Tags

, , ,

Ook godsdienst is onderhandelbaar (Bart Top, pp.44-48) [bron: S&D, Geloof & politiek, nr. 7/8, 2006]

# Theocraten en godsdiensthaters hebben het maar eenvoudig. Voor de eersten speelt God een allesomvattende rol, van de laatsten mag God geen enkele rol spelen in het openbare leven. Dit zijn de uitersten die, zoals [wijlen] Wöltgens het elders in deze S&D formuleert, veel aandacht vragen.

# Voor eenieder die niet tot deze twee uitersten behoort is het tegenwoordig schipperen geblazen wat betreft de rol van godsdienst. Tegenwóordig, want overwegend seculier geïnspireerde partijen als de PvdA, GroenLinks, D66 en de VVD konden, zeker in de periode Paars I en II, de illusie koesteren dat de rol van godsdienst in de Nederlandse publieke en politieke ruimte tanende was – voor het overige konden zij zich bepreken tot wat grensgevechten met het CDA binnen het kader van een reeds lang bestaande pacificatie. Een voor Nederland betrekkelijk nieuwe godsdienst als de islam speelde binnen de politieke en publieke arena nauwelijks een rol en voor zover dat wel het geval was mochten de moslims mee-eten van de restjes van de verzuiling.

# Maar de tijden zijn veranderd. Religie is terug op de agenda en de islam staat met stip op één. Filosoof René Boomkens ziet – in zijn De nieuwe wanorde, globalisering en het einde van de maakbare samenleving , 2006 globalisering – volgens hem óók een religie – als een van de oorzaken: ‘Globalisering presenteert geen anti-moderne agenda, maar kantelt het moderne wereldbeeld en moderne ethos als nooit tevoren. Het roept de pré- en deels ook anti-moderne krachten van de mythe, magie en religie op – als mogelijke nieuwe hoekstenen van ons wereldbeeld en dus niet als de relicten van een premodern tijdperk.’ De gedachte dat moderne Westerse samenlevingen weliswaar in joods-christelijke traditie staan, maar tegelijkertijd godsdienst naar de privésfeer hebben verbannen kan volgens Boomkens ‘bijgezet worden in het museum van de Verlichting’.

# Er worden meer verklaringen aangevoerd voor de groeiende aandacht voor religie: zij zou kunnen bijdragen aan het oplossen van spanningen in de samenleving en zelfs de democratie kunnen bevorderen. ‘Zonder godsdienst geen democratie’ prijkt triomfantelijk op de cover van de zomereditie van Christen Democratische Verkenningen. De redactie claimt aan te kunnen tonen ‘dat de democratie zelf niet goed kan functioneren zonder de inbreng van religieuze overtuigingen’. De vraag is hoe valide een dergelijke stelling is. Heel veel van de huidige problemen hebben maar weinig met religie te maken en vragen evenmin om een oplossing in religieuze sfeer. Veel van de binnenlandse problemen met en van etnische minderheden die toegeschreven worden aan bijvoorbeeld de invloed van de islam, zijn nog altijd beter te verklaren uit een sociaal-economische problematiek in combinatie met een hoge instroom dan op grond van religie. De afgelopen tien jaar zijn deze problemen in het dominante politieke discours in eerste instantie etnisch-cultureel gemaakt en vervolgens religieus, hoewel cultuur en religie hooguit een deelverklaring opleveren voor sommige specifieke problemen op het terrein van opvoeding, normen en waarden. De overaccentuering van de religieuze factor heeft – als het al iets opgeleverd heeft – vooral tot een sterkere moslimidentiteit bij jongeren van islamitische komaf geleid. GroenLinks-kamerlid Naima Azough zegt daarover: ‘Nog steeds wordt onvoldoende onderkend hoe sterk de tendens tot islamisering van het debat heeft doorgewerkt in de collectieve identiteit van de tweede en derde generatie moslimjongeren in Nederland. Het moslim zijn is meer dan uitsluitend een religieuze identiteit verwerven[1], het is steeds meer een etnische identiteit.

Een aantal kanttekeningen en opmerkingen bij deze lange alinea:

  1. ‘(…) de groeiende aandacht voor religie: zij zou kunnen bijdragen aan het oplossen van spanningen in de samenleving en zelfs de democratie kunnen bevorderen.’ We kunnen opmerken dat als er één verwachting niet is uitgekomen in de afgelopen tien jaar na het verschijnen van dit themanummer S&D, dan is dat (a) de generalisatie ‘aandacht voor religie’, want het draait hier niet om ‘religie’, maar om de islam in ons land, en (b) specifiek de islam heeft er niet toe bijgedragen dat spanningen in de samenleving werden opgelost, maar daar is de islam ook niet in eerste instantie verantwoordelijk voor, maar naar ik durf te beweren Geert Wilders en zijn PVV – toevalligerwijs ook in 2006 opgericht – die van de migranten een politiek-populistisch punt heeft gemaakt door van een ‘tsunami’ te spreken; een startpunt van een haatcampagne zou dit genoemd kunnen worden. Waarom? Niet alleen om de persoonlijk-politieke behoefte van Wilders om zijn eenmanspartij tot een succes te maken via een volslagen unieke formule van zijn one-issuebeweging, maar ook zijn angst fobieën dat de islam Europa zou gaan veroveren. Onder die omstandigheden was er niets aan positiviteit in hem aanwezig om een dialoog met de nieuwe Nederlanders (‘medelanders’) op te bouwen, maar alleen maar constant te waarschuwen tegen deze ontwikkelingen. Van hem kon dus geen enkele oplossing worden verwacht en zo leerde het electraat hem ook snel kennen. Daarom mag nu worden geconstateerd dat de integratie én het integratiebeleid van de overheid is mislukt. Mislukt ten aanzien van de moslimmigratie, want eerdere migratiestromen, zoals Italianen, Portugezen en Spanjaarden, Surinamers en Antillianen zijn wel geslaagd te noemen in die zin dat deze bevolkingsgroepen geen problemen hebben veroorzaakt.
  2. ‘Veel van de binnenlandse problemen met en van etnische minderheden die toegeschreven worden aan bijvoorbeeld de invloed van de islam, zijn nog altijd beter te verklaren uit een sociaal-economische problematiek in combinatie met een hoge instroom dan op grond van religie.’ Dit is een juiste constatering, en politiek Den Haag heeft onder de Paarse kabinetten een vervolg gegeven aan de eerste aanzetten tot minderhedenbeleid die onder het kabinet Van Agt/Wiegel tot ontwikkeling werd gebracht. In 2009 mislukte de expositie onder de titel ‘De mislukking van de Nationale Minderhedenshow’,[2] om maar te demonstreren wat voor hoofdpijndossier dit thema is gebleven. Geen wonder dat een religie als de islam zich moeilijk op vreedzame wijze kon vestigen en integreren in de Nederlandse samenleving vanwege de grote en zelfs oneindige conflictstof tussen de fundamentele frictie die bestaat in het ongeschreven staatsrechtelijke beginsel van de scheiding tussen kerk en staat. Dit dilemma blijft voortbestaan indien het politiek niet tot topprioriteit wordt verheven en parlementair wordt afgerond. En vanzelfsprekend is de oplossingsrichting op voorhand bekend aangezien de moslims de scheiding tussen moskee en staat dienen te erkennen, op straffe van een terugkeer naar het land van herkomst. Aan de scheiding van religie en staat valt niet te tornen, maar er dient ook gezocht te worden naar modules waarbij een inschikken van beide kanten en dus van ‘geven en nemen’ mogelijk wordt gemaakt. Het gemakkelijkst gaat dit door de erkenning dat religie een privéactiviteit blijft, zodat in de publieke sfeer de samenleving geen aanstoot kan nemen van provocerende opmerkingen of uitlatingen, zoals de huidige Denk-groep in de Tweede Kamer etaleert. Het is dus duidelijk dat onder alle omstandigheden gezocht dient te worden naar maatwerk, omdat idealiter er een nationale, brede dialoog zal moeten ontstaan om tot een nationale consensus te kunnen komen. Waar de Denk-Kamerleden zich steeds regelmatiger opmerken dat de Kamervoorzitter Arib ‘zo streng’ naar hen toe opstelt, beseffen zij niet dat het geen kwestie van strengheid is, want deze voorzitter rhandelt zeer neutraal en objectief. Alleen is zelfreflectie bij Kuzu en Öztürk veelal afwezig, zodat zij zich gediscrimineerd voelen door genoemde voorzitter, toevalligerwijs een vrouw. Maar dat is schijn, want ze treden te provocerend – maar op een geheel nieuwe wijze en niet te vergelijken met Wilders, zodat Kamerleden hierop nog niet hebben gereageerd of zijn ingegaan – omdat ze wellicht gewend aan een eigen opvoedingscultuur waarin mannen zich niets door vrouwen aangelegen hoeven laten liggen.[3] Alleen zijn afgelopen week duidelijke uitspraken gedaan over het einde van de ramadan, zodat beide Kamerleden dinsdag niet in de Kamer aanwezig zullen zijn bij de stemmingen. Daarover verschijnt op deze plek nog een aparte blog.
  3. De laatste zin in de passage betreft de ‘etnische identiteit’ en dat is inderdaad een thema dat – voor zover mij bekend – nog helemaal niet binnen het parlement is besproken. Dat debat zal mogelijk in het najaar geagendeerd kunnen worden aangezien het wetgevingsproces nagenoeg tot stilstand is gekomen vanwege de komende verkiezingen van maart 2017. Anders in de volgende, nieuwe parlementaire periode, onder welke regering dan ook.

(wordt vervolgd.)

[1] Vermoedelijk staat er een drukfout in de bundel: ‘verworden’.

[2] http://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/25579/de-mislukking-van-de-nationale-minderhedenshow.html

[3] Citaat: ‘Over de verhouding m/v in kerk en samenleving

‘Regelmatig horen we in de media over scherpe verwijten en kritiek vanuit de samenleving richting de islam vanwege de achtergestelde positie die vrouwen binnen deze religie zouden innemen (ik denk aan gebruiken als het op straat een eindje achter de man moeten lopen, het moeten zwijgen in aanwezigheid van de man, het gesluierd moeten gaan, enz.). Inmiddels is er al van verschillende kanten tegengeworpen dat een aantal van die gewoonten helemaal niet met achterstelling van de vrouw te maken hebben, maar juist met respect voor de vrouw, dat door onze cultuur niet begrepen wordt. Desondanks is er sprake van een constante stroom verwijten en van opstand tegen deze uitingen van een zogenaamde �achterlijke cultuur�.  [bron: http://www.ambtelijkcontact.nl/contentphp/artikeldetails.php?id=66]

Advertisements