Tags

, ,

Wijsheid, moed en de economie (Column Paul Krugman, Opinie & Debat/de Volkskrant, 16 augustus)

Moet het versnellen van de economische groei van de VS meer prioriteit krijgen?

# Maar toen ik erover nadacht, ging het beroemde Gebed om Kalmte van Reinhold Niebuhr door mijn hoofd: ‘Schenk mij de kalmte te aanvaarden wat ik kan veranderen, de moed om te veranderen wat ik kan veranderen en de wijsheid om het verschil te zien.’

# Want weten we eigenlijk wel wat we moeten doen als het gaat om economisch beleid? We weten hoe we gezondheidszorg aan iedereen moeten verschaffen, wat de meeste ontwikkelde landen doen. We weten hoe we de AOW moeten verstrekken. We weten veel over de manier waarop we de inkomens van de laagbetaalden kunnen opvijzelen. Ik zou kunnen betogen dat we weten hoe we financiële crises en recessies zouden kunnen bestrijden, maar een politieke patstelling en een obsessie met de staatsschuld staan het toepassen van die kennis in de weg.

In feite liggen de problemen van de kwakkeleconomie dus niet bij of in de economische theorie, maar worden problemen geschapen door politieke besluitvorming en dito manipulaties. De economische kennis is er, maar de werkelijkheid is te weerbarstig om die kennis toe te passen, althans dat is de gevolgtrekking die ik uit dit betoog van Krugman haal.

# Maar wat kunnen we doen om de langetermijngroei te versnellen? Tussen 1970 en 2000 was het groeipotentieel stabiel; Ronald Reagan noch Bill Clinton maakten enig merkbaar verschil. De klad kwam erin onder George W. Bush en hield aan onder Obama. Deze geschiedenis wijst erop dat het moeilijk is deze trend te doorbreken.

Is dit de juiste vraag- of probleemstelling? Is de gestelde vraag hier wel juist geformuleerd? Want om te beginnen: kan de langetermijngroei wel versneld worden? En wat is langetermijngroei eigenlijk? Zonder precisering van de definitie kan deze vraag volgens mij niet beantwoord worden. Langetermijngroei is volgens mij een gegarandeerd groeipotentieel van de wereldwijde economie voor de langetermijn verzekeren, waarbij we rekening moeten houden dat de traditionele industriële capaciteit – zoals de economische geschiedenis leert – een onderscheid laat zien tussen de basisproductie en de vervangende productie, waarmee ik wil zeggen dat er nieuwe producten op de markt verschijnen, die na verloop van tijd vervangen worden door innovaties of door nieuwe ontwikkelingen. En waarbij ook steeds gestreefd dient te worden naar ‘schonere’ productie, zodat de mensheid bespaard blijft van zinloze en milieuvervuilende producten. Ook dat is langetermijndenken. We maken kortom te veel troep, zoals de oceanen ook vergiftigd worden met plastic.

Waar economische beleidsmakers volgens mij geen rekening mee houden is dat dit fundamentele onderscheid tussen ‘basis- en vervangende’ productie altijd een automatisme (‘invisible hand’ van mijn blog gisteren) was na iedere oorlog, die (structureel) de oude productiecapaciteit en infrastructuur vernielde, zodat na afloop van een oorlog een wederopbouwproces begon, met de Tweede Wereldoorlog als laatste grootschalige voorbeeld van een compleet wederopbouwproces wereldwijd, omdat de oorlog natuurlijk de belangrijkste infrastructuur had vernield. Maar vanwege het (gelukkige) uitblijven van een vervolgoorlog na WO2 – godzijdank! – is er nooit meer de noodzaak van zo’n grootschalige herstructurering geweest en de vraag is of daar geen bron ligt van de oorzaak dat het gebrek aan langetermijndenken, dat huidige problemen en knelpunten klaarblijkelijk onoplosbaar maakt. Waar ‘vroeger’ oorlogen het instrument waren om de economische vernieuwing te ‘mobiliseren’, te noodzaken en tot stand te brengen, is dat verschijnsel na WO2 opgehouden te bestaan en moeten we het sindsdien hebben van de beleidsmakers, rekenmeesters en tekentafelspecialisten, ofwel van de toegepaste economische en bestuurswetenschappen. De ‘creatieve destructie’ die wegens oorlogen er altijd voor hebben gezorgd dat er nieuw industrieel elan op gang kwam, eindigde ‘definitief’ na de wederopbouw van WO2, en nu het er alle schijn van heeft dat er nooit meer een nieuwe grootschalige oorlog zal uitbreken (WO3 zou de aarde vernietigen met de huidige generatie wapens), moet er – in plaats daarvan – een permanente innovatieve en creatieve industriële capaciteit worden bedacht en opgezet om de mensheid te voorzien in basisbehoeften en de vernieuwing van die producten; niet alleen vanwege consumentenbehoeften maar ook vanwege een inherente creatieve creatie van industrieel vernuft. Een nieuwe economische evolutietheorie bedenken, bij wijze van spreken.

# Ik zeg niet dat we het niet zouden moeten proberen. Ik zou met name willen pleiten om flink forser te investeren in infrastructuur dan [Hillary] Clinton van plan is, en meer te lenen om dat te bekostigen. Dit zou de groei kunnen aanjagen. Maar het zou onverstandig zijn om erop te rekenen.

Het is vreemd dat Nobellaureaat Krugman hier wel pleit voor ‘flink forser investeren’, maar het verband tussen de historische afwisseling van het verband tussen vrede & oorlogen niet legt, want als ik mij goed herinner heb ik dat verband tijdens het college economische geschiedenis wel vernomen (en aangehoord) en dat is dus een algemeen aanvaard academisch inzicht. Maar omdat Krugman dat verband niet legt, redeneer ik langs die weg wel verder door. En dan kom ik tot de conclusie dat zijn eigen idee vanzelfsprekend de groei aanjaagt, maar dan is het een raadsel dat het ‘onverstandig’ zou zijn om daarop te rekenen. Tenzij natuurlijk dat de politieke besluitvorming weer roet in het eten gooit; zoals dat altijd aan de orde is!

# Intussen geloof ik dat te weinig mensen waardering hebben voor de moed die het vergt om je te beperken tot de dingen waarvan we weten hoe we ze moeten aanpakken, in plaats van opgewekte praatjes over wonderbaarlijke groei. Wanneer conservatieven fantastische groei beloven, willen ze niet toegeven hoe hard ze moeten snijden in populaire collectieve voorzieningen om de belastingverlaging te kunnen financieren.

Hier staat exact beschreven hoe kortzichtig en visieloos politici zijn geworden (en altijd geweest zijn) en de grote verbanden niet kunnen zien of daar nooit gedegen studie van hebben gemaakt. Het is bijna kenmerkend voor de huidige aanstormende generatie nieuwe politici waaronder Trump en Johnson, dat ze gestudeerd hebben, maar hun kennis op geen enkele manier gebruiken om hun politieke statements af te leggen.[1] Kennis en wijsheid spelen in deze wereld geen rol meer, maar populisme des te meer.

# Dus is het behoorlijk moedig om te zeggen: ‘Dit zijn de dingen die ik wil doen, en dit is hoe ik daarvoor wil betalen. Het spijt me, maar sommigen van jullie zouden meer belasting moeten betalen.’ Zou het niet mooi zijn als deze manier van politieke eerlijkheid de norm zou worden?

Hier heeft Krugman met zijn schitterende slotbetoog geheel gelijk. Dat hij hier voor presidentskandidaat Hillary Clinton pleit, is in de context van deze blog bijzaak, aangezien het kernprobleem is dat de politiek in algemene zin een tijdverdrijf (als beroep) is voor egotrippers, en – toegegeven – we kunnen er niet omheen, zonder hen; want we zijn opgevoed met het idee dat we bestuurd moeten worden. Het zij zo, maar het wordt tijd dat de gewone rationaliteit terugkeert in het dagelijkse en politieke leven in deze wereld, en dat we weer leren denken in grote verbanden en visies leren ontwikkelen.

[1] Trump studeerde twee jaar aan de Universiteit van Fordham in The Bronx, voordat hij overstapte naar de Wharton School van de Universiteit van Pennsylvania. Hij stapte over omdat de Wharton School een van de weinige scholen in de Verenigde Staten was met een vastgoedstudie. Hij studeerde af in 1968 met een Bachelor of Science in economie. (Wikipedia). Van Boris Johnson is bekend dat hij de beste Britse opleidingstrajecten heeft gevolgd.

Advertisements