Tags

, ,

Unie is verdeeld over aanpak (Jeroen Seegenout en Rik Winkel, In het nieuws/fd, 29 juni)

Meer samenwerking graag

# De schuivende panelen laten zien hoe groot de onzekerheid is over de periode die de EU staat te wachten. Niemand weet hoe de existentiële crisis moet worden aangepakt. Frankrijk, Italië en Griekenland vinden dat Europese burgers zich van Europese samenwerking afkeren doordat de nadruk te veel heeft gelegen op het voeren van een bezuinigingspolitiek. Zij pleiten voor meer integratie om de EU nieuw elan te geven.

We horen nu al vele jaren, namelijk sinds de eurocrisis, dat er teveel nadruk heeft gelegen op het voeren van een bezuinigingspolitiek’, zonder dat ook erkend werd dat die bezuinigingen noodzakelijk waren, zodat er in ieder geval verbaal werd bevestigd dat de bewindspersonen de afspraken met Brussel wilden nakomen. Eenzijdige berichtgeving dus. Het kan overigens wel zijn dat dit wel degelijk zo heeft voorgedaan en werd vastgesteld, maar dat kranten dat niet interessant genoeg vonden om apart te noteren. Dat blijft altijd de spanning tussen weergave van de te rapporteren feiten en de commerciële belangen van de hoofdredactie van welke krant dan ook. Maar als in het bovenstaande citaat te lezen is dat zij ook pleiten voor méér integratie om de EU nieuw elan te geven, dan is die uitspraak zo dubbel en vaag dat niemand daar iets aan heeft. Het leidt alleen tot verkeerde beeldvorming en misleidende politici, waarvan Wilders een voorbeeld is.

Wat betekent méér integratie en wat wordt onder ‘nieuw elan’ verstaan?

Nee, juist losser

# Vanuit Oost-Europa, dat zich pas twaalf jaar geleden heeft aangesloten, klinkt juist het geluid dat de EU een losser verband moet worden. Polen en Tsjechië wijzen ook een zondebok aan in de persoon van Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie. Hij zou ongeschikt zijn om Europa nu door de zware tijden te loodsen. Juncker heeft in Oost-Europa zijn krediet verspeeld door te blijven hameren op solidariteit bij de verdeling van de vluchtelingen die Europa heeft moeten opvangen door de burgeroorlog in Syrië.

Hier speelt dus weer een heel andere kwestie of thema, namelijk dat de culturele en psychologische – mogelijk psychoanalytisch van karakter – contrasten (en trauma’s) tussen de westelijke flank van de Unie en de oostelijke, die langdurig onder Russische overheersing en controle heeft geleefd, en om die reden psychologisch niet in staat waren om ‘dergelijke bevelen’ – hetzij uit Moskou, hetzij uit Brussel – klakkeloos over te nemen. Dat hadden EU-diplomaten – dan wel de nationale diplomaten van de lidstaten, want die bestaan toch ook nog steeds? – natuurlijk tijdig aan Juncker hadden moeten doorgeven, want hier was sprake van een te zware en dus onmogelijke opdracht. Dat onverwachte nieuwe feit had overigens niet voorzien kunnen worden, want aan specifieke omstandigheden gebonden. Zo worden – onbewust – denkfouten gemaakt en daar mag de Commissie ook niet blind voor zijn. Denkfouten die ook automatisch leiden tot verkeerde conclusies in een dialoog of debat, die dienen te leiden tot verkeerde oplossingen. Dat is onvermijdelijk.

Kleine rol voor Commissie

# Het is echter de vraag of de Europese Commissie een belangrijke rol gaat krijgen als de EU zal moeten onderhandelen met de Britten over een brexit. Het Europees Parlement wil het dagelijks bestuur van de EU de leiding geven, maar de Europese hoofdsteden denken daar anders over. Tot ergernis van de Commissie heeft EU-president Tusk al de Belg Didier Seeuws aangewezen als hoofdonderhandelaar voor een ‘brexit taskforce’. Voor het Europees Parlement zijn dat waarschijnlijk Verhofstadt, de Duitse christendemocraat Elmar Brok en de Italiaanse sociaaldemocraat Roberto Gualtieri.

Hier speelt weer de aloude kwestie van competenties tussen de Raad (van gekozen regeringsleiders) en de Commissie (van ongekozen afgevaardigde oud-politici), dat nog steeds een hangende kwestie is en dat waarschijnlijk onoplosbaar is omdat dit technische punt nooit goed werd uitgedacht en de Commissie alleen in de ogen van de federalisten tot een toekomstige Europese regering moest uitgroeien. Maar dat model is nu definitief – na de brexit – als achterhaald te beschouwen en daarmee ook het hele idee van de federatie. Dat leidt immers nog meer ‘superstaat Europa’ en tot een nog grotere kloof tussen bestuurders en burgers. En daarmee is automatisch de vraag beantwoord: de Europese Raad van regeringsleiders is verantwoordelijk voor de grote thema’s en hoofdlijnen en de Commissie heeft zich daarna te voegen als uitvoeringsorgaan.

Ook vanwege deze vaagheid in de Verdragen dienen die documenten allemaal herzien te worden in een nieuw samenhangend Verdrag, dat nooit meer Grondwet genoemd mag worden, zelfs niet in de volksmond en ook niet in de wandelgangen. Het toekomstige Europa wordt een unieke confederatie[1], bestaande uit authentieke lidstaten die de bestaande soevereine natiestaten zijn en blijven en dus meer macht zullen krijgen in deze nieuwe constructie van de EU.

Dat is de enige oplossingsoptie voor de huidige identiteitscrisis. Geen superstaat maar een politieke ministaat die door eenheid en verbondenheid krachtig genoeg is om alle mondiale handelsblokken politiek en economisch te kunnen weerstaan door concurrentiekracht en te tonen dat in het huidige tijdsgewricht – en in het verleden niet vanwege de noodzakelijke voorwaarden die toen ontbraken zoals in de Amerikaanse burgeroorlog – een confederatie als unieverbond bestaansrecht heeft. Daarmee kan de nieuwe EU geschiedenis schrijven, een positieve geschiedenis wel te verstaan. Want een unieke Unie op confederatieve basis. De eerste in de wereldgeschiedenis.

Daarmee is de oplossing van de brexitcrisis nabij en in ieder geval binnen handbereik, als – voorwaarde – alle betrokken hoofdpersonen zich volwassen en verantwoordelijk – en verantwoordingsplichtig naar de eigen achterban – zullen opstellen. Maar als dat zelfs niet mogelijk blijkt te zijn, dan houdt alles op. Maar dan ook geen krokodillentranen meer, want dan hebben we deze crisis aan ‘ons’ zelf te danken door te veel te accepteren dat ‘zichtbaar, waarneembaar en feitelijk’ onhoudbaar was, maar vóór de brexit nog in een onderbewuste fase. Die fase is nu bewust gemaakt door deze formulering en niemand kan zich nu nog onttrekken van de eigen verantwoordelijkheid en gedegen stellingname ter zake om collectief tot een oplossing te komen.

[1] Een confederatie of statenbond is een samenwerking van onafhankelijke staten of (deel)staten die samen een staat vormen. Hierbij bestaat een overeenkomst of verdrag tussen de verschillende onafhankelijke landen die overeenkomen om bepaalde aangelegenheden, zoals de buitenlandse belangen en veiligheid, gemeenschappelijk te regelen.

Confederalisme staat hiermee in tegenstelling tot federalisme of een bondsstaat, waarbij het overkoepelende geheel (“de federatie”) onafhankelijk is. In een federatie is de federale grondwet het bindende element tussen de verschillende regio’s. In de confederatie heeft elke partner een eigen grondwet en wordt de samenwerking geregeld door het verdrag

Advertisements