Tags

, ,

‘Verliezers globalisering wonen in Detroit en Delfzijl’ (Lilianne Ploumen, Opinie/fd, 29 augustus)

Twee economische depressies, twee wereldoorlogen en twee keizerrijken die werden omgetoverd tot communistische republieken. Dat was volgens voormalig journaliste Chrystia Freeland de oogst van de Industriële Revolutie. Totdat de wereld leerde de opbrengsten van die omwenteling eerlijk te verdelen. We staan nu opnieuw voor een enorme opgave. Om globalisering te redden, moeten we ongelijkheid uitroeien.

Globalisering en innovatie leverden grofweg twee groepen winnaars en twee groepen verliezers op. De eerste groep winnaars is makkelijk aan te wijzen. In landen als China, India en Indonesië zijn honderden miljoenen mensen aan de armoede ontsnapt.

De andere winnaars zijn minder talrijk. Het zijn de allerrijksten die hebben geprofiteerd van nieuwe uitvindingen, toegenomen handel en slimme belastingconstructies. Experts zijn het er niet over eens hoeveel miljardairs het bezit van de armste 40% van de wereldbevolking samen kunnen evenaren. Maar of het er nu een paar honderd zijn of slechts 62: er is iets goed misgegaan.

De scheefgroei blijkt vooral uit de twee groepen verliezers. Zo’n 700 miljoen mensen zijn nog steeds extreem arm. De globalisering heeft velen nog nauwelijks bereikt. Anderen delen niet in de voorspoed van hun landgenoten. In de Verenigde Naties is vorig jaar afgesproken extreme armoede binnen een generatie uit te bannen. Daar is hulp voor nodig, maar ook handel en investeringen. Steeds meer landen volgen het Nederlandse voorbeeld door die drie te combineren. En goed werkende belastingstelsels zijn onmisbaar.

De andere groep verliezers is veel dichterbij. Ze wonen in Detroit, maar ook in Delfzijl. Denk aan staalarbeiders, postbezorgers of werknemers in autofabrieken. Ze hebben hun inkomen de afgelopen decennia zien dalen, terwijl westerse landen rijker werden dan ooit.

Ongelijkheid grootste fout sinds communisme. Talent blijft onbenut en sociale mobiliteit niet mogelijk

Bekende handboeken over handels­economie benadrukken dat vrijhandel iedereen ten goede kan komen, omdat met de opbrengsten de verliezers kunnen worden gecompenseerd. Wie vervolgens de hoe-vraag stelt, leest hooguit een korte passage over uitkeringen of omscholing. Maar we kunnen geen genoegen nemen met het compenseren van potentiële verliezers van globalisering; we moeten zorgen dat iedereen zich bij de winnaars kan voegen.

Ongelijkheid heeft te lang ruim baan gekregen. Dat is een falen van de politiek, maar ook van de economische wetenschap. Inkomensverschillen werden zelfs aangemoedigd. Het succes van de een bevordert dat anderen harder gaan werken. En welvaart aan de top sijpelt vanzelf naar beneden, was de gedachte.

Ongelijkheid is de grootste fout van de mensheid sinds het communisme. Talent blijft onbenut en sociale mobiliteit wordt onmogelijk. Volgens het IMF hapert de economische groei wanneer de rijkste 20% een steeds groter deel van de koek krijgt. Als alleen de rijken rijker worden, loopt de samenleving vast.

Ik geloof in globalisering, maar het is een omkeerbaar proces. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vierde protectionisme hoogtij. Herhaling zou een ramp betekenen. Zonder toegang tot handel en investeringen blijven China, India en Indonesië uitzonderingen en blijven honderden miljoenen mensen arm. Ook voor Nederland zou een meer gesloten economie slecht uitpakken.

De keus voor beleidsmakers en bedrijven is dus simpel. Óf we zorgen dat globalisering iedereen ten goede komt, óf we roepen economisch nationalisme over ons af — met louter verliezers tot gevolg. Chrystia Freeland heeft de handschoen opgepakt: zij is nu mijn collega, als minister voor Internationale Handel in het kabinet van Canada. Mijn collega’s en ik doen er alles aan om te zorgen dat niemand achterblijft bij economische vooruitgang. Desondanks hebben we nog niet alle antwoorden gevonden. De politieke arena ligt soms buiten de comfortzone van wetenschappers, maar in de strijd tegen ongelijkheid zijn hun inzichten onmisbaar.

Om globalisering in goede banen te leiden, zijn wetenschappers nodig die niet bang zijn voor politiek. Wie durft?

Wijze woorden van onze bevlogen minister Lilianne Ploumen!

[Lilianne Ploumen is minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Dit is een verkorte versie van haar toespraak deze maandag bij de opening van het academisch jaar op de Erasmus Universiteit Rotterdam.]

http://fd.nl/opinie/1165164/globalisering-moet-iedereen-ten-goede-komen

Advertisements