Tags

, , ,

Onrust in Turkije is voelbaar tot in Rotterdam (Niels Markus, voorpagina/Trouw, 19 juli)

Couppoging | Turkse Rotterdammers staan tegenover elkaar. Burgemeester Aboutaleb roept op tot kalmte. ‘Ik accepteer niet dat het Turkse conflict overslaat naar Rotterdamse straten.’

# De Turkse overheid roept Nederlandse Turken op om mensen aan te geven die Gülen steunen. De prediker, die in de Verenigde Staten woont, wordt door president Erdogan aangewezen als het brein achter de mislukte coup van afgelopen vrijdag.

Dat de Turkse overheid nu voor de tweede keer Nederturken oproept om mensen die de Turkse overheid onwelgevallig zijn, door te geven – lees: te verklikken – terwijl het Rotterdamse consulaat na de vorige keer moet hebben begrepen dat die oproep onder de Nederlandse verhoudingen ongepast is – lees: alle Turken van geboorte zijn hier gelijkwaardig -, dient nu tot de orde te worden geroepen door de Turkse ambassadeur op het ministerie van Buitenlandse Zaken te ontbieden en aangezegd moet krijgen dat deze oproep voor de laatste maal is gebeurd. Anders wordt de Turkse ambassadeur uitgewezen en trekt de regering onze ambassadeur in Ankara terug (voor onbepaalde tijd).

# Burgemeester Ahmed Aboutaleb riep de Turkse gemeenschap gisteravond in het Rotterdamse stadhuis op tot kalmte. “Het conflict in Turkije is erg genoeg. Ik accepteer niet dat het overslaat naar Rotterdamse straten.” Wie zich misdraagt, beloofde hij stevig aan te pakken. Aboutaleb ontving ruim tien Turkse organisaties. De moskeekoepels Mili Görüs, en Suleymanci en een aan de AKP van Erdogan gelieerde stichting waren er niet bij. Aboutaleb wil ze deze week nog spreken.

In de eerste plaats is het een uitstekend gebaar van de burgemeester om alle Turkse organisaties op te roepen voor een gesprek, dat zeker niet vrijblijvend zou zijn omdat zij zich dienen te houden aan de Nederlandse wet. In de tweede plaats kan in ons land niet worden getolereerd dat een aantal organisaties weigeren te komen, al was het maar omdat ze principiële bezwaren (zouden) hebben om met hun aartsvijanden aan één tafel te zitten. Behalve afwezigheid van behoefte om Turkse conflicten te importeren in ons land dient ook streng en stevig te worden gereageerd op de weigering met bepaalde landgenoten vanuit geboorte te spreken. Ook dat is strijdig met het Nederlandse gelijkheidsbeginsel en bovendien met ons polderlandschap.

Conflicten worden aan tafel uitgepraat en niemand kan aan tafel door een bepaalde partij worden geweigerd. Omgekeerd dient de eerwraak geweigerd te worden vanwege een ‘vreemd’ element in onze cultuur.

Het enige dat nu ter discussie komt te staan is het recht op vrije meningsuiting, omdat het in ons land altijd in beginsel altijd gaat om afwijkende standpunten tegenover de grote massa, terwijl de Erdogan-turken in ons land de grootste groep zijn. Zij dienen dus in gesprek te gaan als hen dat opgedragen wordt. Maar de kern is dat een steun-Erdogan betoging voegt niets nieuws toevoegt aan het debat – of Turks vertoog – omdat dat standpunt genoegzaam bekend is, zodat een dergelijke demonstratie gewoon verboden kan worden. Natuurlijk zullen de Erdogan-aanhangers daarvan niets begrijpen, maar de wedervraag kan hen gesteld worden in hoeverre zij de moeite hebben genomen om de Nederlandse wetgeving en het staatsrecht zich eigen te maken. Het is natuurlijk een retorische vraag omdat het antwoord duidelijk is: er is geen moeite gedaan om dat staatsrecht te bestuderen, laat staan eigen te maken.

Advertisements