Tags

, , ,

  1. Een referendum over blijven/vertrek uit de EU lijkt een democratisch gelegitimeerd middel, maar in deze situatie was het een belofte van Cameron aan de kiezers, waar de overige lidstaten niet over waren geïnformeerd, laat staan geconsulteerd, zodat er over hun hoofden heen een besluit werd genomen en dus een eenzijdig besluit. Niet netjes dus.

 

  1. Bovendien dient een referendum in ideale uitvoering goed voorbereid te zijn door juiste voorlichting en het vermijden van schijnargumenten, al wordt deze eis wereldwijd geschonden.

 

De Britse krant The Times heeft vele schijnargumenten op een rijtje gezet en heeft daarmee aangetoond dat er sprake was van een aaneenschakeling van drogredenen. Dat zou verboden moeten worden omdat er dan geen sprake meer kan zijn van afgewogen standpunten en keuzes door het electoraat. En daarvoor is het gebruik van een referendum te kostbaar. Je gaat ook geen jaarlijkse parlementaire verkiezingen houden.

 

Er is dus een, of zelfs meervoudig, verkeerd gebruik gemaakt van dit instrument, zoals ook het geval was met het Oekraïne-referendum. Daarbij was Oekraïne een bijzaak, en daarvan werd aldus handig gebruik gemaakt, vanwege het precedentkarakter van die eerste keer (na de 2005), in dat geval een ratificatie van een handelsverdrag.

 

De afwijzing betekende een teleurstelling voor de Oekraïense bevolking, en daarmee was bij de aanvragers geen rekening gehouden. Wel kon men Thierry Baudet als een der initiatiefnemers horen verklaren tijdens een radio-uitzending dat het een slecht handelsverdrag was, maar dat het feitelijk tegen de EU gericht was, ‘dus’ niet op samenwerking, maar om een federatieve samenwerking ging met een toekomstige nieuwe lidstaat. Daarvan was geen sprake en dus een misleidende opmerking.

 

  1. Vanwege de snelheid waarmee handtekeningen worden verzameld en de aanvraagprocedure voor een nieuw referendum mogelijk wordt gemaakt, dient de wetstekst referendum aangepast te worden om de randvoorwaarden vast te stellen.

 

  1. Er dient minimaal een schriftelijke toelichting te worden ingediend waarin uitgelegd wordt waarom een ‘ja’/’nee’ keuze noodzakelijk is vanwege het werk van officieel gekozen wetgevende macht(en), zoals in ons land de regering én de Staten-Generaal (dat hoeft niet in ieder land parallel te lopen) naast een verantwoorde voorlichting wordt gegeven waarom een nieuw referendum wordt aangevraagd en deze toelichting dient in dagbladen worden gepubliceerd.[1]

 

  1. De referendumwet schrijft voor dat alleen recentelijk aangenomen wetten aan een volksraadpleging kunnen worden onderworpen. Logisch, omdat oude wetten alleen parlementair kunnen worden gewijzigd, wat aan de lopende band wordt gedaan. Geen haan die daarna kraait. Daarvan was in beide referenda (zoals bovengenoemd NL en VK) geen sprake en daarmee kan ernstig worden getwijfeld aan de juiste voorbereiding van de stemmers. Daarvan was ook sprake bij het Grondwetsreferendum van 2005. Deze gebrekkige ‘aanloop’ bevordert geen kwalitatief juiste en noodzakelijke besluitvorming.

 

  1. Nieuwe initiatieven door PVV en SP (voor referenda bij ons over de EU) zouden in principe onmogelijk moeten zijn op korte termijn, omdat bijeenkomsten geen voldoende basis zijn voor verantwoorde standpuntbepaling bij gebrek aan technische en inhoudelijke argumenten. Er kan slechts een emotiekeuze worden gemaakt en daarmee is de politiek niet gediend. Maar met verdragsreferenda dienen betrokken landen ook geïnformeerd te worden naar de consequenties van een dergelijk referendum.

 

  1. Denkbaar zou zijn dat er maximaal drie referenda per jaar kunnen worden gehouden, maar dan ontstaat er mogelijk spanning tussen initiatiefnemers van deze burgerinitiatieven: ‘Wie het eerst komt het eerst maalt’ omdat de tijdsfactor een rol speelt.

 

  1. Met de bovenstaande weergave van hoe een referendum het bestaande stelsel van de representatieve vertegenwoordiging kan aanvullen (ook ik ben een principieel voorstander van referenda), dient echter eerst te worden vastgesteld hoe die aanvullende werking er precies uitziet.

 

Het kan er immers niet om gaan dat initiatiefnemers ieder aanvaarde wet referendabel gaan stellen, want een onbegonnen zaak. Een ander cruciaal punt is echter dat mensen die tegen referenda zijn, niet tegen hun zin opgeroepen moeten worden en om dat te vermijden kan een register van deelnemers aan enig referendum worden opgesteld, zoals ook Amerikaanse kiezers zich moeten registreren.

 

Dan ontstaat er een geselecteerde groep van ingeschrevenen, die sowieso gemotiveerd zijn en die voorbereid naar het stemlokaal kunnen gaan. In de toekomst zal er natuurlijk een mogelijkheid ontstaan dat thuis op internet kan worden ingelogd op een beschermde overheidssite (bemenst door kiescommissieleden zoals bij tellen van de stemming) en de ja of nee kan worden uitgebracht.

 

  1. Deze puntennotitie pretendeert geen volledige opsomming te zijn van alle eisen die gesteld moeten (gaan) worden, maar is een eerste samenvatting van deze week gepubliceerde blogs op deze plaats. Deze lijst zal dus in de komende tijd worden aangevuld.

[1] Een uitstekend voorbeeld hiervan is vanavond in NRCHANDELSBLAD te lezen in de vorm van Zes tips, geschreven door de parlementariërs Peter van Daken (CU/SGP, EP’er) en Gert-Jan Segers (CU, TK):

http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/06/23/brexit-of-niet-zo-kunnen-we-niet-verder-zes-tips-voor-een-eu-die-wel-werkt-2885531

Advertisements