Tags

, ,

Harde liefde en grote vraagstukken

# Zijn de Nederlanders nog wie ze denken dat ze zijn? Het is een ongemakkelijke vraag. Maar onder de oppervlakte van het verhitte Nederlandse Europadebat is het juist deze vraag die speelt. Voor een serieus antwoord moet er gegraven worden in de getroebleerde geschiedenis van Europa. Dat is urgent. De onzekerheid die is losgemaakt door de schulden- en bankencrisis dwingt Europa tot het formuleren van vaste waarden en morele ankers. Houvast is nodig om vooruit te kunnen kijken, ook in Nederland. Maar dat begint met weten wie je bent, waar je vandaan komt, en wie je bent geworden. Die set van vragen staat centraal in de Europadebatten rond de Europese Parlementsverkiezingen, waarin grote woorden als identiteit en de bedreiging van het eigene zo belangrijk worden gevonden.

Zijn dit grote woorden? Of zijn dit existentiële bestaansvragen, die zeker in een snel transformerende wereld van vandaag – en dat speelt de facto al een kwarteeuw namelijk sinds de globalisering in de jaren negentig -, sinds de migrantenstroom op gang kwam vanuit Europa zelf (Spanjaarden, Portugezen en Italianen) en van buiten Europa (Surinamers, Antillianen en vervolgens Marokkanen en Turken), en de genoemde globalisering, en daarna alle al genoemde crises die over de EU zijn heen gespoeld. Al deze factoren hebben de gewone burger onzeker gemaakt en de politiek had daar geen antwoord op. En met deze opsomming van verschillende factoren wordt ook duidelijk gemaakt waarom de ‘visieloze’ Rutte – die met dat begrip niet uit de voeten kan en daarom er een hekel aan heeft – het bij het verkeerde eind heeft.

Een staatsman – die Rutte in mijn ogen niet is met zijn pragmatische aanpak – heeft een visie nodig die alle bovengenoemde begrippen en facetten van het maatschappelijke leven met elkaar in samenhangend verband kan brengen. Een samenhangend en consistent stelsel van onderling verschillende processen die waarden ook veranderen en maatschappelijke – lees: technologische – ontwikkelingen die de samenleving – permanent – in beweging brengen en hebben gebracht, en die door staatslieden/filosofen met elkaar in verband worden gebracht op een logische – voorwaarde tot zindelijk denken – en begrijpelijke wijze zodat de bevolking je begrijpt en kan volgen. Een visie in Jip-en-Janneke-taal. Dat is de crux van de maatschappelijke en politieke vooruitgang en daaraan ontbreekt het in zowel ons land als in Europa. Het tegendeel van een visieloze Rutte is daarom ook de opkomst van het populisme, begonnen onder Wilders, die zijn opkomst te danken had aan de weigering om Turkije tot de EU toe te laten (nog in zijn VVD-tijd) terwijl dat land wel sinds decennia kandidaat-lid van de EU was. Inconsequent standpunt aangezien hij hier een politiek agendapunt had moeten maken, in plaats van de VVD uit te stappen. Tenzij de Kamerfractie die optie weigerde. De populisten zijn niet in staat om dat samenhangend verband van maatschappelijke ontwikkelingen te formuleren of daar verklaringen over af te geven en daarmee wordt hun politieke beperktheid zichtbaar. Vandaar dat ze alleen met slogans en one-liners door het politieke leven heen bewegen, en zich alleen kunnen bedienen van kretologie. Verbale leegheid en luchtverplaatsing. Dat was ook typerend voor het gisteravond gehouden debat over de Europese top van 28 en 29 juni, waarover hier ook nog blogs volgen.

# Door de omstandigheden gedwongen, ontkomen Europa en zijn lidstaten niet langer aan de grote vragen. De Europeanen willen weten waar ze in verzeild zijn geraakt. Wat is Europese integratie? Wat zou het moeten zijn? Wat is het ons waard? Wat bindt ons? Hoe waarborgen we vrijheid en democratie? Hoe houden we het westerse kapitalisme houdbaar? Die grote vragen zijn nu aan de orde van de dag.

# Voor Nederland speelt daarbij nog één vraag extra klemmend: hoe Europees zijn we al geworden?[1] In het Nederland van vandaag voelt dit als een vraag over goed en kwaad. Proberen om die vraag te beantwoorden loopt onherroepelijk uit op een ultieme beproeving voor het Nederlandse zelfbeeld. Die beproeving lijkt niet veel langer vooruitgeschoven te kunnen worden.

Dit laatste is volkomen juist geconstateerd, maar de politiek is sinds publicatie van Segers’ boek daarmee ‘nog niet erg opgeschoten’. Sterker, het lijkt erop dat de politiek niet in staat is die beproevingvraag over de route van de EU te beantwoorden en heeft het er veel van weg dat dat debat buiten de Kamer op gang moet worden gebracht. Het tekent de zwakheid van de huidige politiek.

# ‘Sterker nog, misschien is dat al veel te lang gebeurd, en misschien was dat uit angst voor de miskleun. Want wie die beproeving aandurft moet dieper willen denken dan de irritatie, frustratie of minachting die de curieuze institutionele structuren van de EU kunnen oproepen. En verder durven kijken dan het kunst- en vliegwerk van het eurobeleid.

Feit is dat parlementair-politiek gesproken de EU en de euro sinds jaren een taboe-thema is geworden.

 

Hoofdstuk 2: Het verdriet van Nederland

Leven op de markt

# Het is moderne zingeving[2], mede mogelijk gemaakt door de Europese interne markt. Het hoort tot welzijnsgeneugten van het noordelijke hartland van de EU. Waar de overtuiging diep geworteld is geraakt dat hard werken en hard genieten onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. En waar arbeidsproductiviteit nog hand in hand gaat met zekerheden in werk en pensioen, en met ruim bemeten vrije tijd. Dat hebben de Noord-Europeanen de afgelopen zes decennia zelf opgebouwd, met ernst en soberheid, geheel op eigen kracht. Althans, dat is het dominante beeld. Dat beeld voedt nationale trots, in Duitsland, in Nederland. Het grote genieten is een eigen, nationale verworvenheid. Zo voelt het. Het zal toch niet zo zijn dat anderen, die hun zaken minder goed voor elkaar hebben, de Noord-Europese schaapjes nu van de veilige dijken af duwen in de richting van de onberekenbare natheid die Europa langzaam maar zeker overspoelt sinds het uitbreken van de financieel-economische crisis? Het is een vraag doe verontrustend retorisch klinkt.

# In de ogen van vele Noord-Europeanen is men in de jongere regionen van de Europese integratie minder ver. Daar heeft men het punt van welzijnsloon naar werken nog niet bereikt. In Nederland zijn we de afgelopen jaren ons huisgaan belenen voor het doen van leuke dingen, voor het kopen van genot, zin in het leven en mooie spullen.

# In Ierland en Spanje bijvoorbeeld, die respectievelijk in 1973 en 1986 toetraden tot de gemeenschappelijke markt, kwam men de laatste twee decennia pas toe aan het bouwen van koophuizen voor de middenklasse en omvangrijke projectontwikkeling. Maar vanaf het moment dat duidelijk begon te worden dat deze landen aan het einde van het millennium zouden toetreden tot de nieuwe Europese muntunie, begonnen zij een weergaloze inhaalslag. Doordat zij lid werden van wat vroeger de D-markzone was, halveerden de rentes op hun leningen. In de ogen van de markten werden ze even degelijk als Duitsland. Geld werd goedkoper dan men had kunnen dromen. Ieren en Spanjaarden begonnen te bouwen als waanzinnigen, wijken die nooit bewoond zouden worden, vliegvelden die nooit gebruikt zouden worden, golfresorts zonder klanten. Banken uit Noordwest-Europa verzorgden graag de complexere financial engineering als dat nodig was. SNS property finance was een van de vele best practices in deze tak van sport.

Zoals de linkse partijen in het parlement dit al vaker hebben aangegeven, blijkt dit dus een juist feit te zijn. Daarmee kan worden gesteld dat de Noord-Europese banken mede veroorzakers zijn geweest van de schuldencrisis in de eurozone. Geen financiële controle ook vanuit de Europese Commissie, terwijl dat als hoofdtaak kon worden gezien. De weeffouten worden zo genadeloos zichtbaar gemaakt.

# Ierse banken leenden royaal. Tussen 2003 3n 2007 importeerde het Ierse bankwezen een geldbedrag ter waarde van de helft van het bbp – de uitstaande Ierse schulden in de rest van de wereld namen toe van 10 naar 60 procent. De bankensector groeide explosief en joeg de leeneconomie verder aan. Onroerendgoedprijzen verviervoudigden. In tien jaar tijd werden er in  Ierland 553.000 huizen gebouwd (daarvan zouden er 300.000 onbewoond blijven).

# Rond de invoering van de euro haalde de groei van de Ierse economie de dubbele cijfers. Het waren de jaren waarin Ierland de economische kampioen van de EU werd; het op één na rijkste land ter wereld, met meer Mercedessen per hoofd van de bevolking dan in Duitsland.

Deze statistische feiten (of gegevens) blijken dus op drijfzand te berusten. De statistische methoden bleken onbetrouwbaar. Het verband van financiële bellen die tot een recessie leidden werd dus nog niet gemaakt. Der ontstond een psychologisch-economische oververhitting.

# De Keltische tijger was een voorbeeld. De Iberische tijger volgde. Nadat Spanje was toegetreden tot de euro begon het grootste infrastructuurproject dat Europa ooit had gezien. In 2006 begon Spanje meer huizen te bouwen dan het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Italië bij elkaar. In tien jaar tijd stegen de lonen 20 procent sneller dan in Duitsland.

Waar bleef de Europese Rekenkamer, of heeft die rekenkamer een andere taak en werkwijze dan de onze?

# Huizenprijzen stegen en bleven stijgen. Daar hoorden hypotheken bij waarin gerekend werd met rendementen en risico’s die pasten bij de feestwaan van de dag. Maar toen in 2008 de financieel-economische crisis uitbrak, en banken omvielen of stopten met lenen, was het einde van het feest begonnen.

# In de Oost-Europese lidstaten van de EU was het meteen voorbij. Vanaf het eerste moment woekerde de crisis daar wild door de samenlevingen. Deze EU-leden hadden de euro niet, maar veel van hun burgers en bedrijven hadden wel leningen en hypotheken lopen bij banken uit de eurozone of Zwitserland. Toen hun munteenheden kelderden door de crisis, konden die leningen, die in de boeken stonden in euro’s of Zwitserse francs, onmogelijk terugbetaald worden. De crisis maakte duidelijk dat deze EU-lidstaten een plek op de tweede rang hadden.

# In de eurozone ging het meer stap voor stap. Van de ene op de andere dag namen de financiële markten de tijgers aan Europa’s westelijke randen hun elixer af. Maar daarna duurde het nog een poos voor de financiële markten de kredietwaardigheid van deze landen in twijfel begonnen te trekken, en herontdekten dat je dergelijke twijfel over soevereine staten kunt verrekenen in de rentevoet voor leningen aan diezelfde staten. Vanaf dat moment dreigden niet alleen vele bouwbedrijven en banken failliet te gaan, maar ook staten. Ook al waren dat EU-lidstaten die de euro hadden ingevoerd.

# In landen als Ierland en Spanje zette dit een desastreuze spiraal in werking. De gevolgen voor de bevolking zijn desastreus. De emigratie is terug. En er vallen doden, vooral door zelfmoord.

# De Noord-Europeanen hebben dit allemaal verwonderd aangezien, hoofdschuddend vaak [maar dus geen vragen gesteld – door politici en economen – aan het adres van de Europese Commissie, die wel degelijk tot de orde mocht worden geroepen, jw]. Wat een gekte. Wat een onverantwoorde manier van geld lenen en uitgeven [idem.]. Misschien is het helemaal niet verkeerd dat dit nu keihard wordt uitgeroeid via de tucht van de markt [de ratingbureaus kwamen klaarblijkelijk pas later in actie, jw].

Deze gang van zaken en gepasseerde ontwikkelingen zijn een parlementaire enquête waardig en gelet het niet bestaan van dit instrument binnen het Europees Parlement, zou het geen onzinnige gedachte zijn een dergelijke enquête in onze Tweede Kamer te organiseren in de volgende regeringsperiode. Voor de huidige Kamer die in maart 2017 wordt vervangen, is het te laat.

(wordt vervolgd met ‘Parallelle werelden’).

[1] In verband met deze vraag zij gerefereerd aan de H.J. Schoo-lezing 2012: ‘Pro Europa dus tegen de EU.’ Auteur Thierry Baudet. (uitgeverij Elsevier). Aan deze lezing zal op deze weblog ook nog aandacht besteed worden.

[2] In de voorgaande alinea als volgt beschreven: ‘De gemene deler: ergens in de regio, zeg Charleroi, Düsseldorf, Norwich of Eindhoven, stap je met je vriendgroep in een vliegtuig en vlieg je voor een paar tientjes naar een voetbalwedstrijd, of naar het uitgaansleven in Barcelona, Berlijn, Londen, Warschau of Riga, of naar een marathon. En daar maak je dan een traditie van. Iets om iedere keer weer naartoe te leven.’

Advertisements