Tags

, , , ,

Zijn journalisten straks overbodig? (Kristel van Teeffelen, Katern de Verdieping/Trouw, 18 juni)

Macht van de media | Nu het publiek via internet direct bereikbaar is, vertellen organisaties vaker hun verhaal zonder de gevestigde media, zoals politiek partij Denk deze week liet zien. Kan de onafhankelijke journalistiek nu wel inpakken?

‘De pers krijgt straks hapklare brokken aangeboden’

‘We bereiken via klassieke media meer mensen dan via de site’

Stellingname vooraf: natuurlijk zijn journalisten en ‘de’ journalistiek straks, in de nabije toekomst, niet overbodig vanwege hun nutsfunctie in de maatschappij. Natuurlijk is het eveneens waar dat het journalistieke handwerk en de hele media-industrie enorm aan het veranderen zijn en dat als gevolg van de technologische revolutie(s) die gaande zijn. Daarmee is het behoud van de nutsfunctie geen vanzelfsprekendheid, want niets blijft automatisch behouden en daarom krijgt die nutsfunctie – lees: maatschappelijke noodzakelijkheid – ook een andere, aangepaste functie. Wat mij betreft, en dat schrijf ik niet als opgeleid journalist, maar als gedragswetenschapper, is de informatieve en kritische functie van de journalistiek – zowel klassieke als nieuwe vormen – een noodzakelijke voorwaarde voor maatschappelijke en technisch-wetenschappelijke vooruitgang. De maatschappelijke checks-and-balances, zogezegd. De vrijheid van drukpers en van meningsuiting staat aan de basis van iedere vooruitgang.

Is daarmee de nieuwe politieke partij Denk ook een uiting van vooruitgang? Niet op voorhand, aangezien we hier te maken hebben met een afscheiding van twee oud-fractieleden van de PvdA, die zich niet konden vinden in de beleidslijnen van die partij. Dat is dus een interne kwestie, die vooraf onvoldoende werd doordacht en overzien. ‘Foutje, bedankt!’ Ze zijn dus als afgescheiden Kamerleden voor zichzelf begonnen. Mijn gevoel zegt mij dat ze niet anders dan vanuit een populistische overtuiging aan dit avontuur kunnen beginnen vanwege het pluriforme karakter van het begrip ‘migrantengemeenschap’ in Nederland. Zij opereren dus vanuit hun gevoel van potentiële kans(en) voor een nieuwe migrantenpartij, juist vanuit een gemeenteraads- (Roermond) en provinciale (Limburg) ervaring van Öztürk en een oud-gemeenteraadslid te R’dam en de bestuurswetenschappelijke opleiding van Kuzu. Maar als geboren Turken bezitten ze daarmee nog geen voldoende politiek talent om zich hier foutloos te ontwikkelen, zoals dat nu ook bewezen is oud-zakenman Öztürk. Oudere pogingen om migrantenpartijen op te richten zijn mislukt en dat maakt het mogelijke succes van Denk problematisch en kwestieus. Het probleem niet de potentiële aanhang (want ruim een kwartmiljoen (280.000 volgens CBS) Turken in ons land, mits ze een Nederlands paspoort hebben om kiesrecht te hebben). Het totaal aantal migranten bedraagt 2 miljoen. Niet de potentiële aanhang dus maar hun politiek-inhoudelijke grondslag. De beide Kamerleden beluisterend via Politiek24 ontkom ik niet aan de indruk dat ze erg begaan zijn met de ontwikkelingen in hun oude vaderland, maar zich daarmee ook on-Nederlands opstellen. En dat kan zich gaan wreken, zo voel ik intuïtief. Het zal dus nooit een tweede PVV worden, hoe populistisch ze zich ook opstellen. Maar ik geef ook toe dat mijn politicologische begrippenapparaat onvoldoende basis biedt om snel tot een inschatting te komen van hun plaatsbepaling in de klassieke ideologische staalkaart van Nederland. Ze zijn te afwijkend in taalgebruik en parlementaire basiskennis in hun gemiddelde optreden in de Kamer. Zo had Kuzu als bestuurskundige moeten weten dat de media in de klassieke literatuur de zevende macht (maar paradoxaal ook de vierde!), wordt genoemd want de bureaucratie is de oorspronkelijke 4e macht, lobbyisten en niet parlementaire pressiegroepen de 5e, organisatie- en adviesbureaus de 6e macht (overeenkomstig Crince le Roy).

Waarom deze hele inleiding? Omdat we door zo’n stroomversnelling van ontwikkelingen heengaan, dat feitelijke kennis en verbanden belangrijk zijn om het zicht op het geheel niet te verliezen. En dat is de oorspronkelijke basis van de journalistiek, die zich laat aanvullen door wetenschappelijk onderzoek.

# “Alle media te woord staan kost veel tijd, zo’n kant-en-klaarfilm is daarom handig [Alexander Pleijter, lector journalistiek]. Het beperkt bovendien het afbreukrisico.

# De onafhankelijke pers wordt daar uiteindelijk de dupe van, voorspellen de voormalige journalisten. Al betekent de ontwikkeling niet dat de macht niet meer kritisch wordt gevolgd.

# Dat betekent vooral een grotere concurrentie in de strijd om de tijd van het publiek, denkt Alexander Pleijter. Mensen worden met zoveel verhalen om de oren geslagen, dat het een uitdaging is om je daarin als traditionele pers te onderscheiden. “Vooral omdat het publiek zich niet erg lijkt te storen aan een documentaire van Red Bull is.” Maar om nou te zeggen dat de journalistieke onafhankelijkheid direct in gevaar komt als bedrijven zich ook direct op het publiek gaan richten? Je kunt als media bij de pakken neer gaan zitten. Roepen dat de onafhankelijke journalistiek ten onder gaat. Of je kunt er gebruik van maken.

Er wordt al zoveel ‘geroepen’ in de politiek en dus moet de journalistiek zich daar niet schuldig aan maken, en zeker niet de kwaliteitskranten. Het enige alternatief is ‘er gebruik van te maken’, zoals in de laatste zin staat te lezen. In ieder geval maak ik er op mijn manier gebruik van door als amateur-blogger de kwaliteitskranten waarop ik geabonneerd ben te gebruiken om mijn analyses in totale onafhankelijkheid te schrijven. Of ze nu gelezen worden of niet, dat maakt me niets uit. Ik ben daarom ook een principieel partijloos burger geworden vanwege de hoeveelheid onzin die ik decennialang in de politiek heb moeten aanhoren. Bovendien worden genuanceerde opvattingen nooit gewaardeerd in de politiek en dan rest mij niets anders dan schrijven. Daarmee dien ik op mijn manier het publieke doel en heb ik mij als pensionado een nuttige levensfunctie ontwikkeld of mijzelf daarin voorzien. Ik ben mijn hele leven lang al met kwaliteitskranten bezig geweest en daarom weet ik ook dat het een nutsfunctie vervult, die mij voldoende basisingrediënten oplevert om mijn psychische rust te kunnen handhaven in de veelheid van feiten en ontwikkelingen die wereldwijd gaande zijn. Ondanks alle maatschappelijke en politieke chaos zie ik duidelijke vooruitgang (zelfs binnen de EU om maar een dwarsstraat te noemen) en voel ik mij een gezegend mens om in deze turbulente tijden op aarde leef. Mijn bijdrage mag leveren om orde in de chaos te scheppen. En de genoemde chaos is van tijd tot tijd noodzakelijk, met name in transitietijden. Daarom is de journalistiek een zeer waardevol vakgebied, die om een grote mate van  professionaliteit vraagt, en waarmee we dus niet zonder kunnen. Kortom, een instrument voor maatschappelijke en technologische vooruitgang. Partijpolitiek zal zeker verdwijnen, want die emancipatiefunctie is verdwenen, maar journalistiek is een tijdloos emancipatie-instrument. Een eeuwig bestaan (op aarde) is gegarandeerd.

# Hospes: “Denk aam de hoeveelheid informatie die bedrijven op internet gaan zetten. Je kunt dat als journalisten gebruiken, de uitspraken van de directeur in dat YouTube-filmpje naast de feiten leggen.“

Zo is het!

# Pleijter sluit zich daarbij aan. De onafhankelijkheid van de pers uit zich heus niet enkel in de mogelijkheid om als journalist wat vragen te stellen. Onderzoek, een zoektocht naar feiten, een jaarverslag kritisch doorlichten, ook daarin zit de kracht van de journalist. Dat advies staat wel enigszins op gespannen voet met de ontwikkelingen bij veel mediaorganisaties, erkent Pleijter. Het is tijdrovende journalistiek, terwijl redacties het met steeds minder vaste medewerkers moeten doen. “Een probleem waar niemand nog een goed antwoord op heeft, ik ook niet. Het vraagt in ieder geval om scherpere keuzes op redacties”, zegt Pleijter.

Een terechte en onvermijdelijk standpunt!

Advertisements