Tags

, ,

Zoals in de voetnoot in voorgaande blog het bovenstaande tweetal parlementariërs werd geciteerd, http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/06/23/brexit-of-niet-zo-kunnen-we-niet-verder-zes-tips-voor-een-eu-die-wel-werkt-2885531 moet nu aangeven worden dat er onder punt 4 één aspect niet wordt genoemd, en dat zijn de weeffouten die in de Verdragsteksten kunnen voorkomen en die naar mijn weten nog nimmer op de politieke agenda zijn geplaatst. Het gaat mij om de volgende passage:

# 4. Bestaande afspraken binnen de EU, bijvoorbeeld begrotingsafspraken, moeten worden gehandhaafd, in plaats van dat er telkens nieuwe afspraken komen. Dit versterkt het vertrouwen in de daadkracht van de EU. Landen die zich niet aan de regels houden, mogen hier niet meer mee wegkomen. Nee is nee!

Dit is in beginsel een uitstekend uitgangspunt, maar het feit dat er telkens nieuwe afspraken moesten worden gemaakt, kan ook inhouden dat er iets met die begrotingsafspraken mis was of zelfs onhaalbaar waren. Pas sinds het aantreden van de Supercommissaris Olli Rehn in de vorige Commissie werd er eindelijk een strenge begrotingsdiscipline gewerkt. In combinatie met de later aangetreden eurogroep Jeroen Dijsselbloem werd vervolgens een effectieve aanpak ontwikkeld, waarmee zelfs de chronische dwarsliggers van de nieuw aangetreden Griekse regering duidelijke afspraken werden gemaakt.

Maar … ik blijf vasthouden aan mijn hypothese dat de beruchte 3%-begrotingstekortnorm door een volgende generatie monetaire economen als de oorzaak wordt aangewezen dat het economisch herstel van de eurozone traag is verlopen, veel trager dan door iedereen werd verwacht. Nu wordt volgens mijn gevoel de schuld neergelegd bij de grotere lidstaten zoals Frankrijk en Italië die onvoldoende haast maken met hun economische hervormingen, maar ik herinner mij ook een passage uit een boek van oud-minister Bert de Vries waarin staat te lezen dat die 3%-norm een willekeurig percentage was. In mijn visie zou een 4%-norm een veel realistischer norm zijn geweest en dan zou het economisch herstel veel vlotter zijn gekomen.

Kortom, enige jaren geleden werden in krantenkolommen regelmatig geschreven over ‘weeffouten’ in verschillende verdragen, en dan met name in het Verdrag van Maastricht, en mijn inziens behoort daartoe dus ook de 3%-norm. Ik heb vanzelfsprekend niet de illusie als niet-econoom dat dit een juiste opvatting is, maar ik volg wel mijn intuïtie, om daarmee een brug te slaan naar het structurele opsporen van weeffouten, die toch hersteld moeten worden, op straffe van ‘eeuwige’ denk- of weeffouten, die tot de definitieve ondergang van de EU zullen leiden. Maar zover is het nog niet ondanks de brexit van gisteren.

Ik blijf geloven in het zelfherstellend vermogen van de EU, maar dan onder een groot aantal noodzakelijke hervormingen en desnoods alleen met de Noordse lidstaten, en daarmee dus een Unie van de tweesnelheden. In die zin laat de brexit mij koud omdat de Britten niet wisten wat ze deden.

Advertisements