Tags

, ,

Mislukte inburgeraars? (Kort nieuws Turkije door Niels Markus, redactie Binnenland, Trouw/20 juli)

# De Turkse Islamitische Culturele Federatie Nederland (TICF) veroordeelt ‘diegenen die de sympathisanten van Turkije en de Turkse vlag wegzetten als mislukte inburgeraars. “Het is niet meer dan normaal dat Turkse Nederlanders intens meevoelen met wat er in Turkije gebeurt. Daar liggen hun roots en familie”, reageert de koepel namens 146 verenigingen en zo’n 200.000 Turks- Nederlandse moslims.

Het is het probleem van migranten die in een ander land binnenkomen om daar voor kortere of meestal voor veel langere tijd te gaan wonen, dat het via inburgeringscursussen niet lukt om zich een ander denkpatroon eigen te maken. Dat denkpatroon dat in hun nieuwe woonland geldt, is namelijk per definitie anders dan het land van oorsprong. Omdat ik zelf inburgeringsdocent ben geweest kan ik precies uitleggen wat hier aan de hand is.

Een nieuwe taal leren is een langzaam en moeizaam proces, dat via geëigende didactiek en leermiddelen gepaard gaat. Maar of je – zoals vaak met Turkse plattelanders – analfabeet bent en zeker het Latijnse alfabet niet beheerst, of alleen een basisschool hebt doorlopen en al redelijk Nederlands kunt spreken, een gesprek op dat taalniveau over de Nederlandse grondwet is onmogelijk, laat staan over diepe culturele vraagstukken in gesprek te gaan, zoals waarover bovenstaande citaat gaat. Gebrek aan afdoende woordenschat maakt dat gesprek onmogelijk.

Om de geciteerde woorden aan te halen ‘Het is niet meer dan normaal dat Turkse Nederlanders intens meevoelen met wat er in Turkije gebeurt’ is inderdaad in de oren van Turkse migranten heel logisch en begrijpelijk, omdat ze zó zijn opgevoed in hun geboorteomgeving. Maar ze houden er geen rekening mee dat dat in een ander land heel anders werkt of in elkaar (kan) zit(ten). Het duidelijke contrast dat in dit verband aan de orde is, is dat als Nederlanders zich in Turkije zich zo opstellen tegenover een vergelijkbaar verschijnsel, die Nederlanders niet de straat opgaan met Nederlandse vlaggen, omdat die vlag symbool staat voor hun roots en familie. Als ik als Nederlander in Turkije werkzaam was, dan toon ik mijn gevoel van vreugde en trots in mijn woonhuis, maar toon dat niet buitenshuis op straat. Alleen al omdat ik er niet zeker van ben hoe dat op straat wordt ontvangen of wordt begrepen. Maar in Rotterdamse omstandigheden waar hele woonwijken alleen door migranten wordt bewoond, is die neiging om buitenshuis je vreugde te laten zien, natuurlijk heel normaal. Maar dan mag ook begrip worden getoond voor de mogelijkheid dat Nederlanders dat gedrag niet op prijs stellen, omdat zoals boven aangegeven, in dit land president Erdogan van Turkije helemaal niet als democraat wordt beschouwd. En dat Europa als geheel niets moet hebben van een toekomstig EU-lidmaatschap van Turkije, laat staan dat dat land de doodstraf weer mag gaan invoeren. Dat mag Turkije vanzelfsprekend doen, maar dan geen lidmaatschap. Dan is die aanvraag direct afgelopen. En dat is dus een politieke keuze, ook voor de Turkse migranten in ons land.

Kortom, het intens meevoelen van Turkse Nederlanders met ontwikkelingen in hun vader- of moederland is iets dat in het Turkse bewustzijn heel normaal is, maar wat in een ander woonland en dus een – om het even welk – buitenland, helemaal niet zo opgevat hoeft te worden. Turken in Nederland weten inmiddels ook dat hun eigen democratie-opvattingen niet overeenkomen met de democratie-opvattingen van de gemiddelde Nederlander. En daardoor ontstaan gevoelens van wederzijds onbegrip en afgrijzen.

Ik hoop hiermee een begrijpelijk weerwoord te hebben geschreven voor de TICF. Stof tot nadenken in die kringen!

Advertisements