Tags

, ,

Vervolg op Zo typisch Brits is de Brexit niet (Adriaan Schout, Magazine Letter & Geest/Trouw, 18 juni)

Waarom willen zoveel Britten (en anderen) de EU uit? Omdat de EU is veranderd. De Britten houden ons een spiegel voor.

# Daarom hebben de Britten ons, Nederlanders, vaak diep teleurgesteld. Wij hoopten dat het grote Verenigd Koninkrijk de Frans-Duitse ambities in toom zou houden. Maar de Britten blijven liever, en gemakkelijker, buiten ambitieuze Europese projecten zoals de euro, als ze het directe belang niet zien.

Het is natuurlijk moeilijk om te achterhalen waarom precies ‘wij Nederlanders [ons] zo vaak diep teleurgesteld’ voelden door de Britten en ook de ambtelijke geheimhouding van het diplomatieke verkeer maakt het lastig om inzicht te ontwikkelen over het ontstaan van deze teleurstelling, maar de constante interne worstelingen en loopgravenoorlogen, waarover veel journalistieke Europa-auteurs ons waardevol hebben gerapporteerd, maken dat het duidelijk is dat de hele ontstaansgeschiedenis uiterst moeizaam was. Van het oorspronkelijke ideaal van de aartsvaders van de Europese samenwerking was vermoedelijk al tijdens de bewind van De Gaulle weinig meer over, maar het feit dat men doorging met de opbouw tekent het veronderstelde gemeenschappelijke belang van dit Europese project. Maar uit Schouts omschrijving zou met de wijsheid achteraf kunnen worden opgemaakt dat als de Britten liever buiten ambitieuze Europese projecten blijven staan, dat simpelweg mogelijk moet zijn. Maar met zo’n megaproject in aanbouw als Europees laboratoriumexperiment is ook de besluitvorming cruciaal genoeg om bij aanwezig te zijn. Want de vraag wordt – linksom of rechtsom –  relevant hoe de verantwoordelijkheden worden verdeeld en de vraag is hoe dat in de ambtelijke bestaande ‘bijbel’ met alle regelgeving precies is geformuleerd. Vanwege alle ruzies van Europese toppen kan worden vastgesteld dat lang niet voor alle conflicten regelgeving of een bestuurlijke logica voor oplossingsopties is ontwikkeld. Indien dat wel het geval was geweest (vanuit de ambtelijke voorbereidingen voorafgaande aan die toppen) zou die ‘bijbel’ dus tekortkomingen hebben gekend. Kortom, het contrast tussen de latere eurolanden en non-eurolanden was en is nog steeds te vaag, tenzij de journalistieke berichtgeving tekort is geschoten.

# Ook het geloof in parlementaire soevereiniteit is typisch Brits. Op het continent halen we daar makkelijker onze schouders over op, maar hun parlement stamt uit de Middeleeuwen en daar zien ze niet graag een Europees Parlement of een Europees Hof van Justitie boven. Ook zijn Britten gehecht aan hun liberale waarden en dat botst met hun beeld van het protectionistische Europa. Dat de Britten veelal niet liberaal zijn en de EU juist wel, zoals rond arbeidsmigratie, doet aan hun zelfbeeld niets af. Zij koesteren hun tradities van liberaal doen en parlementaire zelfbeschikking.

‘Het geloof in parlementaire soevereiniteit is typisch Brits’? Het debat sinds het grondwetsreferendum van 2005 heeft het omgekeerde uitgewezen, al is dit inzicht was erg recentelijk ontstaan. Men, de bestuurder en de pers, ging er vóór en ná 2005 vanuit dat het thema Europa voor de gemiddelde burger oninteressant was (vanwege de complexiteit) en voor de media niet rendabel genoeg was te exploiteren. Maar sinds de economische en financiële crises van 2008 is alles in een stroomversnelling gekomen omdat de overheidssteun bij de belastingbetaler werd neergelegd en dus grepen de bancaire injecties direct in op de portemonnee van de burger. Het gebrek aan informatie over de Europese regelgeving was dodelijk voor de burger en daarom mag de huidige onvrede over de EU ook geen wonder genoemd worden. Het chronische gebrek aan voorlichting heeft de EU de das omgedaan en het experiment ‘dat de EU nog steeds was’ vanwege de onbekendheid hoe een economische unie van de verschillende snelheden – historisch uniek – zou gaan uitwerken. Geen wonder dus dat sinds de genoemde crises alleen maar grootse raadsels en onbekendheid met geijkte monetaire oplossingsmodules heeft opgeleverd.

# Verder hebben veel Britten nog het wereldbeeld zoals Churchill het verwoordde met drie cirkels: het Britse Rijk, de speciale band met de VS en, als laatste, Europa. De helft van hun handel is met de EU en haar stagnerende markten. De andere helft gaat naar de dynamischer wereldmarkt. Daar kijken Brexiteers liever naar. Dat de Europese markten een springplank zijn naar de rest van de wereld, past niet in hun wereldbeeld.

Hier worden twee niet-realistische wereldbeelden beschreven, die direct de fouten van toenmalige regeringsleiders bewijzen: verkeerde visies die aan de bevolking worden gepresenteerd, illusies waarmee de bevolking of het electoraat worden gemanipuleerd. Helaas kenmerkend voor de politieke cultuur, in welk land dan ook, alleen verschillend per land in gradatie.

# Het zou onterecht zijn het Britse EU-debat te laten bij de gedachte dat EU-onvrede typisch Brits is. Toenemende anti-EUgevoelens zijn niet alleen een trend in het VK, waar in 1975 nog 67 procent voor Europese integratie stemde. Overal groeien de frustraties over de EU, en het is geen toeval dat het referendum daarmee samenvalt.

Een juiste opmerking en dat moet dus het keerpunt voor de EC worden om het roer geheel om te gooien, om zodoende een realistischer en transparanter beleid te kunnen ontwikkelen waarbij alle lidstaatbevolkingen ingeschakeld moeten en kunnen worden.

# Die onderstroom laat zich verklaren door het geslonken vertrouwen in de economische voordelen van integratie. De verhitte discussies in het VK onderstrepen hoezeer het Europese verhaal (‘narrative’) verschrompeld is. De Britten zijn niet overtuigd van de positieve effecten van integratie. Dít is de eyeopener van hun referendum: uitgerekend de marktgerichte Britten geloven niet in het Europese economische verhaal.

Het zwakke economische herstel van de eurozone is inderdaad dé zwakke schakel of zelfs de achilleshiel, waar alle economen nachtmerries over hebben en hun hersens over kraken. Niemand heeft een overtuigende verklaring te bieden. Het gevolg van onbekende laboratoriumomstandigheden? Geen theorie of historisch precedent om op terug te vallen… niet geharmoniseerde economische stelsels. Of ongehoorzaamheid aan de 3%-begrotingsnormen?

# Het verhaal van de EU als groeimotor is ook in andere EU-landen verbleekt. Óf de economische voordelen vallen tegen, óf burgers zien ze niet, óf de voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Hoeksteen van Europese integratie is de gemeenschappelijke Europese markt. Die kent vier pijlers: vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal. Daarnaast is de euro sinds 2002 onderdeel van de Europese economie.

Het heeft er alle schijn van dat de gemeenschappelijke munt niet is opgewassen tegen de ongelijksoortige economische stelsels; er bestaat dus een fundamenteel contrast tussen het historische precedent van de natiestaat in opbouw van de Verenigde Staten van Amerika en de tekentafel-opbouw van de Europese Unie zonder natiestaat als fundament en dus zonder een soortgelijke federale of overkoepelende regering zoals de VS. Economen – zoals Klamer bij ons – hebben hiertegen gewaarschuwd. Luidt het antwoord in dit labyrint dat er alsnog een natiestaat opgericht moet worden? Neen, want dat zou eveneens een constructie aan de tekentafel worden en dat heeft geen enkele zin met de huidige weerstand tegen de verdergaande integratie. Dat is een gepasseerd station. Er bestaat zo geredeneerd maar één oplossingsmodule: inspraak binnen de eigen bevolking organiseren en dus het electoraat bij alle besluitvorming betrekken, opdat deze zich serieus genomen voelt, wordt gehoord en wordt gezien.

# De Europese Commissie heeft meerdere keren rooskleurige inschattingen gepresenteerd van de interne markt en de euro. Het CPB in Nederland kwam ook met economische schattingen die, zo gaf voormalig CPB-directeur Coen Teulings toe, te optimistisch waren. Het Britse debat legt bloot hoezeer de economische onderbouwing van integratie – de achilleshiel van de EU – wordt betwist.

Misleiding, manipulatie en bedrog werken nooit. De kwestie nu is die misleiding in de ban te doen, omdat er alleen herstel van het bouwwerk mogelijk is door middel van openheid en transparantie. Indien er politiek geen bereidheid bestaat tot een dergelijke renovatie, dan resteert een sterfhuisconstructie. De keuze is aan de politiek, maar het gaat om een afgedwongen keuze en die wordt gevoed en aangewakkerd door een sluimerende volksopstand of veenbrand.

Brexiteers willen zelf kunnen besluiten wie het land binnenkomt

Het vrije verkeer van personen klinkt bijna te utopisch, zeker als het om uitkeringsmigranten gaat.

# Het was om economische redenen dat het VK destijds na veel twijfelen toch lid werd van de Europese markt. Voor- en tegenstanders grossieren nu in economische scenario’s. Brexiteers schatten de kosten van Europese marktregulering hoog in, uittreding zou tot 33 miljard pond besparen. Het pro-EUkamp zet daar 59 miljard pond aan voordelen tegenover. Experts vrezen de gevaren, maar ze kunnen het bredere publiek daar niet van overtuigen.

Bij gebrek aan harde feiten en empirische metingen valt niemand meer te overtuigen!

Van de vier marktvrijheden ligt arbeidsmigratie het gevoeligst. Cameron beloofde dat er minder dan 100.000 migranten zouden komen, maar in 2015 waren het er 333.000, uit Oost-Europa, maar vooral uit andere werelddelen. Brexiteers willen zelf kunnen besluiten wie het land binnenkomt; ze zien daarnaast de toestroom uit de EU als bewijs dat Europese markten zelf geen banen creëren.

Allemaal valide argumenten. De Britten staan hier als symbolisch protest namens geheel Europa.

# Vrij verkeer van werknemers ligt in veel EU-landen gevoelig. In Nederland probeert minister Asscher de EU-regels hieromtrent aan te scherpen zodat er iets meer bescherming komt voor Nederlandse werknemers.

Tekentafelconstructies die als ideaal alleen werken als aan alle randvoorwaarden voldaan is, maar dat is gezien alle weeffouten binnen de Europese constructie niet reëel. Vandaar de noodzaak tot een algehele reconstructie van de Europese richtlijnen.

# De Britten willen natuurlijk hun toegang tot de Europese markten voor kapitaal, diensten en goederen behouden. Maar het anti-EU-kamp wil graag zelf beslissen over (de)reguleren van de markt. Bedenk daarbij dat de Europese banken er slecht voor staan; de liberalisatie van het Europese dienstenverkeer loopt erg achter bij de Europese beloftes. Noch de optimistische verhalen over wat de EU op deze markten allemaal nog te bieden heeft, noch alle dreigingen over wat het VK dreigt te verliezen komen aan bij de kiezers: te vaak gehoord.

# Veel Brexiteers verwachten niet dat de EU het VK zal straffen voor de exit. Waarom zou de EU, gericht op het slechten van handelsbarrières, juist de Britten op een afstand willen houden? De Brexiteers zijn optimisten: ze gaan ervan uit dat er na de Brexit gewoon een nieuwe onderhandelingsronde komt.

De buitenstaander zal denken dat de praktijk dat zal gaan uitwijzen.

# Britse politici zien de euro als een fenomeen waar het VK niets mee te maken heeft. Toch speelt de munt een belangrijke rol in het Britse debat. De EU heeft een slechte reputatie door permanente crises met de tegenvallende groei in de lidstaten, onbetrouwbare banken, vluchtelingenruzies en Europese instellingen die macht verwerven zonder draagvlak. Vooral de eurocrisis heeft Europese integratie een negatief imago bezorgd.

Geen visitekaartjes voor de Unie!

# Die crisis heeft forse weeffouten blootgelegd. Europese leiders als Barroso en Juncker hebben geschetst hoe ze de euro kunnen stabiliseren. Daar is een Europese minister van financiën voor nodig. En een Europees Parlement met meer bevoegdheden.

Zinloze voorstellen omdat ‘een Europese minister van financiën’ als uitbreiding van de EU wordt gezien in de vorm van de Commissie, en dus tactisch een miskleun. En voor een Europees Parlement met meer bevoegdheden geldt ongeveer hetzelfde argument, tenzij het EP zodanig wordt hervormd en gereorganiseerd dat er echt sprake is van een controlerend parlement. Dit zal allemaal eerst op papier moeten worden uitgewerkt zodat de bevolking zich hierover kan buigen.

# De Britten willen ook dat de eurozone veel verder gaat met federalisering. De eurocrisis heeft in hun ogen duidelijk gemaakt dat de euro om zo’n versterking vraagt, want zij hebben last van de haperende groei op het continent. Dit is de Ever Closer Union die het VK hoognodig vindt voor de eurozone. Maar het zelf niet wil.

Dat de eurozone veel verder moet gaan met federalisering, is vanzelfsprekend een illusie en de vraag is dan ook of deze Britse wensen niet haaks staan op de andere, en hiervoor besproken thema’s, zoals de migrantenbeperking. Dat de euro om zo’n versterking vraagt, lijkt gebaseerd op de verkeerde veronderstelde verbanden en verkeerde analyses. Niemand heeft de definitieve wijsheid (en dus de sleutel) voor oplossingen voor een stabiel herstel van de euro en concurrentiekracht van de eurozone in pacht, laat staan de Britse publieke opinie. Hier doen zich paradoxen in het Britse denken voor. Die dienen te worden onderzocht.

# Nu die Union vorm krijgt, groeien, ook onder Nederlandse politici, de weerstanden. Frans Timmermans zei als minister van buitenlandse zaken dat ‘de tijd van de Ever Closer Union op ieder mogelijk terrein achter ons ligt‘. Zijn opvolger, Bert Koenders, wil dat juist de lidstaten weer belangrijker worden en niet de Europese instellingen. De economische rationaliteit achter de euro was altijd al dubieus. Nu zitten we, niet alleen in het VK, met de twijfels aan de politieke gevolgen van de euro.

Dit probleem is door de constructeurs van de euro onvoldoende uitgedacht, op enkele uitzonderingen onder economen na die wisten dat een kunstmatige unie niet werkt.

# Verder lijdt de Britse economie onder de eurocrisis. De crisis op het continent verkleinde de vraag naar Britse producten; Duitse en Nederlandse producten zijn eigenlijk te goedkoop binnen de eurozone, en dat verklaart het grote handelstekort van het VK met ons. Brexit-leider Boris Johnson noemt de euro daarom een instrument van oneigenlijke concurrentie. De euro heeft de Europese liefde zeker niet aangewakkerd.

Als de Britse economie lijdt onder de eurocrisis, dat leidt de Brexit tot een soortgelijk verschijnsel, want beide verschijnselen zijn in zekere mate identiek. Een Brexit leidt tot een isolement van de Britse economie, maar zal ook de euro niet aanjagen omdat daar nog de basis van ongelijksoortige economieën aan ten grondslag liggen.

# In 2005 stemde Nederland tegen de Europese grondwet met een Europese vlag, volkslied en president. De Britten tonen dat de situatie nu ernstiger is: zelfs het verhaal van Europa als economisch succes is versleten. Velen zullen opgelucht zijn als de Britten EU-lid blijven omdat Europese integratie dan geen omkeerbaar proces is gebleken. Kiezen de Britten toch voor vertrek, dan volgen discussies over hoe de Britten te straffen uit angst voor onvrede die in andere lidstaten leeft.

Zinloze speculaties want niet over de strafmaat moet worden nagedacht, maar over het herstel van de economie in de gehele Unie en van de eurozone als probleem ‘apart’.  

# Maar straffen is economisch slecht, voor Nederland en voor de EU. En Marine Le Pen, Geert Wilders of Viktor Orban hebben echt de Britten niet nodig om een referendum te willen; dat democratische recht moet je niet vanuit de EU de kop in willen drukken. Burgers willen niet nog een keer horen hoe goed de EU is, ze willen weten wat de EU eigenlijk aan het worden is: toch die Ever Closer Union? Een superstaat? Komt er een Europese minister van financiën die Europese belastingen oplegt?

De genoemde populisten hebben in ieder geval geen samenhangend verhaal of een redelijke oplossingsvisie.

# De burger wil niet dat de EU die kant op gaat. In veel EU-landen draaien de discussies om subsidiariteit, erkenning van verschillen tussen landen, en behoud van eigenheid ook in de manieren waarop lidstaten hun markten inrichten. Het oude karakter van de EU als eenheidsmarkt slaat niet meer aan.

De eurocrisis blijkt de grondslag te zijn van de ommekeer in het vertrouwen van de Europese markt en Unie als samenbindend mechanisme. De eurocrisis veroorzaakt door de huidige (mondiale) verwevenheid van de bancaire sector en dus ook de kwetsbaarheid van banken als het om te grote bedragen gaat, waardoor de oorspronkelijke nutsfunctie geheel wegvalt. Het zijn deze sociaal-financiële verschijnselen die niet alleen de macht en zwakte van de financiële conglomeraten zichtbaar hebben gemaakt, maar de maatschappij aan de rand van de afgrond hebben gebracht. Genoeg stof dus om over na te denken in deze turbulente wereld. De EU is niet voldoende planmatig overdracht opgezet en er zijn te weinig risico’s in kaart gebracht. Pas als de Britten én de continentalen hun huiswerk opnieuw gedaan hebben, kan de EU in huidige vorm, zonder verder onverantwoorde uitbreidingen en zonder een utopisch einddoel als een federatie of een Politieke Unie, worden afgebouwd.

# Het is tijd om grenzen te trekken en waar mogelijk om stappen terug te zetten. Neem de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement. Die draaiden om de verkiezing van de ‘president’ van de Commissie, Jean-Claude Juncker. Hiermee werd de Commissie een soort regering en groeide de rol van het EP. Dergelijke stappen richting Europese eenwording vallen niet meer te verkopen onder het motto ‘Europa is goed voor u!’. Mensen willen eigenheid, ook al lopen ze er misschien een financieel risico mee. Wellicht willen burgers ook een eind aan het eindeloze gelijkschakelen van wetgeving. Laat landen meer hun eigen wetten bepalen, en zo onderling concurreren.

Geheel mee eens. Reorganiseer de Europese Unie en toon aan dat de lessen uit het recente verleden geleerd zijn, zoals in deze reactie op Adriaan Schout beschreven.

# Het Britse referendum is minder typisch Brits dan Europese federalisten hopen.

De Europese federalisten kunnen als antieke idealisten in het museum worden bijgezet, want als er één ding bewezen is dan is dat hun overmatige idealisme een levensbedreigende utopie is gebleken te zijn vanuit hun praktijk vol onenigheid en ruzies. Daar zijn we dus niets mee opgeschoten.

Advertisements