Tags

, ,

‘Take back control’ is niet per se irrationeel (Column Luuk van Middelaar, Opinie/NRCHANDELSBLAD, 22 juli)

# Het is verstandig ervan uit te gaan dat Amerikaanse Trump-stemmers en Britse Leave-kiezers niet allemaal gek zijn geworden en behalve opgehitste angsten ook reële ervaringen meewegen. Hun keuzes verraden – een analyse die uiteraard wordt gemaakt – onvrede in onze samenlevingen met de globaliseringslogica van open markten en open grenzen. Links richt het verzet tegen vrijhandel en economische interdependentie (TTIP, de euro); rechts vooral tegen immigratie (Mexicanen, moslims of Roemenen); het zijn keerzijden van dezelfde medaille. Overwegingen van soevereiniteit en identiteit – – zoals in de Brexit-slogan ‘Take back control’ – winnen het van een paar procent hoger nationaal bruto product. Zulke motieven zijn niet per se irrationeel. Met die erkenning begint het nadenken over een politieke respons.

Niet alleen een politieke respons, maar het beunt bij een evaluatie van het alle uitgangspunten van de Unie, zoals in voorgaande blog is aangegeven.

# Toch verkeren Europese kringen vier weken na het referendum nog in een staat halverwege ontkenning en radeloosheid. Niet vreemd. Dat identiteitspolitieke motieven het economisch eigenbelang kunnen overtroeven druist in tegen de Brusselse doctrine. Brexit was onbestaanbaar. Vanaf 1950 is de integratie gebouwd op de notie dat economische vervlechting leidt tot dankbare volkeren. Een geloof in eenrichtingsverkeer hoorde erbij: er kunnen enkel landen of beleidsterreinen bijkomen, niet erafgaan (‘ever closer union’). Het referendum logenstraft deze dogma’s. Die klap moet verwerkt, maar veel tijd is er niet. De kiezers deden het ondenkbare en kunnen dat opnieuw doen. Van alle aankomende Europese verkiezingen – met referenda in Hongarije en Italië en onze verkiezingen in maart op ieders radar – zijn de Franse presidentsverkiezingen van april–mei 2017 het belangrijkst. Het land is groot en verkeert na ‘Nice’ opnieuw in schok. Frankrijk is de volgende frontlijnstaat in de strijd tussen het nationalistisch-populisme van rechter- en linkerflank en een breed centrum dat inzet op Europese en internationale samenwerking. In het VK verloor het centrum de slag, in Frankrijk moet hij worden gewonnen.

Hier wordt erg helder gemaakt dat de EU nu te kampen heeft met de ideologie van het ‘geloof in eenrichtingsverkeer hoorde erbij’. Ofwel een politiek geloof, dat om kort te gaan als een kaartenhuis in elkaar kan storten. Om dat te voorkomen is maar één antwoord mogelijk, namelijk om alles wat ooit in Verdragen is geschreven te evalueren dn zelfs te her-evalueren; men mag er immers van uitgaan dat er op Europese Toppen is geëvalueerd.

# De Franse onvrede jegens Brussel is samengebald in het beeld van de EU als ‘het Trojaanse paard van de globalisering’. De EU produceert vrijheid en kansen en wordt omarmd door wie er economisch voordeel uit halen en beweging en openheid hoogschatten. Daarentegen wordt ze gewantrouwd door degenen die er een verstoring van de orde of buitenlandse concurrentie in zien. Deze kloof onderscheidt niet ‘elite’ tegen ‘volk’ maar snijdt onze samenlevingen in tweeën; zie de Brexit-stemming (48/52). De ernstigste fout die de EU kan maken is enkel doorgaan met het bedienen van de 50% die blij wordt van vrijheid en openheid. Nee, ook die andere 50% moet worden bediend en overtuigd. Dit betekent dat Europa moet beschermen (buitengrenzen bijvoorbeeld) alsook bestaande stelsels van bescherming (de welvaartsstaten) moet ontzien. Dit vraagt een beter evenwicht tussen vrijheid en orde. Als het uitmondt in een strijd van ‘kosmopolieten’ tegen ‘nationalisten’ weet ik wel wie er wint.

Inderdaad wordt bij een eindstrijd tussen kosmopolieten en nationalisten de laatste categorie winnaar en dus dient er een beter evenwicht tussen vrijheid en orde te worden gevonden. Of liever gezegd, er dient een betere balans te ontstaan tussen sociale rechtvaardigheid en gerechtigheid, en dit laatste is een ethisch begrip, dat volkomen op de achtergrond is geraakt en waar Europa op dit moment weer een leidende econoom-filosoof voor beschikbaar heeft: Thomas Piketty. Nu we hem toch in huis hebben, kunnen we hem ook beter direct betrekken bij een her-institionalisering van het Europese Huis. Al wordt het ook een bikkelhard gevecht omdat de neoliberalen van hem niets moeten hebben. Over dat laatste begrip heeft historicus Hermann von der Dunk afgelopen week in dezelfde krant zeer lezenswaardige dingen geschreven.

Advertisements