Tags

, ,

PvdA wil ja-knikkers als Kamerlid (opiniebijdrage Selcuk Öztürk, Opinie & Debat/de Volkskrant, 24 mei)

# Want in plaats van het electoraat serieus te gaan nemen en Kamerleden méér de wil van de achterban te laten vertolken, kiest de PvdA voor het selecteren van partijvertegenwoordigers in plaats van volksvertegenwoordigers.’

Ik bepaal me in mijn commentaar op Öztürk’s ingezonden brief op deze ene zin, omdat andere voorafgaande passages zich ook lenen tot het plaatsen van kanttekeningen.

Maar bovenstaand citaat geeft precies aan waar het misverstand van deze Turks-Nederlandse of Nederturkse parlementariërs uit bestaat.

In de eerste plaats bestaan er drie oorspronkelijke volkspartijen in ons land (CDA, PvdA en VVD) die vanuit hun beginselprograms hebben geprobeerd solide volksvertegenwoordigers af te vaardigen naar het parlement. Volksvertegenwoordigers die zich echte volksvertegenwoordigers mochten noemen vanwege de volkspartijen zoals de drie genoemden (waarbij alleen de VVD in de naamvoering het begrip ‘volkspartij’ opvoert: Volkspartij voor Vrijheid en Democratie). Deze drie oorspronkelijke volkspartijen probeerden namelijk om een beginselen vanuit de christen-, sociaal- en liberale democratische uitgangspunten tot een breed geformuleerd verkiezingsprogramma te komen waarin alle sociaaleconomische beroepscategorieën (dus van laag- tot hoge inkomensgroepen) te verenigen. Binnen een verzuild bestel als de onze was dat ook logisch: hoe breder de electorale aanhang van die volkspartijen hoe groter de kans op stemmenwinst en regeringsverantwoordelijkheid. Daarom hebben deze partijen ook gedomineerd in de tweede helft van de 20e eeuw. Kleine orthodoxe en sectorale partijen als de SGP, de communisten als de CPN, bleven vanwege hun sectorale karakter een marginale rol spelen omdat ze geen brede volkspartijen waren. Dit als achtergrond schets van het begrip volkspartij. De huidige situatie is radicaal gewijzigd vanwege het uiteenvallen van het verzuilde Nederland. In die oude situatie liggen dus de volksvertegenwoordigers en partijvertegenwoordigers dus in elkaars verlengde.

In de nieuwe situatie is de politiek gefragmenteerd geraakt omdat er geen zuilen meer bestaan en bovendien is het politieke gezag zodanig gedegradeerd geraakt dat niemand meer behoefte heeft aan een politieke partij want iedereen voelt zichzelf beroepen tot het doen en uitdragen van persoonlijke standpunten en in die zin groeien we naar het individuele Amerikaanse bestel, waarin partijen nauwelijks een rol spelen. Daar gaat het bij ons ook op lijken.

Maar wat Öztürk aangeeft als een contrast tussen volksvertegenwoordigers als partijvertegenwoordigers, wat in het zuilenbestel niet klopte omdat beide begrippen een logisch verlengde van elkaar waren, komt neer op de introductie van het begrip ‘centralisme’, dat niet alleen een bekend verschijnsel in Turkije is, maar ook in vele Europese landen, zoals bij onze zuiderburen. Vermoedelijk is ons land een van de grote uitzonderingen in dat patroon.

Op grond van deze waarnemingen is het negatief bedoelde en geïnterpreteerde begrip partijvertegenwoordiger niets anders dan het positief uitdragen van een samen vastgesteld verkiezingsprogramma tijdens de aanloop naar de verkiezingen van 2012. Toen waren beide Denkoprichters Kuzu en Öztürk lid van de PvdA-fractie en hebben zich uit dat verband losgemaakt. Puur en alleen om hun eigen Turkse clientèle te gaan vertegenwoordigen en daarom nemen zij het ook voortdurend op voor de Turken in ons land en Turkije als hun land van oorsprong in diverse Kamerdebatten. Dat is aantoonbaar vanuit de Kamerhandelingen, want daarom ik beide heren volksvertegenwoordigers al vaker op deze plaats aangehaald en besproken. Kortom, de conclusie luidt dus dat er geen sprake is dat de partijen zich vervreemden van hun electorale achterban, maar dat Kuzu en Öztürk met hun Denk zelf cliëntalisme zijn gaan bedrijven. Dat is het verhaal, en niet zoals de auteur zichzelf graag ziet in zijn bijdrage aan de Volkskrant.

Advertisements