Tags

, , ,

De bruuske herontdekking van de islam (Column wijlen J.A.A. van Doorn, Podium/de Verdieping/Trouw − 05/10/01)

De islamitische wereld is Europa’s naaste buur. Ze markeert de zuidgrens en deels de oostgrens van ons werelddeel en ze beheerste lange tijd de verbinding met Afrika en Azië. Ze vormde voor ons eeuwenlang een bron van superieure kunst en cultuur, maar ze werd evenzeer gezien als de grootste vijand van het christelijk Europa.

Tot tweemaal toe vormde de islam een reële bedreiging: eerst moest de islamitische opmars via het Iberisch schiereiland tot staan worden gebracht, veel later woedde de strijd om de Balkan. Nog aan het einde van de zeventiende eeuw moest Europa alle zeilen bijzetten om de Turkse belegering van Wenen te breken.

Pas daarna werden de rollen omgekeerd. Wat de middeleeuwse kruisvaarders niet was gelukt, presteerde het moderne Europese kolonialisme: de islam moest definitief bukken voor de overmacht van het Westen. Maar ook die expansiegolf trok zich terug, een reeks van nieuwe nationale staten achterlatend, niet zelden kunstmatige koloniale constructies.

Met één uitzondering: op de valreep vestigden Europeanen een nieuwe kolonie die tot op de dag van vandaag als een doorn in het islamitische lichaam steekt: Israël. Want als een Europese kolonie heeft de grondlegger van het zionisme, Theodor Herzl, de Joodse staat bedoeld en aanbevolen: ‘Für Europa würden wir dort ein Stück des Walles gegen Asien bilden, wir würden den Vorpostendienst der Kultur gegen die Barbarei besorgen.’ (Der Judenstaat, 1896).

Deze hele geschiedenis verklaart het ijzersterke geheugen van de islam. De kruistochten, voor ons exotische verhalen met een hoog schoolboekengehalte, zijn in de islamitische wereld niet vergeten. Het is bijna komisch te zien hoe president George Bush zijn aanvankelijke uitdrukking ‘een kruistocht tegen het terrorisme’ heeft moeten inslikken en zijn kruistochtmotto ‘oneindige rechtvaardigheid’ onder islamitische druk moest laten vallen. Ook voor de Amerikanen gaat een nieuwe wereld open.

Natuurlijk was het al veel langer duidelijk, maar zeker sinds een paar weken valt het niet meer te ontkennen dat het Westen zich in een aantal wezenlijke opzichten op de islam heeft verkeken. Zo heeft men er al te lichtvaardig op vertrouwd, dat de voortgaande verwestersing van de moslimwereld integrerend en pacificerend zou werken. Voor de politieke en economische elites mag dat gelden, de grote massa is door Westerse invloeden slechts vluchtig beroerd. Het gevolg is een spanning tussen de bovenlaag en de bevolking.

Hiermee hangt een ander punt samen. Staatkundig tot op het bot verdeeld, vormt de islamitische wereld religieus gezien een geloofsgemeenschap met een miljard aanhangers die ondanks allerlei interne verschillen een sterk emotionele samenhang kent. Wat één land of groep overkomt, gaat in meerdere of mindere mate allen aan.

Een derde en de meest belangrijke factor is de eigenaardigheid van de islam als godsdienst, nog steeds expansief en bovenal immuum voor de mondiaal zich voltrekkende secularisatie van nagenoeg alle religies. Het Westen heeft het ervaren: eeuwen van christelijke bekeringsijver hebben de islam niet aangetast. Missie en zending beten op graniet.

Het is beschamend te moeten vaststellen dat dit alles in onze contreien volslagen onbekend is. We hebben momenteel arabisten nodig om enigzins op de hoogte te komen van een werkelijkheid die toch zo dichtbij is gelegen en waarvan honderdduizenden vertegenwoordigers in ons midden verblijven. Eerst nu vernemen we iets over ‘grandeur et misère’ van de islam en over de actuele gevolgen van een geschiedenis waarin wijzelf eeuwenlang betrokken waren.

Vooral Nederlanders zouden beter moeten weten. Hun voormalige kolonie Nederlands-Indië vormde het grootste islamitische land ter wereld en hun koloniale politiek heeft met de islamitische belangen en gevoeligheden vanouds te maken gehad, er kennis van genomen en er rekening mee gehouden. Wonderlijk eigenlijk, hoe zoveel kennis en ervaring in een halve eeuw blijken te zijn verdampt.

Wat voor Nederland geldt, geldt voor heel Europa. Misschien moet de blinde vlek van het Westen voor wat zich onder islamieten heeft afgespeeld en hen bezighield, deels worden verklaard uit de invloed van de Koude Oorlog. Meer dan een halve eeuw waren Europa en Amerika in de ban van het communistische gevaar. Niet de Halve Maan maar de Russische Beer -die andere oude bedreiging van Europa- hield alle aandacht gevangen. Pas na de val van het Sovjet-imperium keek het Westen wat vrijer om zich heen en ontdekte de islamitische wereld.

Voor alle duidelijkheid: deze beschouwing heeft weinig of niets te maken met Osama Bin Laden en zijn kornuiten. Er valt natuurlijk veel te filosoferen over de ‘voedingsbodem’ van het fundamentalistisch geïnspireerde terrorisme, waarbij ook historische factoren een rol hebben gespeeld. Ons ging het echter in dit stuk uitsluitend om het vragen van aandacht voor een ons nagenoeg onbekende wereld, met vertakkingen in eigen land en met miljoenen representanten in Europa. Een wereld die ten onrechte -en tot onze schade- is beschouwd als een verwaarloosbare werkelijkheid.

Als de militairen straks hun werk hebben gedaan, zullen er staatslieden van formaat nodig zijn om deze werkelijkheid onder ogen te zien. Een zaak van zorg en in ieder geval van zeer lange adem.

Deze tekst is nog even actueel als in jaar van publicatie in de krant van 2001!

http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2484831/2001/10/05/De-bruuske-herontdekking-van-de-islam.dhtml

Advertisements