Tags

, , ,

Iedereen een vaste baan (Paul de Beer, Opinie/fd, 29 augustus)

# We realiseren het ons vaak niet, maar sommige maatschappelijke scheidslijnen zijn een direct gevolg van overheidsbeleid. Het onderscheid tussen laag en hoog opgeleiden bestaat alleen doordat het onderwijs verschillende niveaus kent. Of iemand die in Nederland geboren is, autochtoon of allochtoon is, wordt bepaald door de vraag of een van de ouders in het buitenland is geboren – omdat dit ooit zo is afgesproken. Of iemand als oud of jong wordt gezien, hangt samen met tamelijk willekeurige scheidslijnen als de stemgerechtigde leeftijd en de pensioenleeftijd.

# Zo ook is de kloof tussen de vaste kern en de flexibele schil van de arbeidsmarkt een direct gevolg van het bestaan van vaste en tijdelijke contracten. Als je vindt dat die kloof te diep wordt – en dat vindt inmiddels bijna iedereen – is er een simpele oplossing: schaf het verschil tussen vaste en tijdelijke contracten af.

# Dit lumineuze idee vormt de kern van de notitie ‘De vaste baan bereikbaar’ die D66 vorige week presenteerde als onderdeel van het verkiezingsprogramma. De notitie trok de aandacht omdat D66 afstand lijkt te nemen van zijn oude standpunt dat de arbeidsmarkt veel flexibeler moet worden. Ik wil me niet buigen over de vraag of D66 inderdaad zijn koers verlegd heeft, maar wil wel stilstaan bij de merites van het voorstel.

# D66 constateert terecht dat het aandeel flexibele banen in Nederland veel sterker is gegroeid dan in veel andere Europese landen. Gemiddeld genomen is het percentage flexwerk in de EU de afgelopen vijftien jaar niet eens gegroeid, terwijl het in Nederland ruim anderhalf keer zo groot is geworden. Dit duidt erop dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt niet onontkoombaar is, maar samenhangt met nationale instituties.

# D66 zoekt de oorzaak vooral in het ontslagrecht: vaste banen worden nergens zo goed beschermd als in Nederland en het verschil in bescherming tussen vaste en flexibele banen is nergens zo groot. Geen wonder dat veel werkgevers liever geen mensen in vaste dienst nemen. Dat klinkt als een logische verklaring, maar bij nadere beschouwing overtuigt ze toch niet. In Spanje is het verschil in bescherming tussen vaste en flexibele banen, op Luxemburg en Estland na, het kleinst van alle EU-landen. Maar toch is het percentage flexibele banen daar nog groter dan in Nederland.

# Bovendien is het verschil in bescherming tussen vast en flexibel werk in Nederland sinds 1999 gelijk gebleven, terwijl de flexibele schil destijds qua omvang vergelijkbaar was met het EU-gemiddelde en nu tot de top behoort. De oorzaak van de afwijkende ontwikkeling in Nederland moeten we dus in andere factoren zoeken, die in de notitie slechts terloops genoemd worden, zoals de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte.

# De argumentatie om het onderscheid tussen vaste en tijdelijke banen af te schaffen mag dan niet erg sterk zijn, daarmee heeft het voorstel zelf nog niet afgedaan. De scherpe scheiding tussen een vast contract en een tijdelijk contract bemoeilijkt namelijk wel de overgang van tijdelijk naar vast werk. Na twee jaar moet een werkgever een beslissing nemen of hij een medewerker met een tijdelijke aanstelling laat vertrekken of hem of haar een vast contract aanbiedt.

# Zo’n geforceerd go/no-go moment dwingt de werkgever om zich af te vragen hoe de risico’s van een vast contract zich verhouden tot de kosten van het aannemen en inwerken van een nieuwe medewerker. Als alle werknemers een contract voor (letterlijk) onbepaalde krijgen, zoals D66 voorstelt, verdwijnt deze cesuur. Doordat werknemers al vanaf de eerste dag een transitievergoeding beginnen op te bouwen, neemt de ontslagbescherming wel geleidelijk toe naarmate iemand langer in dienst is. Het maakt dan voor de werkgever geen noemenswaardig verschil meer of een medewerker twee jaar of twee jaar en een maand in dienst is. En dus is er ook geen reden om een goed functionerende medewerker na precies twee jaar weer te laten vertrekken.

# Het plan van D66 roept ook vragen op. Zo zou ontslag alleen achteraf getoetst moeten worden. Het is de vraag of dat afdoende is om discriminatie en willekeur te voorkomen, zoals D66 wil. Dat neemt niet weg dat D66 de eer toekomt een interessant voorstel te hebben gedaan om de groeiende tweedeling op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Ik ben benieuwd welke partij met een beter plan komt.

Dit is een uiterst welkome beschouwing over de betaalstructuur van inkomens in de verschillende arbeidssectoren. Voor de gemiddelde krantenlezer immers een puzzel van jewelste, om nog maar te zwijgen van de riante inkomens aan de top van het grote bedrijfsleven, alsof de markt daar helemaal geen rol speelt en de inkomensverhoudingen binnen de besturen willekeurig worden bepaald.

[Paul de Beer is hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de UvA.]

http://fd.nl/opinie/1165165/iedereen-een-vaste-baan

Advertisements