordt hier gesuggereerd dat ‘gewoon engagement’ normaal is – zoals na voetbalwedstrijden van de Turkse nationale ploeg -, maar de beelden na de coup waren verre van gewoon omdat hier een Turkse politieke oorlog werd uitgevochten alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En de Nederturken hadden niet de minste notie dat dit buiten Turkije volstrekt belachelijk was. De Nederturken zijn dus collectief achteraf gezien zwaar gezakt voor hun inburgeringsexamen. Mocht dit gedrag in de nabije toekomst niet worden hersteld of gecorrigeerd, dan zouden ze hun Nederlandse paspoort dienen kwijt te raken en teruggestuurd naar hun land van herkomst.

# Ook voor mensen die ervoor hebben gekozen elders hun bestaan op te bouwen, gelden de wetten en normen van het land waarvoor zij gekozen hebben. In het geval van de Turkse gemeenschap in Nederland houdt dit in dat van de zuiveringspolitiek, zoals deze nu Turkije in plaatsvindt, in Nederland geen sprake kan zijn.

Dit dient in iedere Nederlandse gemeente, die wat Nederturken betreft zich deze maanden hebben doen gelden, te worden ‘gedecreteerd’.

# Aanhangers van de in ballingschap levende geestelijke Fethullah Gülen worden ook in Nederland afgeserveerd. Gülen wordt immers door de Turkse president Erdogan beschouwd als de man achter de mislukte coup. Kinderen op zogeheten Gülenscholen zijn van die scholen afgehaald en Turkse-Nederlandse ondernemers hebben bedreigingen ontvangen.

De Nederturken hebben klaarblijkelijk het gevoel in Turkse enclaves te leven en dat kan de bedoeling niet zijn. Dit verschijnsel dient op de kortste termijn te worden rechtgezet, binnen een jaar dus.

# De reactie van de Nederlandse overheid was tot nu toe dat de Turkse spanningen niet naar Nederland mogen worden geëxporteerd. Turkse autoriteiten zijn hierop aangesproken. Dat laat onverlet dat Den Haag had moeten weten dat de Turks-Nederlandse gemeenschap reeds veel langer wordt beheerst door spanningen. Vanzelfsprekend mag Nederland van Turkije verlangen zich niet te bemoeien met zaken die hier spelen. Maar het probleem zit in Nederland en zal allereerst hier moeten worden opgelost.

Dit is een volkomen terechte conclusie van de krant. Dat betekent ook werk aan de winkel voor de regering, waarbij minister Asscher zich aangesproken mag voelen.

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/01/het-turkse-probleem-zit-hier-4086062-a1518976

Advertisements