Tags

, ,

Vrijheid geldt ook voor foute meningen (Matthijs van de Burgwal en Benjamin Broekhuizen, Opinie & Debat/de Volkskrant, 10 augustus)

Het vrije woord

De overheid mag nooit het signaal geven dat bepaalde dingen niet zouden mogen worden gezegd. Ook als het om kwetsende dingen gaat.

De landelijk voorzitter en politiek commissaris van de JOVD geven terecht aan dat de vrijheid van meningsuiting eigenlijk een absoluut beginsel zijn geworden in ons recht. Daar moeten vele mensen, ook in ons land en dan met name het CDA, nog aan wennen en ook de groep-Denk in de Kamer, maar van deze laatste kun je weinig anders verwachten omdat deze Nederturken alleen in het Turks kunnen denken.

Maar de kop van de opiniebijdrage van deze liberalen is daarmee concluderend verkeerd gekozen – is de kop door de krantredactie geredigeerd of zo ingeleverd door de JOVD? – omdat er geen foute meningen kunnen bestaan als die meningenvrijheid ook voor ‘foute’ meningen geldt. Voor  foute meningen geldt hetzelfde als voor ‘stomme vragen’, omdat vragen nooit stom kunnen zijn.

Door deze rechtsfilosofische ontwikkelingen – met name via de Wilders-processen – is er echter een nieuwe vraag ontstaan, namelijk wat te doen als parlementariërs te maken krijgen met het recente verschijnsel van fact-free-politics-opmerkingen door bijvoorbeeld PVV en deze ‘moeten’ worden aangehoord. Ieder weldenkend mens begrijpt dat het geen zin heeft om daarover in debat te gaan, al was het alleen maar omdat Wilders debattechnisch niet te verslaan is, maar wat als je zinloze stellingnames niet wilt bevestigen door er het zwijgen toe te doen? D66 is een goed voorbeeld die de uitdaging met PVV steeds aangaat. Dan maar een debat-om-het-debat-zelf, om naar de buitenwereld aan te geven wat het bezwaar is van die factfree-opmerkingen. Daar zal geen PVV’er naar luisteren, maar de buitenwereld weet dan wel wat de juiste argumenten zijn tegen dat populistisch-nationalistisch gezwam.

Maar ernstiger is het klassiek terugvallen van de JOVD op de ‘overheid’, die ‘nooit het signaal mag geven etc’. Want de opvatting dat overheid zich in het publieke debat begeeft, is onjuist. In het artikel wordt inderdaad minister Asscher aangehaald, maar bij hem ging het om een persoonlijke reactie op bepaalde discriminerende opmerkingen waarvan hij vond – en natuurlijk nog steeds vindt –  dat hij die niet mag laten passeren zonder een weerwoord. In dat geval is het formeel een opmerkingen – of ‘signaal’ – van de overheid omdat iedere ministeriele opmerking dat is, maar materieel zeker niet. Kortom, de JOVD betreedt weer het dogmatisch-liberale pad door altijd maar weer het vingertje te wijzen naar de overheid en dus te onpas de overheid te noemen, waar dat nergens op slaat. Gaan de jongeheren wel met hun tijd mee?

Advertisements