Tags

, , ,

Erdogan erg? Nee, dan de Tweede Kamer (Thijs Broer, Vrij Nederland, 19 mei)

De Tweede Kamer maakt zich boos over de arrestatie van Ebru Umar en de Lange Arm van Erdogan, maar offert en passant de vrijheid van meningsuiting in de strijd tegen de haatimams.

Stelling: Het is maar helemaal de vraag of de Kamer de vrijheid van meningsuiting heeft opgeofferd in strijd tegen haatimams.[1] In deze blog wordt die stelling kritisch tegen het licht gehouden. Natuurlijk is de kwestie of haatimams mogen worden uitgenodigd al een langer durend vraagstuk in de Kamer, want het speelt al jaren, zonder dat het ten principale is ‘uitgevochten’. Het incident-Ebru Umar biedt nu het moment waarop de bestaande vaagheid uit de wereld kan worden geholpen.

# In dezelfde week dat de Tweede Kamer van leer trok tegen Erdogan die de vrijheid van meningsuiting in Europa verdrukt door de Duitse komiek Jan Böhmermann te laten vervolgen en zelfs onze eigen Ebru Umar te laten arresteren, nam diezelfde Kamer vrijwel onopgemerkt een motie aan om organisaties die ‘haatimams’ een podium bieden te ‘sanctioneren’.[2] Inderdaad: een flinke inperking van de vrijheid van meningsuiting.

# Erdogan is natuurlijk een machtswellusteling die de journalistiek en de oppositie in eigen land in een ijzeren greep heeft. Maar tegen die achtergrond zou je bijna uit het oog verliezen dat hij zich in het geval van Böhmermann juist netjes aan de wet hield door de Duitse rechter om een oordeel te vragen, en dat bij de arrestatie van Ebru Umar al even keurig de Turkse wet werd toegepast: na klachten over beledigende tweets werd de Nederlandse columniste netjes ondervraagd door de politie in Kusadasi en kon ze na het onderzoek ongehinderd weer naar huis. Intimiderend was het optreden zeker, maar wetteloos niet.

Het was niet Erdogan die zich ‘juist netjes’ aan de wet hield door de Duitse rechter om een oordeel te vragen, maar Angela Merkel die dat volgens andere journalistieke bronnen deed, omdat de Bondskanselier zich bewust is dat juridisch geredeneerd de rechter de eerst verantwoordelijke is in deze kwestie. Maar Merkel had zich mijns inziens ook minder formalistisch kunnen opstellen door aan te geven dat er principiële verschillen van mening bestaan tussen de Turkse en Duitse grondwet. En dan was zij ook dichter bij de Europese Wetgeving gebleven met het Hof van de Mensenrechten.

# Welbeschouwd is het ernstiger wat de Tweede Kamer deze week presteerde door een motie aan te nemen waardoor iedere organisatie kan worden vervolgd die een podium biedt aan omstreden predikers.

Hierbij plaats ik een kanttekening als de auteur geen koppeling maakt tussen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst door deze laatste niet te koppelen aan de grondwettelijke bepaling dat iedereen gehouden is aan de wet ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’, hetgeen in dit concrete geval betekent dat haatzaaien en dus haatimams geen toegang krijgen tot de moskee of tot het land. De vrijheid van geloof dient wellicht bij een volgende grondwetswijziging aangepast te worden door de voorwaarde dat alle gelovigen respect dienen te hebben voor andersgelovigen. Haatzaaiende imams horen niet tot die categorie. Iedere hedendaagse godsdienst die zich niet nadrukkelijk losmaakt van de vroegere Middeleeuwse geloofsbeelden met hun persoonlijke god die iedere ‘ongelovige’ dient te bekeren en oproept tot kruistochten, past niet meer in dit tijdsgewricht. Op grond van deze nieuwe bepaling kan het salafisme een halt worden toegeroepen. De vrijheid van geloof en religie is dus een vrijheid van louter vredelievende en positieve inzichten en wereldbeelden. Salafisme en soortgelijke extremistische wereldbeschouwingen behoren tot de Middeleeuwse samenlevingen in de 21e eeuw. De bewuste motie die dus toegang weigert aan omstreden predikers is dus een terechte opstelling van de Kamer.

# Roelof Bisschop van de SGP, die de motie indiende samen met Ockje Tellegen (VVD), Madeleine van Toorenburg (CDA) en Louis Bontes, probeerde dinsdag voor de EO-radio uit te leggen dat de maatregel helemaal níks te maken heeft met de vrijheid van meningsuiting.

Dat Kamerlid Bisschop meent dat hijzelf afdoende heeft geprobeerd om de radioluisteraars ervan te overtuigen dat de beide vrijheidsbepalingen (van geloof enerzijds en van meningsuiting anderzijds) ‘helemaal niks’ met elkaar te maken hebben, maar dat is tamelijk absurd. Deze beide vrijheden zijn te allen tijde met elkaar in tegenspraak, gelet de context van iedere uitlating. Deze tegenstrijdigheid zal ook in een volgende grondwetswijzing moeten worden opgelost.

# ‘Waar het om gaat is dat het dreigingsniveau in Nederland ongekend hoog is. De boodschap van de haatimams kan juist een lont in het kruidvat zijn, met explosieve gevolgen. De veiligheid van de staat is in het geding!’

In mijn hierbij opgebouwde redenering is ‘het dreigingsniveau’ geen oorzaak, maar gevolg van haatimams of andere extremisten die de Westerse wereld omver willen blazen. Iedere hatelijke extremist is ‘vanuit zijn haatgevoelens’ in plaats van ‘van harte’ bereid om het lont in het kruitvat aan te steken, want hij komt vervolgens na de uitvoering van zijn zelfmoordactie in de hemel, zo gelooft en vertrouwt hij. Maar hij is tegelijk onkundig van het feit dat Allah of welke goddelijke bron dan ook, nooit instemming kan verlenen aan aardse denkfouten. Het radicale salafisme is kortom geen door een goddelijke bron goedgekeurde mens- en wereldbeeld, maar een menselijk product van een betrokken imam.

# Een reeks staatsrechtgeleerden waarschuwde het parlement de afgelopen dagen, onder andere in NRC Handelsblad, voor de onbedoelde effecten: de motie is niet alleen onuitvoerbaar maar ook in strijd met de Grondwet. Straks moeten ook omroepen, kranten, kerkgenootschappen en politieke partijen die omstreden predikers aan het woord laten ook voor vervolging vrezen. Zo blijft er weinig over van het vrije maatschappelijke debat. Maar van zulke principiële bezwaren wilde een grote Kamermeerderheid niets weten: in deze bange tijden moest een daad worden gesteld.

Aangezien ik een kleine leesachterstand met kranten heb opgelopen, heb ik die schrijvers in NRC nog niet gelezen, maar ik neem aan dat de strekking van hun artikelen gelijk is aan die van mij in deze blog. Het enige punt is dat de Kamer zulke omstreden predikers in een debat moet gaan vaststellen, al of niet met een voorafgaande hoorzitting. Eerst zal namelijk formeel moeten worden vastgesteld of het ‘gerucht’ van een haatimam wel juist is, een juiste ‘indicatie’ is of niet. Er zal kortom, bondig samengevat, een zwarte lijst van omstreden predikers moeten worden vastgesteld, zodat iemand toegang tot ons land (en een desbetreffende moskee) kan worden gegeven of juist niet. Maar salafistische moskee ’s die worden gepland zullen eerst politiek-bestuurlijk onderzocht dienen te worden op hun geestelijke grondslag en op financieel beheer en exploitatie (zie het Gouda-debat). Dan zullen opmerkingen als die van Kuzu in het Gouda-debat niet meer mogelijk zijn, want dan bestaan die misverstanden niet meer:

‘De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Daar komt de aap uit de mouw. Er zijn genoeg mensen in Nederland die salafistisch zijn en die hier vreedzaam leven. Zij hebben recht op hun godsdienst. De mensen die excessen begaan, kunnen we gezamenlijk bestrijden, maar om een hele stroming binnen de islam te beschouwen als een exces, daar doe ik niet aan mee. Dat zeg ik ook tegen de heer Segers.’

# Of de motie ooit wordt uitgevoerd is zeer de vraag: op het Ministerie van Veiligheid en Justitie lopen veel verstandige mensen rond. En zelfs als het wél tot een wetsvoorstel komt, zal de Eerste Kamer – waar het wemelt van de staatsrechtliefhebbers – er ongetwijfeld de kachel mee aanmaken.

Of het ‘wemelt’ van de staatsrechtliefhebbers in de Eerste Kamer, is maar de vraag. Er zit maar één hoogleraar in dat vak en verder maakt de senaat ook niet de indruk dat daar uitgesproken staatsrechtelijke expertise aanwezig is. Of bedoelt de auteur dat de status van senator al een staatsrechtelijk aureool biedt? Maar dan kan dit Huis van Reflectie maar beter direct worden afgeschaft, want een waardeloos nep-aureool.

# Maar dan zijn de boze Kamerleden allang weer bezig met hun volgende momentje in de media.

Dit is inmiddels bijzaak geworden, maar gezien de recentelijke ontwikkelingen is nu echt de tijd aangebroken om ‘theologische’ dilemma’s aan te pakken en formeel tot een oplossing te brengen. Formeel in de zin dat de beide Kamers nu knelpunten over geloofskwesties moeten oplossen, al zullen die oplossingen niet voor eeuwigheid grondwettelijk geldig zijn, aangezien het leven verandering en evolutie betekent en daar ontkomt ook geen enkele godsdienst aan. Maar in een geestelijk pluriform land als de onze zijn nieuwe Hoekse en Kabeljauwse Twisten niet uitgesloten en een moderne, hooggeschoolde 21e-eeuwse samenleving kan dat niet toelaten of zelfs toestaan.

Conclusie is dat het staatsrecht ook voor journalisten, evenals voor Kamerleden, een problematische aangelegenheid is (geworden); zeker in een samenleving die geen grote groepen godsdienstaanhangers meer kent vanwege onze geseculariseerde samenleving, maar ook in de war raakt vanwege die in de basis 19e-eeuwse grondwet, in een calvinistisch-katholiek land. Daarom wordt een grondwetswijziging – tegen alle verwachtingen in – een kwestie van staatsrechtsspecialisten en theologen! Wie had dat gedacht of kunnen geloven voor ons tijdsgewricht?

[1] Roelof Bisschop van de SGP, die de motie indiende samen met Ockje Tellegen (VVD) als eerste ondertekenaar, Madeleine van Toorenburg (CDA) en Louis Bontes: file:///C:/Users/my%20toshiba/Downloads/gen_c.s._over_sanctioneren_van_organisaties_die_haatpredikers_uitnodigen_en_of_een_podium_bieden.pdf